i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Rosmalen
Tags:

Pastoor in de clinch met parochianen

vertelde op 27 november 2017 om 09:04 uur

Zijn 25-jarig jubileum als pastoor haalt Henricus van Meele wel. Maar hoe dat kon gebeuren, is eigenlijk een groot raadsel. Zijn parochianen in Rosmalen klagen steen en been over het gedrag van hun pastoor en verlaten en masse zijn kerk. Zij dienen een rekest in om van deze "plaaggeest" af te komen. Lees mee in de resoluties van de Staten Generaal.

via Brabant CloudTe Rosmalen staat één van de vele Lambertuskerken uit de Meierij van ’s-Hertogenbosch; het patronaatsrecht ervan werd in 1451 geschonken door paus Nicolaas V aan het kapittel van Sint Jan. Schutjes (1818-1892) is schrijver van Kerkelijke geschiedenis van het Bisdom 's-Hertogenbosch en hij opent deze geschiedenis met een indrukwekkende lijst van 23 pastoors met een zekere Gerardus de Wilde, die wordt benoemd ergens in de 14e eeuw. De dienaren Gods deden vast en zeker hun uiterste best om hun pastorale functies zo perfect mogelijk uit te oefenen in het belang van hun parochianen.

Helaas is één van hen daar niet al te best in geslaagd nl. de in 1752 aangestelde Henricus van Meele of de Mele, die in 1747 kapelaan was in Loon op Zand en daarna dus werd overgeplaatst door de vicaris van het bisdom naar Rosmalen, waar hij na een 25-jarig dienstverband de parochie noodgedwongen moest verlaten! De reden ervan stond helder en duidelijk te lezen in de resoluties van de Staten Generaal.

Klachten van de parochianen

Wanneer het spanningsveld tussen de pastoor en zijn roomsgezinde parochianen is ontstaan, is uit het archiefmateriaal niet af te lezen want daarvoor is de berichtgeving te summier. Feit is wel dat op 12 maart 1777, 25 jaren na de benoeming van pastoor De Meele, een rekest wordt ingediend, waar vertegenwoordigers van het gelovige volk stevig aan de bel trekken. Ze beweren dat sedert enige jaren (!) Hendricus van Meele, aanhoudend en onbegrijpelijk negatief reageert op tal van situaties tot ergernis van velen. In hun verzoekschrift gebruiken ze zelfs de term ‘vexeren’ wat normaliter vertaald wordt met ons werkwoord plagen of kwellen.

Hij weigerde de gebruikelijke kerkdiensten, onttrok zich aan zijn geloofsgemeenschap en hij ging zowel in woorden en daden zijn herdersambt dermate ver te buiten, dat de gedupeerde gelovigen hun godsdienst niet naar behoren konden belijden. De irritatie daarover liep kennelijk zo hoog op dat velen besloten elders naar een kerk te gaan en het kerkbezoek liep zienderogen terug. De parochieherder was er meermaals op aangesproken, maar het mocht niet baten. Ten slotte wendden de representanten van de parochiegemeenschap zich tot de vicaris van het bisdom en legden daar hun klachten neer.     

Het weerwoord van de pastoor

De reactie van de pastoor zelf kon natuurlijk niet uitblijven. Hij stuurde ook zelf een eigen rekest in, inhoudende dat hij had gehoopt alle onaangenaamheden te kunnen ontwijken die ook zijn voorgangers in de bediening nl. Rosa en van Zuylen van de roomse gemeente te verduren hadden gehad in Rosmalen. Met Rosa verwees hij naar de in 1708 als Kruisheer aangetreden pastoor geboortig van Antwerpen genaamd Judocus Tossanus Roosen en de andere was zijn directe voorganger Rogier van Suijlen, afkomstig uit ’s-Hertogenbosch, die in 1731 pastoor te Rosmalen was geworden.

Maar helaas, zo schrijft hij, moest hij tot ‘bittere droefenis sijns harte’ constateren dat sommige gelovigen een Detail uit kaart polder van der Eigenaanstoot betekenden voor anderen en dat juist die roomsgezinde volgelingen een verzoekschrift hadden gestuurd naar de Staten Generaal onder specifieke vermelding van ‘de meeste en voornaamste der roomschgesinde ingesetenen van den dorpe van Rosmalen’. Volgens pastoor de Meele hadden ze zich tevergeefs gemeld bij de vicaris van het bisdom met al hun klachten, maar waren ze meteen hogerop gegaan naar de Staten Generaal om de bewerkstelligen dat de rust zou terugkeren tot welzijn van de Rosmalense roomse gemeente. Wat volgens hen overbleef was de overplaatsing van deze parochieherder.

Vanuit Den Haag was de kwartierschout van Maasland al uitvoerig ingelicht over die klachtenregen. Hendricus de Meele was er overigens van overtuigd dat hij zich niet hoefde te verdedigen, een waardig onderdaan was van de overheid en een roomse priester was met een groot plichtsbesef. Mocht het nodig zijn om dit alles door derden nader te laten onderzoeken, dan was hij bereid hiertoe zijn medewerking te verlenen, zodat hij de gelegenheid had alle beschuldigingen te ontzenuwen. 

En de stadhouder van de kwartierschout 

De Haagse heren belast met de Meierijse zaken hadden zich gebogen over de geuite klachten. Ze hadden de stadhouder Verster laten weten dat het dienstig zou zijn de vicaris van het bisdom te gelasten om Henricus de Meele bij zich te ontbieden gezien zijn ‘vexatoir gedrag’ jegens de leden van zijn roomse gemeente en zijn ongehoorzaamheid in het op volgen van de vermaningen en waarschuwingen van de vicaris. In het stuk wordt zelfs al gesproken om hem uit zijn pastorale bediening te ontslaan en om te beginnen moest hij de pastoor ernstig waarschuwen dat hij geen verdere aanleiding zou mogen geven tot klachten van de roomse ingezetenen en zich stipt te gedragen en zo hij daarin niet slaagt zal een ontslagprocedure ingezet worden en wordt hij aan al zijn pastorale bedieningen onttrokken.

Aan de vicaris wordt meegegeven dat men van hem een wakend oog verwacht op de verrichtingen van zijn geestelijke onderdaan en als de klachten aanhouden zal afzetting onherroepelijk moeten volgen. Dit bericht wordt doorgestuurd aan de kwartierschout van Maasland. Wat er verder allemaal binnen die parochie is gepasseerd, is mogelijk nog terug te vinden in het parochie-archief van Rosmalen. Hoe dan ook, op 30 november 1777 heeft Henricus de Meele afstand gedaan van zijn functie als parochieherder, daarna volgde een korte ‘pastoorloze’ periode en op 18 februari 1778 trad Joannes van Helmont, afkomstig van Berlicum, in het voetspoor van zijn voorganger.  Mogelijk is daarna het spanningsveld afgenomen en de rust en vrede teruggekeerd.

bronvermelding:

BHIC 178 inv.nr. 115 Resoluties van de Staten Generaal dienstjaar 1777 tussen 12 maart en 25 augustus op de folio’s 144,265, en 591.

L.H.C.Schutjes Geschiedenis van het bosdom van ’s-Hertogenbosch [1876] een uitgave van de snelpersdrukkerij te Sint Michielsgestel deel V pag. 586 e.v.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 21 april 2017 om 14:00 uur

Menigte grijpt zelf hardhandig in bij huiselijk geweld

vertelde op 25 augustus 2017 om 14:00 uur

Verrassende straf: levenslang bidden voor de ziel van Amijs