i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vinkel
Tags:

Peer Schooi (1844-1909)

vertelde op 21 maart 2009 om 14:31 uur

Petrus Vogels, in 1844 geboren in Strijp, werd in 1870 priester gewijd. Hij werkte enkele jaren als kapelaan in Haren (bij Megen), in Heesch en in Nuland, tot Bisschop Godschalk hem in september 1883 vroeg om na te gaan of er een mogelijkheid was in Vinkel een parochie op te richten.

Daarbij moest er vooral op gelet worden of de Vinkelnaren het geld dat nodig was voor de bouw van een eigen kerk, wel zouden kunnen en willen opbrengen. Ook moesten zij een pastoor kunnen onderhouden.

Verder mocht de beoogde bouwpastoor waar hij maar kon, proberen geld vandaan te halen. De bisschop gaf hem namelijk uitdrukkelijk toestemming zijn bedeltocht niet te beperken tot Vinkel en omstreken. Kapelaan Vogels mocht in het hele bisdom zijn gang gaan. Behalve voldoende geld voor een nieuwe kerk leverde zijn manier van actie voeren kapelaan Vogels ook een bijnaam op: Peer Schooi.

De Vinkelse herder heeft dan ook niet één parochie overgeslagen, toen hij van september 1883 tot januari 1889 het  bisdom ’s-Hertogenbosch doorkruiste. In ieder geval kenden ze hem overal. Hij heeft een verslag van zijn reizen nagelaten, en daaruit blijkt dat zijn bezoeken volgens een vast stramien verliepen. Na aankomst in een stad of dorp spoedde Vogels zich naar de plaatselijke pastorie, waar ze al wisten dat hij eraan kwam. Aan tafel bij de pastoor kreeg hij dan namen en adressen aangereikt van parochianen die wel iets voor Vinkel konden missen, waarna hij her en der op huisbezoek ging.

In Tilburg waren er kapers op de kust: “Tegen het einde van het jaar 1883 vertrok ik naar Tilburg, temeer omdat mej. Pollet mij tot spoed aanspoorde ter wille der concurrentie, meenende dat N.F. Elsen, kapelaan te Helmond, belast met de stichting der nieuwe parochie ’t Hout, in aantocht was (….). Bij even gemelde familie Pollet was ik thuis [=logeerde ik], waar ik behalve de gastvrijheid, evenals bij hunne nichten Leentje en Marie en hun broer Arnaud, ƒ200,- ontving. Eene geheele week heb ik daar rond gezworven, doch de arbeider is zijn loon waard, want meer danƒ1700,- heb ik daar verdiend.(….)

Op den derden morgen mijner omzwerving aldaar gingen de zaken niet naar wensch. Het was bijna 11 uur en nog weinig op zak: De een was niet thuis, een ander gaf niet thuis enz. enz., zoodat de moed bijna in de schoenen zonk. Gekomen bij apotheker Martens vraag ik of hij mij niet eene sterk en onmiddellijk werkend purgatiemiddel geven kan, dat hij bevestigend beantwoordt, maar vraagt: ‘Mijnheer, is die voor U?’ Waarop geantwoord wordt: ‘Neen, maar voor de gegoeden van Tilburg, want ik ben hier den geheelen morgen reeds en route [= op pad] met mijn bedelstaf voor eene arme nieuwe parochie. Bijna is het 11 uur en nog gaan ze niet af!’ Hij, zulke taal gewoon, begreep mij, gaf, en had navolgers”.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: