i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Erp
Tags:

Protestant wil geen kruisje slaan (1789)

vertelde op 31 juli 2007 om 11:58 uur

Op 2 september 1789 diende Christiaan Mijon een klacht in bij de schepenbank van Erp over de plaatselijke tapster Johanna de Bruijn: eerst had ze hem samen met anderen willen leren een kruisteken te maken (hij was protestants). Dat had tot een klein handgemeen geleid. Later had ze hem opnieuw uitgedaagd en geroepen dat alle “geuzen” verdoemd waren en Luther en Calvijn in de hel zaten.

De handtekening van Christiaan Mijon onder zijn verklaringGodsdiensttwisten in Erp? Of had Johanna gewoon een oogje op Mijon en had-ie dat niet door? Dit is zijn versie:

Ik ben Christiaan Mijon, 32 jaar oud, grenadier in het 2e bataljon van generaal-majoor Douglas in de compagnie van generaal De Braauw. Ik ben gereformeerd en verblijf met verlof in dit dorp ten huize van Godefridus Jonkers, kleermaker. Ik ben zelf van huis uit kleermaker.

Afgelopen maand juli, ik weet niet meer precies op welke dag, kwam ik bij Johanna de Bruijn, die hier drank verkoopt, om een glas jenever te drinken. Er waren daar meer personen aanwezig, onder wie Lucas Gerits Verbakel die ook hier woont. Die mensen spraken onder elkaar over het maken van het kruisteken. Toen zei Johanna de Bruijn ineens tegen mij: “Kom, ik zal u ook eens een kruisteken leren maken”.

Onmiddellijk daarop zei Lucas Verbakel tegen me: “Gij zult een kruisteken maken, of ik zal u een klap geven.” Ik antwoordde: “laten we zwijgen over die gekheid en in plaats daarvan samen drinken.” Lucas Verbakel gaf me daarop een klap.

Op elf augustus jongstleden liep ik langs het huis van Johanna de Bruijn. Ik was op weg om mijn beroep te gaan uitoefenen. Johanna de Bruijn kwam haar huis uit en riep mij binnen. Ik wou dat echter niet, waarop ze me nariep: “Geus, ik zal je nog wel eens een kruisje leren slaan.”

Een onvervalste WatergeusVervolgens zat ik op 21 augustus ‘s avonds bij Godefridus Jonkers binnen. Daar waren ook Anthonij Swinkels, dienstknecht, en Geertruij Jonkers, de dienstmeid van Godefridus. Op een gegeven moment kwam Johanna de Bruijn binnen en zei tegen mij: ”ik zal die oranje strik eens van uw hoed snijden.” Waarop ik teruggaf: “dat moet je dan maar eens proberen.” Johanna de Bruijn begon toen te vertellen dat ze in Holland bij gereformeerde mensen had gewoond, en daar de bijbel had gelezen. Vandaar dat ze kon bewijzen dat de geuzen allemaal verdoemd waren.

“Gij zijt al verdoemd vanaf dat gij zeven jaren oud was, en dat zijn de geuzen allemaal. Luther en Calvijn zijn van het juiste Roomse geloof afgevallen en geus geworden en uw God. Maar zij zitten nu in de hel aan kettingen en moeten branden.” Op al dat gebazel antwoordde ik: “vrouwmens, het is me de moeite niet waard u te slaan, maar ik zal naar de schepenbank gaan om u aan te klagen.”

Tot zover het relaas van Christiaan Mijon in het schepenbankarchief van Erp. Helaas weten we niet of dit muisje voor Johanna nog een staartje heeft gekregen, maar als ze inderdaad een oogje op hem had, zal dat wel snel overgegaan zijn….

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: