skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

Balsemien

Wanneer je nu, anno 2020, als vrouw voor een intake aanklopt bij een vorm van Geestelijke Gezondheidszorg dan is het gebruikelijk dat je gevraagd wordt (of zelf kunt verzoeken) om in eerste instantie te woord te worden gestaan door een vrouwelijke hulpverlener. Dat was tot ver in de jaren tachtig ondenkbaar.


Reclame Stichting Balsemien, jaren '70. Bron: Collectie IAV-Atria.

'Broodfeministen'

Juist in de emancipatiegolf vanaf midden jaren zestig werd echter de noodzaak duidelijk van een eigen stem en eigen vormen van hulpverlening, beschrijvingen van problemen en onderzoek naar fysieke en geestelijke klachten bij vrouwen. Uit deze behoefte kwam in 1980 Balsemien voort, een initiatief dat nog lang haar sporen heeft nagelaten.

Balsemien was een stichting met therapiecentrum in Den Bosch. Het vrouwenhulpverleningsproject van deze stichting richtte zich op professionals in de geestelijke gezondheidszorg en bood hen hulp, onderzoek, zelfopleiding en bijscholing. Het was het eerste project in Nederland dat, naast de RIAGG destijds, een aanbod ontwikkelde voor vrouwen met geestelijke en lichamelijke gezondheidsklachten. Balsemien beoogde een nieuwe inhoud en vorm van hulpverlenen aan vrouwen. Het uitgangspunt daarbij waren de ervaringen van drie vrouwen, waaronder ondergetekende, als begeleidsters van zogenaamde FORT-groepen (Feministiese Oefengroepen Radicale Therapie).

In de subsidie die in 1979 werd aangevraagd, lag de nadruk op onderzoek en uitvoering in een Regionaal Projekt met de voorkeur voor de standplaats Den Bosch. Hier immers waren al enkele initiatieven in de vorm van praatgroepen, ondersteuning bij instromen op de arbeidsmarkt, het afmaken of beginnen met een opleiding na jaren van moederschap.

Wij als uitvoerenden van dit nieuwe autonome project zagen betaald werk als voorwaarde. We werden 'broodfeministen' genoemd. Niet voor iedereen een geuzennaam, maar voor ons een vanzelfsprekend gegeven. Alledrie waren we opgegroeid in een ondernemersgezin van vlak na de oorlog, maar ook in een situatie waarin onze moeders met hun beroep moesten ophouden toen zij trouwden. Wij hadden al vroeg met ongelijkheid tussen mannen en vrouwen kennisgemaakt en het was voor ons geen optie, om Nederland te hervormen als vrijwilligers. Vanaf januari 1980 kwamen wij daarom betaald, parttime in dienst. Ook was er een budget voor administratieve ondersteuning en bijscholing. Wij begonnen een zogenaamde 'zelfopleidingsgroep', waaraan ook hulpverleensters van buitenaf mee konden doen en waarin we trainingen organiseerden onder leiding van docenten met verschillende achtergronden, ook enkele mannen. Op deze manier konden we theorie en praktijk toetsen op hun waarde voor een aanpak bij problematiek van vrouwen.

De Directie Coördinatie Emancipatiebeleid verbond aan de subsidie onder andere de voorwaarde, dat het nieuwe gedachtegoed zou worden geïmplementeneerd in bestaande instellingen voor geestelijke gezondheidszorg. Een nogal pretentieuze opdracht, die in 1987 begon te knellen toen WVC, het Ministerie van Welzijn en Cultuur, de taken van het Emancipatiebeleid overnam en eigenlijk vond dat de emancipatie in Nederland wel klaar was.

We overleefden driemaal een subsidieslag voor telkens vier jaar. Het project stopte toen alle kranen voor emancipatie, ook op andere terreinen, werden dichtgedraaid.

Nieuw geluid in de geestelijke gezondheidszorg

Mentaliteitsverandering ten aanzien van vrouwen in instituten... En een groeiproces bij vrouwen zélf... De groei van een volkomen gebrek aan zelfvertrouwen en schaamte met betrekking tot het eigen lichaam en seksualiteit, van een minieme politieke deelname op belangrijke posten, naar een gezond zelfbeeld, eigen keuzes in beroepen en deelname aan het maatschappelijke debat en besluitvorming...

Het kost tijd.

In de twaalf vruchtbare jaren dat Balsemien heeft bestaan, begeleidden we groepen, beschreven we een vrouwvriendelijke benadering in individuele en groepstherapie, leverden we een bijdrage aan nieuwe vormen van lichaamsgerichte therapie en gaven we cursussen aan vrouwen in instellingen die daar vrouwenhulpverlening wilden introduceren. In samenwerking met gecertificeerde therapeuten en ervaringsdeskundigen publiceerden we onder andere over bio-energetica voor vrouwen, de overgang en de relatie tussen voeding en depressies. We namen deel aan congressen, hielden lezingen en gaven workshops aan psychiaters en artsen, met als doel om hun blik ten aanzien van de gezondheid en klachten van vrouwen te verruimen.

Dit alles gesteund door actieve deelname aan de Projektgroep Vrouwenhulpverlening, die in 1983 door onze subsidiegever DCE in het leven was geroepen en uit ambtenaren en vertegenwoordigers uit het veld bestond, waaronder het project Balsemien. Zonder deze beleidsgroep kon nieuw geluid in de geestelijke gezondheidszorg niet écht doordringen.

Veel zaadjes van de Springbalsemien kwamen ergens terecht, ondanks dat in 1992 aan ons bestaan als stichting een einde kwam.

Vrijheid om te pionieren

Wat het werken in de Stichting Balsemien voor mij zo aantrekkelijk maakte was de vrijheid om te pionieren. En dit begon met die vrijheid zelf te scheppen!

Stel je voor: je hebt plannen voor een projekt en je hebt het lef om bewust geen graad te halen die maatschappelijk wordt geaksepteerd in hulpverleningsland en je gaat met drie vrouwen samen aan de slag op grond van ervaring, enthousiasme en elkaar door dik en dun steunen!

Zusterschap in de praktijk: elkaar leren vertrouwen zodat je het beste bij elkaar naar boven haalt en je de vreugde van succes deelt. Door counseling de sfeer goed houden, de uurtjes niet tellen als je over beleid van de subsidiegever een feministies licht wil laten schijnen, samen in een bijscholingsprogramma zitten waar je de docenten zelf voor hebt uitgekozen! Tijd nemen om elkaar beter te leren kennen in intervisie.

Je runt als het ware gezamenlijk een bedrijf, met een bestuur dat geheel in dienst staat van je idealen met veel waardering over en weer, veelvuldig uitgesproken.

Dat was en is, mijns inziens, het geheim van een goed lopende organisatie.

Iets wat zijn vruchten afwierp: ik heb het als een van de grootste complimenten beschouwd dat instellingen juist van Balsemien een bijscholing wilden. We straalden uit hetgeen we over wilden dragen in trainingen. Dit gold zowel de inhoud van de vrouwenhulpverlening alswel de wijze waarop we vrouwen leerden echt vanuit het hart samen te werken. Dit had een aantrekkingskracht waardoor veel deuren opengingen.

Alles bij elkaar ervaringen die mijn leven enorm hebben verrijkt.

Agnes Verheggen (1949)
Medeoprichter van Balsemien, Andragoog, Vrouwenhulpverleenster, Spiritueel en Beeldend vormgever, Wakkere Grootmoeder.

 

Hoofdpagina Rebellerende vrouwen

 

Deel verhalen en foto's!

Reageer hieronder, deel je herinneringen aan de vrouwenbeweging en vul deze pagina aan! Foto's kun je sturen naar info@bhic.nl. Wij voegen ze dan hier toe. Vragen en opmerkingen kun je ook plaatsen op het forum.

Lees meer over:

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!