i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Son en Breugel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Neergestorte vliegtuigen 1940-1945

Rondom Operatie Market Garden

vertelde op 7 september 2012 om 15:00 uur

Op zondag 17 september 1944, rond 09.45 uur, begonnen op allerlei vliegvelden in Groot-Brittannië de eerste vliegtuigen op te stijgen voor een grootscheepse poging van de geallieerden om de Rijn over te steken door middel van een enorme luchtlandingsaanval, gecombineerd met een aanval door grondtroepen vanuit het bevrijde België.

Die aanval kennen we onder de codenaam Operatie Market Garden

De totale luchtvloot bestond uit 1.073 troepentransportvliegtuigen en 500 zweefvliegtuigen, begeleid door meer dan 1.500 jagers. Dat laatste was nodig vanwege de lage snelheid (200 km/u) en de geringe vlieghoogte (500m) van de C-47A’s, de “trekkers” van de zweeflviegtuigen. Het duurde bij elkaar twee uur voordat het hele leger van 20.000 man, 511 voertuigen en 330 stukken geschut in de lucht was.

Son was een van de aangewezen landingsgebieden. De paratroopers die daar zouden moeten gaan landen, werden getransporteerd door Amerikaanse C-47’s van 435TCG en 436TCG (TCG staat voor Troop Carrier Group). 436TCG vloog vanaf het RAF-vliegveld Membury. Op 17 september bracht 436TCG de para’s van het 506th Parachute Infantry Regiment, 101st Airborne Division naar landingszone W bij Son. Het hoofddoel van dit regiment was de brug over het Wilhelminakanaal bij Son, waar het direct vanaf de Sonse Heide naartoe oprukte.

In de aanvliegfase van de aanval werden al meteen drie C-47s met para’s geraakt door de Duitse luchtdoelartillerie. Een van de vliegtuigen crashte onmiddellijk, met verlies van allen aan boord. De andere twee slaagden erin lang genoeg op koers te blijven om de parachutisten te droppen, voordat ook zij in vlammen neerstortten. Later kwam nog een vierde C-47A naar beneden binnen de landingszone W.

Het ging om twee vliegtuigen van het 79 squadron, een van het 80 squadron en een van het 82 squadron. De eerste twee waren het vliegtuig 42-100522 van 1st Lt R. Stoddardt en 42-100527 van Capt R. Hanna. Vliegtuig 42-100566 van Lt J. Gurecki (80Sq.) stortte rond 13.00 uur neer in landingszone W, net als het toestel 42-100567 (82Sq.) van 1st Lt Glenn S. Toothman. Dit laatste vliegtuig werd geraakt toen het de Landings Zone naderde. Omdat het toestel te laag was om nog te springen, besloot de piloot een buiklanding te maken. Een gewonde paratrooper werd daarna opgepikt en naar een hospitaal gebracht. Ook de rest van de bemanning, co-piloot 2nd Lt Clyde M. Gentry, radiotelegrafist S/Sgt Edward R. Powell en Crew chief T/Sgt Enloe Wilson overleefde de noodlanding zonder letsel op te lopen.

Het vliegtuig van Capt Hanna, de "Cherokee Strip", kwam in de problemen, vlak nadat de paratroopers gesprongen waren. Het richtingroer werd deels weggeschoten en de rechtermotor vloog in brand. Aan de rand van de Dropping Zone maakte Hanna een buiklanding, zonder dat de bemanning gewond raakte: co-piloot 2nd Lt John H. Nelson, navigator 2nd Lt Robert T. Benton, radiotelegrafist S/Sgt William E. Hagerup en Crew Chief T/Sgt J. Sternard konden ongedeerd het wrak verlaten en werd door leden van het verzet in veiloheid gebracht, zodat ze zich later weer bij hun troepen konden voegen.

Minder goed liep het af met de 42-100522 van Stoddard: nog één minuut vliegen van de Dropping Zone verwijderd, werd het toestel geraakt in de linkermotor en vloog het in brand. De para's konden springen en ook de bemanning probeerde dat. Maar het toestel was snel hoogte aan het verliezen, waardoor de radiotelegrafist T/Sgt Howard G. Wilson op een hoogte van nog geen 70 meter sprong. Hij blesseerde zijn rug bij de landing. Ook de co-piloot, 2nd Lt Raymond Bowers kwam hard neer en brak een been. De parachute van crew chief T/Sgt Ivan Thede ging helemaal niet open en hij viel zijn dood tegemoet. De piloot probeerde een buiklanding te maken, maar bij de landing barstte het vliegtuig in vlammen uit en de piloot kwam om, vlakbij de plaats waar het toestel van Hanna lag.

Het toestel van Gurecki ten slotte maakte een vergelijkbaar proces door: geraakt boven de Dropping Zone, maar in dit geval kon de piloot het toestel lang genoeg onder controle houden om zowel de para's als de bemanning te laten springen. co-piloot 2nd Lt Woordow Barret, navigator 1st Lt Glenn Barlow en crew chief Sgt Henry Sandau raakten vanwege de geringe hoogte waarop ze sprongen gewond en belandden in het hospitaal. Daar kwamen ze hun piloot tegen die niet had kunnen springen, maar een buiklanding had gemaakt, waarbij hij gewond raakte. Fataal liep het af voor radiotelegrafist Cpl Robert Ritter: zijn parachute ging niet open en hij viel te pletter.

Op de gemeentelijke lijsten van gesneuvelde militairen in deze periode komen nog enkele andere namen voor van Amerikaanse vliegeniers van 436TCG: en Lt Kenneth N. Okeson op 19 september.

Die eerste luchtlandingsdag kwamen er bij Son in totaal zes transporttoestellen neer, want ook 435TCG leed verliezen: een C-47A van het 76 Squadron, gevlogen door 1st Lt W. Parsons stortte neer, alsook een C-47B van het 78 Squadron, gevlogen door Maj Daniel F. Elam. Elams toestel werd boven de Dropping Zone in de rechter motor geraakt door Flak. Nadat de para's gesprongen waren, verloor het toestel langzaam hoogte en crashte uiteindelijk in de noordoostelijke hoek van de DZ en explodeerde. Pal na de para's was crew chief T/Sgt George L. Ritter ook gesprongen en overleefde het maar nét vanwege de geringe hoogte. Dat was voor radiotelegrafist Sgt William L. McAllister reden om aan boord te blijven. Maj Elam maakte een noodlanding, waarbij het vliegtuig zo’n 150 meter over de grond doorschoot en in een bos tot stilstand kwam. Bij de botsing met bomen ontplofte het vliegtuig.
McAllister werd bij de landing uit het toestel geslingerd, verloor het bewustzijn, maar overleefde. De andere bemanningsleden, piloot Maj Elam, co-piloot 1st Lt Hale L. Watson en navigator 2nd Lt Richard J, Wright waren minder gelukkig: zij kwamen om in de vlammen.

De volgende dag bleef Son gespaard voor verdere crashes, maar op dinsdag 19 september werden opnieuw twee transportvliegtuigen neergeschoten door het Duitse afweergeschut: de C-47A van opnieuw 436TCG, maar dit keer het 81 Sqadron, gevlogen door Capt Charkles W. Stevenson en een C-47A van het 442TCG/303Sq., gevlogen door Capt W. Hultgren. Dit laatste vliegtuig crashte rond 15.20 uur in de landingszone W.

Het toestel van Stevenson met serienummer 42-100555 was de "Berlin Sleeper" gedoopt en vertrokken vanaf vliegveld Membury met een glider achter zich aan. Na de voltreffer vloog het toestel in brand en Stevenson gaf het sein dat zijn bemanning het vliegtuig moest verlaten. Die bestond uit co-piloot 2nd Lt Robert M. Moore, navigator 1st Lt Kenneth N. Okeson, radiotelegrafist Cpl Clinton H. Perry en crew chief T/Sgt Lawrence R. Borland.

Perry, Borland en Moore landden veilig en werden bijna onmiddellijk krijgsgevangen gemaakt door de Duitsers. De piloot van de glider zag Stevenson het toestel verlaten via de deur achter de plaats van de piloot. De parachute van Stevenson ging echter niet open en de piloot viel zijn dood tegemoet. Okeson zou het vliegtuig zelfs helemaal niet verlaten hebben. Beide gesneuvelde miltairen liggen begraven op de Amerikaanse erebegraafplaats in Margraten, respectievelijk graf  A-3-15 en L-14-1.

Ook van de bemanning van het tweede toestel kwamen twee leden om, maar dat had wel iets buitengewoon tragisch. Een paar minuten voor het landingsgebied "W" werd bereikt, raakte het vliegtuig in hevig luchtafweervuur. De glider en wellicht ook de piloot daarvan, F/O Jesse D. Ferguson, werd neergeschoten. Zowel de piloot als de inzittende paratroopers sneuvelden. Ook de C-47 werd geraakt, in de linker motor, en vloog in brand. Piloot Hultgren gaf het bevel het vliegtuig te verlaten, maar noch radiotelegrafist Elonze L. Fenner jr. noch crew chief T/Sgt James H. Sarginger volgden dat bevel op.

Toen het enkele minuten later onhoudbaar werd en de copiloot 2nd Lt Harold Horrowitz en Hultgren naar achteren liepen om ook te springen, troffen ze daar de deur nog dicht en beide andere mannen als verstijfd van angst. Ze konden zelfs niet helpen de deur open te maken. Hultgren en Horowitz sprongen en landden veilig, Fenner en Sarginger kwamen om in het vliegtuig dat explodeerde toen het even verderop de grond raakte.

De luchtlandingstroepen waren de eerste dag gedropt, maar daarna bleef het noodzakelijk nieuwe voorraden en materieel aan te voeren, waardoor de transportvliegtuigen van de geallieerden nog dagenlang actief bleven. Op 21 september was het opnieuw raak boven Son. Rond 17.30 uur stortte een Dakota III van het 437 Squadron met aan de stuurknuppel S/Ldr R.W. Alexander neer op de Sonse heide, vlakbij de Sonniushoeve.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 7 september 2012 om 14:41 uur

Neergestorte vliegtuigen in Son 1940-1945

vertelde op 7 september 2012 om 15:51 uur

De lotgevallen van Dakota KG 387

vertelde op 31 januari 2013 om 12:42 uur

Rond de bevrijding van Vessem

vertelde op 24 augustus 2009 om 16:48 uur

John S. Thompson Brug