i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Etten-Leur
Jaar: 1826
Tags:

Een Roomsch Katholiek kerkhof in Etten

vertelde op 30 november 2017 om 15:18 uur

In 1827 kreeg de Roomsch Katholieke Gemeente in Etten een nieuw kerkhof. Voor die tijd werden katholiek gezinden begraven op het algemene kerkhof naast de hervormde kerk op de Markt.

Dinsdag 28 november 1826 ’s morgens om acht uur kwam het kerkbestuur van de Roomsch Katholieke parochie in Etten onder voorzitterschap van pastoor A. Oomen in vergadering bijeen. Er stond maar één punt op de agenda: “Het besluit van Koning Willem I van 8 november 1826 nummer 58”, betreffende het eigendom van het algemene kerkhof naast de Nederlands hervormde kerk te Etten.

Het besluit ging over een geschil tussen het gemeentebestuur van Etten en de Nederlands Hervormde Kerk aldaar. Het gemeentebestuur had een gedeelte van de ringmuur van het kerkhof afgebroken en de opbrengst in de gemeentelijke kas gestort. Ook had het gemeentebestuur een gedeelte van het kerkhof kosteloos aan het Rijk aangeboden voor het verleggen van de weg tussen Noord-Brabant en Zeeland.

De Raad van State stelde dat gelet op het arrest van het Departementaal Gerechtshof van 14 juni 1805 het eigendom van de kerk als ook het kerkhof toebehoorde aan de Hervormde Gemeente Etten. Gezien het bovenstaande werd besloten dat alle beschikkingen, genomen door het gemeentebestuur van Etten, teniet werden gedaan. Verder werd bepaald dat het gemeentebestuur aan de kerkelijke gemeente een billijke geldelijke vergoeding moest betalen voor het gedeelte van het kerkhof dat ingenomen werd voor het verleggen van de weg en voor het afbreken van de ringmuur.

Voor het bepalen van de hoogte van deze vergoeding moest iedere partij een deskundige aanwijzen. Mochten zij er niet uitkomen, dan moest er nog een derde deskundige door de Gouverneur van Brabant worden aangewezen.
Tot slot werd de Gouverneur opgedragen bij de Hervormde Gemeente van Etten te regelen dat ‘Roomsch gezinden’ op het algemeen kerkhof begraven mochten worden tegen dezelfde tarieven als de protestanten of dat tussen beide partijen een billijke regeling getroffen werd.

Nadat het besluit van Zijne Majesteit in de vergadering van het kerkbestuur was voorgelezen, werd unaniem besloten een stuk grond aan te kopen en hierop een kerkhof in te richten. Met name dat ‘Roomsch gezinden’ op het algemeen kerkhof voor de begrafenis ook moesten betalen, vond men bezwaarlijk.

Als locatie had men een stuk van de Kerkakker op het oog. Dit stuk was in eigendom bij Baron Diert van Kerkwerve in Brussel. Deze bezat nogal wat grond in het centrum van het dorp, op de Markt nabij de huidige Lambertuskerk. Op een gedeelte van deze Kerkakker stond de schuurkerk. Men besloot een verzoek aan de Baron te richten met de vraag of hij genegen was een gedeelte van de Kerkakker, ter grootte van 200 Rijnlandse roeden grenzend aan de tuinen van P. de Leeuw en A. van Gastel, te verkopen of verpachten voor de inrichting van een kerkhof. Hierna werd de vergadering gesloten.

Op 20 december 1826 ontving de kerkenraad onderstaand schrijven van de Baron:

Brussel, den 20 Xbre 1826
Mijnheer,
In antwoord op Uw brief van 11e dezer dient, dat, alhoewel ik zoude genegen wezen om een deel van den Kerkenakker te verkoopen, ik zoude daar nog tegen wezen, uit politieke reden, want het reformeerde kerkhof is in de Zuiden, en het Roomsche kerkhof zoude in den Noorden wezen, vervolgens met alle winden, zouden de dampen der doode ligchamen over het dorp invloed hebben hetgeen moet voorzien worden om alle besmettelijke ziektens voortekomen, de welke tegenwoordig in de noordelijke heerschen.
Het spijt mij vervolgens dat ik uw verzoek niet kan toestemmen, in alle andere gelegenheden zal u mij altijd gereed vinden in het welwezen van de plaats en pricipelijk van de Roomschen’.
Ondertussen blijve ik met veele achting, Mijn Heer,
Uw genegen dienaar,
Getekend,
Baron Diert van Kerkwerve

Vanzelfsprekend was dit een teleurstelling voor het kerkbestuur, maar men ging niet bij de pakken neerzitten. Het bestuur had nog een alternatief achter de hand, een perceel grond toebehorende aan Cornelis Roels gelegen in het Leurschenstraatje. In de vergadering van 26 december 1826 werd de regerend kerkmeester H. Schrauwen gemachtigd met Roels te onderhandelen en tot aankoop over te gaan en in een volgende vergadering hiervan verslag te doen.
In de vergadering van het kerkbestuur van 3 januari 1827 kon kerkmeester Schrauwen melden dat het transport van het perceel grond van de familie Roels inmiddels had plaats gevonden. Voor 612 gulden was de Roomsch Katholieke parochie in Etten eigenaar geworden van een perceel grond in het Leurschestraatje ter grootte van 43 roeden en 43 ellen. De aanleg van het kerkhof kon beginnen.

Bron: Notulen 1826/1827 St. Lambertusparochie Etten in het West-Brabants Archief.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper bhic zei op 6 december 2017 om 11:26 uur

Bedankt voor je interessante verhaal, Cor! Zo te lezen had de aanleg van het Rooms katholieke kerkhof in Etten nogal wat voeten in de aarde... Mooi dat we dankzij jouw onderzoek een kijkje kunnen nemen in het proces hiernaar toe.

Cees Mertens (Terebinth) zei op 13 maart 2018 om 14:57 uur

Beste Cor. Top dat je dit boven water hebt gekregen. Een waardevolle aanvulling op alle aanwezige informatie over de begraafplaats aan de Stationsstraat.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 1 februari 2009 om 11:26 uur

Het oude kerkhof van Huisseling

vertelde op 26 oktober 2015 om 10:36 uur

Koffer voor je laatste reis

vertelde op 4 augustus 2017 om 09:33 uur

Eeuwige rust in Lithoijen