i

Dit verhaal gaat over:

Tags:

Rumoer escaleert in Nistelrode

vertelde op 7 mei 2018 om 10:40 uur

Soms kom je tijdens historisch onderzoek van die onverwachte ontwikkelingen tegen. De Brabantse dorpen beschikten allemaal over uitgestrekte gemene gronden, bestaande in uitgestrekte heidevelden. De inwoners van een dorp hadden bepaalde gebruiksrechten van die gronden zoals het weiderecht, het recht om er turf als brandstof te steken en het recht van bijenvlucht. Voor de agrarische bedrijfsvoering waren ze onmisbaar. Geen wonder dat de uitgifte nauwlettend in de gaten werd gehouden, en soms leidde tot vergaande escalatie, zoals in dit verhaal uit Nistelrode.

Portret van een landmeter (Andries van der Wal), anoniem, 1650 - 1674

In de 13e en 14e eeuw zijn door de hertogen van Brabant veel van die gemene gronden uitgegeven, bekend onder diverse termen zoals bijvoorbeeld aart, vroente en  gemeijnt. Door de dorpsbesturen werden gezworenen aangesteld die er op toe moesten zien dat alle vastgestelde regels nauwkeurig gevolgd werden. In de loop der eeuwen, mede vanwege de bevolkingstoename binnen de dorpen, werden met enige regelmaat stukken uit de gemeijnt verkocht aan particulieren, die dan de mogelijkheid kregen om die woeste of steriele gronden in cultuur te brengen en om te zetten in bruikbaar akkerland. In de volksmond sprak men van ‘nieuwe erven’. Zo werden agrariërs in de gelegenheid gesteld hun grondarsenaal uit te breiden en het verbouwen van landbouwproducten te vergroten. Ideaal zou je denken, maar daar werd kennelijk toch divers over gedacht.

Nistelrode in de contramine

Op 28 december 1791 staat in de resolutieboeken van de Staten Generaal een akte afgedrukt, als reactie op een ingediend rekest van Cornelis Hendrik Zeegers, Antony Peter Geers, Jenneken van Hentham als weduwe van Johannes Hanenberg, Peter Hendrik Zeegers, Peter Gysbert Evers en Hendrik Peter Geers. Ze wonen allemaal in Nistelrode in kwartier Maasland. Ze worden erop aangekeken dat ze een bepaald ‘vooroordeel hebben en tegenzin tegen het verkopen, graven en in cultuur brengen van gemeentegronden’. Ze hekelden die toestand en verweten de domeinen dat die de dorpsbestuurders permissie gaven om plakken van die gemene gronden te verkopen.

De archieven staan er vol van. Honderden bunders werden verkocht en in cultuur gebracht. Dat was een uitkomst voor de agrarische bedrijfsvoering op het Brabantse platteland, zo was de gangbare opvatting. De verontruste inwoners van Nistelrode werden beschouwd als de notoire dwarsliggers bij uitstek en met de regelmatig van de klok ventileerden ze hun weerzin en protesteerden luidkeels. Ze waren het er niet mee eens en waren bevreesd dat zij zelf maar ook hun nakomelingen in de toekomst weinig of geen gemene gronden meer ter beschikking zouden hebben. Dat was hun schrikbeeld en tevens het motief om krachtig te ageren. Het zou en moest ’n keer tot een openlijk conflict leiden en ja hoor, op 6 en 8 september 1791 liep het finaal uit de hand en escaleerde de situatie volkomen.

'Samenrottingen'

Op die dag was via het kantoor der domeinen landmeter Johan Camp uitgenodigd om stukken uit die gemene gronden in te meten en keurig af te palen, voor hem die tegen een vrij geringe betaling een nieuwe plak in eigendom kregen en die naar eigen goeddunken konden bewerken. Hij was nog maar nauwelijks gearriveerd of de onruststokers kwamen in grote getale naar de plek van bestemming en in de akte wordt gesproken over ‘seditieuse [= oproerige] beweegingen en samenrottingen’. Het wordt niet geheel duidelijk hoeveel aanhangers uiteindelijk in het geweer kwamen en het de landmeter onmogelijk maakten om zijn werk te doen. Details over de ongeregeldheden worden in de akte ook niet gegeven, maar ze waren wel van dien aard dat het dorpsbestuur met de handen in het haar zat en naarstig naar mogelijkheden zocht om die luidruchtige en rumoerige acties een halt toe te roepen.

Deze keer was het niet meer te tolereren zoals de tegenstanders te keer waren gegaan. Landmeter Camp was er niet tegen opgewassen en keerde onverrichter zake terug! Het kon natuurlijk niet uitblijven dat het hoog officie van stad en Meierij van ’s-Hertogenbosch hier lucht van kreeg en hoogschout Bigot reageerde krachtdadig. Er volgde prompt een ‘decreet van apprehensie’. De kopstukken onder de oproerkraaiers mocht men acuut arresteren. Drie van hen werden onmiddellijk in de kraag gegrepen en gevankelijk weggevoerd en tegen drie anderen werd een criminele procedure ingezet. Toch was men blijkbaar er niet geheel zeker van of men niet te ver was gegaan. De gedeputeerden in Den Haag die belast waren met de Meierijse zaken werd een verslag gestuurd over de gebeurtenissen met het verzoek dit nader te bestuderen en hun visie kenbaar te maken. In die tussentijd werd uit voorzorg elke criminele procedure stop gezet!

bronvermelding:

Hein Vera in: Dat men het goed van den ongeboornen niet mag verkoopen – proefschrift 2011 [een uitgave van uitgeverij Boxpress te Oisterwijk] pag.190 e.v.
BHIC 178 inv.nr.130 Resoluties van de Staten Generaal dienstjaar 1791 folio 1033.

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 8 mei 2018 om 14:25 uur

Wat een mooi verhaal Henk. En zonder dat de details van deze oproer te weten te kunnen komen, moet toch het ingrijpen van de hoogschout wel iets zeggen. En dat ze ook gevangen werden genomen geeft aan dat de grens bereikt was. Het zal vast een serieuze oproer geweest zijn!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: