i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Sint-Michielsgestel
Tags:

Sint-Michielsgestel in vogelvlucht

vertelde op 5 mei 2008 om 15:41 uur

Het dorp Sint-Michielsgestel ligt tussen Den Dungen in het noorden, Schijndel in het oosten, Boxtel in het zuiden en Vught in het westen. Naast de kern kende het dorp de gehuchten Herlaar, Pettelaar, Ruimel een een deel van Kaatsenburg. Ook Gemonde hoorde oorspronkelijk voor een deel tot de gemeente. De oude gemeente was ongeveer 2.200 hectare groot.

Van der Aa roemde in het midden van de negentiende eeuw al de “goede weilanden, vele bosschen en aangename, met hout beplante, wegen en wandellanen” van de gemeente, alsook de “vele fraaije buitenplaatsen, met aangename tuinen, schoone bosschen en landerijen, zoals Zegenwerp, Haanwijk, Nieuw-Herlaar, Overkerk, de Groote-Ruwenberg, de Kleine-Ruwenberg, de Brouwmeer en anderen”.

De naam

De naam Sint-Michielsgestel bestaat uit twee delen, waarvan het tweede deel (gestel) zelf ook weer uit twee delen is samengesteld. Het gaat om het woord ‘geest’ dat (hoger gelegen) zandgrond betekent, en ‘loo’ dat bos betekent.

Op deze gestel of “hoge zandakker in het bos” waarop de eerste kern van Sint-Michielsgestel is gevestigd (op de plaats van het huidige Petrus Dondersplein), stond al heel vroeg een kerk, gewijd aan de aartsengel Michaël.

De plaatsnaam Gestel/Gastel komt veel voor in Brabant. Voor het onderscheid tussen al die gelijknamige plaatsen was een kerkpatroon dan ook een handige toevoeging.

Zegenwerp vanuit de luchtDat de H. Michaël al heel lang de patroonheilige van de kerk moet zijn geweest, kunnen we afleiden uit het feit dat de cijns (een belasting) op de gemeenschappelijke gronden al sinds de middeleeuwen op Sint Michielsdag (29 september) betaald moest worden.

Gemeentewapen

wapen van 1817Op 16 juli 1817 verleende de Hoge Raad van Adel de gemeente een gemeentewapen met de volgende omschrijving: "Van lazuur [=blauw], beladen met een engel, staande op een draak, houdende in deszelfs regterhand een kruis, waaraan is hangende Gelderland, en in de linker een schild, alles van goud."

Dat wapen is ontleend aan de voorstelling op het 17e-eeuwse schependomszegel van Sint?Michielsgestel. De schepenbank van Gestel-Herlaer (de heerlijkheden Herlaer en Gestel vormen de kern van Sint-Michielsgestel) is bekend sinds 1336, en zegels van die schepenbank kennen we sinds 1386. Na 1400 komt alleen nog de naam Sint-Michielsgestel voor.

schepenzegelDe oudere schepenzegels laten de H. Michaël zien die een draak doorsteekt. Rechts van de heilige staat een schild met drie hoorns en een barensteel, waarboven een zespuntige ster. Dat is het wapen van de familie Horne-Perwijs, die vanaf 1314 Heren van de heerlijkheid waren. De ster boven het schild werd vanaf 1419 gevoerd.

In 1618 werd een nieuw zegel gesneden, dat eveneens de aartsengel laat zien. Het schild was nu echter dat van Hendrik, graaf van den Bergh (toen heer van Sint-Michielsgestel). In 1815 stuurde de burgemeester dit zegel in, waaraan de Hoge Raad de rijkskleuren (blauw en goud) gaf. Het wapenschildje met de leeuw werd weliswaar omschreven als ‘Gelderland’, maar de toegepaste kleuren waren die van Holland (terwijl het dus eigenlijk ‘Bergh’ had moeten zijn).

Na de oorlog vroeg het gemeentebestuur een zogenaamde wapenherziening aan, die op 2 oktober 1947 bevestigd werd. De beschrijving van het nieuwe wapen was nu:

"Gedeeld : I in lazuur een kruis van zilver, II in goud een beurtelings gekanteelde dwarsbalk van

wapen van 1947

keel, het schild gedekt door een gouden kroon van 3 bladeren en 2 parels. Als schildhouder, ter rechterzijde van het schild staande, de aartsengel Michael met gelaat en handen van natuurlijke kleur, zwarte maliënkolder, waarvan de benedenhelft bedekt met een wit opperkleed, het hoofd gedekt door een zilveren helm, houdende in de rechterhand een vlammend zwaard met de punt naar beneden gericht, terwijl de linkerhand het schild vasthoudt."

In dit wapen is het linkerdeel (rechts voor de kijker) ontleend aan het oorspronkelijke familiewapen van de heren van Herlaer, terwijl de aartsengel gesymboliseerd wordt door de schildhouder en het kruis. Dit “oude” gemeentewapen is na de herindeling het officiële dorpswapen van de kern Sint-Michielsgestel geworden.

Oudste bewoning en middelen van bestaan

De archeologie heeft de bewijzen opgeleverd dat binnen het Gestelse grondgebied al heel lang gewoond wordt. Bij de Wielse Hoeven onder Gemonde is een prehistorisch grafveld ontdekt. Verschillende vondsten op Zegenwerp, Ruimel en Halder maken duidelijk dat hier ook in de pre-Romeinse en Romeinse tijd al gewoond werd en zeker niet door de eersten de besten! Te Ruimel is namelijk een Romeins wij-altaar gevonden met een inscriptie die laat weten dat het altaar is opgericht door Flavius, de “summus magistratus civitatis Batavorum”, ofwel de hoogste magistraat van de gemeenschap der Batavieren.

Sint-Michielsgestel is altijd een voornamelijk agrarische gemeenschap geweest. De aanwezige nijverheid hing ook sterk samen met de landbouw: enkele korenmolens en een aantal bierbrouwerijen. Speciale vermelding verdient het experiment van Hipolithe Berail om een zijderupskwekerij te beginnen en te exploiteren op de Kleine Ruwenberg.

Bevolking

AnitaHet inwonertal van Sint-Michielsgestel is in verhoudingen tot de omringende dorpen altijd behoorlijk geweest. In de zeventiende en achttiende eeuw schommelde het aantal inwoners tussen de 1.400 en 1.900, maar het dorp ging tenslotte de negentiende eeuw in met meer dan 2.000 inwoners.

Na het midden van de eeuw steeg dat aantal al tot boven de 3.000 en nog vóór de eerste wereldoorlog werd het aantal van 4.000 bereikt. Na de Tweede Wereldoorlog groeide het aantal inwoners sneller. In 1968 werd de 10.000ste geboren: Anita Kuijpers, dochter van de postbesteller. Daarna vlakte de groei een beetje af: bij de opheffing van Sint-Michielsgestel in 1996 had de gemeente ruim 12.500 inwoners.

Bijzonder in Sint-Michielsgestel

Oud-HerlaarSint-Michielsgestel heeft een flink aantal kasteeltjes gekend, waarvan de meeste echter aan het eind van de achttiende eeuw of in de loop van de negentiende eeuw (grotendeels) zijn gesloopt. De namen leven voort in de buitenhuizen die ervoor in de plaats zijn gekomen en in de instellingen die zich daarin gevestigd hebben.

Het vermoedelijke stamslot van de familie Herlaer, de eerste heren van Gestel, was kasteel Oud-Herlaer dat al bestond vóór 1300. Het kasteel is in 1736 afgebroken en vervangen door een boerderij. Kasteel Nieuw-Herlaer is niet zoveel nieuwer als de naam zou doen vermoeden. Het kasteeltje dateerde vermoedelijk van rond 1300. Op de toren na werd het in 1791 afgebroken. Er kwam een buitenhuis voor in de plaats.

RuwenbergZo verging het ook kasteel Zegenwerp. Gebouwd vóór 1306 werd het grotendeels afgebroken rond 1800. Kasteel de Grote Ruwenberg dateert van iets later, waarschijnlijk van voor 1400. Het werd in 1421 voor het eerst genoemd. Ook dit kasteeltje viel rond 1800 onder de slopershamer, die slechts de toren ongemoeid liet. Aan het eind van diezelfde vijftiende eeuw wordt het adellijk huis De Brouwmeer genoemd. Het is ergens tussen 1850 en 1875 afgebroken.

De Kleine Ruwenberg is van veel later: het moet rond 1532 gebouwd zijn. In 1842 brandde het volledig af, waarna er een herenhuis voor in de plaats kwam. Kasteel Haanwijk stamt net als de Kleine Ruwenberg uit de zestiende eeuw. Ook dit kasteeltje ging er rond 1800 aan. En dan kennen we uit de geschiedenis nog het zeventiende-eeuwse slotje De Muggenheuvel. En ook dit is aan het eind van de achttiende eeuw gesloopt.

In Nieuw-Herlaer was vanaf 1799 het Groot Seminarie (de priesteropleiding) van Den Bosch gevestigd. In 1840 kreeg het kasteel een nieuwe bestemming, namelijk als Instituut voor Doofstommen. Op 30 september van dat jaar kwamen 46 dove leerlingen van Gemert via de trekschuit over de Zuid-Willemsvaart naar Sint-Michielsgestel. Dat was het begin van de ontwikkeling van een instituut waarmee Sint-Michielsgestel landelijk bekend is geworden.

Na het vertrek van het Doveninstituut naar een grotere behuizing, vestigden zich er uiteindelijk de Zusters van de Congregatie der Dochters van de Goddelijke Heiland uit Wenen.

De Grote Ruwenberg werd in 1833 aangekocht door Mgr. Den Dubbelden, Apostolisch Vicaris van ’s-Hertogenbosch (de bisschoppelijke hiërarchie was nog niet hersteld in Nederland). Hij nam er zijn intrek. Na zijn overlijden in 1851 namen de Fraters van Tilburg op verzoek van de nieuwe Apostolosich Vicaris, Mgr. Zwijsen, het huis over en vestigden er in 1852 een Jongensinternaat. Zo’n zestig jongens bereidden zich daar voor “tot hogere geestelijke studiën of tot andere maatschappelijke betrekkingen”. Het ging om jongens tussen de zeven en twaalf jaar oud, die min of meer voorbestemd waren het Klein (en wellicht ook het Groot) Seminarie te gaan volgen.

BeekvlietHet Gestelse landgoed Beekvliet bood vanaf 1817 onderdak aan het Klein Seminarie, de vooropleiding tot de priesteropleiding. Daarvóór was dat twee jaar lang gehuisvest geweest in het landhuis Veebeek te Berlicum. Al meteen was het landhuis te klein: in de jaren 1817-1821 werden er aan de westzijde, en in 1823 aan de oostzijde nieuwe gebouwen opgericht. Die uitbreidingen zouden de gehele negentiende eeuw doorgaan.

De Kleine Ruwenberg was in de negentiende eeuw grotendeels het domein van Hipolithe Berail, die er een boomkwekerij had, de zijdeteelt beoefende en allerlei landbouwvindingen produceerde.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (16)

R.J. van de Mortel zei op 12 juli 2010 om 18:10 uur

Geachte heer, mevrouw,
In het artikel spreekt U over het adellijk huis de Brouwmeer, dat is afgebroken in 1850.
Mijn voorouders de heer en mevrouw van de Mortel- van Rijckevorsel hebben hier nog gewoond tot 1861?
Ik ben nu benieuwd, of er meer bekend is over dit huis, afbeeldingen wellicht? en of de datum 1850 van afbraak wel klopt?
Ik verneem graag van U.
met vriendelijke groet,
Roderick van de Mortel

Marilou Nillesen bhic zei op 13 juli 2010 om 12:10 uur

Beste R. van de Mortel, Bedankt voor uw reactie. Letterlijk staat er "rond 1850", dat is wat minder precies dan in 1850. Het zou best kunnen dat er in 1861 nog bewoning geweest is. Onze primaire bron was C.Th. Kokke, Inventaris van het archief der gemeente Sint-Michielsgestel (SMG, 1949), p. 21. Kokke zegt daar dat Brouwmeer "midden vorige eeuw" zou zijn afgebroken. Vermoedelijk is zijn bron een artikel van A. Sasse van Ysselt geweest is in Taxandria (1912), p. 48-55, dat helemaal aan de eigenaren van Brouwmeer is gewijd (daar komen de Vande Mortels/Van Rijckevorsels overigens niet in voor, maar ze zouden best huurders geweest kunnen zijn). Sasse van Ysselt eindigt met de laatste koop door Jan Bowier in 1836, vervolgt dat het "later" in eigendom komt van een Bossche fabrikant Jan Diepen, wiens weduwe het huis dan laat afbreken (behalve het duifhuis, waar dan weer een artikeltje over verschenen is in Brabants Heem, maar de auteur daarvan neemt ook aan dat de afbraak in het derde kwart van de negentiende eeuw heeft plaatsgevonden). In het Taxandria-artikel staat meer informatie, afbeeldingen zijn bij ons niet bekend. We passen de tekst qua jaartallen enigszins aan; mede dankzij uw oplettendheid! Dank daarvoor.

R.J. van de Mortel zei op 13 juli 2010 om 12:46 uur

Geachte mevrouw,
Dank voor Uw reactie.
ik heb mijn informatie uit het familiearchief.
Daarnaast vermeldt ook het Nederlands patriciaat, dat mijn overgrootmoeder, mevrouw van de Mortel- van Rijckevorsel in 1861 op kasteel/huis de Brouwmeer is overleden.
Daarna is de familie verhuisd naar landgoed de Gele Hoeve in Rosmalen.
Dus mogelijk was dat ook het moment van afbraak?
Van de Mortel en Bowier waren overigens goede bekenden van elkaar onder meer via de Illustre Lieve Vrouwe Broederschap.
Met vriendelijke groet,
R.J. van de Mortel

Marilou Nillesen bhic zei op 13 juli 2010 om 14:42 uur

Dat klinkt aannemelijk, meneer Van de Mortel; 1861 als jaartal voor de afbraak.

Interessante toevoeging overigens, dat Van de Mortel en Bowier elkaar kenden. Het geeft dit verhaal een nieuwe dimensie.

Jef van Veldhoven zei op 14 juli 2010 om 15:35 uur

Beste heer van de Mortel, Volgens mij zijn uw gegevens betreffende Brouwmeer en de familie van den Mortel niet juist. De familie van den Mortel was eigenaar van de Brouwmeer omstreeks 1780, in de ligger van Sint_Michielsgestel van 1785 (BHIC 5039 89 folio 116 staat vermeld : De heer Franciscus Jacobus van de Mortel, als in huwelijk hebbende Vrouwe Johanna Maria Ranscremers tot zijn bezit behoorde o.a. PN 204 het huis Brouwmeer met de hoven. Deze gegevens zijn ook in overeenstemming met de gegevens, zoals vermeld in Taxandria 1895 : het geslacht van de Mortel I t/m V 209: 227; 244; 273, 310 en waar ook staat dat wat op blz 274 staat vermeld : "Zij stierf den 10 juli 1861 te Sint-Michielsgestel op het huis "de Brouwmeer", moet zijn : te Rosmalen op Heerenbeek. Op Brouwmeer woonden geen van de Mortel's omstreeks 1861 - 1900. m.vr. gr. Jef van Veldhoven

R.J. van de Mortel zei op 19 juli 2010 om 21:16 uur

Geachte heer Van Veldhoven,
interessante informatie van U.
Het echtpaar van de Mortel-Ransecremers waren de grootouders van Van de Mortel- Van Rijckevorsel.
In 1861 was de familie in het bezit van De Gele Hoeve in Rosmalen.
Het huis Heerenbeek is mij niet bekend.
Wellicht waren ze nog wel eigenaar van de Brouwmeer, maar verhurden ze het destijds?
Wellicht kunt U mij hier meer informatie over verstrekken?
Als Uw info klopt, dan staat het fout in het Ned. Patriciaat.
Met groet,
R.J. van de Mortel

Jef van Veldhoven zei op 30 juli 2010 om 16:20 uur

Geachte heer van de Mortel,

Uit het digileggersysteem van het kadaster blijkt dat de erfgen. van Bowier (art. nr. 655) het huis Brouwmeer (kad. nr F380) hebben verkocht aan J.M. Diepen (art nr 923) fabrikant uit Den Bosch. In 1859 staat er bij de erfgen. Diepen (artnr 1362) Amotie oftewel sloping bij F380.
Johannes Benediktus Hyachintus van de Mortel (artnr 614), lid van de 2e kamer en woonachtig in Den Bosch en gehuwd met Johanna Cornelia van Rijckevorsel had wel onroerend goed in Sint-Michielsgestel o.a. F391 en F392 (weilanden) vlak bij het Brouwmeer.
Uit de bevolkingsregisters en de huisnummerregisters van die tijd blijkt dat zij niet op Brouwmeer hebben gewoond.


m.vr. gr.
Jef van Veldhoven

Bert vd Brandt zei op 1 augustus 2010 om 15:20 uur

In het stuk wordt gesproken over de gehuchten Herlaar, Pettelaar, Ruimel een een deel van Kaatsenburg; echter de kern/gehucht MAASKANTJE staat er niet bij. Bij mijn weten behoort/behoorde het gehucht/wijk MAASKANTJE ook tot de 'oude' gemeente St.MichielsGestel. Uit mijn geheugen gezegd : viel ook de Dungense Molen onder de schepenbank van St.MichielsGestel (toenmalig genoemde "aan de Dungense Kant"). Verder is er een verschil tussen de gemeente St.MichielsGestel en de parochie St.MichielsGestel. Ik weet nl. dat mijn grootouders woonden in de gemeente St.MichielsGestel echter vielen onder de parochie van DenDungen (alwaar ze ook begraven zijn). Verder behoorde tot Herlaer ook niet de watermolen aan de Dommel??

Annemarie van Geloven bhic zei op 2 augustus 2010 om 15:51 uur

Even een zijdelingse opmerking over watermolens nabij Halder en Herlaar voor diegenen, die hierin interesse hebben.

In het onlangs verschenen prachtige boekwerk van ir. Piet-Hein van Halder over watermolens in Noord-Brabant, noemt de auteur drie verdwenen watermolens onder Halder (hfdst.35 pag. 149-151):
1. een runmolen met een rad, gelegen op de Dommel, die achter kasteel Nieuw-Herlaer liep
2. een volmolen/oliemolen met twee raderen, gelegen op de Molenstroom bij kasteel Nieuw-Herlaer
3. een graanmolen met twee raderen en twee steenkoppels op de Molenstroom.
Deze drie molens waren eigendom van de heren en vrouwen van de heerlijkheid Herlaer.

U kunt dit boek bij het BHIC op de locatie Den Bosch inzien.

Hans Smits zei op 6 augustus 2010 om 14:11 uur

Hallo,
Ik heb een reactie over adelijk huis de Broumeer in St Michielsgestel.
Bij het onderzoek van mijn voorouders kwam ik het volgende tegen.
Misschien heeft u hier iets aan.
Jan Matijs(en) Smits koopt op 18 aug. 1685 het adellijk huis de Brouwmeer te St.Michielsgestel. Op 11 juni 1694 verkopen Jan's weduwe met de kinderen Jacobus, Matthijs, Adriaen, Maria (huisvrouw van Martinus vanWoestenburg), Johannes en Gerardus Smits de Brouwmeer, dat op dat momentverhuurd werd aan Isaak Herman Elsevier, aan Hendrick van Eyl.
groet van Hans Smits

Bert vd Brandt zei op 6 augustus 2010 om 15:16 uur

Een ander aspect wat in dit kader mogelijk van belang kan zijn : In de periode 1838/1850 is er een vennootschap actief geweest onder de naam "Naamlooze Maatschappij tot invoering de zijdeteelt in Noord-Braband" gevestigd te St.Michiels Gestel. Omtrent deze vennootschap is een boekje aanwezig in het BHIC wat ik jaren geleden heb ingezien. Een der aandeelhouders, hoe kan het ook anders, was lid van de kon.familie (waarom zou je zijde halen uit China als je in Nederland ook kan verkrijgen?). Van deze vennootschap heb ik het aandeelbewijs nr:526 (2e serie) groot HFL.100,= in bezit, uitgegeven 'den eersten Julij 1842'!! De naam van de houder hiervan is weggehaald maar de plaats waar men woonde Amsterdam is nog goed leesbaar. Als ik mij goed kan herinneren ging het hierbij om de 'moerbij-boom' en de daarbij behorende rupsen. Het bleek evenwel geen echt succes. Dit soort van vennootschappen zijn op meerdere plaatsen in Holland alsook in de zuidelijke Nederlanden, waartoe Nrd-Brabant & Limburg behoort, opgericht geweest. MvG

Meert O. zei op 8 september 2010 om 12:48 uur

was eerst in bezit van Frans-Jacob van de MORTEL (° 1723)

Cees van de Ven zei op 21 januari 2012 om 17:31 uur

watermolens St Michielsgestel. De naamlijn van mijn voorouders komt van "van de Ven(ne). Govertje Govaerts van de Venne ( gedoopt 1605 in 's Hertogenbosch) huwde met Peter Daniel Sebastiaen van Heijst uit Tilburg. Diens broer werkte op de volmolen te St Michielsgestel. Voorvaders van Govertje van de Venne waren ook molenaar te St Michielsgestel. Bijvoorbeeld Gerard van de Venne "de Moelder" voor 1539 en zijn zoons Jooste en Laureijs rond 1539. Pachtheer was blijkbaar Ricalt van Merode. Is zijn archief of dat van "Nieuw Herlaer" ergens opdat mogelijk via de huurcontracten of ontvangen pachtsommen vast te stellen is van wanneer tot waneer wie pachter was van de molens? Cees van de Ven. (cees.vandeven@home.nl) NB is al bekend wanner de transcripties van de schepenacten St Michielsgestel ong 1520-1560 op VPND komen?

Mariƫt Bruggeman bhic zei op 24 januari 2012 om 13:50 uur

Beste Cees, voor zover ik weet (en hier in huis kan terugvinden) is er geen archief van Ricalt van Merode bewaard gebleven, noch een huisarchief van Nieuw Herlaer. Op onze site staan inmiddels al een heleboel indexen op het archief van de schepenbank van Sint-Michielsgestel, maar of en wanneer er meerdere transcripties komen op de site "Van Papier naar Digitaal" is mij niet bekend. Met vriendelijke groeten,

Jef van Veldhoven zei op 26 januari 2012 om 20:40 uur

Hallo Cees,
Daar hoef je niet meer op te wachten
ze staan reeds op mijn website de regesten van de Schepenbankprotocollen zie :

http://home.hccnet.nl/jefvanveldhoven/

Jef van Veldhoven zei op 26 januari 2012 om 21:18 uur

Hallo Cees,
De watermolens op Herlaar waren eigendom van de Heren van Herlaar.
Het archief van de Heren van Herlaar over de jaren 1400 tot 1600 is onder gebracht bij het famililiearchief van Merode Westerlo en ligt in het Rijksarchief in Brussel, het betreft hoofdzakelijk de rentmeester-rekeningen van 1417 tot 1598 en twee inventarisstukken over de molens van 1570 en 1571.
Over de periode van 1600 tot 1800 ligt het archief van de Heren van Herlaar in Regionaal Archief Het Markiezenhof in Bergen op Zoom, omdat de markies van Bergen op Zoom tevens heer van Herlaar was.
Van beide archieven heb ik een schaduwarchief aangelegd

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: