i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Etten-Leur
Jaar: 1681
Tags:

Het Sint Paulushofje

vertelde op 16 januari 2016 om 22:38 uur

Al meer dan 300 jaar is op de Markt in Etten-Leur een rustiek armenhofje gevestigd. Dit Sint-Paulushofje dateert uit 1681. Het kwam tot stand uit de nalatenschap van Beatrix van Heussen, in 1580 in Leiden geboren als telg uit een geslacht met veel aanzien.

Verschillende leden uit haar familie hebben belangrijke posities in de sleutelstad bekleed. In haar testament had Beatrix bepaald dat indien haar dochter, eveneens Beatrix genaamd, kinderloos mocht overlijden er een hofje voor dertien oude vrouwen moest worden gebouwd. Hiervoor stelde zij 25.000 gulden beschikbaar.

Het hofje moest vernoemd worden naar Sint Paulus. Ook stelde zij de opbrengst van haar landerijen onder Noordwijk, Noordwijkerhout en Voorhout ter beschikking van de fundatie.
In 1677 overleed haar dochter Beatrix kinderloos. In het testament had Beatrix van Heussen bepaald dat dit moest worden uitgevoerd door haar achterneef Jean Louis de Nobelaer uit Etten.

Maar omdat Jean Louis kort daarvoor was overleden, werd zijn vader, Justus de Nobelaer, met de bouw van het hofje belast. Hoewel niet expliciet in het testament vermeld, mogen we er van uitgaan dat Beatrix bedoeld had dat het hofje in Leiden gebouwd zou worden.

De weduwnaar van de dochter, Gerard van Vlisteren, liet dit echter geheel over aan Justus de Nobelaer. Omdat er rond Huize de Nobelaer voldoende grond in eigendom was, liet hij hier, aan de Markt te Etten, het hofje bouwen. Als voorbeeld voor het hofje diende het Hofje van Wouw aan de Beestenmarkt in Den Haag. Niet alleen de goedkope grond was plaatsbepalend voor Justus de Nobelaer. De katholieke familie De Nobelaer trok zich het lot van de geloofsgenoten erg aan die na de vrede van Munster een moeilijke tijd tegemoet waren gegaan. Een opvang voor oude, arme geloofsgenoten kwam daarom goed van pas.

De oude vrouwen mochten er gratis wonen. Ook ontvingen zij iedere week een bescheiden uitkering, (preuve genoemd) en eenmaal per jaar een hoeveelheid brandstof voor de winter. Zo konden zij in hun eigen levensonderhoud voorzien.

Eind negentiende, begin twintigste eeuw verdienden zij ook nog een centje bij met wassen en strijken voor welgestelden uit het dorp en door het opwarmen van de stoven die zij tijdens de zondagsmis verhuurden aan rijke kerkbezoekers.

Boven de toegangspoort staat het familiewapen van de familie De Nobelaer en de volgende tekst:

“Ter eeren Godts en van Godts uytverkoren Vat
Sint Paulus, tot gebruyk van dertien arme vrouwen
Hr. Joost de Nobelaer dit Godtshuis heeft doen bouwen
Gelijck Vrouw Beatrix van Heussen eertijds had
Sijn Soon Heer Jan Loyis belast bij Codicilie
Die sijnde door de doodt van dat te doen belet,
Voldeed sijn vader dus aan beyder goede wille
En gaf de grondt van ’t sijn, daarop het is geset
M D C L X X X I Romane”

Al meer dan drie honderd jaar verschaft het Paulushofje onderdak aan vrouwen, al zijn ze tegenwoordig niet meer armlastig. Ook is er sinds 1964 aan de achterzijde van het hofje het heemkundig streekmuseum Jan uten Houte gevestigd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 27 november 2006 om 12:01 uur

Het Sint-Paulusgasthuis

vertelde op 10 december 2009 om 16:10 uur

Vrouwengasthuis

vertelde op 11 december 2014 om 13:47 uur

De Catharinakapel in Breda