i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Schaijk
Tags:

Stoomzuivelfabriek St. Jozeph

vertelde op 21 november 2009 om 16:40 uur

Rond 1900 organiseerden de boeren zich steeds meer in allerlei verbanden om sterker te staan in de moderner wordende maatschappij. Zo ontstonden er bijvoorbeeld op tal van plekken coöperatieve zuivelfabrieken. In het begin was de productie vooral gericht op het verwerken van melk tot boter, later kwamen daar allerlei andere producten bij.

de fabrikantenwoning van de directeur aan de Pastoor van WinkelstraatSchaijk kreeg zo in 1913 de stoomzuivelfabriek St. Jozeph, die tot 1955 dienst heeft gedaan.

Eind 19e eeuw waren er al plannen in Schaijk om zo’n fabriek op te richten. In 1898 namen enkele plaatselijke inwoners bovendien het initiatief tot heroprichting van een zogenaamde botermijn. Dit plan is niet doorgegaan, omdat het de steun miste van pastoor Van Winkel. Die schreef op 30 november 1898 een brief met zijn bezwaren aan het gemeentebestuur. Hij achtte zo’n initiatief niet in het algemeen belang van Schaijk. Is het niet de ironie van de geschiedenis dat de latere fabriek aan de Pastoor Van Winkelstraat stond?

Maar een zuivelfabriek kwam er uiteindelijk dus wél: in 1913 werd de stoomzuivelfabriek Sint Jozeph door en voor de Schaijkse boeren gebouwd. In 1916 sloten ook de Herpense boeren zich bij de fabriek aan. Vanaf het 10-jarig bestaan in 1923 mocht de fabriek zich ook nog eens “koninklijk” noemen.

De bloei van de fabriek was in niet geringe mate te danken aan de directeur, G.H. Peters. Toen hij zijn 121/2-jarig jubileum vierde, werd dat dan ook breed uitgemeten in de Udensche Courant:.

Ruim 40 jaar na de oprichting, in 1955, moest de fabriek haar deuren sluiten als gevolg van de steeds verdergaande schaalvergroting in de landbouwsector. De melk uit Schaijk zou voortaan in Oss worden verwerkt. Vanaf 1959 stond decennialang het opschrift  "Alaska 1959" op het dak.  Sedertdien was er onder andere 42 jaar lang een SRV-winkel gevestigd.

Wim Brands schreef een impressie in Nieuw Geluid, waarin hij met enige weemoed terugkijkt op de geschiedenis van St. Jozeph:

“Tientallen jaren hebben de “romkarren” door ons dorp gereden en de klingelende bellen aan de paardenhamen waarschuwden de veehouders om hun “romtuiten” buiten te zetten. Rond tien uur kwamen de “romboeren” met hun bellende karren bij de fabriek om hun bussen te ledigen en deze weer met ondermelk of karnemelk terug te brengen naar de boerderij.

Elke twee weken brachten zij een zakje met geld mee. Maar ook dit stukje romantiek is uit ons dorpsleven verdwenen. Voor de melkrijders zelf was deze dagelijkse tocht echter niet zo romantisch. De ritten over de nog onverharde wegen waren, vooral in regen- en wintertijd, bijzonder zwaar en de verdiensten zeer karig. Vele kleine boeren wilden graag iets bij verdienen en schreven dikwijls te laag in."

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

c van oosterom zei op 2 maart 2013 om 00:57 uur

gh peters was mijn opa; annie is mijn moeder en leeft nog steeds. we hebben ook nog veel foto's, indien nodig willen we deze wel uitlenen.

Annemarie van Geloven bhic zei op 2 maart 2013 om 17:58 uur

@C. van Oosterom, dank voor uw reactie. En het BHIC heeft zeker interesse in het lenen/scannen van de foto's! Een medewerker van BHIC zal contact met u opnemen.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: