skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Storm in een glas water (2)

Hans Bette
vertelde op 2 april 2024
bijgewerkt op 8 april 2024
Uit het door Nicolaas gedane verslag van de gebeurtenissen heb ik met eigen woorden de toeleiding in deel 1 van dit verhaal verteld. Nu gaan we door met het verdere betoog van Nicolaas in de hele procedure, zoals deze in de criminele rol is beschreven. Opnieuw in mijn eigen tekstverwoording.

Lees ook deel 1 van dit verhaal

Het moet toch duidelijk zijn dat hij, Nicolaas Huijsers, met het afschieten van dat zakpistooltje niet in het minst de intentie heeft gehad of zelfs maar kunnen hebben om Maria den Rooijen ook maar enigszins te beledigen. Zoals hiervoor al naar waarheid is gezegd, was dat ding alleen maar met los kruit geladen. Hij heeft zich met het afschieten van zo’n buskruitje toch niet aan strafwaardige zaken schuldig gemaakt! Hij was werkelijk in uiterste verwondering en geheel met de zaak verlegen nu pas gewaar geworden, dat de heer Baljuw deze zaak als een zwaar criminele zaak had opgevat. Alsof hij met scherp, dus met een kogel!, op Maria zou hebben geschoten…

Aanhef van het betoog van Nicolaas Huijsers (Bron: West-Brabants Archief, toegang 0407, Schepenbank Fijnaart inventarisnummer 74, scan 38)
Aanhef van het betoog van Nicolaas Huijsers (Bron: West-Brabants Archief, toegang 0407, Schepenbank Fijnaart inventarisnummer 74, scan 38)

Als dát het geval was, zou hij zich aan een zware misdaad hebben schuldig gemaakt. Maar, neen! Hij was dan ook zeer geschokt dat heer baljuw voornemens was tegen hem als tegen een crimineel te procederen!

Verder heeft Nicolaas uit de getuigenissen van hen die erover door de baljuw ondervraagd zijn opgemaakt, dat die in eerste instantie wel op het allermeest in zijn nadeel spreken. Maar hij wil er toch ook op wijzen dat het hier gaat om de verbeelding van de getuigen en in het bijzonder om die van de jonge voerman Bastiaan Lijdens, die nog maar zestien of zeventien jaar oud is. Zij hebben gesproken over wat hun ‘eerste opvattingen of begrip zijn geweest’, maar voor zover hij het inschat, kan daaruit toch in het geheel niet blijken of opgemaakt worden dat het zakpistooltje waarmee hij geschoten heeft met enig scherp geladen was. Het is daarom ten enenmale onwaarachtig om het zo te doen voorkomen. Temeer ook gelet op de andere omstandigheden waaruit niet in het minst enige voorbedachte rade kan worden opgevat dat hij, Nicolaas, ook maar enige intentie zou hebben gehad om Maria de Rooijen met wie hij nu juist in malle vriendelijkheid is omgegaan feitelijk heeft willen beledigen! Nog veel minder dat hij met een schietgeweer haar moorddadig zou hebben willen kwetsen! Het moet niet gekker worden! En dan te bedenken dat hij met Maria den Rooijen net als eerder vriendschap heeft gehouden, zoals toch wel uit het goede omgaan met haar, ook hier, is gebleken. Hij voelt zich daartoe gedrongen, zoals ook uit dit hele betoog mag blijken.

Een zakpistool
Een zakpistool

Daarbij moet Nicolaas zeggen, dat hij zich voor een oordeel aan dit edelachtbare college geheel toevertrouwt, zoals ook aan alle anderen die met hem ooit eerder zijn omgegaan. Hij staat immers in het geheel niet bekend als een persoon met een moeilijk en ruziemakend gedrag. En nog veel minder van zo’n verfoeilijk humeur, dat hij zich aan een misdaad als in deze hele gebeurtenis schijnt voorgesteld te worden, zou hebben schuldig gemaakt.

En hoewel hij op goede gronden en in alle waarheid kan vertrouwen dat welke procedures de heer baljuw ook in deze zaak tegen hem zal opwerpen, het wel zal blijken dat hij bij behoorlijk onderzoek aan geen enkele lijfstraffelijke misdaad schuldig bevonden zal worden.

Verder moet Nicolaas er toch wel op wijzen, dat hij als meester metselaar, dus met een aantal knechten en leerlingen onder zich, met zijn dagelijkse arbeid de kost moet verdienen. Laat het duidelijk zijn dat hij niet in staat is zulke gerechtelijke procedures te ondergaan en bekostigen.

Daarom en om zulk gedoe te voorkomen is hem aangeraden zijn toevlucht te nemen tot het billijke en rechtmatige oordeel van de rechter. Dit in het vertrouwen dat uw achtenswaardige college de omstandigheden van deze zaak zullen overwegen en daarbij in het bijzonder de waarachtige omstandigheden in deze zaak zullen doen meewegen, daarbij genomen dat zijn gedrag bij het college bekend is. Voor God en de justitie betuigt hij, en dat moet wel even goed meegenomen worden, dat hij, Nicolaas Huijsers in staat en bereidwillig is om onder ede te verklaren dat het zakpistooltje dat hij die bewuste dag heeft afgeschoten niet anders dan met los kruit en zonder enige kogel geladen is geweest. Ook had hij geen ander kruit bij zich dan waarmee het pistooltje toen geladen was. Als dat allemaal zal meewegen, gaat hij er van uit dat er geen criminele procedure tegen hem zal worden aangevoerd omdat hij verder onbesproken is en zich altijd goed en ordelijk heeft gedragen.

En dan volgt nog wat meer van zulk juridisch vuurwerk, zoals zijn raadsman hem dat heeft ingefluisterd. Immers, had zijn moeder het niet altijd al gezegd: ‘Klaas, jongen, handjes wapperen en mondje roeren, daar komt het op aan in deze vreemde wereld.’ Vandaar nog maar een paar forse schoten voor de rechterlijke boeg:

Immers, het is toch zo, dat hij in alle gevallen alsook op maar op enige wijze tegen enige wetsregel van het Plakaat van Zijne Hoogheid de dato 6de september 1661 tegen het dragen van een onbehoorlijk geweer die regel zou hebben overtreden of ertegen misdaan, dat hij daarvoor toch alleen maar een geldboete tegemoet zal zien… Wel, dat in nu precies de reden waarom hij, Nicolaas Huijser zich ootmoedig keert tot de edelachtbare heren van de vierschaar met het verzoek om deze zaken als een civiel [1]  en composibel [2]  te willen verklaren. Hij had gezegd en getekend:

Bron: West-Brabants Archief, toegang 0407, Schepenbank Fijnaart inventarisnummer 74, scan 35
Bron: West-Brabants Archief, toegang 0407, Schepenbank Fijnaart inventarisnummer 74, scan 35

 

Lees ook de andere delen van dit verhaal

Noten

[1] Civiele zaken in behandeling van de schepenbank betreffen: ondervragingen, processtukken met betrekking  tot genoegdoening voor belediging, verweer tegen verpanding verordeningen etc.

[2] Composibel verklaren betekende dat de gedaagde kon schikken door een geldsom te betalen, waarmee het  conflict dan kon worden afgekocht. Overigens was het niet ongewoon dat een gedeelte van de afkoopsom in  de zakken van de baljuw verdween. Van deze transacties werd namelijk geen boek gehouden! Over deze  ‘procedure doofpot’, zie Jan Portengen, Zicht op oud Valkenburg (ZH): Van de Romeinse tot de Franse tijd. Eburon Uitgeverij 1999.

Bron

West-Brabants Archief, toegang 0407, Schepenbank Fijnaart inventarisnummer 74, Criminele rol, aug 1740-juli 1802, in de digitale versie vanaf p.35 ev.; 20-8 1752.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.