skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Storm in een glas water (4)

Hans Bette
vertelde op 10 april 2024
bijgewerkt op 11 april 2024
In de eerdere delen van dit verhaal zijn de gebeurtenissen op de terugweg van de kermis in Zevenbergen naar Fijnaart aan de orde geweest en hebben we ook de verklaring van de verdachte en van Bastiaan Lijdens uit Klundert hierover kunnen lezen. In dit deel de getuigenverklaringen van het slachtoffer en van getuige Otto Maaskant.

Maria den Rooijen verklaart op verzoek van baljuw en schout Jan van Doorn in verband met de vaststelling van de feiten met betrekking tot de zaak Nicolaas Huijsers nog het volgende dat nieuw is in de zaak: ze is met verlof op de kermis in Zevenbergen. Ze heeft daar Nicolaas Huijsers gezien en aan hem gevraagd ‘hoe het in de Fijnaart was’. Nicolaas antwoordt dat alles wel is en vraagt aan haar of hij mee mag rijden. Dat mag en zo gaan ze samen naar de herberg van Zevenbergen, alwaar ze samen enige tijd in fatsoenlijke vrolijkheid hebben doorgebracht. Totdat ze met de zoon van voerman Adriaan Lijdens op de kar gingen en zonder de minste kwade bejegeningen reden tot aan de Fijnaartse Lange weg. Als ze daar zijn, vraagt Nicolaas Huijsers aan Maria of ze met hem van de kar wil gaan, dan zal hij haar wel thuisbrengen. We kennen inmiddels haar voorwendsel: ze doet het niet omdat ze de kar voor de hele reis had gehuurd.

Maria begint dan hartelijk te lachen en zegt al lachend: Huijsers, als ik dat doe, moet jij de vrachtprijs betalen (en dat was twee gulden). Waarop Huijsers direct fiat geeft en aan de voerman een achtentwintig en twee ‘sesthalve’, wat samen negenendertig stuivers is. Maria zelf betaalt dan de laatste stuiver, waarop ze tegen Huijsers zegt: Je wordt ervoor bedankt! Huijsers komt weer op de kar en ze rijden verder naar Fijnaart. Maar als ze de dijk oprijden weigert Nicolaas verder mee te gaan en zegt Maria zachtjes tegen de voerman: Rij maar verder, wij hebben het geld beet. Maar omdat Otto Maaskant naast de kar liep… en dan wordt haar verhaal heel warrig. Huijsers is blijkbaar weer naar de kar toegekomen en Maria roept naar hem: Kom Huijsers, kom weer op de kar en rij mee naar Fijnaart. Huijsers roept dan: Bliksems kinderen rij nu maar verder. Ik wil niet met jullie verder rijden.” En dan loopt hij zonder te spreken voor de kar uit.

Hollandse zogenaamde 'bezemstuiver', 1639 (Collectie Rijksmuseum, KOG-MP-1-1590. Publiek domein)
Hollandse zogenaamde 'bezemstuiver', 1639 (Collectie Rijksmuseum, KOG-MP-1-1590. Publiek domein)

Op een zeker moment staat hij stil en vraagt Maria om van de kar af te komen met de belofte dat hij haar wel thuis zal brengen. Maria weigert dat waarop Huijsers zegt: "Bliksems kinderen, rij dan maar verder,” en terwijl ze dat doen hoort Maria opeens een schot. Als ze zich omkeert ziet ze dat Nicolaas Huijsers een pistool in zijn hand heeft. Terwijl hij daar zo staande heeft geschoten, vliegt de rook naar de kar waarop zij zit! Dat hij geschoten heeft, heeft haar zeer ontsteld. Ze roept dan naar hem: "O, God, Huijsers, heb ik het daar zo naar gemaakt! Ik wist niet dat jij een geladen pistool bij je had en dat terwijl ik zo lang samen met je gereden heb," waarop hij zeer snel (schielijk) op de kar klom en haar kuste en tot drie keer toe zei: "Wat is het Mieke…” Waarop Maria reageert: "Wel Tonij (sic) Huijsers, schaam jij je niet dat je zulke dingen doet." Daarop gaat Huijsers van de kar af. Omdat Maria zeer ontsteld is, reikt Otto Maaskant haar wat water ter verfrissing aan dat hij met zijn hoed [waarschijnlijk uit een sloot, jcb] heeft opgeschept en Maria drinkt ervan. Inmiddels is Huijsers maar weer verder gelopen en ook Maasland is zijn land weer ingegaan. Maria zegt dan dat zij met de voerman op de kar meereed naar Fijnaart terwijl ze gebukt op de kar zat [waarschijnlijk zodat Huijsers haar niet zou zien, jcb]. Als ze verder rijden zegt de voerman opeens: O, God, daar laadt hij [zijn pistool, jcb] opnieuw en als Maria haar hoofd opheft en kijkt ziet ze Huijsers stilstaan en het lijkt erop dat hij een pistool in zijn hand heeft en dat laadt… om het dan weer in zijn zak te steken.

Dan vertelt Maria het verhaal verder dat Anthonij van den Berg eraan komt rijden, die bij Huijsers stilstaat en ze ziet hen samen praten. Zij besluiten de weg verder af te rijden en komen zeer ontsteld aan bij de hoeve van Otto Maaskant. Als deze thuiskomt, belooft hij haar direct met rijtuig en knecht in Fijnaart te zullen brengen. Als ze op weg zijn rijden ze weer langs Huijsers, maar gaan hem voorbij zonder dat hij iets doet.

Dan bevestigt Maria dat dit verhaal naar waarheid is en dat zij het onder ede wil bevestigen, wat ook gebeurt. Alles ondertekend en afgerond door het krullenwerk van secretaris Pieter Panneboeter:

De krullerige ondertekening van de getuigenverklaring door secretaris Pieter Panneboeter (bron: West-Brabants Archief, toegang 0407 inv. nr. 74, scan 44))Bouwman Otto Maaskant voegt daar nog een paar bijzonderheden aan toe. Hij beschrijft de plaats van het delict als ‘tusschen de Clundert en de Fijnaardt, op het eijnde der Lange Fijnaardtse platte weg, bij het heckken’. Het komt mij voor dat het hier gaat om een plaats op de huidige Noordlangeweg, aan de kant van Fijnaart. Verder noemt hij Maria den Rooijen ‘dienstmaagt’. Zijn verhaal begint feitelijk als hij erbij is dat de kar stilstaat en Nicolaas Huijsers aan de voerman enig geld geeft. Hij geeft het hele geharrewar van ‘op de kar en af de kar’ ongeveer gelijk weer als we al eerder hoorden en noemt dat Nicolaas behalve de woorden "Bliksems, kinderen rijd nu maar voort, ik wil niet met u rijden" ook vloekwoorden uitkraamde. Naar zijn zeggen ging Huijsers ook ‘al vloekende’ verder… Ook bevestigt Maaskant dat Huijsers tot twee keer toe dat ‘bliksems, kinderen, rijd nu maar verder’ heeft geroepen. Maar het verbaast mij, dat niemand tot op heden aanmerkt dat Huijsers dronkenmanspraat uitkraamt. Uit zijn hele ongecontroleerde gedrag en geschreeuw en impulsieve op en af de kar springen, zoenen en schieten, laat zich naar het mij voorkomt toch duidelijk het gevolg van veel drank gelden. Ook de woorden van Maria: "Mijn God, Claes, heb ik u zoveel kwaad gedaan etc." worden door Otto Maaskant gerecipieerd evenals de actie van Huijsers als hij op de kar klimt en ‘de meijdt verscheijde rijse soende, en ook seijde wat is het Mieke’. Het antwoord van Maria lijkt in Maaskants woorden ook bijna te veel op dat van Maria zelf om niet min of meer ingestudeerd te zijn… Tevens blijkt mijn veronderstelling waar te zijn, dat Maaskant haar water uit een sloot heeft geschept met zijn hoed en haar heeft gegeven. Zij heeft het geconsumeerd, wat toch wellicht als gedronken moet worden vertaald, hoewel het gezonder lijkt het verhitte gezicht er mee te bekoelen. Hoewel, mogelijk kon je in 1752 het water uit de Fijnaartse sloot gewoon drinken... Ook Maaskant geeft zijn attest onder ede en met de bede dat ‘Godt Almagtigh’ hem moest helpen.

Lees ook de andere delen van dit verhaal

Bron

West-Brabants Archief, toegang 0407, Schepenbank Fijnaart inventarisnummer 74, Criminele rol, aug 1740-juli 1802, in de digitale versie vanaf p.35 ev.; 20-8 1752.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.