i

“The making of” een heilige

vertelde op 8 oktober 2010 om 14:22 uur

Twee maanden na het overlijden van broeder Everardus (in 1950), kwam hij op de KRO-radio in een lijdensmeditatie ter sprake: “Als het gebed iets zichtbaars zou worden, zou het er kunnen uitzien als broeder Everardus”. Deze radiouitzending zette iets in gang waardoor de faam van Everardus zich over de hele wereld kon verspreiden.

Enkele dagen na de uitzending waarin Everardus als de verpersoonlijking van het gebed werd genoemd, meldde een jonge advocaat uit Amsterdam in Megen dat zijn gebed was verhoord, volgens hem dankzij de voorspraak van het 'heilig bruurke'. Deze aansprekende titel had Everardus al tijdens zijn leven buiten het klooster gekregen.

En het bleef niet bij deze ene melding: het totale aantal gebedsverhoringen zou in 1951 oplopen tot 183. In 1952 waren het er 397, in 1953 reeds 1297 en in 1954 was het aantal gegroeid tot 1.463. Al deze verhoringen werden per brief of briefkaart in Megen gemeld.

De devotie voor broeder Everardus werd ter plaatse vooral gepropageerd door de pastoor van Megen (een pater franciscaan) en enkele notabelen, onder wie burgemeester Van Vlokhoven. Buiten Megen kreeg de verering vooral een stimulans door de bidprentjes die vanaf 1951 met tienduizenden tegelijk verspreid werden. Ook een boekje van de hand van Marculphus Heijer O.F.M., dat in 1957 verscheen, droeg bij aan de verspreiding van Everardus’ faam.

De pers speelde eveneens een belangrijke rol bij de verbreiding van de devotie voor het heilig bruurke. De Katholieke Illustratie wijdde in 1953 een artikel aan Everardus Witte: 'Als men de verklaringen omtrent deze gebedsverhoringen leest, valt het op, dat het vooral werklozen en woningzoekenden zijn, die op voorspraak van het heilig bruurke verhoord worden'. Er verschenen dankbetuigingen aan Everardus in de dagbladpers, en er werden gebedsverhoringen gemeld uit België, Frankrijk, Engeland, Canada, Curaçao, Australië, Nieuw-Zeeland, Nederlands Nieuw Guinea en Indonesië (allemaal landen waar franciscaner kloosters gevestigd waren).

In het juni-julinummer van Everybody's St. Anthony - een tijdschrift voor de verspreiding van de St. Antoniusdevotie in India en Pakistan - verscheen een uitvoerige, Engelstalige levensschets van Everardus. Dat had tot gevolg dat enkele jaren lang maandelijks gebedsverhoringen in dit blad werden opgenomen, allemaal toegeschreven aan de voorspraak van broeder Everardus. Een Nederlandse missionaris in India berichtte: 'Sedert de mensen hier broeder Evert hebben leren kennen, zijn ze gewoon weg van hem'.

Dit uitstekende PR-beleid leidde tot een gestage stroom van pelgrims naar Megen. En tot op heden wordt de grafkapel dagelijks bezocht door individuele pelgrims en kleine groepjes, uit Nederland en regelmatig ook uit België. Ofschoon zijn voorspraak wordt gevraagd voor velerlei zaken, lijkt hulp bij het zoeken naar een woning nog steeds een van Everardus' 'specialismen' te zijn. Een van de pelgrimsgebruiken die in de jaren vijftig is ontstaan en die nog steeds bestaat, is het leggen van briefjes met gebedsintenties op het grafbeeld (in de mouwen van het beeld). Een uitgebreide biografie biedt het Meertensinstituut.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: