i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Breda
Tags:

Twee dieven

vertelde op 8 juni 2017 om 11:00 uur

Achter ieder archiefstuk gaat een bijzonder, spannend of opvallend verhaal schuil. Ronald van Stroe, tweedejaars Creative Writing* aan de ArtEZ Hogeschool voor de Kunsten in Arnhem, dook in het rechtbankarchief van Breda en kwam terug met de volgende vertelling.

‘Maar wat zegt ze dan tegen je?’

- ‘Ik vertel het je liever niet. Het zijn slechte woorden.’

‘Verdomme man, ik ben je broer. Mij kan je het toch wel vertellen?’

- ‘Ze scheldt me uit, net zoals jij, alleen dan erger. Ze zegt dat ik nooit een vrouw zal vinden, dat ik nutteloos ben en dat het nooit wat wordt met mijn werk.’

‘Dat is toch ook onzin. Je hebt gewoon even geen geld voor goed gereedschap. Het is niet alsof er geen werk te vinden is. Iedereen heeft schoenen.’

Dat is ongeveer wat ik me herinner van hun gesprek. Ik had de lampen en motor van mijn wagen uitgezet en de laadklep open gedaan. Ze hadden me gevraagd om extra juten zakken mee te nemen, maar die had ik niet. Een paardendeken had ik nog, dezelfde die jullie vonden.

Je had dit al vaker gedaan? Samen met hun?

Ja.

Wat zijn hun namen?

Wat een stomme vraag. Jullie weten dondersgoed dat ik weet hoe ze heten.

Wat zijn hun namen? Het is een formaliteit.

Dionisius Wagtmans en Wouter Wagtmans. Denis en zijn jongere broertje. Denis had dit al meerdere keren gedaan, vertelde hij mij, en zonder enige problemen. Hij beloofde mij een deel als ik het vervoerde naar St. Willibrord. Voordat jullie het vragen: Toon van Peer. Hij betaalde vijfentachtig cent per kilo. Beter was het niet te krijgen.

lees hieronder verder

Hoe verliep de avond?

Zonder problemen. De meeste achtertuinen in Roosendaal liggen aan een pad met bomen en heggen. Genoeg om je in te verschuilen mocht je gesnapt worden. Maar we hadden geen licht, dus niemand zag ons. Denis was zelfverzekerd zoals altijd. Dit hele gedoe was zijn idee geweest. Het moet voor hem de twintigste keer zijn geweest en nog nooit is hij gepakt. Zijn broertje daarentegen stond stijf van de zenuwen. We vertelden hem dat hij alleen maar op wacht hoefde te staan. Een gil geven als iemand te dicht bij kwam, dat was alles. Hij kreeg nauwelijks geluid uit zijn keel zo gespannen was hij. Begrijpelijk, het is een zachtaardige jongen die niet bedoeld is voor dit soort dingen.

Waarom ging hij met jullie mee?

Hij zat in de zelfde problemen als wij. Geld tekort. Lege buik.

Hij was schoenmaker.

Klopt. Toch kwam hij niet rond. En had geen huis meer. Weggepest door zijn moeder, geloof ik. Dat is alles wat ik weet. Ze kwamen aangelopen, beide met een zak in de hand. We zochten een goede plek uit voor Wouter. Een plek waar hij beide richtingen in de gaten kon houden. We stelden hem gerust, zeiden dat hij niet moest schrikken van het kabaal. Ik nam de zak van hem over. Daarna gingen we op pad. De heg was een stuk taaier dan verwacht. We schopten het kapot totdat we een gat hadden gemaakt groot genoeg voor ons beide. Achteraf gezien was dat een fout. We gingen door de heg, door de achtertuin van de oude boer en kwamen aan bij het hok.

Hoe kregen jullie ze in godsnaam mee?

Met onze blote handen. Je moet snel zijn. De kippen slapen ’s nachts en als je zachtjes doet, horen ze je de plank niet oplopen. Maar dan moet je snel zijn. Zodra je er een pakt, wordt de rest meteen wakker. Als je niet binnen een minuut weg bent beginnen ze allemaal te krijsen. En dan heb je de poppen aan het dansen. Het kost je het vel op je vingers, dat wel. Zelf als ze slaperig zijn kunnen ze gemeen pikken. Zo snel kan jij je handen niet weg trekken.

Hoeveel kaapten jullie er per huis?

Dat verschilt. Ongeveer een dozijn per erf. Denis pakte de kuikens en stopte ze in zijn jaszakken. Ik zocht de dikste kippen uit en stouwde ze in de juten zak. Het ging snel. We zetten het op een lopen. Wouter had het zweet op zijn voorhoofd staan. Er was een wagen voorbij komen rijden. Hij wilde ons waarschuwen maar had het niet gekund. Denis gaf hem een klopje op zijn schouder en zei dat hij het goed had gedaan voor een eerste keer. Het was niets voor hem. Dat kon ik zien aan zijn houding. Ik vroeg me af waarom hij eenzelfde deel verdiende als ik. Waarschijnlijk alleen omdat het zijn broer was. Vervolgens gingen we ze slachten. Een voor een. De rest laat je in de zak zitten. Door het donker blijven ze ontspannen. De beste manier om ze te slachten was om ze de nek om te draaien, zo lieten we geen bloedspoor achter. Je pakt de poten met de linkerhand vast, en met je rechterhand pak je de nek vast. Met een stevige ruk trek je de kop naar achter en breken de nekwervels.

Ik weet hoe het werkt.

Wouter wist het niet. Ik kon het niet zien, maar ik gok dat hij bleek werd van de misselijkheid. We hoorden hem kokhalzen. Denis grijnsde. Kom op, broertje of zoiets zei hij. Ik kon er toen niet om lachen. We gooiden de buit op de paardendeken achter in de wagen. We reden weg en verstopten ze.

Waar?

Dat weet je best. We hadden een stuk weiland uitgekozen waar we ze opsloegen. We konden niet alles in een keer verpatsen. Toon wilde wel betalen, maar hij was niet volledig te vertrouwen. De dagen daarna ben ik een paar keer op en neer gereden. Soms sloeg ik een dag over om het minder verdacht te maken. Daarnaast waren er nog anderen waar we aan verkochten. Ik haalde het geld op, bracht het geld naar Denis en hij verdeelde het.

Jullie hebben binnen drie maanden tijd ruim honderd kippen ontvreemd van landbouwers wonende in Roosendaal en omgeving. Jullie verkochten deze goederen aan de heer van der Plas te Bergen op Zoom, aan de heer van Peer te St. Willibrord en aan de heer Straver te Roosendaal zonder te melden dat het pluimvee op illegale wijze was gekaapt. Er zijn ruim vierentwintig zaken tegen jullie aangespannen. Er zijn bewijzen gevonden, waaronder de eerde genoemde paardendeken. Ondanks uw kunde, zoals u zelf suggereert zijn er tientallen getuigen. U heeft er goed aan gedaan om ons alles zo eerlijk en volledig mogelijk te vertellen. Mijnheer de Bruijn, ik verwacht dat u en uw vrienden voor een lange tijd de gevangenis in gaan.

Gebaseerd op Arrondissementsrechtbank Breda 1838-1930 (toegangsnummer 23,), inv.nr. 728.

  • Dionisius Wagtmans Rucphen, 19 november 1897
  • Wouter Wagtmans Rucphen, 15 maart 1912
  • Cornelis de Bruijn Rucphen, 2 december 1875
  • Gedetineerd te Breda
  • Parket nummer: 4394
  • Rol nummer: 1796-1798

* Steffie van den Oord is docent Creative Writing aan de Arnhemse hogeschool. Van den Oord schreef Honkvast, met vijftien levensverhalen van mensen die veelal decennialang op dezelfde stek bleven wonen. “Het mooie van deze cursus is dat studenten aan de slag gaan met archiefmateriaal, dus waargebeurde historische zaken. Dat verbreedt ook hun horizon.”

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 24 juni 2016 om 14:00 uur

Millse turfdief valt in herhaling

vertelde op 28 april 2017 om 14:00 uur

Boxmeerse kippendief achter slot en grendel