i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: 's-Hertogenbosch
Tags:

Twijfelende koopman uiteindelijk in de boeien geslagen

vertelde op 23 augustus 2018 om 16:35 uur

Het is een eerlijke en hardwerkende koopman, Hendrik Korstiaan uit Aalst. Toch komt hij flink in 1561 de problemen en wordt uiteindelijk zelfs in de boeien geslagen. En dat allemaal… omdat hij is gaan twijfelen aan zijn geloof.

Hij woont in Aalst bij Eindhoven, de lakenkoopman Hendrik Korstiaan. Voor vrouw en vijf kleine kinderen moet hij de kost zien te verdienen. Hij staat bekend als een man die zich altijd correct gedraagt, en zich houdt aan de geboden van overheid en kerk. 

Goede mannen 

Ongeveer ’n jaar geleden is hij naar Den Bosch getrokken om er de nodige linnen lakens te verkopen. De verkoop vlot niet erg en hij besluit enkele dagen langer in de stad te blijven. In de stad ontmoet hij een zekere Severijn uit Woensel, ook lakenkoopman. Ze raken samen aan de praat en besluiten beiden een herberg op te zoeken en daar de slaapkamer te delen. Hendrik ligt al enige tijd op bed als hij ontdekt, dat Severijn nog ijverig zit te bidden en merkt zelfs nog op, dat het goede mannen zijn die zo bidden!

Severijn antwoordt daarop, dat hij het maar meteen voor Hendrik heeft mee gedaan. Daarna begint hij zijn kamergenoot uitgebreid over God en zijn woorden te vertellen. Hendrik laat hem weten, dat hij diep in zichzelf altijd zeer beangstigd is geweest voor ‘zynen vuytersten salicheyt’. Severijn stelt hem voor om, als hij op de terugweg Woensel passeert, eens binnen te gaan bij een zekere Daniël.

Dat doet Hendrik en daar aangekomen leest Daniël hem voor uit de Heilige Schrift en kiest met name een passage uit het 6e hoofdstuk van Sint Jan waar de zinsnede staat ‘het vleesch en helpt niet, het is den gheest die levendich maeckt’. Diep onder de indruk besluit Hendrik nog eens terug te gaan en heeft dat zelfs drie of vier keer gedaan.

Geheime bezoeken

Na al die geheime bezoeken is hij hevig gaan twijfelen aan zijn eigen geloofsovertuiging, zelfs zo, dat hij verklaart ‘dat hy begonst te twyffelen aen het eerwerdich heylich sacrament ende den dienst Goidts, die men inder gemeynder heyligher kercken doet’. Hij heeft dit jaar zelfs verzuimd zijn Pasen te vieren, wat voor een goed christen natuurlijk ondenkbaar is in die tijd. Hij leeft verder ‘in grooten twyffele ende benautheyt van herten’. De vaste grond onder zijn eigen geloof is weggeslagen en hij constateert zelf ‘gheenen vasten voet noch geloove te hebben’. Daniël heeft dus succes gehad!

Het relaas komt de Heer van Aalst ter ore, de Heer Hubrecht van der Clusen. Die ontbiedt in april de twijfelende lakenkoopman op het klooster te Dommelen. Hendrik meldt zich daar heel gewillig en de Heer van Aalst vraagt hem, waarom hij zo twijfelt en probeert hem op de rails te houden en voor de katholieke kerk te bewaren. Hij adviseert hem naar Brussel af te reizen en zich daar te vervoegen bij enkele ‘geleerden inder godtheyt’ en maant hem met Pinksteren naar de kerk te gaan. Nu is de lakenkoopman iemand die slechts een arm en schamel bestaan kent en het geld niet heeft om naar Brussel te gaan.

In dwalingen gevallen

Tijdens een tweede bezoek aan de Heer van Aalst, nu ten huize van een zekere Gevaert Moyses, excuseert Hendrik zich, dat hij vanwege geldgebrek nooit in Brussel is geweest. Uiteindelijk wordt hij door de dienaren van de Heer in de boeien geslagen, ondervraagd en geïnstrueerd. Dan bekent hij tot vier keer toe bij Daniël in Woensel te zijn geweest en dat hij daarna ‘verdoelt ende in dwalingen is gevallen’. Hij geeft te kennen ‘die zelve dwaelingen aff te gaene ende daervoer penitentie te doene ter discretien van ons ende der heylighen kercke’. Hij bekeert zich weer tot het katholieke geloof. Hij heeft uiteindelijk destijds ‘vuyt simpelheyt ende onwetentheyt’ gehandeld en dat kan men hem eigenlijk niet aanrekenen.

En…zo verhaalt de akte, is ook zeker een van de basisoorzaken dat ‘binnen Aelst over lange slappe pastoirs zyn geweest, die welcke oyck tghemeyn volck slechtelycken hebben geleert ende weten te onderwysen’. Hendrik heeft gruwelijk spijt van alles en heeft ‘zyn erreuren opentlyck belijdt ende bekendt begheerende met alder devotien te keeren totter heyliger kercken als te voeren’ en bidt ootmoedelijk om ‘brieven van pardoene’. Die worden hem gegeven.

Deze bijdrage van Henk Beijers maakt onderdeel uit van een serie korte verhalen over 16de – en 17de – eeuwse Brabanders, ontleend aan de Remissieboeken uit de Rekenkamer Delen van het Algemeen Rijksarchief Brussel

RANB - toegangsnummer 1107 inventarisnummers 645 - 663 periode 1556 – 1648 (646.8.218 verso – 24 maart 1561).

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (1)

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman bhic zei op 24 augustus 2018 om 10:21 uur

Wat een mooi verhaal Henk over de dwalingen van Hendrik. Gelukkig wel een verhaal met een goed einde :).

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 8 januari 2018 om 15:58 uur

Frans rapaille maakt Meierij onveilig

vertelde op 11 juli 2018 om 10:25 uur

Van cafébezoek tot dodelijke steekpartij