skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Karin de Mol
Karin de Mol RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Karin de Mol
Karin de Mol RA Tilburg

Udense soldaat veroordeeld voor 'desertie'

In de archieven van de krijgsraden en auditeurs-militair, 1806-1974 (BHIC, toeg.nr. 20, inv. nr. 86) ben ik een vonnis, nummer 1111, tegengekomen met een bijzonder verhaal over een Udense soldaat die in 1823 veroordeeld werd, omdat hij in 1815 weggelopen zou zijn van het slagveld in Waterloo, in de strijd tegen de Fransen.

Het gaat om Jan Peter van Schijndel uit Uden, gedoopt in Uden op 29  juni 1783 (in de vonnisgegevens staat foutief 7 mei 1781), zoon van Petrus van Schijndel en Joanna van den Elzen.

Zijn signalement luidde: 5 voet lang (c. 1,65 m), hoog voorhoofd, grijze ogen, lange neus, kleine mond, lange kin, bruin haar en een weinig pokdalig. In 1814 werd hij opgeroepen voor militaire dienst bij de Nationale Militie. Zijn oproepnummer 148 was eigenlijk bedoeld voor Toon van den Akker, maar deze was hem geknepen en daarom viel dit nummer Jan Peter toe.

Hij moest opkomen in Nijmegen, maar marcheerde al snel met zijn onderdeel door Brabant op weg naar Waterloo, als flankeur bij de eerste compagnie van het 19e batallion. Op 18 juni 1815 werd hij met zijn korps  op het slagveld te Waterloo ingezet en vocht daar tot tegen de avond. De slag was al bijna afgelopen toen de kapitein aan onze flankeur het bevel gaf om de gewonde korporaal Heijmans, die een schot in zijn dijbeen had, naar het hospitaal te brengen. Dit hospitaal was in de grote kerk aldaar waar al meer dan duizend gekwetsten lagen.

Nadat hij zijn opdracht had uitgevoerd, keerde Jan Peter van Schijndel terug naar het slagveld, maar omdat hij niet goed meer de weg wist te vinden, kwam hij bij een groepje Russische soldaten terecht. Die trokken hem al zijn kleren uit en joegen hem naakt weg. Gelukkig hielp een burger hem aan een paar kleren en gaf hem wat eten en drinken. Van Schijndel heeft daarna nog een tijdje verder rondgedoold, maar mede doordat hij de bevolking niet verstond,  heeft hij zijn onderdeel niet meer kunnen terugvinden.

Na zeker een maand zwerven bereikte hij zijn geboorteplaats Uden en meldde zich aldaar bij de schout om zijn verhaal te vertellen. De schout zou wel informeren, maar onze “deserteur” heeft daarna jarenlang niets meer vernomen. Hij heeft al die tijd rustig doorgewerkt in Uden met het idee dat hij wel weer naar zijn onderdeel zou terugkeren als dat gevraagd zou worden. Die rust wordt verstoord op 7 februari 1823 als de Erpse marechaussee voor zijn deur staat, hem arresteert en naar Den Bosch brengt.

Op 3 maart daarop verschijnt Jan Peter van Schijndel voor de krijgsraad en wordt veroordeeld tot een straf van 10 jaar kruiwagen. Dat werd uiteindelijk teruggebracht tot drie jaar kruiwagenstraf, op voorspraak van de schout van Uden die aangaf dat Jan een braaf en zedig man was en dat zijn moeder 75 jaar oud was en al vele jaren weduwe.

Reacties (3)

S. Verstralen zei op 8 januari 2015 om 19:17
De Nederlandse troepen komen er in het ‘Waterloo dispatch’ van Wellington bekaaid vanaf. Terwijl ze op 18 juni 1815 toch een wezenlijk aandeel hadden in de geallieerde overwinning op het leger van keizer Napoleon.

Het legeronderdeel van Jan Peter van Schijndel maakte deel uit van de 3de Divisie Nederlandse Infanterie onder Luitenant Generaal Baron David Hendrik Chassé (‘General Bajonet’).
Deze divisie bestond uit ongeveer 7146 man.
Jan Peter’s bataljon, het 19de Nederlandse Flankeurs, stond onder bevel van Majoor H. Boellaerdt, (plm 467 man) die op zijn beurt onder bevel stond van Kolonel H. Detmers (1ste brigade, plm. 3298 man). De compagnie van Jan Peter zal ongeveer 100 tot 150 man geteld hebben.

Jan Peter zag geen actie bij Quatre Bras op 16 juni 1815, al werd de 3de Divisie wel op weg daarheen gestuurd. Diezelfde avond werden ze naar Nivelles (Nijvel) gedirigeerd.

Op 17 juni wordt rechtsomkeert gemaakt, en trok Chassé’s Divisie in de stromende regen terug richting Brussel.
Bij Kasteel Hougoumont, aan de rechter (west) zijde van het slagveld van Waterloo (Waterloo ligt drie kilometer verderop) werd halt gehouden, maar ongetwijfeld op het moment dat de manschappen het zich comfortabel wilden maken, kwam het bevel zich verder terug te trekken op Braine l’Alleud (Eigenbrakel), een kleine 2500 meter van het centrum van Wellington’s linie.

Wellington wantrouwde de Nederlandse troepen. In de jaren daarvoor had Chassé immers, evenals veel van zijn manschappen, ijverig voor Napoleon gevochten. Bij Braine l’Alleud mocht Chassé met zijn divisie de komende veldslag standhouden teneinde de rechterflank (lees aftocht) van Wellington te dekken, mocht Napoleon met zijn leger doorstoten.

Op 18 juni, tijdens de veldslag bij Waterloo, bleef Jan Peter van Schijndel met zijn kameraden tot in de avond enkele heggen bewaken.
Pas bij de laatste aanval van Napoleons Keizerlijke Garde, rond 19:00 uur, werd Chassé met Detmers 1ste bragade, waar het 19de Flankeurs onder viel, naar voren bevolen, om de Britse troepen van Maitland te ondersteunen bij het verjagen van de Garde Impériale.
Er bestaat een anekdote van vaandrig Macready (33ste regiment/ 73ste regiment onder Colin Halkett), die ons vertelt wat er gebeurde, op het moment dat de geallieerden de tweede golf aanvallende garde grenadiers op de vlucht joegen:
‘(…) Een flinke colonne van Nederlandse infanterie (de eerste die we die dag zagen), tromroffelend en schreeuwend als gekken, met hun sjako’s op de bajonet, passeerde ons op korte afstand, zodat wij hen konden zien en naar hen lachten. Hierna verdwenen ze snel. Wij legden de wapens neer, maakte een praatje met elkaar en gingen met de rest op de grond liggen (…)’
De plaats van handeling is heden ten dagen op het slagveld onder Waterloo nog mooi terug te vinden, nabij de monumenten van kurassier luitenant Demulder en kapitein Mercer van de Royal Horse Artillery.
Jan Peter van Schijndel heeft dit glorieuze moment dus gemist, omdat hij zijn gewonde korporaal moest wegbrengen.
Detmers achtervolgde de vluchtende gardetroepen tot Maison de Roi bij Plancenoit, waar men de Pruisen ontmoette.

Toen Jan Peter terugkwam was de slag kennelijk voorbij en zijn legeronderdeel pakweg drie kilometer verderop. Die ‘Russen’ die hij ontmoetten waren waarschijnlijk Pruisische soldaten, aangezien er geen Russische troepen bij Waterloo aanwezig waren.
Het was of werd al donker en aangezien het uniform van een Nederlandse Flankeur wel wat weg heeft van dat van de Franse Lichte Infanterie, hebben de Pruisen hem mogelijk voor een fransman gehouden. Er waren die avond (mede door de dichte wolken kruitdamp!) meerdere gevalletjes ‘vriendschappelijk vuur’ tussen Pruisen en Geallieerden.
Mocht dat zo zijn, dan kwam Jan Peter er nog goed vanaf. Menig vluchtend fransman overleefde die dag een ontmoeting met Pruisische soldaten niet!

(bronnen: Mark Adkin, the Waterloo Companion
Gareth Glover,the Waterloo Archive; British Sources)
Pieter Follings zei op 2 november 2019 om 16:37
Wie weet hoe ik mijn voorvader, een preissische derteur, op kan zoeken i n de register deserteurs van de preusschen

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: