i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Capelle
Periode: 1918 - 1921
Tags:

Vadermoord

vertelde op 17 oktober 2019 om 09:47 uur

Op 27 augustus 1918 brak er te Capelle weer eens ruzie uit tussen de oude Jacobus van Raamsdonk en zijn 22-jarige zoon Marijnus. Vader was in het gezin weinig geliefd, wat op die avond om half acht voor de zoveelste keer bleek. Vader stond dreigend met een steekwapen tegenover zijn zoon.

Dat was voor de laatste reden om met een hamer twee keer in het gezicht en op het achterhoofd van vader een mep te verkopen. Het moeten behoorlijk harde klappen geweest zijn, want na die tweede slag viel pa op de grond en bleef bewegingsloos liggen.

Geschrokken tilde Marijnus zijn vader op, sjorde hem een trap op naar de zolder waar hij hem aanvankelijk neerlegde op een oude matras. Daarna pakte hij een touw, bond die om de hals van zijn vader en sloeg die over een balk heen. Zijn doel was het op een zelfdoding te laten lijken. De bloedvlek die op het matras nog te zien was bedekte Marijnus met een strozak.

Jan Leendert van der Linde, die Marijnus had opgeroepen met de mededeling dat zijn vader zelfmoord had gepleegd, maakte het lichaam los en legde dat op de strozak. Hij haalde toen veldwachter J.C. de Bruin erbij die dokter Mentrop liet komen. Deze bekende deskundige op het gebied van lijkonderzoek zag op de strozak een rode bloedvlek ter grootte van een hand, en zag ook dat de omgeving van het linkeroog lelijk gezwollen was. Dit waren voor hem tekenen die erop wezen dat de dood niet door verhanging was ontstaan. De autopsie wees uit dat er bloedvaten in de hersenpan waren gescheurd, wat tot de dood had geleid.

Buurvrouw Elisabeth van Tilborg die al twaalf jaar naast het gezin Van Raamsdonk woonde, vertelde de rechtbank op 14 november dat er altijd mot was in dit gezin. De vrouw van Jacobus was bang voor haar gewelddadige man en vluchtte menigmaal met haar kinderen naar haar huis. Kleermaker Westbroek die verstelwerk voor het gezin deed, had een keer geweigerd met de woorden aan Jacobus dat die eerst maar eens aardig moest zijn voor zijn vrouw en kinderen. Jacobus had daar met een vloek op gereageerd. “Ik zal haar nog liever de hersens inslaan”. Ook bij andere buurtgenoten stond Jacobus in een kwaad daglicht.

Op 14 november diende de zaak in Den Bosch. Zinnicq Bergmann was de verdediger die aanstuurde op zelfverdediging. De dader stond immers gunstig bekend. Zelf zei Marijnus dat hij zich tegenover zijn vader had moeten verdedigen. Maar de Officier van Justitie eiste vijf jaar voor vadermoord. De verdachte toonde immers nadien geen spijt en het feit dat hij zijn doodslag had willen camoufleren, maakte de gebeurtenis ernstiger. De rechtbank vond drie jaar genoeg. Het gerechtshof verminderde in hoger beroep op 20 januari 1919 de straf tot twee jaar.

Marijnus zat zijn straf uit in de gevangenis te Rotterdam, maar overleed wonderlijk in het jaar van zijn vrijlating in de nacht op 22 oktober 1921 in Krommenie. De aangifte werd gedaan door Cornelis Joon, een 75-jarige man uit die plaats, en Hendrik Stam, een 26-jarige ambtenaar uit Wormerveer.

Was het een zelfdoding, maar waarom dan in een Noord-Hollandse gemeente? Had hij daar familie of vrienden, misschien iemand die hij in de gevangenis had ontmoet? Het blijven open vragen. Zijn tweelingbroer Johannes Marinus trouwde op 6 januari 1921 in Capelle, waar Marijnus als getuige ontbrak. Zijn moeder overleed op 18 maart 1936 in Sprang-Capelle.

Naschrift: dankzij de tip van Geraldine (zie hieronder), is duidelijk geworden hoe Marijnus werkelijk aan zijn einde is gekomen. De anonieme werklieden uit Noord-Brabant die in het krantenartikel genoemd worden, moeten wel Marijnus en de 21-jarige Adrianus Arnoldus van Dorst uit Oosterhout geweest zijn, aangezien dit de enige twee overlijdens zijn die in Krommenie op die 24e oktober zijn aangegeven.

Zoals ik al zei: een droevig einde ver van huis voor zo'n jongeman, die zijn straf heeft uitgezeten.

 

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (3)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 17 oktober 2019 om 20:38 uur

Wat een tragiek, Klaas. Ongelooflijk hoeveel leed er schuil kan gaan achter archiefstukken, dat blijkt maar weer eens.

Geraldine zei op 18 oktober 2019 om 10:37 uur

Overleden in het huis staande Noorder Hoofdstraat 68 te Krommenie (ziekenhuis)
Dag van aangifte maandag 24 okt. 1921
Akte 39 22 okt. 1921 3 uur vm Marinus van Raamsdonk, 25 jaar, arbeider wonende Capelle
Akte 40 22 okt. 1921 11.30 vm Adrianus Arnoldus van Dorst, 21 jaar, arbeider, wonende Oosterhout
Delpher.nl in verschillende dagbladen gepubliceerd.
Dag van publicatie maandag 24 okt. 1921
Noodlottig ongeval (21 okt. 1921)
Door het breken van den kop van een hoogen mast voor de electrische bovengrondsche geleiding te Knollendam zijn Vrijdagmiddag twee werklieden, die daarin werkzaamheden verrichtten, van ongeveer 40 meter hoogte naar beneden gestort. Beide ongelukkigen afkomstig uit Noord-Brabant, werden in een zorgwekkende toestand naar het ziekenhuis te Krommenie vervoerd, waar zij Zaterdagochtend zijn overleden.

Klaas de Graaff zei op 22 oktober 2019 om 13:17 uur

Het was een veronderstelling. Maar goed dat iemand anders dit bericht heeft opgepakt. Het blijft achteraf triest dat dit familielid zo ver van huis aan zijn einde moet komen.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: