i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Fijnaart en Heijningen , Oud en Nieuw Gastel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Veren

Veer bij Stampersgat

vertelde op 24 september 2010 om 12:27 uur

Het noordoostelijke deel van de voormalige gemeente Oud en Nieuw Gastel bestond begin zestiende eeuw nog uit buitendijkse slikken en gorzen. Rond 1550 werd dit gebied ingepolderd.

De nieuwe polder werd naar de plaatselijke heer, Jan IV van Glymes, markies van Bergen op Zoom, Heer Jansland genoemd. In de polder werd een nieuw dorp gesticht, dat de naam Nieuw Gastel kreeg.

Al in 1583 liep het gebied echter al weer onder water: de Staatse troepen hadden in hun strijd tegen de Spanjaarden de dijken doorgestoken. De bevolking van dorp en polder moest elders een veilig heenkomen zoeken. Rond 1595 werden de dijken weer gedicht.

Weliswaar herleefde Nieuw Gastel niet meer, maar verderop aan de noordoostelijke punt van de polder vestigden zich enkele schippers en vissers en ontstond een nieuwe kern. Aanvankelijk heeft dit gehucht geen naam, maar in de loop van de zeventiende eeuw duikt eerst de naam Stoutersgat en later steeds vaker de naam Stampersgat op, zoals het dorp tegenwoordig nog steeds heet.

Bij dit dorp kwam al snel een veerverbinding richting Fijnaart tot stand. Het eerste pachtcontract dat we kennen is uit 1632. Daarin werd vastgelegd dat de pachter moest zorgen voor goede bequaeme schuyten en ook voor een goede nyeuwe peerde schuyt. Hij moest ook aan beide zijden van de rivier stevige aanlegplaatsen maken, zodat passagiers droogvoets hun reis konden voortzetten. Een halve eeuw later blijken die steigertjes inmiddels vervangen te zijn door veerdammen aan weerszijden van de rivier.

De pachter in 1632 was Adriaen den Brouwer, woonachtig ‘inden Appelaer’, de Appelaarsepolder aan de overzijde van de Dintel. Hij betaalde voor het veer 25 gulden per jaar. Ruim een eeuw later, in 1741, betaalde Pieter Horsten voor vijf jaar 350 gulden. En in 1808 betaalden Govert Bus en Leendert Horians voor de periode van half mei tot het einde van dat jaar maar liefst 281,25 gulden.

Bij dat laatste bedrag was overigens wel het recht op de visserij in een deel van de Dintel inbegrepen. Bovendien mocht de veerman intussen ook een bedrag van 9 stuivers opeisen van ieder schip dat aan de veerdam aan de Fijnaartse zijde aanlegde om te laden of te lossen.

In de eerste helft van de negentiende eeuw bleef het veer nog in de vaart. Maar toen in 1860 ter plaatse een houten ophaalbrug over de Dintel in gebruik werd genomen, betekende dat het einde van de veerverbinding.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Erik Laforce zei op 3 januari 2012 om 15:07 uur

Beste,
Heeft U een bron/referentie voor de verpachting van het veer aan Pieter Horsten?
Ik vermoed namelijk dat dit Pieter Huybrechts HORSTEN is (Roosendaal 23 jul 1696 - O&N Gastel 12 dec 1747) echtgenoot van Elisabeth Oriaens. (De grootvader van de overgrootvader van mijn overgrootvader...)
In de inventaris van Gastel vind ik geen verwijzing naar een verpachting.
En het is in elk geval een leuk detail in een familiegeschiedenis.
Vriendelijke groeten,

Mariƫt Bruggeman bhic zei op 10 januari 2012 om 11:51 uur

Beste Erik,
wat leuk dat het waarschijnlijk een van je voorvaderen is die het veer gepacht heeft.
In het archief van de Domeinen in het Markiezaat van Bergen op Zoom (toegangsnummer 921) inv.nr. 13 zit het betreffende pachtcontract. Je kunt het tijdens onze openingstijden in onze studiezaal in 's-Hertogenbosch inzien.
Met vriendelijke groeten,

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 30 juni 2009 om 10:53 uur

Mark en Dintel

vertelde op 24 maart 2010 om 11:48 uur

Witte Brug te Stampersgat