i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Etten-Leur
Jaar: 1940
Tags:

De Vlasfabriek Zwartenberg

vertelde op 25 september 2017 om 10:30 uur

In 1940 kreeg de voormalige suikerfabriek op de Zwartenberg een nieuwe bestemming. Het werd een vlasfabriek. Na de sluiting van de suikerfabriek werd deze tussen 1920 en 1940 gebruikt voor de opslag van suiker en kende hij verschillende eigenaren. In 1940 kocht de Zuid-Hollandsche Vlascombinatie de voormalige suikerfabriek om er een vlasfabriek in te richten.


Het werd de modernste vlasfabriek van Nederland. De fabriek bood werk aan 50 personeelsleden en was na Dinteloord (300 personeelsleden) de tweede grootste van Nederland. Onder de naam “Vlasfabriek Zwartenberg” werd het volledige fabricageproces uitgevoerd, dus van grondstof tot vlasvezel.

Al direct na de aankoop van het complex werd begonnen met het roten, repelen (ontzaden) en zwingelen (het losmaken van de vezel van de bast). Ondertussen werden ook machines geïnstalleerd voor het verdere productieproces, het hekelen (splijten) en het verfijnen van het vlas als voorbereiding voor het spinnen.

Het zwaarste en ongezondste werk, het vullen en lossen van de rootputten, dat bijna bij alle roterijen nog met de hand plaatsvond, werd gemechaniseerd. In korven werd het vlas met een hijsinstallatie in de rootputten afgezonken en weer eruit gehesen.

Verder werd een kunstmatige drogerij gebouwd, waardoor het bedrijf onafhankelijk van het weer door kon werken. Doordat de P.N.E.M. niet in staat was op korte termijn 7 km kabel voor de stroomvoorziening aan te leggen, heeft men daarin voorzien door het plaatsen van stoomketels met bijbehorende machines.

1940 was een belangrijk jaar voor de vlasindustrie in West-Brabant. Naast de vestiging van de fabriek op de Zwartenberg, werd in Standdaarbuiten, met steun van de rijksoverheid, de eerste en enige vlasschool in Nederland geopend. Deze twee gebeurtenissen zorgden ervoor dat in diverse landelijke bladen het gedicht ‘Vlas’ van P. Gasus werd gepubliceerd.

VLAS

Als zoovele stervelingen
Van ons menschelijke ras,
Weet ik weinig van veel dingen
En tot deze hoort het vlas.
Ik weet dat men vlas kan spinnen,
Door het woord vlasspinnerij.
Daarvan krijgt men een soort linnen,
Maar daar blijft mijn kennis bij.
Neen, maar wacht nou nog es even,
Vlas heeft lijnzaad als zijn zaad
En 'k weet dat in 't vogelleven
Ook een vlasvink nog bestaat.
Daarmee echter is 't bekeken,
Wat ik weet van 't vlasgeslacht,
Ik word dus een leek der leken
In de vlasserij geacht.
Maar gelukkig zijn er menschen
Die veel weten van die plant,
Deze menschen hadden wenschen
Voor de vlasteelt in ons land.
Maar zij hadden daarenboven
Veel vertrouwen en geduld,
En terecht, want, lang verschoven
Wordt nu toch hun wensch vervuld.
Want de teerling is geworpen
Er 's een vlasschool opgericht,
En in 't ander van twee dorpen
Is nog een fabriek gesticht.
Wie daarop figuurlijk vlaste
Is natuurlijk blij verrast,
Dat nu door de vlasserskaste
Letterlijk meer wordt gevlast.

P. GASUS


Tegenspoed

Het ging de fabriek niet altijd voor de wind. Op maandagavond 12 november 1941 legde een verwoestende brand bijna de gehele fabriek in de as. Bij de laatste avondronde bleek alles nog in orde. Maar om half tien merkte de bedrijfsleider, de heer Vos, dat een stapel vlasafval, die op drie meter afstand van de ketels lag, vuur had gevat. Het vlasafval werd gebruikt voor de stook van de ketels. Onmiddellijk waarschuwde Vos het fabriekspersoneel dat met blussen begon. De watertoevoer bleek echter ontoereikend en weldra vatten andere hopen vlasafval en de vlasvoorraad vlam.

Spoedig arriveerde de brandweer van de Leur. Maar het was vechten tegen de bierkaai, het vuur sloeg over naar de fabriek. Onmiddellijk vroeg burgemeester Hamilton bijstand van de brandweerkorpsen uit de omliggende plaatsen. Ondanks de inzet van de motorspuiten van Breda, Roosendaal, Princenhage, Zevenbergschenhoek en Terheijden kon niet worden voorkomen dat de fabriek bijna geheel afbrandde. Alleen de machinekamer, de ketels en de naast de fabriek gelegen arbeiderswoningen, konden worden behouden. De brandweer van Zevenbergen kon voorkomen dat door de vonkenregen de houtzagerij en de houtopslagplaatsen van firma Aarden aan de andere kant van de Mark behouden bleven.

Dinsdagmorgen om vijf uur was men de brand meester. De totale schade bedroeg 400.000 gulden, wat gedeeltelijk door de verzekering werd gedekt. Vijftig fabrieksarbeiders zaten voorlopig zonder werk.

Ook aan het einde van de Tweede Wereldoorlog kreeg de fabriek het door bombardementen zwaar te verduren.
Door import van goedkope vlasvezels uit Rusland en de productie van kunstvezels moest de fabriek in 1960 haar deuren sluiten.

Bronnen:
Website KB kranten, geraadpleegd 18 september 2017
Ton van den Wijngaart, Zwartenbergse polder, Heemkundekring Jan uten Houte, Etten-Leur 2007, blz. 103-104.
Dr. H.A. Schönhage, Sociografie Etten-Leur, Instituut voor sociaal onderzoek van het Nederlandse volk, ’s-Gravenhage, 1949.
Foto’s fabrieksinstallaties: Nationaal Archief, Arbeidsinspectie.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: