i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vlijmen
Tags:

Vlijmen in vogelvlucht

vertelde op 9 februari 2009 om 12:08 uur

In 1858 beschrijft J.L. Terwen in zijn boek "Het koningrijk der Nederlanden, voorgesteld in eene reeks van naar de natuur geteekende schilderachtige gezigten" Vlijmen als één groot dorp, 'waarvan de huizen, onder welke aanzienlijke woningen en boerderijen, zeer uit elkander verspreid liggen, zoo dat de eigenlijke kom slechts uit zes huizen bestaat'. Maar Vlijmen gaat verder terug dan de negentiende eeuw.

Bestuur

Tijdens de late Middeleeuwen en het Ancien Regime had Vlijmen een eigen schepenbank die ook de hoge jurisdictie mocht uitoefenen. De heerlijke rechten over het dorp Vlijmen waren in handen van de heer van Heusden die ze op zijn beurt van de Brabantse hertog in leen had. Deze verkocht de heerlijke rechten over stad en land van Heusden in 1334 aan de graven van Holland. Zo kwam het Brabantse Vlijmen tot 1795 staatkundig aan het graafschap en later het gewest Holland. Desondanks bleef Vlijmen geografisch een integraal deel uitmaken van de vanaf dan in een Brabants en een Hollands deel gescheiden Langstraat, het gebied gevormd door de reeks dorpen die in een lint tussen 's-Hertogenbosch en Geertruidenberg liggen .

De gemeentelijke herindeling van 1935 voegde Nieuwkuijk en een deel van de gemeente Hedikhuizen bij Vlijmen. In 1997 ging Vlijmen op in de nieuwe gemeente Heusden.

Bevolking

De bevolkingsontwikkeling ging in het derde kwart van de negentiende eeuw redelijk vlot, maar stagneerde in het laatste kwartaal van deze eeuw enigszins. De groei was hoofdzakelijk een gevolg van een natuurlijke bevolkingsaanwas, want de migratiebalans sloeg overwegend door naar een vertrekoverschot. De landbouwcrisis in de jaren tachtig van de negentiende eeuw was hier voor een belangrijk deel debet aan. Het negatief vestigingsoverschot hield aan tot in het interbellum.

Middelen van bestaan

Aanvankelijk leefden de Vlijmenaren vooral van de schapenteelt, maar later kwamen daar ook andere agrarische bezigheden bij. Tot in de Twintigste eeuw bleef de landbouw voor Vlijmen duidelijk het voornaamste bestaansmiddel. Onder de geteelde gewassen nam de hop de belangrijkste plaats in, maar al kort na 1900 verloor dit product haar positie als gevolg van een daling van zowel de prijs als de kwaliteit van de hopbellen.

Aan de vooravond van de Eerste Wereldoorlog haalde de hopoogst amper 20% van wat er in 1900 werd verbouwd. In het kader van de crisis in de jaren dertig opgestarte experimenten om de hopteelt nieuw leven in te blazen liepen op niets uit. De Tweede Wereldoorlog betekende de definitieve doodsteek voor het ooit voor de streek zo belangrijke gewas.

Binnen de veeteelt was het pluimvee het sterkste segment. De varkenshouderij was relatief onbelangrijk. Dat het aantal varkens in de twintigste eeuw sterk afnam kwam waarschijnlijk vooral doordat het aantal huishoudens dat 'een varken achter het huis had' verminderde. Globaal was de verdeling 30% bouwland, 65% grasland 5% tuinbouw.

De agrarische dominantie had ook haar invloed op de Vlijmense handel. Zo valt in het gemeenteverslag over 1920 te lezen dat de handel zich hoofdzakelijk beperkte tot vee, tuin- en landbouwproducten. Deze werden hoofdzakelijk op de veiling verhandeld, nog slechts een klein deel werd in dat jaar op de Bossche markt aangeboden. De winkelnering was in dat jaar 'van weinig betekenis'.

Behalve de landbouw was men name de mandenmakerij van groot plaatselijk belang. Veel landarbeiders vonden hier in de winter emplooi. In 1930 werkte zelfs 75% van de beroepsbevolking in deze bedrijfstak, in de jaren vijftig was de mandenmakerij nagenoeg verdwenen. Vergeleken met de rest van de Langstraat was de leer- en schoennijverheid in Vlijmen van weinig betekenis. Na de Tweede Wereldoorlog trok het gemeentebestuur doelbewust nieuwe industrie aan.

Religie

Hoewel de bekende zeventiende-eeuwse calvinistische theoloog Gisbertus Voetius in Vlijmen predikte, bleef het dorp toch overwegend katholiek. Dit was vooral een gevolg van de inspanningen van de norbertijnen van Berne. In de provinciale almanak van 1955 stonden de namen van de gemeenteraadsleden opgesomd met als toevoeging 'allen K.V.P'. In 1960 was ruim 90% van de bevolking katholiek.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: