skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

Vraagtekens rond Boxtelse bloeddoek

Rond 1380 vindt in Boxtel een bloedwonder plaats. Priester Eligius van den Aker stoot tijdens de Heilige Mis de miskelk met witte wijn om. De wijn verandert op het altaarlinnen in Christus’ rode Bloed. Elk jaar wordt de Bloeddoek op de zondag na Pinksteren in de Heilig Bloedprocessie door de Boxtelse straten gevoerd.

Maar nu zijn er vraagtekens gerezen rond de 'Heilig Bloeddoek'. Bij een inspectie van de doek in 2016 kwam een document uit 1952 ter tafel van pater Adriaan de Koning (Witte Paters), destijds woonachtig in Boxtel. Hij bezocht dat jaar het Belgische Hoogstraten, waar de twee doeken die volgens de overlevering bij het wonder betrokken waren ten tijde van de protestantse overheersing in veiligheid werden gebracht. Het zou tot 1924 duren voordat één van de doeken naar Boxtel terugkeerde. Op basis van oude documenten en eigen waarneming oppert De Koning dat de Boxtelse doek niet de oorspronkelijke ‘wonderdoek’ is, zoals altijd werd beweerd, maar er slechts als ‘verpakkingsmateriaal’ voor diende. Het ‘originele reliek’ met het Bloed van Christus bevindt zich volgens hem nog steeds in Hoogstraten. Daarmee zou Boxtel slechts in het bezit zijn van een ‘aanrakingsreliek’, een stuk stof dat in contact is geweest met de Heilig Bloeddoek.

De bloeddoek zoals deze te zien is in de Sint-Petruskerk voorafgaand aan en na afloop van de jaarlijkse ‘Bloedprocessie’ (foto: © Peter van Zoest)
De bloeddoek zoals deze te zien is in de Sint-Petruskerk voorafgaand aan en na afloop van de jaarlijkse ‘Bloedprocessie’ (foto: © Peter van Zoest)

De Koning was in 1952 in Hoogstraten bij de viering van het derde eeuwfeest van de komst van de doeken. Bij die gelegenheid kreeg hij de ‘altaardwaal’ te zien, de doek die het altaar zou hebben bedekt bij het wonder. Deze bleef in Hoogstraten na teruggave in 1924 aan Boxtel van de ‘corporale’, de doek waar de kelk met wijn op stond bij de consecratie. Hij noteert: “Ik zag voor me een fijn geweven linnen doek van kraanoog weefsel, ter grote van een hedendaagse corporaal en op de linkerhelft van de doek aanschouwde ik zeer duidelijk een grote verbleekte uitkringende bloedvlek, zoals men die wel eens ziet in een bloed-doordrenkt pas gespoeld stuk linnen. Op de rechterhelft, meer naar onder zag ik een tweede, maar veel kleinere van dezelfde kleur. Uit de vorm van de vlek kon ik ongeveer opmaken hoe de kelk moet zijn gevallen. Ik betreurde het, dat Boxtel niet deze doek gekregen had, alhoewel men in Hoogstraten voorgegeven had, dat men daar gaarne afstand deed van de meest kostbare.”

Met dat laatste doelt hij op de corporale, die de ‘beste papieren’ zou hebben als mirakeldoek. Deze doek wordt namelijk genoemd in het oudst bekende document over het bloedwonder in Boxtel, de ‘oorkonde van kardinaal Pileus’ uit 1380. De Koning wijst erop dat hierin consequent sprake is van slechts één doek met duidelijk zichtbare rode vlekken: de corporale. Onder meer ook een notariële acte uit 1802, opgemaakt in Hoogstraten, beschrijft nauwkeurig slechts één doek. Pater De Koning concludeert met betrekking tot de Boxtelse doek: “Wat hebben wij hier dan? Wellicht een weefsel, dat de echte doek van den beginne af heeft vergezeld en dat door Eligius van den Aker kan zijn gebruikt alleen maar om er de corporaal in op te bergen. In ieder geval … zijn wij niet in het bezit van de meest kostbare doek en zeer zeker niet van de corporale!” Het lijkt hem alleszins gerechtvaardigd “voor een tweede maal te trachten de rechtmatige eigenaar in zijn bezit te herstellen!” De aanwezigheid van twee doeken is in het verleden verklaard door te suggereren dat naast de corporale (93 x 61 cm.) een altaardwaal (90 x 41 cm.) met het wonder te maken had. Deze zou de meeste vloeistof hebben opgevangen omdat de kelk op de – mogelijk gevouwen – corporale stond. Bij het omvallen zouden de grootste vlekken op de ernaast gelegen altaardwaal teweeg zijn gebracht en kreeg de corporale slechts wat spatjes. Opmerkelijk: de Boxtelse doek vertoont geen bloedvlekken, terwijl op die in Hoogstraten duidelijk zichtbare grote vlekken te zien zijn.

Voorafgaand aan de processie in 2014 toont pastoor Bart Rombouts van Hoogstraten de bloeddoek die daar wordt bewaard (foto: © Ruud van Casteren).
Voorafgaand aan de processie in 2014 toont pastoor Bart Rombouts van Hoogstraten de bloeddoek die daar wordt bewaard (foto: © Ruud van Casteren).

In 2016 is onder leiding van René Lugtigheid, vakdocent textielrestauratie Universiteit van Amsterdam, de Boxtelse bloeddoek aan een inspectie onderworpen met het oog op een goede conservering. Hiervoor werden aanbevelingen gedaan die op goedkeuring van de Heilig Hartparochie konden rekenen, waarna maatregelen volgden.

René Lugtigheid (links) en restaurateurs in opleiding, Sjoukje Telleman (midden) en Marijke de Bruijne, bij het ontvouwen de bloeddoek (foto: Peter de Koning | © 2016 Stichting Brabants Centrum Boxtel)
René Lugtigheid (links) en restaurateurs in opleiding, Sjoukje Telleman (midden) en Marijke de Bruijne, bij het ontvouwen de bloeddoek (foto: Peter de Koning | © 2016 Stichting Brabants Centrum Boxtel)

In aansluiting op het document van pater De Koning, gaf de onderzoekster aan dat het weefsel van de doek feitelijk veel te grof is voor een ‘corporale’. Deze moet namelijk dicht geweven zijn om stukjes van de geconsacreerde hostie op te vangen die vrijkomen bij het breken ervan. Niets van het ‘Lichaam van Christus’ mag immers verloren gaan. Vooral de opmerking dat de doek in Hoogstraten een ‘kraanoogweefsel’ is, een damastweefsel, zette haar aan het denken. Corporalen zijn namelijk altijd van damastweefsel gemaakt, of van een dicht geweven linnenweefsel. De doek uit Boxtel is een ander type weefsel. Het is niet ‘dun’ van ouderdom, wat wel wordt gesuggereerd, maar een “vrij grof batist”, zoals pater De Koning noteert, “een weefsel, dat zeer zeker niet aanbevolen kan worden om de partikels van de H. Hostie veilig bijeen te houden … De Doek van Hoogstraten echter is van een vast weefsel … van een normale corporaal van thans.” De doek in Boxtel lijkt volgens Lugtigheid meer op een ‘benedictiedoek’, een doek die door de priester wordt gebruikt om de kelk of monstrans vast te houden bij een zegening. Opmerkelijk: in eerder onderzoek, zoals samengevat door P. Th. A. Dorenbosch in De Boxtelse St-Petrus (1983), was van een nauwkeurige vergelijking van het type weefsel van beide doeken geen sprake. De zaak is destijds bij een afrondend gesprek met de parochie besproken, maar er zijn geen conclusies aan verbonden omdat dit niet tot de onderzoeksopdracht behoorde.

De schrijndragers van de Bloedprocessie, die nauw betrokken waren bij de totstandkoming van het conserveringsonderzoek, hebben de netelige kwestie verschillende keren aan direct betrokkenen in Boxtel voorgelegd, maar kregen steeds te horen dat deze niet ter zake doet. Van geschiedvervalsing zou geen sprake zijn. Het is een ‘wonder’ en dat moet het ook blijven, zo oordeelt men. Ook de parochie stelt zich op dit standpunt. Het Heilig Bloedcomité in Hoogstraten heeft met interesse kennisgenomen van de ontwikkelingen.

Dit verhaal is een bewerking van een artikel op Bloedprocessie Boxtel, de website van de Schrijndragers van de H. Bloedprocessie.

Reacties (3)

Martien v, Dooren zei op 8 mei 2021 om 19:29
Nu ben ik geen expert maar in Boxmeer is een zelfde verhaal , Boxtel en Boxmeer de namen zijn bijna het zelfde , beide in N. Brabant toeval of een verwarring wij zal het zeggen
Martien v, Dooren
Willem Pothoven zei op 28 juni 2021 om 20:55
Geweldig wat een verhaal. Geeft toch wat steun in deze tijd

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!