skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Arnout van Erp
Arnout van Erp Bhic

Vrouwen in de politiek

Anita Koster
Anita Koster
vertelde op 5 december 2021
bijgewerkt op 6 december 2021
'Vorige week, het was van dat onaangename novemberweer, zag ik Joke van der Beek, de eerste en tot dusver enige vrouw die het in Den Bosch tot wethouder bracht, met een grote paraplu schuin voor zich uitgestoken in de stromende regen tegen de wind in fietsen. Ik vond dat beeld van haar als eenzame fietser wel symbolisch voor vrouwen in de politiek.'


Anita Koster, 1992

Zo schreef ik in het Brabants Dagblad van 20 november 1993, als bijdrage in de aanloop naar een door het Emancipatiebureau Noord-Brabant georganiseerde discussiebijeenkomst over vrouwen in de politiek. Behalve dat ik in dit stuk eigen ervaringen en ideeën weergaf, was het ook een reactie op een eerder stuk van toenmalig gedeputeerde Joep Baartmans (PvdA), die in haar stuk blijk geeft van een houding van 'niet zeuren maar poetsen'. Verder had zij het over haar jarenlange strategie van er niets over zeggen, maar gewoon laten zien wat geëmancipeerd zijn is. Je moet het er gewoon niet over hoeven te hebben, vindt ze. Haar eerste congres van de Rooie Vrouwen, zegt ze met een zekere trots, moet ze dan ook nog meemaken. Ook stelt ze een rare verhouding tot feministische vrouwen te hebben. Het was beslist een strategie die werkte, tenslotte was ze gedeputeerde geworden. Maar wel met pijnlijke schouders, blijkt aan het eind van haar artikel, en ze bleef een uitzondering.

Het persoonlijke is politiek

De tweede feministische golf van eind jaren zestig, zeventig en tachtig leeft ondermeer voort in een aantal aansprekende leuzen, waarvan ‘het persoonlijke is politiek’ wel de bekendste is. Daarmee werd gezegd, dat de ervaringen van vrouwen in de zogeheten persoonlijke sfeer van het gezin, helemaal niet zo persoonlijk waren als werd gedacht, maar het gevolg van hun positie als (huis)vrouw en moeder en dus politiek waren. Bovendien werd je niet als vrouw geboren maar tot vrouw gemaakt, gesocialiseerd. Meisjes werden anders opgevoed en benaderd dan jongens. En dit met grote gevolgen. Bekende acties uit de beginperiode van de vrouwenbeweging waren dan ook die voor vrije abortus (hoewel die er niet is gekomen met het volledige beslissingsrecht van de vrouw zelf, zoals een van de eisen was) en voor kinderopvang c.q peuterspeelzalen. Vrouwen wilden hun handen vrij krijgen om ook aan andere dingen dan het gezin toe te kunnen komen. Studie en betaald werk bijvoorbeeld. En een vijfurige werkdag voor iedereen (een eis van Man Vrouw Maatschappij, MVM), zodat werk buitenshuis en zorgtaken eerlijker over mannen en vrouwen verdeeld konden worden.


Klik om te vergroten

Maar om dit te bewerkstelligen, tegen het conservatisme in de maatschappij in, waren er naast maatschappelijke actie ook concrete veranderingen nodig waarover door de politiek werd besloten. En politiek in die tijd was 'mannenpolitiek', vonden feministen, dus ook daar moest verandering in komen. Feministen van het eerste uur, zoals Joke Smit en Hedy d’Ancona (MVM), maar ook van een latere lichting zoals Jet Bussemaker, werden dan ook politiek actief en met persoonlijk succes, zoals de ministerschappen van Hedy d’Ancona en Jet Bussemaker laten zien. Allen PvdA trouwens, net als Joep Baartmans en Joke van der Beek.

Verschillende strategieën

De zogenoemde nieuwe sociale bewegingen, waarvan de vrouwenbeweging van die jaren deel uitmaakte, waren in feite politieke bewegingen met verschillende strategieën. Zo streefde MVM naar verandering via de bestaande kanalen en conventionele actiemethoden, zoals het schrijven van brieven en rapporten, lobbyen bij politieke partijen en netwerken. Dolle Mina koos juist voor het voeren van vaak spectaculaire ‘ludieke’ acties. Ook werd er door groepen feministen gekozen voor het opzetten van eigen alternatieven voor bijvoorbeeld ontmoeting (vrouwencafés en vrouwenhuizen), verspreiding van informatie (vrouwenkranten, -drukkerijen en -boekhandels en zelfs een landelijke uitgeverij) en werk (vrouw en werkwinkels en eigen bedrijfjes). Al deze initiatieven bij elkaar zorgden op den duur voor verandering, maar de meeste alternatieven van die tijd zijn verdwenen.

Zoals gezegd, wilde MVM ook via de politiek haar doelen bereiken en slaagde er al snel in om een brug te slaan naar toonaangevende politieke partijen als de PvdA en D66. Zo wisten ze tot ver in de jaren zeventig invloed uit te oefenen op de programma’s van deze partijen en maakte de vrouwenorganisatie van de PvdA een ingrijpende verandering door die leidde tot de naamsverandering Rooie Vrouwen in de Partij van de Arbeid, terwijl onder het kabinet Den Uyl in de jaren zeventig tevens een start werd gemaakt met een landelijk emancipatiebeleid dat rechtstreeks uit de koker van Man Vrouw Maatschappij kwam. Een emancipatiebeleid dat tot in de jaren negentig leidde tot de financiering van feministische initiatieven, het opzetten van emancipatiebureaus e.d. en tot wettelijke veranderingen die de emancipatie van vrouwen moesten bevorderen, zoals economische zelfstandigheid.

Alleen de vijfurige werkdag voor iedereen was en is nog steeds een brug te ver. Een gegeven dat nog steeds van invloed is op de werkverdeling van mannen en vrouwen. Vrouwen werken vaker parttime en nemen de meeste zorgtaken op zich. Hedy d’Ancona zegt daar nu het volgende over:

‘Dat was echt menens, dat was de roep om een ander soort samenleving. Je kon die volgens ons alleen maar verwezenlijken als mannen en vrouwen evenveel werkten, in deeltijd, zodat ze ook beiden zowel in de privé- als in de publieke sfeer actief konden zijn. … Natuurlijk, het verwerven van seksuele vrijheid was minstens zo belangrijk – we hadden de pil, maar de strijd voor de legalisering van abortus was nog onbeslist – maar ook die vijfurige werkdag was voor ons essentieel om die mooiere samenleving te verwezenlijken.’

Jammer dus, dat ze er nu juist niet in is geslaagd om dit voor haar essentiële punt te verwezenlijken toen ze staatssecretaris van Sociale Zaken en Werkgelegenheid en Emancipatiezaken was en later minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur. Het blijft taaie materie.

Partijpolitiek

Gezien de resultaten die de feministische beweging via politieke partijen in de jaren zeventig en daarna wisten te behalen, is het niet vreemd dat meer vrouwen zich wendden tot zulke politieke beïnvloeding. En niet alleen feministen natuurlijk. Ook niet-feministische vrouwen zagen kansen om zich via de politiek in te zetten voor het algemeen belang, waarbij een politieke carrière ook nog kans van slagen had.


Klik om te vergroten

Of we voor de realisering van vrouwenbelangen altijd baat hadden bij meer vrouwen in de politiek is trouwens de vraag. Joep Baartmans stelt in haar artikel, dat het er voor haar eigenlijk niet meer over zou moeten gaan. En toen Joke van der Beek wethouder van o.a. Emancipatie was, waren de eisen die zij aan het subsidiëren van emancipatiewerk stelde zo hoog, dat dit voor vrijwilligers niet op te brengen viel. En ook al werd er een deskundig plan geschreven, het voorstel werd afgewezen. Een vergelijkbare strategie als die van Joep Baartmans lijkt me: niet opvallen als feministe en gewoon je werk doen net als de mannen, ook al pakt dat voor vrouwenbelangen niet goed uit. Den Bosch was nooit gul met emancipatiegeld.

Eind jaren tachtig besloot ik daarom zelf politiek actief te worden en sloot ik me aan bij de Linkse Samenwerking in Den Bosch, dat een paar jaar later als GroenLinks verder ging. Voor de gemeenteraadsverkiezingen van 1990 kwam ik als nummer twee op de lijst en werd ik samen met Evelien van Onck in de gemeenteraad gekozen. We hadden o.a. campagne gevoerd met een eigen emancipatieprogramma en organiseerden een emancipatieforum waaraan ook vrouwen uit andere partijen deelnamen. ‘Ik ga als feministe de raad in,’ stelde ik dan ook in een interview voor het Bossche GroenLinks blad Lisa.


Nel Willekens maakt propaganda voor de Vrouwenpartij. Ze stond nr. 2 op de lijst, maar ze haalden niet genoeg zetels, 1990. (Foto met dank aan Nel Willekens)

In die tijd had Nel Willekens er ook voor gekozen om de politiek in te gaan, maar vanuit een andere strategie. Zij werd lid van de toenmalige Vrouwenpartij, die was opgericht om specifiek voor de belangen van vrouwen op te komen. Net als ik werd ze nummer twee op de lijst, maar dan voor de tweede kamerverkiezingen. Zij werd niet gekozen, want de partij haalde tegen de verwachting in geen enkele zetel. Kennelijk was in dit geval het buiten de gevestigde partrijen om werken, geen goede strategie.


Klik om te vergroten

Was het binnen de bestaande partijen opereren, waar ik voor gekozen had, dan wel succesvol? Het probleem van zeker een kleine fractie is dan dat je je met alles moet bezighouden. Ondanks onze inzet voor emancipatie en vrouwenbelangen konden Evelien en ik niet het verschil maken. Ik heb in de raad dan ook heel wat meer woorden besteed aan zaken als de gescheiden inzameling van huisvuil of een autovrije binnenstad dan aan emancipatiezaken. Hetzelfde gold voor Evelien, die als oude communiste eigenlijk het liefst actie voerde. Haar strijd voor het behoud van het woonwagenkamp aan de Vlijmenseweg, die ze samen met de woonwagenbewoners voerde, was daar een succesvol voorbeeld van. Wij hadden dan ook een goede pers. De stadsredactie van het Brabants Dagblad noemde ons in feite de enige raadsleden die eruit sprongen, ‘gedreven en gemotiveerd als geen ander’. Dat was leuk om te lezen, maar het zorgde niet voor betere resultaten. Toen ik dan ook een interessante baan in een andere stad kon krijgen, stopte ik ermee. Het kostte me te veel energie om die twee zaken te combineren. Evelien ging door en werd later zelfs wethouder van Sociale Zaken, maar toen had Den Bosch al zelfs geen papieren emancipatiebeleid meer.


Klik om te vergroten

Is er dan helemaal niets bereikt? Natuurlijk wel, zeker landelijk gezien. Abortus werd gelegaliseerd en vrouwen en meisjes gestimuleerd om economisch zelfstandig te worden. Maar het belangrijkste lijkt me wel een mentaliteitsverandering, waardoor het tegenwoordig bijna normaal wordt gevonden als vrouwen hun plaats innemen in politiek, wetenschap, journalistiek en bedrijfsleven. Al moeten ze daar meestal harder voor werken dan mannen en moeten vrouwen in de politiek vaak haatcampagnes op internet ondergaan. Het is nog steeds nodig om de schouders te leren ontspannen, zoals Joep Baartmans indertijd ook moest doen.

Bronnen

  • Privécollectie Anita Koster
  • Anneke Ribberink, 'Man Vrouw Maatschappij in actie. Een politieke organisatie in de tweeslachtige late jaren zestig', in: Marian van der Klein en Saskia Wieringa, Alles kon anders. Protestrepertoires in Nederland, 1965-2005, p. 71-86.
  • Marcel ten Hooven, 'Het ludieke alternatief. De tegencultuur van de jaren zestig', De Groene Amsterdammer, 15 juli 2021, p. 73.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!