i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vught
Tags:

Vught in jaartallen

vertelde op 26 februari 2008 om 17:52 uur

Door de eeuwen heen is er nogal wat gebeurd in Vught. Hieronder een selectie uit al die gebeurtenissen. Het overzicht loopt maar tot 1977 zoals je ziet, het is dus ook allesbehalve compleet. Ontbreken er naar jouw idee belangrijke gebeurtenissen, of staan er juist dingen tussen waarvan je zegt: kan dat niet ingeruild worden voor iets beters? Heb je aanvullingen of opmerkingen?

We nodigen je van harte uit om op deze lijst te reageren (zie onderaan).

  1000-1500
De Middeleeuwen
 

1006

De eerste schriftelijke vermelding van Vught: de plaatsnaam "Fughte" wordt genoemd in een (valse) oorkonde die in 1006 is gedateerd. Volgens dit document is er in Vught een tol en een munt (geldwisselhuis). Dezelfde tekst komt voor in oorkonden uit 1028 en 1050

 

rond 1055

De kloosterling Stephelinus beschrijft in zijn Leven van de H. Trudo hoe de heilige in Vught een wonderbaarlijke genezing tot stand brengt

 

1164

In Den Bosch vindt een heftige jodenvervolging plaats. De 183 slachtoffers worden op de Vughtse hei levend verbrand. Dat althans vermeldt de 17e-eeuwse kroniek van het Sint-Geertruiklooster in Den Bosch.
Het letterlijke citaat uit deze kroniek luidt als volgt:
“In den jaere 1164 quamen hier oock wonen een menigte van joden, die haer woonsteden namen op een plaats, nu genoemt Achter het Wilt Vercken; deze joden, als sij daer eenige jaeren gewoont hadde doende haer neringe ende hanteringe, soo is het gebeurt, dat sij alle gelijck ten getalle van hondert ende drieëntachentich, soo mans als vrouwen, sijn bij de kop gevath om haer blasphemi tegen Godt, valsche handel ende lelijcke feijten, daer sij in overtuijgt ende bevonden sijn; soo sijn alle gecondemneert om op de Vuchtse hijde levendig verbrant te worden, ter plaetse dat men noch de Jodekerchoff noemt, niet verre van de galg.”
Gezien de stichtingsdatum van Den Bosch (1185/1191) en gezien het feit dat de aanwezigheid van Joden in de Nederlanden pas vanaf het einde van de dertiende eeuw is gedocumenteerd, zou het goed kunnen dat deze datum van 1164 op een verschrijving van de croniqueur berust.

Later (in de 18e eeuw) kiezen joodse inwoners van Den Bosch juist deze plek (het Wolvenbosch) als hun begraafplaats.

 

1232

Heer Boudewijn van Vught draagt een deel van zijn "villa" (domein) Vught, dat zijn eigendom is, over aan Hertog Hendrik I van Brabant.

De hertog heeft dit deel waarschijnlijk weer doorgegeven aan de Commanderij van de Ridders van de Duitse Orde. De ridders krijgen ook het recht om de pastoors van de St. Lambertuskerk te benoemen (patronaatsrecht)

 

1312

De Commanderij van de Duitse Ridders in Vught wordt voor het eerst vermeld in een oorkonde

1328

De Lambertuskerk wordt voor het eerst in een oorkonde genoemd; maar volgens archeologische gegevens moet er zeker al in de eeuw daarvoor een romaanse kerk gestaan hebben

In ditzelfde jaar geeft de hertog van Brabant de gemeenschappelijke gronden uit aan de inwoners van Vught

1353

Uit dit jaar stamt het oudste zegel van Vught. Het hangt aan een oorkonde, die nu in het archief van de Duitse Orde zit. Een ander mooi exemplaar van dit zegel zit aan een stuk van 9 september 1367, waarin het dorpsbestuur verklaart geen recht te hebben op de gemene gronden die de stad Den Bosch tot op die dag had verkocht.

Op beide oude zegels komen de twee kerken al voor

 

1399

Het patronaatsrecht (en de inkomsten) van de St. Pieterskerk vallen toe het kapittel van Eindhoven

 

1410

Johannes Betten sticht op 3 juni naast de St. Pieterskerk een kluis, geschikt voor twee kluizenaressen. Rond 1400 was ook naast de Lambertuskerk zo'n kluis gebouwd, bewoond door Gertrudis, dochter van Dirk Bolant. De officiële stichtingsakte van deze kluis is gedateerd 12 augustus1417.

De kluis bij de St. Pieter zal permanent door kluizenaressen bewoond blijven tot 1624. Vught mag met deze kluizen het belangrijkste centrum van het kluizenaarschap in Noord-Brabant genoemd worden

 

1446

Het dorp Vught lijdt grote waterschade

 

1453

In een testament worden de gilden van St. Barbara en van St. Joris genoemd

 

1461

Augustinessen vestigen zich aan de huidige Taalstraat

 

1463

Na de overstromingen van 1446 en de blijkbaar blijvend hoge waterstanden, voelden de bewoners van Vught de noodzaak een dijk aan te leggen ter bescherming tegen het water. Op 3 december 1463 verleent Hertog Filips van Bourgondië de officiële vergunning aan de ingezetenen van Vught tot het aanleggen, onderhouden, beheren en schouwen van de dijk, gelegen om en langs de Vughtse akkers. Zo ontstaat de gelijknamige polder. Het dorp zal echter de komende eeuwen toch steeds weer opnieuw geconfronteerd worden met wateroverlast

 

1473

Aan de huidige Taalstraat verrijst op de plek waar nu de villa Sophiasburg staat een Kartuizerklooster. De naam van de villa herinnert nog aan de naam van het klooster: Domus Sanctae Sophiae Constantinopolitaneae, zo genoemd ter herinnering aan de Hagia Sophia, de kerk van de Heilige Wijsheid in Constantinopel, de stad die in 1453, dus twintig jaar daarvoor, door de Turken werd veroverd

 

1479

Er wordt een rekening opgemaakt, waaruit blijkt dat er aan een nieuwe, gotische St. Lambertuskerk gebouwd wordt

 

1498

De inwoners van Vught krijgen enkele privileges, waaronder vrijdom van tol- en marktgelden. Als tegenprestatie moeten ze zorgen voor het ophangen en "tentoonstellen" van de lijken van misdadigers die in Den Bosch terechtgesteld zijn. Dat ophangen gebeurde aan de toongalg op de Vughtse heide.

De Vughtenaren hebben zich met deze lugubere taak beziggehouden tot 1795; ze dankten daaraan hun bijnaam van "galgenlichters" of "leerlichters"

De zogenaamde drie-torentjes-galg, die op oude afbeeldingen nog wel te zien is, stond waarschijnlijk op de plek waar nu de fusilladeplaats (de 2e lunet) is.

In ditzelfde jaar krijgen de Kartuizermonniken aan de Taalstraat het visrecht op een deel van de Dommel en op een watertje dat de Vlaschmeer genoemd wordt.

  1500-1648
Gelderse oorlog; Tachtigjarige Oorlog
 

1525

In juni trekt een troep opstandige Bosschenaren, boos vanwege de vrijdom van accijnzen van de geestelijkheid, met kwade bedoelingen naar het Vughtse Kartuizerklooster; tot hun verbazing worden ze zeer gastvrij onthaald en na een copieuze maaltijd met veel drank is de boosheid ver gezakt

  1543

Op 26 juli  overvalt de 'bende' van de Gelderse krijgsheer Maarten van Rossum Vught. Er wordt brand gesticht en 215 huizen branden af. De bende valt het Kartuizerklooster binnen en rukt een pater, die op dat moment de mis leest, de gewijde kelk uit handen. Verdere verwoesting kan het klooster voor 700 gulden afkopen.

Ook de al uitgeplunderde inwoners van Vught moeten nog extra 200 gulden betalen. Het dorp raakt zo berooid dat vele inwoners vertrekken, vooral richting Tilburg, om daar de kost te verdienen

 

1566

Ook in Vught slaat de Beeldenstorm toe: het Kartuizerklooster wordt zodanig vernield dat het bijna onbewoonbaar is

 

1567

Het leger van Margaretha van Parma verblijft 14 dagen (op kosten van de bevolking!) in Vught; dergelijke " bezoeken" zullen de komende decennia van de 80-jarige oorlog veel schade aanrichten en de bevolking zware lasten opleggen

 

1572

Dit keer zijn het huursoldaten van Prins Willem van Oranje die in Vught verblijven; het Kartuizerklooster wordt opnieuw geplunderd met als gevolg dat de Kartuizers uit Vught vertrekken

 

1578

Het Bossche garnizoen legt het Kartuizerklooster in de as omwille van de verdediging van de stad

 

1579

Het Spaanse leger van de Hertog van Parma laat zijn sporen in Vught na

 

1583

Dit jaar zijn het de Staatse troepen die Vught aandoen. Zij verwoesten een deel van het dorp, waaronder de Pieterskerk, die in brand gestoken wordt

 

1594 of 1595

De net herbouwde St. Pieter wordt door storm grotendeels verwoest

 

1594, 1599, 1601 en 1603

In deze jaren probeert Prins Maurits telkens weer opnieuw, maar vergeefs, Den Bosch in te nemen; zijn pogingen laten Vught niet onberoerd. Tijdens Maurits' laatste actie in 1603 wordt de Lambertuskerk in brand geschoten. Het schip van de kerk stort in en wordt nooit meer in de oude vorm hersteld

 

1600

Op 5 februari wordt op de Vughtse hei de zogenaamde Slag van Lekkerbeetjen uitgevochten

 

1614

De bisschop van Den Bosch stelt een onderzoek in naar eventueel bijgeloof rond de verering van St. Machutus in Vught

 

1619

De Lambertuskerk wordt gedeeltelijk hersteld

 

1629

Prins Frederik Hendrik belegert Den Bosch. Hij laat uitgebreide belegeringswerken aanleggen. De Prins heeft zijn hoofdkwartier op kasteel Maurick, waar hij volgens de overlevering tijdens zijn maaltijd een keer gestoord werd door het geschut van Den Bosch.

Als gevolg van de capitulatie van den Bosch, gaat de Lambertuskerk over in handen van de Calvinisten. Dat ging niet van harte: de predikant vond verschillende keren de deur gesloten en de sleutel zoekgemaakt, zodat de deur met een bijl moest worden ingehakt

 

1630

Het krijgsvolk brengt ook besmettelijke ziekten mee: dit jaar heerst de pest in Vught

 

1648

De Vrede van Munster maakt van Staats-Brabant een Generaliteitsland, dat wil zeggen, een niet-zelfstandig gewest, bestuurd door de Staten-Generaal;

de Lambertuskerk, de Pieterskerk en de Hubertuskapel in Cromvoirt worden gesloten voor de katholieke eredienst; alleen de Lambertuskerk blijft in gebruik voor de protestantse diensten; de St. Pieter wordt als opslagschuur gebruikt voor de opbrengst van de "tienden". Bij hoog water dient de kerk als wijkplaats voor het vee

  1648-1795
De Republiek der Verenigde Nederlanden
 

1662

De bezittingen van de Duitse Orde worden verbeurd verklaard en verkocht;

de Ridders blijven echter de pastoors van de Lambertusparochie benoemen. Dat duurt tot de dood van de laatste van deze pastoors in 1829

 

1666

De oorlog is weliswaar afgelopen, maar de pest slaat weer toe, zodat passanten om Vught heen trekken (tot verdriet van de herbergiers)

 

1672

De jonge Republiek wordt aangevallen door Frankrijk; Franse troepen onder bevel van Maarschalk Turenne leggen bij het passeren van Vught een zware brandschatting op aan de dorpelingen

 

1703

Een zware storm raast over Vught en richt grote schade aan

 

1717

Cromvoirt wordt een zelfstandige parochie. Als dochter van de Vughtse Lambertusparochie wordt de H. Lambertus de nieuwe patroonheilige van Cromvoirt

 

1740

De aanleg van de "Steenweg" van Den Bosch naar Eindhoven gaat van start; later wordt deze hoofdverbindingsweg verder doorgetrokken naar Luik; Vught profiteerde van deze belangrijke route door een tiental herbergen

 

1748

Dijkbreuk veroorzaakt flinke watersnood

 

1757

Nog geen tien jaar na de watersnood van 1748 is het opnieuw zover

 

1758

De St. Augustinuskapel in Bergenshuizen (Kapellebos) wordt afgebroken

 

1765

Aan het Marktveld wordt Isaak Jan Alexander Gogel geboren; hij zal in de Bataafs-Franse Tijd een beroemde minister van financiën worden, die de staatsfinanciën behoorlijk op orde brengt en in feite aan de wieg staat van ons moderne belastingstelsel. Zijn geboortehuis staat nog steeds op de hoek Torenstraat

 

1770

De schepenen van Vught en Cromvoirt nemen een nieuw raadhuis (nu Helvoirtseweg 3) in gebruik; de laatste vijftig jaar daarvoor (1721-1770) hielden ze hun vergaderingen in de consistoriekamer van de Lambertuskerk

 

1777

De schuurkerk van de Vughtse Lambertusparochie mag van de Raad van State vergroot worden; deze zogenaamde Heikantsekerk stond op de hoek van de Koestraat en de Kerkstraat

 

1794

Opnieuw vallen de Fransen binnen, nu op verzoek van Nederlandse "patriotten". Generaal Pichegru vestigt zijn hoofdkwartier in "Leeuwenstein";

er wordt (voor het laatst?) op een wolf gejaagd in het bos van Maurick

  1795-1814
De Bataafs-Franse Tijd
 

1795

De Bataafse Republiek brengt vele veranderingen. De ingezetenen kiezen voortaan zelf hun schepenen; de katholieken krijgen (in theorie) hun kerken terug, al komt daar in Vught niet veel van terecht. In Cromvoirt krijgt de parochie in 1809 of 1810 wel de oude kapel terug, maar die is inmiddels compleet tot een ruïne vervallen.

Het nieuwe politieke bestel voorkomt niet dat er opnieuw watersnood optreedt

 

1798

Opnieuw watersnood

 

rond 1800

Bij "Sparrendaal" en Bergenshuizen beginnen ontginningen

 

1801

Een zware storm brengt de St. Pieter veel schade toe

 

1806

Lodewijk Napoleon, de broer van de Franse keizer, wordt Koning van Holland.

Bij de proclamatie van deze troonsbestijging in Vught worden de klokken van de St. Pieter zo hevig geluid, dat een van de twee barst; Hortense de Beauharnais, echtgenote van Lodewijk Napoleon, wordt feestelijk ingehaald in Vught

  1814-1914
De negentiende eeuw
 

1817

Vught krijgt een officieel gemeentewapen, afgeleid van het middeleeuwse zegel

 

1819/1820

Vught lijdt onder een zware overstroming

 

1821

Het protestantse kerkbestuur laat het middengedeelte van de Lambertuskerk tegen de zin van het gemeentebestuur afbreken, waardoor ook het torentje met de gemeenteklok verdwijnt, die elke dag om acht en twaalf uur geluid moest worden en verder als waarschuwing bij brand en overstroming of proclamaties; tussen het gemeentebestuur en het kerkbestuur ontstaat dan ook een hoogoplopende ruzie over deze kwestie

 

1822-1824

De weg naar Helvoirt wordt met keien bestraat

 

1825

De St. Pieter wordt aan de katholieken teruggegeven

 

1826

De St. Pieter wordt herbouwd in zogenaamde Waterstaatsstijl; deze benaming is ontleend aan de ingenieurs van het ministerie van Rijkswaterstaat (waaronder in die tijd ook "Kunst" ressorteerde) die in deze tijd de kerken ontwierpen in meestal Neoclassicistische stijl

 

1827

De nieuwe St. Pieter wordt in gebruik genomen en de twee schuurkerken (die van de St. Petrusparochie in Vlasmeer en die van de St. Lambertus bij de Kerksteeg) worden afgebroken

 

1829

De laatste pastoor van de St. Lambertus sterft. Beide parochies (Petrus en Lambertus) worden verenigd tot de parochie van St. Petrus

 

1842

Een groot deel van de heide, de zogenaamde "grauwe gement", wordt aan Koning Willem II in eigendom overgedragen.De 217 ha. grond in gemeentelijk eigendom, werd tot dan door de inwoners vooral gebruikt voor het weiden van het vee

 

1844

De koning laat op deze heide een legerplaats en acht lunetten aanleggen

 

1848

Koning Willem II koopt in Vught drie landgoederen: Zionsburg, Reeburg en Sophiasburg; het bezit is van korte duur: na zijn dood in 1849 gaan zij weer in andere handen over

 

1850

Vught krijgt een hulppostkantoor; er heerst voor de zoveelste keer watersnood. Om de nood te lenigen krijgt Vught een gemeentelijke koehaarspinnerij die arme inwoners inkomsten zou moeten verschaffen

 

1856

De Zusters Franciscanessen van Oirschot arriveren in Vught en nemen, eerst vanuit hun klooster aan het Maurickplein en na 1900 vanuit hun klooster aan de Kloosterstraat onderwijs, bejaarden- en ziekenzorg ter hand

 

1866/1867

De spoorlijn Den Bosch-Eindhoven met daaraan station Vught wordt geopend

 

1880

Voor de laatste keer in de geschiedenis zucht Vught zwaar onder wateroverlast; dit keer kan men zelfs met bootjes rond de Lambertustoren varen

 

1881-1895

Er rijdt een stoomtram door de Taalstraat. Dat wordt later een paardentram (Vughtse vooruitgang?) die in bedrijf blijft tot 1929; in deze periode legt de Zuid-Ooster-Spoorwegmaatschappij de spoorlijn Den Bosch-Tilburg aan

 

1882

De R.K. begraafplaats wordt in gebruik genomen

 

1884

Op de plaats van de oude pastorie aan de Heuvel verrijst de nieuwe (neoromaanse) St. Petruskerk; de oude St. Pieter op het Maurickplein wordt afgebroken

 

1887

Den Bosch heeft voor zijn stadsuitbreiding veel zand nodig. Dat komt uit de Vughtse heide, waar een enorme graafmachine zijn naam geeft aan het door hem gegraven bosven annex openluchtbad, de IJzeren Man

 

1895

de 15-jarige Koningin Wilhelmina en haar moeder, de Regentes Emma, maken een rijtoer rond Den Bosch en passeren Vught

 

1898

Aan de Dorpsstraat wordt een nieuw raadhuis in gebruik genomen

 

1899

De Zusters Ursulinen vestigen zich op Roucouleur, later Mariaoord. Ze zullen tot 1929 in Vught blijven;

het gemeentebestuur koopt dit jaar een vuilniskar en besteedt de bespanning van deze kar en het ophalen van het vuilnis aan

 

1901

De Paters Scheutisten vestigen zich op Sparrendaal

 

1903

De Kanunnikessen van St. Augustinus vestigen zich op Eikenheuvel, later Regina Coeli

 

1904

Koningin Wilhelmina en prins Hendrik bezoeken Vught

 

1907

Aan de Esscheweg (tegenwoordig Esschestraat/M. Trompstraat) opent de gasfabriek zijn poorten

 

1913

De Jezuïeten openen hun retraitehuis Loyola

  1914-1945
Wereldoorlogen en Interbellum
 

1914-1918

Tijdens de Eerste Wereldoorlog krijgt Vught te maken met inkwartiering van Belgische vluchtelingen, en met schaarste en distributie van goederen

 

1914

Er komt een einde aan de dorpspompen: de gemeente 's-Hertogenbosch gaat voortaan water leveren aan Vught, waardoor de aanleg van een waterleidingnet nodig wordt

 

1919

De gemeente neemt de particuliere gasfabriek over

 

1921

Opnieuw is het gemeentebestuur toe aan een nieuwe huisvesting. Dit keer is het de villa "Leeuwenburg", aan de tegenwoordige Kapellaan;

de N.V. P.N.E.M. gaat elektrische stroom leveren aan de gemeente Vught.

 

1923

De H. Hartparochie wordt opgericht; de nieuwe kerk wordt in 1924 in gebruik genomen; rond de kerk ontstaat een geheel nieuwe wijk, "Vught over het spoor" met enkele scholen

 

1929

De paardentram maakt plaats voor een dienst met autobussen

 

1930

Vught breidt uit: rond de O.L. Vrouwekerk aan de Taalstraat komt een compleet wijkje, ontworpen door de bekende architect Kropholler;

Vught krijgt riolering en een zwembad in de IJzeren Man;

er komt een nieuwe verbindingsweg met Cromvoirt

 

1933

De gemeente Cromvoirt wordt opgeheven en komt gedeeltelijk bij Vught;

er komt een einde aan de eigen gasproductie; voortaan leveren de Staatsmijnen mijngas aan de gemeente

 

1937

Dankzij een genereuze schenking van het echtpaar Van Beuningen-Fentener van Vlissingen krijgt de gemeente de beschikking over de villa "Leeuwenstein". De villa wordt na een ingrijpende verbouwing door architect Valk ingericht als nieuw gemeentehuis

 

1940

Op 12 mei bezetten Duitse troepen Vught

 

1943

In de bossen bij Vught verrijst "Konzentrationslager Herzogenbusch". Van 13 januari 1943 tot 7 september 1944 gebruikt de bezetter het concentratiekamp als tijdelijk verblijf voor naar schatting 12.000 Joodse gedeporteerden. Daarnaast staan nog eens 15.600 andere gevangenen ingeschreven; in de laatste maanden van Kamp Vught zijn honderden gevangenen gefusilleerd op de Fusilladeplaats; op die plek is na de oorlog een monument opgericht

 

1944

Op 26 oktober wordt Vught bevrijd door het Britse leger (51e Highland Division); hoewel bevrijd, was Vught nog niet vrij van de oorlog: in de volgende maanden vinden nog tal van beschietingen plaats en stort een aantal V1's neer op Vught

  1945-1978
Wederopbouw en Moderne tijd
 

1947

Het eerste vrouwelijk raadslid in Vught wordt benoemd; het is mevrouw E. Timmenga-Hiemstra;

op 20 december onthult prinses Juliana het gedenkteken op de fusilladeplaats van kamp Vught

 

1948

Vught krijgt een nieuwe parochie, namelijk de parochie van St. Paulus en St. Antonius van Padua (Vught Zuid); de nieuwe parochianen moeten vanaf 1949 nog een tijd genoegen nemen met een noodkerk. De definitieve kerk komt pas in 1954 tot stand

 

1951

In het voormalige concentratiekamp komt het woonoord Lunetten, waar gedemobiliseerde KNIL-militairen en hun families uit de Molukken tijdelijk worden gehuisvest. Het "tijdelijke" blijkt een rekbaar begrip

 

1957

De Gement wordt verbeterd en herverkaveld

 

1958

De restauratie van de St. Lambertustoren en de Nederlandse Hervormde Kerk wordt afgerond;

op 4 mei wordt in de toren een gedenkplaat onthuld met de namen van de Vughtenaren die door de oorlog en bezetting het leven hebben gelaten

 

1966

Vught gaat over van mijngas op aardgas;

De St. Janskerk wordt gebouwd en ingezegend; de parochianen (de parochie bestond al enige tijd) kerkten tot dan toe in de kapel van Mariaoord

 

1971

Twee blindeninstituten uit Engelen vestigen zich in Vught: de Steffenberg en de Blizo-werkgemeenschap;

ook Cromvoirt wordt aangesloten op het aardgasnet

 

1973

Het Instituut voor Doven neemt "Eikenheuvel" in gebruik;

Sporthal "Ouwerkerk" wordt geopend

 

1974

De eerste weekmarkt wordt feestelijke geopend

 

1977

Vught krijgt een cultureel centrum: De Speeldoos

 

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (2)

Rob van Boxtel 073 6565915 zei op 6 april 2008 om 19:03 uur

26 juli 1543 ontbreekt.

De bende van Maarten van Rossum brandt 215 huizen te Vught af. De bende viel binnen in het Carthuizers Klooster en rukt een pater, die de mis leest, de gewijde kelk uit handen! Dit klooster moet verdere verwoesting voor 700 guldens afkopen; ook moeten de uitgeplunderde inwoners van Vught aan hem nog 200 guldens betalen; hierdoor wordt dit dorp zo berooid dat vele inwoners uit Vught vertrekken, vooral richting Tilburg, om daar de kost te verdienen.

Rien Wols bhic zei op 7 april 2008 om 08:46 uur

Bedankt voor de aanvulling , Rob.
We gaan dat rampjaar erbij zetten.

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: