i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vught
Tags:

Vught in vogelvlucht

vertelde op 27 februari 2008 om 15:11 uur

Vught is een gemeente in het noorden van de provincie Noord-Brabant met 25.257 inwoners (1 januari 2008) en een oppervlakte van 3.446 ha. Ze grenst in het noorden aan ’s-Hertogenbosch en Heusden, in het zuiden aan Haaren en Boxtel en in het oosten aan Sint-Michielsgestel. De gemeente is in 1933 ontstaan door samenvoeging van Vught en Cromvoirt. De dorpen Vught en Cromvoirt zijn ook de enige woonkernen van deze gemeente

In de woorden van Jacobus Craandijk mag Vught "onder de dorpen een der aanzienlijksten en welvarendsten" worden genoemd.

De naam

De relatie tussen Vught en vocht ligt enerzijds voor de hand, anderzijds moet je bij naamkundige verklaringen meestal erg voorzichtig zijn met “wat voor de hand ligt”. Maar ook bij nauwkeuriger onderzoek van de naamsverklaring “vochtige omgeving”, blijkt er in het geval van Vught niets mis mee.

Vught ligt op de uitloper van een lage dekzandrug, iets minder dan vijf meter boven Normaal Amsterdams Peil (N.A.P.). Daardoor ligt dit gebied enkele meters hoger dan het aangrenzende Dommeldal en het Bossche Broek. Die lopen allebei onder bij een waterstand van meer dan 4,90 m.+ N.A.P., dus met enige regelmaat hield Vught de voeten niet droog. De vele vermeldingen van wateroverlast in het verleden getuigen van de juistheid van de naam Vught als vochtige, drassige omgeving. Vught heeft dan ook niet voor niets de oudste Dommelpolder binnen zijn grenzen.

Het gemeentewapen

Op 16 juli 1817 stelde de Hoge Raad van Adel het Vughtse gemeentewapen vast, met als omschrijving: Zijnde van lazuur, waarop een schild van goud, beladen met eenen klimmenden leeuw van lazuur, waarop een sleutel staande en pal, verzeld aan iedre zijde van eene kerk en en pointe van twee palmen geplaatst en sautoir, alles van goud.

Dit wapen was direct ontleend aan het zegel dat de dorpsschepenen al zeker sinds 1353 in gebruik hadden. De twee kerken vormen een heel bijzonder element: Vught is namelijk een van de zeldzame plaatsen waar al sinds de vroege middeleeuwen sprake is van twee parochies in plaats van één. Het gemeentewapen laat dat bijzondere stukje geschiedenis zien.

In maart 2001 is het gemeentewapen gemoderniseerd: Doorsneden; I gedeeld : a in sabel leeuw van goud, getongd en genageld van keel; b in goud een omgewende sleutel van keel; II in azuur twee kerken van goud, verlicht van het veld, de torens toegewend en getopt met een op een bol geplaatst streepkruis, waarop een haan, de linker omgewend, de daken getopt met een op een bol geplaatst breedarmig kruis.  Daardoor is het wapen wat strakker geworden en helemaal 21e-eeuws.

Die modernisering van het eeuwenoude gemeentelijke kenmerk was blijkbaar niet voldoende, want sinds 2004 gebruikt de gemeente in plaats van het gemeentewapen liever een logo, een zogenaamd beeldmerk. De gemeentelijke overheid presenteert zich daarmee als een bedrijf, een ontwikkeling die we het afgelopen decennium bij meer overheden hebben gezien…

Oudste vermelding en ontwikkeling

De oudste schriftelijke vermelding van Vught staat in een oorkonde uit 1006. Die oorkonde was echter een falsificatie van rond 1270, waarmee de Utrechtse Paulusabdij haar rechten probeerde veilig te stellen. De tekst zelf gaat wel terug op oudere oorkonden uit 1028 en 1050.

Ver vóór die tijd was de omgeving van Vught al bewoond. Daarvan getuigen enkele archeologische vondsten, zoals de prehistorische, bronzen bijl die bij de Dommel ten noorden van het dorp is gevonden. (Nu in het Noordbrabants Museum).

De oudste bewoning moeten we zoeken in de omgeving van het Maurickplein en de Gent. Waarschijnlijk is "Gent" een Keltisch woord, dat riviermonding of -samenvloeiing betekent.

                      De Sint-Lambertuskerk in 1787    De Sint-Pieterskerk in 1787

Mogelijk al vóór 800 werd de Lambertuskerk gesticht. Rond 950 stichtte de aartsbisschop van Keulen de Pieterskerk. Deze concurrerende parochiekerk  stond op een koninklijk landgoed binnen het Vughtse domein. Geen enkel ander Brabants dorp had zo vroeg in de middeleeuwen twee parochiekerken!

kasteel Maurick in de 19e eeuwIn de twaalfde eeuw betraden de Heren van Vught het toneel. Hun invloedssfeer reikte van de Maas in het noorden tot Kempenland in het zuiden. Vught was hun machtsbasis. Aan de Dommel verrees een kasteel, van waaruit zij tol inden van de passerende schippers. In de machtsstrijd tussen Gelre en Brabant kozen de Van Vughts de kant van Gelre, maar dat kon niet voorkomen dat zij op den duur het onderspit moesten delven tegen de Hertog van Brabant, die in 1185, midden in het Vughtse territorium, de stad ’s-Hertogenbosch stichtte.

Uiteindelijk leidde een directe confrontatie tussen hertog en lokale heer tot een machtsdeling in 1232 en een verdere afbrokkeling van de invloedssfeer van de Heren van Vught. Zo ging de Pieterskerk hoogstwaarschijnlijk al in 1232 over naar de hertog en kwamen de Lambertuskerk en de Oude Tiend van Vught tussen 1270 en 1340  in handen van de Duitse Orde. De Heren van Vught zochten hun heil in Kleef.

De strategische ligging nabij de stad ’s-Hertogenbosch bezorgde Vught door de eeuwen heen veel overlast van doortrekkende en ingekwartierde militairen. De sporen van de militaire aanwezigheid zijn nog her en der door het landschap te zien. Vught was bovendien het decor voor een verhaal uit de 80-jarige oorlog dat heel Europa doorging: de Slag van Lekkerbeetje.

Vught had echter ook voordeel van de ligging nabij Den Bosch en de goede infrastructuur: vanaf 1741 was de stad begonnen met de bestrating van de belangrijke verbinding naar Eindhoven (en Luik).

In Vught kruiste deze nieuwe steenweg een tweetal onverharde wegen: de Loonsche Baan (onderdeel van de route Antwerpen-Breda-Den Bosch-Nijmegen-Kleef) en de Helvoirtsche Weg (richting Tilburg). In 1868 kreeg Vught ook een spoorverbinding met ’s-Hertogenbosch en Boxtel.

Het “knooppunt” leverde Vught extra bedrijvigheid op. In 1791 waren er maar liefst dertien tappers en herbergiers op ongeveer 1.300 inwoners. Dat aantal had overigens ook te maken met de hoge accijnzen op bier en wijn in de stad.

De aanwezigheid van meer dan twintig buitenplaatsen leverde de dienstverleners nog eens extra omzet op. Aanzienlijke families zoals de Martini’s en de Van Rijckevorsels, speelden een belangijke rol in de ontginning van woeste gronden. Zij brachten grote heidepercelen in cultuur door deze met bomen te beplanten.

Tussen die bomen verrezen her en der de villa’s die zo beeldbepalend zijn geworden voor Vught als woongemeente. Diezelfde grote villa’s bleken aan het eind van de negentiende eeuw een ideale behuizing voor religieuze congregaties op zoek naar huisvesting. Zo vestigden zich onder andere de Belgische Missionarissen van Scheut in 1899 op het landgoed Sparrendaal en de Franse Chanoinesses de Saint Augustin de la Congrégation de Notre Dame in 1903 op het landgoed Eikenheuvel, later Regina Coeli.

                   Sparrendaal   Eikenheuvel
 
felicitaties bij het 50-jarig bestaan van drukkerij KrijnenMiddelen van bestaan

Maar ondanks het relatieve belang van de dienstverlening en het relatief grote aantal welgestelden, bleef Vught nog lange tijd een echt Meierijs dorp met landbouw en veeteelt als voornaamste middelen van bestaan. Industrie kwam hier nauwelijks van de grond. Voorzover dat wel gebeurde (bijvoorbeeld Grasso), verhuisde men na enige tijd toch naar de industrieterreinen van Den Bosch. Maar er waren ook bedrijven als Drukkerij Jos. M. Krijnen die het lang volgehouden hebben.

De mooie omgeving heeft al vanaf het eind van de negentiende eeuw toeristen getrokken. De ontwikkeling van de grondwinningsplas de IJzeren Man tot zwembad, maakte Vught zelfs tot een "badplaats".

Kamp Vught

Tijdens de Duitse bezetting kreeg Vught het Konzentrationslager Herzogenbusch binnen zijn grenzen. ‘Kamp Vught’ bood onderdak aan ruim 31.000 gevangenen van wie bijna de helft de dood zou vinden in de vernietigingskampen elders. Ook in het kamp zelf kwamen velen om door ziekte, ontbering of executie op de fusilladeplaats. Direct na de oorlog namen geëvacueerde Duitsers, van collaboratie verdachte Nederlanders en oorlogsmisdadigers hun plaats in. Later betrok de Genie een gedeelte van het terrein, een ander deel was jarenlang in gebruik als het Molukse Woonoord Lunetten.

De laatste jaren heeft de zwaar beveiligde Penitentiaire Inrichting Nieuw Vosseveld er onderdak gevonden, terwijl het gebied rondom het voormalige crematorium is ingericht als het Nationaal Monument Kamp Vught.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (4)

Johan van berkel zei op 17 juni 2015 om 12:16 uur

Een goed verhaal, over vught uiteraard kan dit nog worden aangevuld met meer informatie. Misschien wilt u hierover worden geïnformeerd. Groet Johan van berkel.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 18 juni 2015 om 10:36 uur

Bedankt Johan, dit is ook 'maar' Vught in vogelvlucht he? Maar we hebben zeker belangstelling voor meer verhalen hierover. U kunt uw verhalen insturen via onze website of via info@bhic.nl ovv Verhalen over Vught

Alvast dank voor alle inspanningen!

adil zei op 6 januari 2016 om 14:23 uur

je zou dus ook kunnen stellen dat de stad 's-Hertogenbosch bewust gesticht is vanuit een reeds bestaand gehucht om de heren van vught dwars te zitten,omdat ze te machtig werden en liever vriendjes waren met gelre terwijl ze in brabant lagen.

adil zei op 6 januari 2016 om 16:05 uur

en ook de joden waren het haasje in die periode,het waren immers ook handelaren.
https://www.bhic.nl/ontdekken/verhalen/joden-in-brabant

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: