i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Mill en Sint Hubert
Tags:

Waar is de erfenis van de ongelukkige Maria van Turenhout?

vertelde op 8 september 2017 om 10:32 uur

Het zit Maria van Turenhout uit Mill in de achttiende eeuw niet mee. Haar vader, koster en schoolmeester gedraagt zich onmogelijk in het dorp en lokt treiterijen uit. Of Maria daar veel van heeft gemerkt, is de vraag. Deze ‘ongelukkige’ is ‘meerendeels van het jaar innocent’, lezen we in een akte uit het schepenbankarchief Land van Cuijk, Register uit 1796. En dan verdampt ook nog haar erfenis op onbegrijpelijke wijze.

Haar vader Johan wordt in 1729 koster en schoolmeester in Mill, maar is daar doodongelukkig. De protestantse gemeente in Mill is in die tijd niet groter dan het kleine gezin van de predikant, inclusief de meid. De eerste dochter wordt in 1735 geboren, Maria volgt pas tien jaar later dus het is ook nog eens een klein gezin (in 1747 nog uitgebreid met één zoon).

Mikpunt

Of Van Turenhout dat nu dwars zit, of het de zorgen voor zijn dochter zijn; feit is dat hij zich onmogelijk opstelt in de gemeenschap van Mill. Hij vraagt exorbitante bedragen (dik 84 gulden) voor het luiden van de klokken als er iemand overleden is. Vervolgens weigert hij zijn sleutel van de kerk af te staan zodra iemand ánders wordt aangewezen om de klokken te luiden (voor drie gulden). Door deze – en andere – voorvallen wordt Van Turenhout een mikpunt in het dorp. Er wordt geschoten op zijn huis, hij vindt drek in zijn waterput, en wordt zelf met een mes bedreigd. Van Turenhout klimt voortdurend in de pen, schrijft aan de Domeinraad, aan stadhouder Willem V en de Staten Generaal, om vervolgens overal bakzeil te halen. In het schepenprotocol van Cuijk zien we dat Van Turenhout, samen met zijn vrouw Josina Duchemin, ook druk is met het kopen en verkopen van stukken land. Na een bewogen en tumultueus leven overlijden Josina en Johan; het enige dat resteert, is de zorg over dochter Maria.  

(lees onder deze akte hoe het verder gaat met die zorg over Maria)

In de akte van het schepenbankarchief Land van Cuijk wordt – na het overlijden van vader en moeder Van Turenhout - Wilbert Kempen, schepen van Mill, aangewezen als gemachtigde van ‘onze ongelukkige inboorlinge’ Maria. Wilbert beslist nu over deze erfenis, zo staat te lezen, ‘hij zal alles doen het geene gemelde Maria van Tu(e)renhout bij haar volkomen verstand zijnde soude mogen kunnen of moeten doen’.

In bewaring

Ook in een transportakte uit de schepenbank maakt ene Abram van Laadestijn zich sterk voor zijn aangehuwde “veeltijds innocente” nicht Maria van Turenhout uit Mill. Opmerkelijk dat ook hier wordt gezegd dat de innocentie – onnozelheid – veeltijds is, met andere woorden: niet altijd? (en dus soms ook niet?) Daarop vinden we geen antwoord. Wel staat ook hier vermeld dat zij vertegenwoordigd wordt door Wilbert Kempe(n), de Millse schepen, door de gemeenteraad van aldaar gemachtigd namens zijn burgeres op te treden.

Kempen verzoekt haar aandeel in de erfenis ‘in consignatie te geven aan de secretaris van de Dingbank’, oftewel in bewaring te geven aan de schepenbank. In de marge van deze akte wordt aangetekend dat aan het verzoek van de gemeente Mill is voldaan; het aandeel in de erfenis van Maria van Turenhout dat bij de secretaris L.E.A. de Quaij in bewaring is gegeven, is uitgekeerd. Het geld is op 5 juli 1797 aan de gevolmachtigde Wilbert Kempe overhandigd.

(lees onder deze akte verder over de lotgevallen van Maria)

Vervolgens raakt Maria uit beeld maar dat geldt niet voor Wilbert Kempen. Hij duikt op als schepen van de Dingbank tussen 1786 en 1795 en wat later, tussen 1799 en 1801, wordt Kempen genoemd als loco-schout en president-schepen. Hoge functies voor deze meneer die dan ook van onberispelijk gedrag lijkt. Niets in de archieven wijst erop dat Kempen zich niet als een keurige voogd voor Maria heeft gedragen. Toch gebeurt er iets opmerkelijks want in de overlijdensakte van Maria wordt haar heengaan gemeld door de armenmeester. Er wordt melding gemaakt van haar innocentie maar ook dat zij door de armen is “besteld geweest”. Hieruit kan worden opgemaakt dat zij ook is verzorgd in het armenhuis, wat opmerkelijk is gezien de erfenissen die eerder zijn verdeeld. Het heeft Maria in haar leven niet mee gezeten.

[uit: schepenbankarchief Land van Cuijk, inv.nr. 234: Register tot registratie van akten, uit het jaar 1796]

“Krankzinnigenzorg”

De akte waarin wordt gesproken over de innocentie van Maria  is ondertekend op 1 februari 1796, “het tweede jaar van de Bataafsche Vrijheid”. Een jaar eerder is de Bataafse Republiek uitgeroepen, nadat Willem V naar Engeland is gevlucht. “Krankzinnigenzorg” bestaat uit niet veel meer dan het opsluiten van patiënten, vaak geboeid met kettingen. In Frankrijk komt hier aan het eind van de 18de eeuw verandering in en worden geesteszieken voor het eerst behandeld in plaats van gekooid. Die verandering laat in Nederland nog  geruime tijd op zich wachten.

Koning Willem I voert in 1818 een bepaling in waarbij inrichtingen voor krankzinnigen het doel moeten hebben mensen te genezen; hiermee wordt voor het eerst niet de bescherming van de maatschappij voorop gesteld maar het individuele lot van de patiënt. Het onder curatele stellen zoals bij Maria van Turenhout - gebeurt in die tijd overigens niet alleen als iemand krankzinnig is. Ook andere ziektebeelden – doof, melaats, blind, om maar enkele voorbeelden te noemen - zijn hiertoe reden.

Maar ook wanneer iemand zijn geld over de balk gooit of wil trouwen, tegen de zin van de ouders in, wordt dit middel ingezet. Er zijn meerdere voorbeelden dat ouders laten vastleggen – zodra er een huwelijk tegen hun zin is afgesloten – dat de dochter ‘het volkome gebruijk van haar zinnen niet altijd magtig’ is. Opsluiting in het klooster blijkt ook een gebruikelijke vorm van remedie.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 23 januari 2017 om 14:00 uur

De rol van de burgerlijk armbesturen in de plaatselijke armenzorg

vertelde op 3 februari 2017 om 14:00 uur

Opvallende testamenten