i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Alem, Maren en Kessel
Tags:

Wapenverwarring, of Hoe de wapens van Alem, Maren en Kessel door elkaar raakten

vertelde op 18 april 2009 om 16:48 uur

Na de Franse Tijd, in 1811, werden Alem, Maren en Kessel drie afzonderlijke gemeenten. Dat duurde echter niet lang. Bij Koninklijk Besluit van 17 augustus 1819 werden ze samengevoegd tot één gemeente. Daarvóór was echter al het een en ander gebeurd.

In 1815 werd namelijk aan alle gemeenten in Nederland gevraagd hun eventuele gemeentewapen bij de Hoge Raad van Adel te laten registreren. De meeste wapens werden in de loop van 1817 toegekend. Ook de gemeenten Alem, Maren en Kessel vroegen en kregen ieder een eigen gemeentewapen. De meeste gemeenten grepen terug op de schependomszegels die ze in de achttiende eeuw gebruikt hadden om stukken van het dorpsbestuur te bekrachtigen. Dat gebeurde ook in onze drie dorpen, maar niet overal op dezelfde manier.

In Alem

Het schependomszegel van Alem, dat vanaf circa 1360 in gebruik was, toonde de parochieheilige, namelijk St. Odrada, de heilige die nauw verbonden was aan de benedictijner abdij van St. Trudo in St. Truiden. Die abdij bezat toen namelijk het grootste deel van Alem. Na de middeleeuwen raakte de verering van Odrada op de achtergrond, ten gunste van St. Hubertus. Sporen daarvan zien we terug in het gemeentewapen.

Op het zegel is Odrada weergegeven met een stralenkrans om haar hoofd (een zogenaamde nimbus), golvend loshangend haar, een lang kleed met een openvallende mantel en in haar rechterhand een gesloten boek. In haar linkerhand houdt ze een takje met bloemen of knoppen. Voor de registratie van het gemeentewapen stuurde Alem een tekening in die op dat zegel gebaseerd was.

Maar blijkbaar had Hubertus Odrada zo definitief verdrongen dat de tekenaar het zegel niet goed begreep en er een klein mannetje met een sik (!)van maakte. Het boek en het takje handhaafde hij wel, hoewel dat weer niets met Hubertus te maken had. De Hoge Raad van Adel liet in de wapenomschrijving in het midden wie de heilige eigenlijk moest voorstellen: “In azuur een heilige met een nimbus, in de linkerhand 3 bloemen en in de rechterhand een opengeslagen boek dragende, de heilige staande op een losse grond, alles van goud”.

In Maren

Hier liep het heel anders. Het oude schependomszegel bestond uit een (linde)boom, waaraan een wapenschildje hing. Dat zegel leek heel veel op het schepenzegel van Kessel (waarover hieronder). Maar het gemeentewapen dat de Hoge Raad van Adel in 1819 aan Maren toekende, zag er heel anders uit: "In azuur een gaande leeuw van goud".

Dat kwam doordat burgemeester De Werdt in 1815 een brief aan de Raad had geschreven over het gemeentezegel dat men in 1811 in gebruik had (genomen?) en dat bestond uit “een leeuwken en rond om stond omschreven ‘gemeentens zegel van Maren’…”. Waarom men in 1811 een zegel gebruikte dat totaal afweek van het schepenzegel uit de eeuwen daarvoor, is onduidelijk. Maar dit leeuwtje zou in ieder geval nog van zich laten horen…

In Kessel

Ookhier gebeurde iets bijzonders. In 1817 gaf de Hoge Raad van Adel aan de gemeente een wapen met de volgende omschrijving: “in zilver een beurtelings gekanteelde dwarsbalk van sabel. Het schild ter linkerzijde vergezeld van een gebladerde tak van natuurlijke kleur”.

Dat lijkt dus heel letterlijk op het schependomszegel van Kessel, dat bestond uit een lindeboom, als teken van de rechtsmacht van de schepenen, en een wapenschildje dat als wapen van de heerlijkheid Kessel teruggaat op het familiewapen van ridder Willem van Kessel. Het bijzondere is nu dat de Raad de boom gehandhaafd heeft (en dat gebeurde niet vaak).

Alem, Maren en Kessel

In 1819, bij de samenvoeging van de drie dorpen tot één nieuwe gemeente, vervielen de “oude” wapens en had het nieuwe gemeentebestuur eigenlijk een nieuw wapen aan moeten vragen. Dat is echter niet gebeurd. Eigenmachtig (zo noemt de Hoge Raad van Adel dat natuurlijk) heeft men het wapen van Maren (de gaande leeuw) als het nieuwe gemeentewapen in gebruik genomen. Met één aanpassing echter. In 1838 moest de burgemeester (dat was toen Cornelis Pompen) aan de Commissaris van de Koning in Noord-Brabant (die toen nog Gouverneur heette) opgave doen van het gemeentewapen. De burgemeester schreef dat men het wapen van Maren gebruikte in de kleuren van Kessel. Dus een zwarte leeuw op een veld (schild) van zilver.

En zo stond in het register van de Hoge Raad van Adel het oude wapen van Alem (de heilige) nog als het officiële wapen te boek (de andere twee zijn doorgehaald), terwijl de gemeente zelf het oude wapen van Maren gebruikte, maar dan wel in de kleuren van Kessel!

In 1949 wist de gemeente zelf niet meer wat ze ooit aan wapens had gevoerd. “Alle stukken zijn in de oorlog verloren gegaan”, was een mooi excuus. Tien jaar later was Alem, Maren en Kessel als zelfstandige gemeente opgeheven...

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: