i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Willemstad
Periode: 1967 - nu
Tags:

Werken en wonen bij de Volkeraksluizen

vertelde op 23 juni 2010 om 11:26 uur

Jan van Horne werkte vanaf 1967 eerst als sluiswachter en later als hoofdsluismeester bij de Volkeraksluizen. “Ik werkte bij de sluizen in de Zuid-Willemsvaart. Na het volgen van een cursus solliciteerde ik bij de Volkeraksluizen. Ik moest wel even kijken waar Willemstad (en Helwijk) lag.”

Het was even wennen aan de omvang, zowel van het sluizencomplex als van het personeelsbestand. “Er werkten zelfs mensen die nog nooit op een sluis hadden gestaan. We zijn begonnen met 36 medewerkers in verschillende functies en twee monteurs.”

Onder hen waren ook Leo Spijkers en Mar van Rijswijk. Ook zij kwamen in Helwijk terecht. Daar waren rond 1960 al de eerste huizen gebouwd voor de bouwers aan de sluizen en dammen. De Rijkswaterstaters betrokken er de speciaal voor hun gebouwde huizen. Het wijkje waar de beide sluismeesters anno 2008 nog steeds woonden, is altijd gezellig geweest, met een grote saamhorigheid onder de sluismedewerkers.

Van Rijswijk werkte daarvoor in Andel bij de Wilheminasluis. Tilburger Leo Spijkers kwam via via. "De havenmeester van het Wilhelminakanaal waar ik bij de sluis werkte, kende mensen van Rijkswaterstaat die naar het Volkerak gingen. Ik kreeg ook de vraag: niets voor jou?"

Leo deed op 3 november 1967 de eerste schutting op de splinternieuwe Volkeraksluis. "Ik weet het nog goed. De waterpolitie lag in het Hellegat om de schepen tegen te houden. Het Hellegat was toen nog open en de schippers hadden geen zin om voor de sluis te wachten. 's Nachts probeerden ze zonder licht door het Hellegat te varen."

Ze hadden even tijd nodig om te wennen aan de drukte. Leo Spijkers: "Op het Wilhelminakanaal waar ik werkte, kwamen per dag hooguit 35 schepen langs om geschut te worden. Dan hadden we al een drukke dag. Bij het Volkerak hadden we er regelmatig 750 liggen. Twintig schepen voor iedere schut was geen uitzondering. Nu liggen er hooguit nog twee, drie grote schepen in de sluis."

Ook Jan van Horne keek zijn ogen uit op het inmense sluizencomplex. "Het was veel drukker dan voorspeld. Het duurde wel een jaar voor iedereen de bediening onder de knie had. Het was stressen. Slechts een enkel schip had in die tijd radar aan boord. Je kunt je wel voorstellen wat er gebeurde na een periode van mist. Dan kwamen al die schepen tegelijk naar de sluizen. Ik zie ze nog voor me: soms wel zevenhonderd schepen voor de sluis. Het zag er zwart van."

In 1973 werd het beter met de komst van centrale bediening. Jan van Horne: "Voor het noteren van de namen en gegevens kregen we de beschikking over een telex. Dat was een hele vooruitgang, al liep er voor alle zekerheid nog wel een mannetje over de muur om het een en ander te noteren." Later deed de marifoon zijn intrede. "Opnieuw een verbetering. Naam van het schip, de maten en de lading konden veel sneller verwerkt worden. Langzaam maar zeker werd het wat rustiger op de sluis."

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

vertelde op 22 juni 2010 om 11:23 uur

Volkerak Sluizen