skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Vincent van de Griend
Vincent van de Griend Bhic

Werkendammers helpen in de nood (1953)

In februari 1953 teisterde een watersnood Zuidwest Nederland. Ook het Land van Heusden en Altena werd getroffen. Grote delen van Werkendam kwamen onder water te staan. Toch werden diverse Werkendammers naar de Zeeuwse rampgebieden gestuurd. Zeeland moest droog en wel met spoed. En de Werkendammers stonden bekend als zeer bekwame dijkenbouwers. De eigen problemen moesten voorlopig wijken voor herstelwerken aan de dijken van Schouwen-Duiveland.
Tyfusprik

Een van de Werkendammers die uitgezonden werd, was Rengert van Oord. Hij woonde samen met zijn zwangere vrouw en drie kinderen in een woonark aan de Kade. Mevrouw Van Oord, die altijd meeging met de ark, ging ook nu mee. Maar eerst moest ze een tyfusprik halen met het oog op haar gevorderde zwangerschap en de ziektes die wellicht in Zeeland zouden gaan uitbreken.

De tijd die mevrouw Van Oord van 1953 tot 1955 heeft doorgebracht, typeert ze vooral als grijs en grauw. ‘Alles zat onder de dikke slik, alle bomen waren dood - iets dat heel naargeestig was, het stonk verschrikkelijk en je kon nergens heen. We zaten opgesloten. En als ik met de kinderen ging wandelen, stuitte ik overal op water. Het was ook stil: niemand mocht Zierikzee in, alleen de hulpverlening. Toen de kraamverpleegster kwam (in april) moest zij eerst een vergunning hebben.’

Tijdens de paar dagen die zij in mei 1953 op het vasteland doorbracht, leek de hele wereld met al het groen, de bloeiende planten en de bedrijvigheid haar een paradijs. Ondanks alles heeft ze zich in Zeeland nooit echt eenzaam gevoeld; haar man was in de buurt en regelmatig dronken de werkers die vrij-af hadden bij haar een kopje koffie. ‘Die vonden het ook fijn om weer eens in een 'gewoon gezin' te vertoeven,’ verklaart zij. ‘Verder waren we zeer bevoorrecht op de ark. Wij hadden een watertank en als je daar zuinig mee was, kon je er een week mee doen; alle andere mensen konden maar één keer per dag hun teilen en emmers door de brandweer vol laten spuiten. Alleen tijdens de nacht van de bevalling was ook precies ons water op en moest de brandweer uitkomst brengen'.

Kadavers

De oudste dochter van mevrouw Van Oord, Artha, kan zich nog wat herinneren van haar periode als vier- en vijfjarige in Zeeland. ‘Ik schijn in Zierikzee vlakbij koeienkadavers gespeeld te hebben, maar dat weet ik niet meer zo,’ vertelt ze. ‘Wat ik nog wel weet, is dat we naar Zeeland gingen en mijn moeder mijn zusje had ingepakt. Verder weet ik nog heel goed dat er bij de woonarken losse schuurtjes waren en een uitvoerder daar met een pikhaak die schuurtjes tegen stond te houden. Ik zie hem daar nog staan met zijn alpinopet op.

De diepste indruk heb ik opgedaan bij een visboer in Zierikzee. Je moest daar over kistjes en planken over het water lopen en opeens deed de dochter van die visboer haar broekje naar beneden en begon met haar laarzen nog aan gewoon te plassen. Toen haar vader haar daar een standje voor gaf, zei het meisje, kijkend naar al het water, heel nuchter: ‘Er kan nog wel een bietje bie...’

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!