skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Lisette Kuijper
Lisette Kuijper Bhic

Wie wat bewaart die heeft wat

Wie wat bewaart die heeft wat. Dat kwam gelijk in mij op toen ik terugdacht aan mijn ouders en hun inzet van destijds om gezond, voedzaam en smakelijk eten op de tafel te zetten. Ik spreek over de jaren zestig en zeventig. Mijn ouders zijn druk met zouten, wecken, inblikken, inkuilen, diepvriezen en op alcohol zetten.
Zoute bonen


reclame Vroom & Dreesmann jaren vijftig

De winter begint eigenlijk al in het vroege najaar als onze snijbonen worden geoogst. Dat is nog best een klus want die hangen verborgen tussen het bonenloof langs de zeker twee meter hoge stokken die als een wigwam op het land staan gegroepeerd. Met een grote zak snijbonen komen we thuis aan. We gaan snel aan de slag met het zorgvuldig verwijderen van de snijboon punten en -halen (vreselijk als die laatste pas tijdens het eten opgemerkt worden). Mijn moeder heeft de bonenmolen als aan de aanrechtrand vastgeschroefd.
Binnen de kortste keren ruikt het hele huis naar verse snijbonen en is de tegelvloer nat van het bonenvocht. De grote bruine Keulse pot staat al schoongemaakt klaar en wordt gevuld met de lagen gesneden snijbonen. Steeds wordt er zout gestrooid. Na enige tijd is de pot bijna vol en wordt een theedoek op de bonen gedrappeerd. Nog een laag zout erover, een ronde houten schijf en een flinke zware steen (een kinderkop?) zorgen dat alles onder druk wordt bewaard. De pot wordt afgedekt met een stuk plastic. Het werk is gedaan, de pot staat buiten in een schaduwrijk hoekje van de tuin. Het is nog winter als er besloten wordt dat er “kinderbilletjes in het gras” gegeten gaat worden. Kennissen van ons noemen het gerecht “Groene met witte” oftewel zoute snijbonen gemixt met witte bonen. De Keulse pot wordt geopend en al snel staat mijn moeder de snijbonen te wassen met koud spoelend water. Zo verdwijnt een deel van de zoutsmaak en dat blijkt hard nodig te zijn want zelfs na deze spoelbeurt smaakt het gerecht die avond behoorlijk zout. Was het ook lekker voor ons, de kinderen? Ik heb er geen slechte herinneringen aan.

De kelder planken gevuld met weckpotten

Ik zie ze nog staan. Naast de keldertrap, op de witte planken met rood-wit papier, staan de weckpotten vanaf de zomer keurig in het gelid te wachten op de dag dat zij weer het winterse daglicht in de keuken zien. Tot die tijd controleert oma met grote regelmaat of er niet toch een weckpot stiekem open is gegaan. Soms doordat de rubber ring niet meer goed afsloot; soms door een fout tijdens het weckproces. Is de weckpot te vroeg open dan staat de inhoud (tuinbonen, appelmoes, prinsessenbonen, zomerworteltjes, rode bietjes etc.) diezelfde avond op het menu. Wat een werk is dat wecken. Een grote ketel staat gereed op het gasfornuis. De weck glazen, deksels en rubbers eerst geruime tijd zuiveren door water met soda aan de kook te brengen. Dan alles spoelen. De laatste stap is de weckpotten (bij voorkeur van gelijke grootte) vullen met geoogste zomer en herfst groenten. De metalen klem houdt de deksel stevig in haar greep. Telkens gaat een serie van 6-8 gevulde weckpotten de ketel in. De tijdsduur en temperatuur tijdens het kookproces wordt bepaald aan de hand van een weckboek. Na afloop worden de hete weckglazen voorzichtig uit de weckketel gehaald en op dikke handdoeken geparkeerd om af te koelen. Alles goed
gesloten? Top: nu voorzichtig op de plank plaatsen. Het licht gaat uit, de kelderdeur dicht.

Gekookte ham


Voeren van de varkens, 

Mijn vader is een hobby-varkenshouder. Hij houdt midden jaren zestig meerdere vleesvarkens in een schuurtje achter onze vakantieboerderij in Cromvoirt. Eind november zijn de varkens rond de 95 kg zwaar en knorren er lustig op los. In de voorgaande maanden liggen de biggen in de modderpoel, wroeten in de aarde bij ons zomerhuis, drinken regenwater uit de put en slapen tevreden in groepsverband in de ruim met stro gevulde varkensstal. Bij het klaarmaken van het voer schreeuwt de een nog harder dan de
ander maar dat verstomt snel als de voertrog wordt gevuld met een gekookte mix van water, varkensmeel, oud brood, hompen kaas en ander voedselafval. Gesmak en geknor vult de ruimte. Wat een prachtige wezens met hun heldere oogjes en zachte huid achter hun oren.

En dan, plots….. haalt, midden in de novembernacht, een vrachtwagenchauffeur onze varkens op. Eindbestemming: de NCB slachterij in Boxtel. Twee dagen later zie ik een van onze varkens (levenloos, in twee helften hangend tegen een ladder) terug in onze schuur. De slagersknecht die de afgelopen maanden het oud brood en de hompen kaas in grote manden aan leverde staat nu zijn messen te slijpen in de keuken. Binnen enkele uren is het varken versneden en geportioneerd. Stukken van de achterham verdwijnen in de metalen ham-pers en deze vervolgens in de grote kookketel. In de weken daarna is dun gesneden ham voor de boterham ruim voorhanden. Hoe het afliep met de slagersknecht? Hij dronk na
afloop nog een welverdiende borrel en nam voor eigen gebruik meerdere vleespakketten mee naar huis. Ik zie hem niet meer vertrekken. Ik lig dan namelijk al lang te dromen van blauwoogje (het enige varken dat vanwege een groeistoornis de lente nog meemaakt).

De aardappelkuil

Het is een koude winterdag in 1968. We rijden op een oude brommer (mijn vader aan het stuur, ik achterop de buddyseat) vanuit Den Bosch naar Cromvoirt. Ik steek mijn handen in de jaszak van mijn vader. Na een klein half uur staan we te koukleumen met een schop naast een flinke bult grond. De kuil was in de herfst gevuld met meer dan 200 kg in Zeeland gekochte kleiaardappelen en zelf geteelde winterwortelen. Waarom juist vandaag? Het heeft meer dan twee weken gevroren en vandaag is de temperatuur ruim boven nul. Het moment dus om zonder vorstschade de kuil te openen en zo’n 25 kg aardappelen met de hand in de jute zak te leggen. Nee, niet gooien want dan worden ze blauw! Het poeieren heeft gewerkt.
Het aantal uitschieters valt reuze mee. de aardappelen zijn, ondanks de voorgaande vorst weken, niet bevroren geweest. Het bedje van stro en de lagen stro over de aardappelen hebben naar behoren gewerkt. Regen en sneeuw water zijn door het met grond afgedekte zwarte landbouwplastic prima tegengehouden. Na korte tijd is de kuil weer keurig dicht en vertrekken we met een volle zak aardappelen en winterwortelen naar huis. Dat wordt stamppot eten vanavond.

De vrieskluis

Het is een doordeweekse winteravond in 1967 en weer rijden we op de brommer. Het is op sommige plaatsen gevaarlijk glad dus rijden we voorzichtig naar het centrum van Helvoirt. Daar huurt mijn vader (waarschijnlijk bij de familie Jos en Gerda Traa-Wolfs) in de Torenstraat een diepvrieskluis. De kluis is niets meer dan een houten kast met draadgaas wanden en een stevige klep met hangslot. Boven, onder en naast onze diepvrieskluis zijn nog veel meer gevulde vriesvakken. We worden door de beheerder toegelaten tot de ijskoude ruimte. Het zal rond min 20 graden celcius zijn geweest. Mijn vader draagt een dikke jas, leren handschoenen en een pet met oorkleppen. Ik een muts en wanten. Wat is het kou…...d. Brrrrr. Mijn moeder heeft een lijstje meegegegeven wat ze nodig heeft. We vullen in rap tempo onze tassen met de beschreven pakketten (varkenspoten, gehakt, karbonades, speklappen etc.). Binnen korte tijd staan we weer buiten (waar de temperatuur lijkt te zijn gestegen!). Een uurtje later stappen we verkleumd ons huis weer binnen. De komende week is er elke dag vlees op tafel.

Op alcohol zetten

Wat is er nu leuker en lekkerder dan je eigen wijntje brouwen? Tegenwoordig hip maar dat waren mijn vader en moeder in 1972 ook al. Ik zie mijn moeder nog snoepen van haar “kersen op brandewijn” en “boerenjongens” maar ook genieten van haar zelfgemaakte eierlikeur. Smaakt nog beter dan Zwarte Kip! Mijn vader besluit voor zijn zelfgebrouwde vruchtenwijn een eigen etiket te ontwikkelen. Bij toeval ontdek ik recent nog een onbenut exemplaar met de naam “ Heibloempje”. Nu een bijna museum-waardig stukje papier. De plastic ton op de kleine slaapkamer is gevuld met diverse vruchten. Ik hoor nog het geluid
dat het bakkersgist zijn werk doet. Een dikke pruttelende schimmellaag bedekt de vruchten. En, niet te geloven, het lukt. De wijn wordt na enkele maanden gebotteld en smaakt ook nog eens goed! Tijdens de kerstdagen wordt bezoek verrast met een goed glas “ Vino Tillio ”. Er wordt geproost: op een lang, gezond en gelukkig leven” !

Het leven is goed in die jaren.

Reacties (1)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 10 februari 2021 om 12:03
Bedankt voor dit verhaal, Aart, het roept vast bij velen herinneringen op!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Lees ook deze verhalen

Doe mee en vertel jouw verhaal!