i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Woudrichem
Tags:

Woudrichem in vogelvlucht

vertelde op 12 februari 2004 om 10:09 uur

De huidige gemeente ontstond op 1 januari 1973, toen de gemeenten Almkerk, Andel, Giessen, Rijswijk en Woudrichem opgeheven en samengevoegd werden tot één gemeente die de naam Woudrichem kreeg. De naam Woudrichem werd gekozen omdat dit de bekendste en tevens oudste kern van de nieuwe gemeente was. Op een lijst met goederen van de St. Maartenskerk te Utrecht uit ongeveer 866 kwam Woudrichem als 'Walricheshem' al voor.

Middeleeuwen

Het stadje, dat tevens de hoofdplaats was van het omringende Land van Altena, heeft een veelbewogen historie achter de rug. In 1356 krijgt Woudrichem, ook wel Woerkum genoemd, stadsrecht. Stad en Land van Altena behoorde tot het gewest Holland, en maakt pas sinds 1815 deel uit van Noord-Brabant. Tijdens de Arkelse oorlog in 1405, de Tachtigjarige oorlog en de oorlogen met Frankrijk in 1672 en 1794/95 had het stadje, dat op het einde van de 16e eeuw werd uitgebouwd tot een belangrijke Hollandse vesting, veel te lijden van de belegeringen en plunderingen. Behalve door oorlogsgeweld werd het stadje ook regelmatig geteisterd door branden en overstromingen en in 1556 heerste de pest in de stad.

Bloeitijd en achteruitgang

Haar grote bloeitijd kende Woudrichem tussen 1580 tot 1680. Het aanleggen en instandhouden van de vestingwerken alsmede het op oorlogssterkte houden van het garnizoen trok vele bouwvakkers, handwerkslieden en kooplui en was daardoor een impuls voor de bedrijvigheid. Na 1680 nam het oorlogsgevaar af, werd het garnizoen kleiner en daarmee verminderde tevens de welvaart. Het ontnemen van de vestingstatus van het stadje in 1816, betekende de economische doodsteek waardoor de verpaupering om zich heen greep. Het is dan ook geen wonder dat de socialistische beweging in Woudrichem al vroeg een solide aanhang had.

Visserij en andere middelen van bestaan

De visserij, die reeds vanaf de Middeleeuwen voor werkgelegenheid zorgde, was in de 19e en het begin van de 20e eeuw de kurk waarop de Woercumse economie dreef. Zo lezen we in het gemeentelijk jaarverslag over 1875 dat ‘vooruitgang in den toestand van de behoeftige klasse’ het gevolg was van de ‘verbeterde vischvangst’. Pas in de vijftiger jaren van de vorige eeuw verloor de visserij door overbevissing en de vervuiling van Maas en Merwede aan betekenis.

De overige sectoren waren verhoudingsgewijs van weinig belang voor de stedelijke economie. In de landbouw op het omringende platteland werden voornamelijk aardappelen, suikerbieten, haver en rogge verbouwd. Gewassen als vlas, gerst en peulvruchten waren additief. In de veeteelt overheerste de melkveehouderij. Het stadje kende geen industriële nijverheid, enkel traditionele ambachten als slagerijen, bakkerijen, smederijen, timmerlieden, schilders, metselaars, klompenmakers en een enkele mandenmaker. Dit waren vrijwel allemaal kleine bedrijfjes met hooguit een of twee knechten.

Bevolking

Was er in de negentiende eeuw aanvankelijk een bevolkingstoename, na 1900 zette zich definitief een daling van het bevolkingsaantal in die het kwakkelende bestaan van de stedelijke economie treffend illustreert. Deze teruggang kwam vooral op gang door een vertrekoverschot dat eerder door een fors geboorteoverschot werd gecamoufleerd. Pas na 1950 begon de bevolking opnieuw te groeien.

Toerisme

Door de restauratie van de vesting, het toerisme en de nieuwbouw buiten de wallen, kreeg de oude stad vanaf ongeveer 1970 nieuwe impulsen om te overleven. Momenteel probeert de gemeente het toerisme verder te bevorderen.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: