skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Mariët Bruggeman
Mariët Bruggeman Bhic

Huiselijke liefde en geluk onder oorlogsdreiging

Op 8 oktober 1914 stelde de gemobiliseerde Bosschenaar Jan van Rooij in het West-Brabantse Etten een brief op aan zijn thuis achtergebleven ‘beminde vrouw en kinderen’. Hij deed dat, omdat hij niet zeker wist of en wanneer hij in actie zou moeten komen. En dan kon het wel eens te laat zijn om alsnog de pen op te pakken.

Jan formuleerder dat zelf zo: “daar de toestand mij nogal kritiek toe schijnt en niet altijd de gelegenheid daar is om op het laatste oogenblik nog te schrijven, gevoel ik mij gedrongen te zorgen dat mij de gebeurtenissen niet overvallen en schrijf ik dezen brief om hem als het mocht noodig zijn, direct te kunnen posten.”

Grote delen van België waren op dat moment al door de Duitsers onder de voet gelopen en de val van Antwerpen voltrok zich juist die dagen. De Eerste Wereldoorlog woedde hevig en ook het neutrale Nederland had zijn verdediging georganiseerd. Vanaf 1 augustus was een algemene mobilisatie afgekondigd.

Voor de bewaking van grens en kust beschikte de commandant van het veldleger over de Landweer, waarin afgezwaaide dienstplichtigen, georganiseerd in regionale eenheden, terecht kwamen. De 34-jarige Jan uit Den Bosch was een van hen. In het burgerbestaan probeerde hij als handelsreiziger de kost voor zijn gezin te verdienen.

Joannes Gerardus Franciscus van Rooij (1880-1937) was in Den Bosch geboren, aan het Sint-Jacobskerkhof, waar zijn vader Gerardus warmoezenier was. Jan was in 1906 getrouwd met Maria Joanna (roepnaam ‘Marie’) Claassen (1883-1962), een schippersdochter. Ten tijde van het huwelijk stond Jan te boek als sigarenmaker. Later vinden we Jan meermaals als (handels)reiziger vermeld. Na de oorlog, omstreeks 1919, heette hij even assuradeur, nadien was hij steeds vertegenwoordiger. Hij werkte voor diverse firma’s, vooral voor producenten van kantoormachines en -benodigdheden.

Maar in oktober 1914 was Jan dus opgeroepen het vaderland te verdedigen. In zijn (nooit verzonden) brief schijft hij: “wanneer u dezen brief ontvangt, dan is dit een bewijs, dat ik met het regiment naar het vijandelijk front ben gezonden” ...

“Lieve vrouw, ik kan mij voorstellen hoe zwaar u dit bericht moet treffen en hoe het allen die mij lief en dierbaar zijn den angst om het hart zal slaan, ook ik denk met afgrijzen aan het oogenblik, dat het zou kunnen gebeuren, dat ik met het doel zou worden uitgezonden om mijn medemenschen te gaan dooden. Nooit is mij die gedachte vreeselijk[er] voorgekomen als thans, nu ik mij op de werkelijkheid voorbereid houd.”

Over hoe het Jan verging in Etten en Lepelstraat (bij Bergen op Zoom) heeft zijn nazaat René Grémaux een verhaal geschreven op basis van de nagelaten foto’s, brieven en andere teksten van Jan de Rooij. Je kunt het hier downloaden en lezen (pdf, 1,4 MB).

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Doe mee en vertel jouw verhaal!