skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Rens van Ballegooij
Rens van Ballegooij Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Rens van Ballegooij
Rens van Ballegooij Bhic

Archieven

 813 Kantongerecht Boxmeer, 1940 - 1949
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
beacon
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Aanwijzingen voor de gebruiker
Procedures
Procedures in strafzaken
Procedures in burgerlijke zaken bij dagvaarding
Procedures in burgerlijke zaken bij rekest
Arbeidszaken en huurkoopzaken
Overige rekestzaken
Pachtzaken
813 Kantongerecht Boxmeer, 1940 - 1949
Inleiding
Aanwijzingen voor de gebruiker
Pachtzaken
In 1932 kwam de Crisispachtwet (Stb. 302) tot stand. Deze wet omschreef voor het eerst begrippen als 'pachtovereenkomst', 'pachtprijs' en 'pachter'. Volgens de Crisispachtwet kon de pachter ontheffing van zijn verplichting tot betaling van de pachtprijs verzoeken, als voldoening van hem in verband met de toen heersende economische crisis niet in redelijkheid gevorderd kon worden. De verzoeken tot ontheffing werden behandeld door kamers voor crisispachtzaken, die partijen bij aangetekende brief opriepen en hoorden. Zo spoedig mogelijk werd een met redenen omklede beslissing genomen die schriftelijk aan partijen werd medegedeeld. De kamer kon ook een minnelijke regeling beproeven. Deze kamers bestonden uit de kantonrechter als voorzitter en twee leden, die niet tot de rechterlijke macht behoorden. Dit waren de voorlopers van de pachtkamers.
De Pachtwet 1937 (Stb. 205), welke op 1 november 1938 in werking trad, regelde onder meer:
- de pachtovereenkomst moest 'op straffe van nietigheid' schriftelijk worden aangegaan;
- de pachtrechter bij de kantongerechten en bij het Gerechtshof te Arnhem, moesten de verplichtingen van pachter toetsen;
- een tussentijdse wijziging van de bepalingen in de pachtovereenkomst werd mogelijk;
- pachtovereenkomsten golden voor onbepaalde tijd, slechts bij uitzondering was een termijn van 1 tot 3 jaar mogelijk.
Naast de pachtkamers werden door de Pachtwet 1937 zogenaamde pachtbureaus ingesteld. Zij waren bevoegd beslissingen te nemen over de duur van pachtovereenkomsten. Deze beslissingen hadden dezelfde rechtskracht als die van de pachtkamers.
Met ingang van 25 november 1941 werden de Crisispachtwet 1932 en de Pachtwet 1937 buiten werking gesteld en vervangen door het Pachtbesluit.
Dit besluit kende onder meer de volgende nieuwe regelingen:
- men kon schriftelijke vastlegging van een mondeling aangegane pachtovereenkomst vragen bij de grondkamers;
- de toetsing van de pachtovereenkomsten werd voortaan door de grondkamers verricht;
- de pachtovereenkomst moest worden aangegaan voor bepaalde tijd, namelijk twaalf jaar voor een 'hoeve' en zes jaar voor 'los land';
- naast de grondkamers bleven de pachtkamers bij de kantongerechten en bij het Gerechtshof Arnhem bestaan.
Alle kantongerechten hebben een pachtkamer die bestaat uit drie leden; de kantonrechter is voorzitter van deze kamer, voorts zijn er twee deskundige leden die niet tot de rechterlijke macht behoren (art. 115 PW). Eén lid vertegenwoordigt de pachtersbelangen en één lid de verpachtersbelangen (art. 116 lid 4 PW). Bij de benoeming van deze leden moet de Kroon ervoor zorg dragen dat in de pachtkamer noch het pachtersbelang noch het verpachtersbelang overheerst (art. 116 lid 4 PW).
De belangrijkste uitvoeringsregelingen ingevolge de Pachtwet 1958 zijn:
- de regeling van het rechtsgebied en de standplaats van de grondkamers (Koninklijk Besluit van 20 maart 1958, Stb. 65);
- het Reglement voor de grondkamers en de Centrale grondkamer (Koninklijk Besluit van 19 april 1958, Stb. 193);
- het Reglement voor de pachtkamers (Koninklijk Besluit van 21 april 1958, Stb. 198);
- het Tariefbesluit Pachtwet (Koninklijk Besluit van 19 december 1962, Stb. 545).
De geschillen in pachtzaken worden in eerste aanleg door de pachtkamer van het kantongerecht behandeld, beroep staat open bij de pachtkamer van het Gerechtshof te Arnhem.
Alle pachtovereenkomsten en overeenkomsten tot wijziging of beëindiging van een pachtovereenkomst moeten door de grondkamer worden goedgekeurd (art. 2 PW). In iedere provincie is een grondkamer, waarbij de grondkamer voor Overijssel ook bevoegd is voor de Noordoostpolder.
De grondkamer heeft standplaats in de provinciehoofdstad, met uitzondering van Zeeland (Goes) en Limburg (Roermond).
Als beroepsinstantie werd de Centrale Grondkamer ingesteld, welke kamer verbonden is aan het Gerechtshof te Arnhem.
De grondkamer bestaat uit een voorzitter, alsmede tenminste vier en ten hoogste twaalf leden. Gedeputeerde Staten maken een voordracht voor de benoeming van de leden, met uitzondering van de voorzitter. De grondkamer houdt zitting met een voorzitter en twee leden (art. 79 PW). De Centrale grondkamer beslist met een kamer bestaande uit drie tot de rechterlijke macht behorende leden en twee deskundigen.
Rechtsgebied kantongerecht Bergen op Zoom
Openbaarheid en citeerinstructie
Kenmerken
Datering:
1940-1950
Vindplaats origineel:
BHIC 's-Hertogenbosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2026 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS