i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Vught
Periode: 1926 - 1948
Tags:

Hoe een 17-jarige uit Overijssel kampbewaker werd in Vught

vertelde op 1 juni 2017 om 09:13 uur

Al enige jaren probeer ik mijn familiegeschiedenis boven water te krijgen en daarbij stuitte ik op de aanwezigheid van een ‘zwart schaap’ in onze familie. Het betreft Jan Eggink, zoon van Gerrit Eggink en Willemina Mast, geboren in Vriezenveensewijk in 1926. Hij stierf al jong, in 1944, als kampbewaker van het concentratiekamp Vught.

Kamp Vught was tijdens de Tweede Wereldoorlog het enige SS-concentratiekamp in Nederland. Het viel rechtstreeks onder commando van het SS-hoofdkantoor in Berlijn. De bouw van Konzentrationslager Herzogenbusch, zoals het officieel heette, begon in 1942. Toen de eerste gevangenen in januari 1943 uit Amersfoort aankwamen, was het kamp nog niet af.

Het kamp kende een binnen- en een buitenbewaking. Die laatste taak viel toe aan de vierde en vijfde compagnie van het zogenaamde SS-Wachtbataljon Nordwest, dat op 1 januari 1942 speciaal was opgericht voor de buitenbewaking van interneringskampen. Het Wachtbataljon was onderdeel van de Landstorm Nederland, dat weer een onderdeel was van de Waffen-SS, waarin Nederlandse mannen dienst namen. De belangstelling voor deze eenheid was groot: men kreeg namelijk werk, onderdak en eten en hoefde niet te vrezen voor gedwongen tewerkstelling in Duitsland (Arbeitseinsatz).

De toelatingseisen voor het Wachtbataljon waren bepaald niet streng. Men ronselde wat men kon krijgen, tot in psychiatrische instellingen en gevangenissen toe. Als gevolg daarvan was het bataljon een bandeloze en ordeloze troep. Een Duitse onderzoeksrechter stelde op een gegeven moment vast: “de criminaliteit in dit bataljon is bijzonder groot… even groot als bij alle Duitse eenheden van Waffen-SS en politie bij elkaar.”

Vanaf november 1943 behoorde ook Jan Eggink tot de buitenbewakers van kamp Vught. Hij was geboren op 30 april 1926 in Vriezenveensewijk, een dorp in Overijssel op nog geen 10 kilometer van de grens met Duitsland. Jan was niet een erg slimme jongen: hij doorliep slechts vijf klassen van de lagere school en ging al op jonge leeftijd als veenarbeider aan de slag. In die tijd betekende dat pure armoede.

Met een groepje vrienden bracht Jan de dag door. Een van die vrienden vond begin mei 1943 een goed baantje bij de Nachschub in Deventer als grondwerker voor het graven van schuttersputten en loopgraven. Hij kreeg een oud Nederlands uniform met een witte band om de arm met de tekst Im dienst der Duitschen Wehrmacht, verdiende “goed geld” en kreeg voldoende te eten. De vriendengroep was zo onder de indruk van z’n “mooie pakkie” en z’n verhalen dat ze besloten om zich ook aan te melden bij de NSB-kringleider in Vriezenveen. Hoewel Jan Eggink nog maar net 17 jaar was, werd ook hij in mei 1943 aangenomen bij de Nachschub in Deventer.

Na drie maanden in Deventer gewerkt te hebben, werden ze overgeplaatst naar de Frederikskazerne in Den Haag. Bij die gelegenheid werd aan alle jongens individueel gevraagd om dienst te nemen bij de Waffen-SS. Twee van de maten, onder wie Jan Eggink, lieten zich ompraten en namen dienst bij de Landstorm. Eind juli 1943 werden ze overgeplaatst naar Weert voor hun militaire training. En zo ontving Jans moeder vanaf november 1943 elke maand van de Fürsorge Offizier der Waffen SS in den Niederlanden geld dat haar zoon in Duitse dienst verdiende.

In april/mei 1944 werd Jan ernstig ziek en moest hij worden opgenomen in het ziekenhuis. In september 1944 bezocht zijn moeder Mina hem daar voor het laatst. Hij had “vocht achter de longen” en “ook met z’n benen was het niet in orde” volgens de aanwezige arts die niet uitsloot dat Jan het niet zou overleven. Zijn toestand heeft voorkomen dat hij wellicht - net als een aantal van zijn medebewakers - deel zou hebben genomen aan de honderden executies die tussen 26 juli en 6 september 1944 in Kamp Vught plaatsvonden.

Op 26 oktober 1944 is het kamp bevrijd. Jan was inmiddels vermist, zijn ouders hadden het contact met hem verloren in deze woelige periode. Pas op 20 januari 1948 is in Westerhaar (O) een proces-verbaal opgemaakt, zoals gebruikelijk bij mensen die in Duitse dienst waren geweest.

Een agent vertelde in die tijd nog een aantal persoonlijke ervaringen: de verblijfplaats van Jan Eggink is nog onbekend; door zijn ouders wordt aangenomen dat hij ten gevolge van zijn ziekte is overleden. Een ieder verwonderde zich erover dat zo iemand in militaire dienst kon komen en een geweer werd toevertrouwd. (…) Gezien zijn gebrekkige verstandelijke vermogen was hij niet toerekenbaar voor zijn daden.

Op 19 maart 1948 werd de zaak tegen Jan Eggink geseponeerd door de procureur-fiscaal te Arnhem. Later in dat jaar komt ook de officiële bevestiging van Jans overlijden. Volgens een zogenaamde Grabmeldung van 26 november 1944 door de Sanitäts Kompanie 71 was hij op 13 oktober 1944 overleden. Als SS-Schütze werd Jan in ’s Hertogenbosch begraven op het Kriegerfriedhof Orthen. Pas op 13 mei 1948 werd er in Berlijn een officiële Duitse Sterbe Urkunde opgesteld. Dit document kwam uiteindelijk op 17 november 1948 door bemiddeling van het Rode Kruis bij het gemeentebestuur van Hardenberg, waar Jans ouders toen woonden. Tien dagen later, op 27 november 1948, werd in Hardenberg een akte van overlijden opgemaakt, ruim vier jaar na Jans dood.

Na de oorlog zijn de Duitse graven in Orthen verplaatst naar de Duitse begraafplaats Ysselsteyn in Venray. Ook Jan Eggink ligt daar, in vak CE, rij 2, graf 45, onder een betonnen kruis.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reacties (6)

Mark Goossens zei op 28 oktober 2019 om 03:00 uur

Goed verhaal. Triest. Een speelbal van de tijd waarin hij leefde en die hij vermoedelijk niet kon overzien. Dank!

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 28 oktober 2019 om 09:15 uur

Ik ben het helemaal met je eens, Mark. Goed dat je die opmerking erbij plaatst.

Anna Kleinsman zei op 29 oktober 2019 om 11:01 uur

Een goed verborgen familie geheim. Ook in Westerhaar- Vriezenvensewijk, een simpel veendorp, wist men wel wat goed en kwaad was. Dit verduidelijkt de verhuizing van de ouders naar Hardenberg.

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 29 oktober 2019 om 16:08 uur

Ah, was dat voor je ouders een directe aanleiding om te verhuizen, Anna? Waren zij één van de weinigen of gebeurde dat meer?

Herman Hilberink zei op 10 november 2019 om 01:06 uur

Van mijn vader het verhaal gehoord dat hij als kleine jongen Jan gekend heeft. In het (veen)veld weleens laten zien hoe goed hij wel niet kon schieten met zijn Mauser karabijn. Het enige wat hij als kind hoorde was dat Jan er op een bepaald moment niet meer was. De geruchten waren dat het zou gaan om een vermissing van het Oostfront. Maar nu verrassend genoeg toch een andere waarheid.

De lokale bevolking werd ook wel eens gewaarschuwd als er iets ergs voorhanden stond. Dus context, tijd, vroeger gepest, ideologie en verstandelijke handicap maakte dat Jan die keuze maakte. Goed/kwaad in dat licht bezien kleurt grijs.

Ik was bij toeval gestuit op dit artikel, omdat ik zocht op razzia westerhaar, vanwege mijn opa aan moeders kant die daaruit voortvloeiend te werk gesteld is in Linz aan de Donau (Oostenrijk).

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 11 november 2019 om 15:02 uur

Dank voor je afgewogen reactie, Herman. Je woorden "Goed/kwaad in dat licht bezien kleurt grijs" zijn heel treffend gekozen!

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: