skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Stef Uijens
Stef Uijens RA Tilburg

Naamindex Dagboek Jan de Quay '44-'45

Alleen de namen waarover meer te vertellen valt zijn opgenomen in de index. De vetgedrukte namen in deze "Wie is wie in het dagboek van Jan de Quay" volgen de spelling in het dagboek. Daardoor kan de naam in de uitleg anders zijn gespeld. Deze uitleg heeft overigens alleen betrekking op de situatie ten tijde van het dagboek. Latere carrières zijn hierin niet altijd meegenomen.
Van Abbe

Jan, dan wel Albert van Abbe. Beiden waren als zonen van oprichter Henri van Abbe (1880-1940) directeur van de sigarenfabrieken Karel I in Eindhoven.

Albering

Dr. Leo A.H. Albering (1904-1972) was leraar geschiedenis en Nederlands aan het Bredase Onze-Lieve-Vrouwe Lyceum. Verbleef tijdens de bezetting als gijzelaar in Sint-Michielsgestel en was na de bevrijding in Breda actief in de Ordedienst en bij de Binnenlandse Strijdkrachten.

Den heer Van Amstel

De schuilnaam van C.J.F. Caljé, de vertegenwoordiger van de Ordedienst in de Contactcommissie van de Illegaliteit in bezet gebied. In oktober kwam hij door de linies naar het bevrijde Zuiden en werd daar toegevoegd aan de staf van de Binnenlandse Strijdkrachten onder prins Bernhard.

Van Angeren

J.R.M (Jan) Van Angeren (1894-1959) was voor de oorlog secretaris-generaal op het ministerie van Justitie, de eerste katholiek op die post. Hij week in mei 1940 met zijn minister, Gerbrandy, uit naar Londen. In februari 1942 volgde hij Gerbrandy op als minister van Justitie. Toen koningin Wilhelmina weigerde zijn ontwerp politiebesluit te ondertekenen, trad hij af en werd weer secretaris-generaal.

Majoor Aninga (ook: Majoor Annegarn)

Majoor, later luitenant-kolonel S. Aninga, coördinator van de vooruitgeschoven post van het Militair Gezag in Eindhoven. Aninga liet na de voedseldemonstratie van 21 november iets meer distribueren dan in het overleg met het Militair Gezag was toegezegd, om daarmee de gemoederen wat te bedaren.

Van Asbeck

Ir. J.B. baron van Asbeck (1911-2010), die kort na de oorlog als restauratiearchitect diverse kerkgebouwen herstelde en herbouwde.

Van Asch van Wijk

Jhr. mr. Anthony M.C. van Asch van Wijck (1880-1945) was sinds de jaren dertig secretaris-generaal op het ministerie van financiën. Toen het kabinet in mei 1940 uitweek naar Londen ging hij mee, op aandringen van minister-president De Geer, met wie hij bevriend was. Kort voor de bevrijding overleed hij in Londen

Karel Asselbergs

Ir. C.J. Asselbergs, suikerfabrikant in Breda.

Baekers

W.N.J. Baekers, textielfabrikant in Eindhoven.

Bannenberg

Mgr. G.P.J. Bannenberg (1898-1967), r.k. priester, studeerde rechten in Nijmegen. Was onder meer pastoor in Tilburg, legeraalmoezenier en, zoals de Quay vermeldt, actief in de katholieke jeugdbeweging in Brabant.

Prof. Banning

Willem Banning (1888-1971), een Friese vrijzinnig-hervormde predikant en een voorman van de religieus-socialistische beweging in Nederland. Voor de oorlog was hij lid van het partijbestuur van de SDAP. Van mei tot december 1943 was hij gegijzeld in Sint-Michielsgestel, waar hij als een van de Heeren Zeventien deelnam aan de discussies over de naoorlogse samenleving. Aansluitend daarop was hij actief in de Nederlandse Volksbeweging en ook bij de oprichting van de PvdA.

Hr. Baud

Mr. J.C. (Chrétien) baron Baud (1893-1976) was sinds 1927 particulier secretaris van prinses Juliana. Hij zat om die reden vanaf juli 1940 als gijzelaar achtereenvolgens in Buchenwald, Haaren, Beekvliet, De Ruwenberg, Kamp Vught en Kamp Amersfoort. Werd op 17 september 1944 uit dat laatste kamp vrijgelaten, waarna hij door de linies naar het Zuiden kwam en vandaar naar Londen. Hij was het enige lid van de hofhouding dat koningin Wilhelmina in maart vergezelde op haar rondreis door bevrijd gebied. In 1945 was hij voorzitter van de HARK, de Hulpactie Rode Kruis. Twee van zijn zonen zouden omkomen in Duitse concentratiekampen.

Pater Beaufort

Leo J.C. Beaufort o.f.m (1890-1965). Trad in 1910 in bij de minderbroeders in Wychen. Studeerde rechten, publiceerde over vraagstukken van recht, oorlog en vrede. Promoveerde in 1933. Was lid van de Economische Raad en van de Raad van Toezicht van de Handelshogeschool in Tilburg. In 1937 werd hij Kamerlid voor de RKSP. In de oorlog verbleef hij in het minderbroedersklooster in Megen, waar hij in 1941 werd gekozen tot provinciaal overste. In 1945 was hij lid van de Nederlandse delegatie bij de oprichting van de Verenigde Naties in San Francisco. Na de oorlog was hij hoogleraar Volkerenrecht in Nijmegen.

Beel

Louis J.M. Beel (1902-1977). Na een studie rechten werd hij in 1935 gemeentesecretaris van Eindhoven. Toen daar een NSB-burgemeester werd aangesteld, nam hij vrijwillig ontslag. Hoewel hij voor de oorlog actief was geweest in de RKSP stelde hij zich na de bevrijding open voor vernieuwing van het sociale en politieke leven. Hij had het oor van de Eindhovense districts militair commissaris van het Militair Gezag, majoor Verhoef, en van de provinciaal militair commissaris, overste De van der Schueren. Beel was hoofdarchitect van het Eindhovens Adres dat zich uitsprak tegen een snel herstel van gemeenteraden en Provinciale Staten. Hij reisde op 1 januari naar Londen voor gesprekken met de regering. Tevens was hij verantwoordelijk voor de samenstelling van het Brabantse deel van de Zuidelijke delegatie die in februari gesprekken voerde met de koningin Nog diezelfde maand werd hij minister van Binnenlandse Zaken in het derde kabinet Gerbrandy, in juli 1946 minister-president van het naar hem genoemde eerste kabinet Beel.

Majoor Beelaerts van Blokland

Jhr. Jan J.G. Beelaerts van Blokland (1909-2005), bijgenaamd ‘Mickey’. Hij was sinds 1936 vriend van prins Bernhard, beroepsmilitair, verzetsman en Engelandvaarder – overgestoken met een Duits watervliegtuig dat hij met drie anderen had gestolen in de Amsterdamse Minervahaven. Hij werd in Engeland aangesteld als commandant in de Prinses Irene Brigade in de rang van majoor.

Beerman

Dr. Victor A.M. (Vic) Beermann (1915-2000) was in 1940 gepromoveerd als historicus. Beermann had een leidende rol in de Nederlandse Unie, onder meer als algemeen propagandaleider, was actief voor het illegale blad Christofoor en voor de LO, De Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Hij was enige tijd betrokken bij de Ordedienst maar werd na de bevrijding hoofd voorlichting van de provinciaal militair commissaris Gelderland van het Militair Gezag. Tevens was hij toen redactielid van Je Maintiendrai.

Bens

Een buurtbewoner van de Hiersenhof. Bens was aardappelhandelaar.

Berdenius van Berlekom

Luitenant-kolonel ir. Jan P. Berdenis van Berlekom was een Nederlandse luchtmachtofficier die tijdens de oorlog fungeerde als liaisonofficier van het ministerie van Oorlog bij het Britse Air Ministry.

Burgemeester Berger

Bernhard M. Berger (1887-1967) trad in 1941 af als burgemeester van Venlo, uit protest tegen de opheffing door de bezetter van de gemeenteraden. Gedurende de bezetting was hij ondergedoken. Na de bevrijding van geheel Venlo in maart 1945 hervatte hij zijn ambt.

Van Berkum

Maj. Prof. dr. Petrus P. (Piet) van Berkum (1901-1976) was in 1933 een van de eerste drie afgestudeerden van de Tilburgse Hogeschool (cum laude), was in 1938 de eerste promovendus (cum laude) en tevens de eerste die er – in 1939 − als voormalig student hoogleraar werd, in de bedrijfsleer. Begin december werd hij door generaal Kruls, samen met prof. Eggens en prof. Jurgens benoemd in het Militair Commissariaat voor het Rechtsherstel.

Mr. Dr. Van Blankenstein

Mr. dr. H. van Blankenstein, luitenant ter zee eerste klasse en Hoofd van de sectie Economische Zaken van het Militair Gezag. Hij was een zoon van de uit Nederland uitgeweken joodse journalist Marcus van Blankenstein (1880-1964), een gezaghebbend medewerker van de NRC die in Londen hoofdredacteur werd van het daar uitgegeven weekblad Vrij Nederland.

Vader van Blankenstein

Marcus van Blankenstein (1880-1964), een gezaghebbend medewerker van de NRC die wegens zijn joodse achtergrond in 1940 uitweek naar Londen en hoofdredacteur werd van het daar uitgegeven weekblad Vrij Nederland.

Pater Bleijs (ook: Bleys)

Ludovicus Adrianus (Ludo) Bleys (1906-1945). Kloosterling in Roermond en tijdens de bezetting actief betrokken bij verzetswerk, onder meer voor de Landelijk Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Gezocht door de SD wist hij in 1944 te ontkomen naar Engeland. Met zijn rapporten over het verzet in Nederland en zijn kritiek op de regering in Londen had hij het oor van koningin Wilhelmina. Hij werd aalmoezenier bij de staf van prins Bernhard en lid van de Grote Adviescommissie van de Illegaliteit. In 1945 kwam hij om het leven bij een auto-ongeluk.

Jan Bloemen

Dr. J.F.J.M. (Jan) Bloemen was arts in Tilburg.

Blomjous

H.M.J. (Harry) Blomjous (1877-1953). Wollenstoffenfabrikant in Tilburg en aldaar ook invloedrijk: zo was hij president-commissaris van het mede door hem opgerichte Nieuwsblad van het Zuiden en zowel betrokken bij de R.K. Leergangen als bij de Hogeschool. Voor de RKSP was hij van 1912 tot 1920 Statenlid in Brabant en van 1920 tot 1946 lid van de Eerste Kamer. Als verklaard tegenstander van Barend van Spaendonck stelde hij in 1944 over hem een belastend dossier samen dat hij doorgaf aan het Militair Gezag.

Piet van Boekel

Pachter van een boerderij op de Hiersenhof.

De Boer

Luitenant-kolonel J.H. de Boer, sous-chef van het Militair Gezag, belast met repatriëring.

Boerma

Addeke H. Boerma (1912-1992), een Wageningse landbouweconoom. Hij werkte sinds 1938 bij het Rijksbureau voor de Voedselvoorziening in Oorlogstijd. Toen deze tijd daadwerkelijk aanbrak was Boerma actief bij diverse instanties op het gebied van landbouw en voedselvoorziening. Na de bevrijding van het Zuiden ging hij met medeweten van de Duitse autoriteiten daarheen om behulpzaam te zijn bij de voedselvoorziening en om het sturen van hulpgoederen naar het gebied boven de rivieren voor te bereiden.

Van Boeyen

Hendrik van Boeijen (1889-1947), politicus van de CHU, werd in 1937 minister van Binnenlandse Zaken in het vierde kabinet Colijn. Ondanks toenemende doofheid en soms ook een gebrek aan inhoudelijke kennis bleef hij vervolgens minister, onder andere van Algemene Zaken, van Oorlog en opnieuw van Binnenlandse Zaken, tot aan het aftreden van  het tweede kabinet Gerbrandy in februari 1945.

Bolkestein

Gerrit Bolkestein (1871-1956) was oud-inspecteur van het onderwijs. Hij werd in 1939 minister van Onderwijs, Kunsten en Wetenschappen in het tweede kabinet De Geer en zou die post gedurende de gehele oorlog blijven bezetten tot aan het aftreden van het derde kabinet Gerbrandy in juni 1945.

De Booy

J.M. (Jim) de Booy (1885-1969) werkte na een loopbaan bij de marine op een hoge post bij de Bataafsche Petroleum Maatschappij. In mei 1940 stak hij over naar Engeland. Hij was daar lid van de scheepvaart- en handelscommissie en werd in mei 1944 benoemd tot minister van Scheepvaart en Visserij. Ook in het derde kabinet Gerbrandy bekleedde hij deze post. Tevens was hij daarin minister van Oorlog a.i., totdat Jan de Quay hem in april 1945 opvolgde.

De heer Bosch van Rosenthal

Mr. dr. L.H.N. Bosch ridder van Rosenthal (1884-1953). Hij was vanaf 1934 commissaris van de koningin in Utrecht, tot hij in 1941 door de Duitsers aan de kant werd geschoven omdat hij weigerde zijn joodse ambtenaren te ontslaan. Hij raakte betrokken bij de verzetsactiviteiten van de Paroolgroep en bemiddelde in de conflicten tussen de illegaliteit en de Ordedienst. In 1944 werd hij aangesteld als voorzitter van het College van Vertrouwensmannen dat moest voorkomen dat er na de Duitse capitulatie een machtsvacuüm zou ontstaan.

Dr. Bouman

Pieter J. Bouman (1902-1977), historicus en socioloog. Sinds 1926 was hij leraar geschiedenis in Middelburg. Zoals zo velen zocht hij naar alternatieven voor de vooroorlogse democratie. Hij was betrokken bij het tijdschrift Het Gemeenebest en de daarmee samenhangende Woudschotenconferenties, en werd in 1940 een enthousiast aanhanger en actief lid van de Nederlandse Unie. Na de bevrijding werd hij economisch adviseur van het Militair Gezag. Als aanhanger van de doorbraak sloot hij zich aan bij de PvdA.

Willy Brenninkmeyer

In 1931 was De Quay in dienst getreden bij C&A, het familiebedrijf van de Brenninkmeyers. Het was de bedoeling dat hij leiding zou gaan geven aan de Londense vestiging van het bedrijf, maar na veel wikken en wegen zag hij er van af. Desondanks bleef de verhouding met de familie zeer goed, zoals ook blijkt uit de hartelijke groeten die hem in 1944 vanuit Londen werden overgebracht.

Cor van den Broek; Van den Broek

De familie Van den Broek uit Sint Hubert bij wie Jan de Quay op het laatst was ondergedoken.

V.d. Broek

Johannes van den Broek (1882-1946), ondernemer bij de Billiton Maatschappij in Nederlands-Indië en minister van financiën in het tweede kabinet Gerbrandy. Vanaf mei 1944 was hij tevens minister van Handel, Nijverheid en Landbouw. Hij was een van de vijf minister-kwartiermakers die in november 1944 naar het bevrijde Zuiden kwamen.

Broekman

E.H. Broekkamp, wijnhandelaar in Nijmegen en tijdens de bezetting actief in de illegale pers en bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Werd na de bevrijding de centrale persoon van het persbureau Illegale pers en als zodanig onder meer plaatselijk perscensor van alle bladen, die op militaire gegevens moesten worden gescreend.

Overste Broekman

H.G. Broekman was een reserve-kapitein en Engelandvaarder. Hij was in Amsterdam Oost groepscommandant geweest van de Ordedienst en in september 1941 uitgeweken naar Londen. Daar werd hij het eerste hoofd van het in november 1942 opgerichte Bureau Inlichtingen. Wegens hartklachten maakte hij al na enkele maanden plaats voor majoor Somer. Hij werd toen adviseur inlichtingenzaken voor minister van Lidth de Jeude van Oorlog.

Hr. Brokmeijer

Johan Brokmeier (1907-1967), directeur van de Zeeuwse Confectiefabrieken in Middelburg. Was gijzelaar in Beekvliet.

Jef de Brouwer

Josephus Antonius Cornelius de Brouwer (1910-1959) was in 1940 verantwoordelijk voor de interne organisatie van de Nederlandsche Unie. Hij zat tijdens de oorlog gevangen in Scheveningen, Haaren en Sint-Michielsgestel. Na de oorlog was hij de eerste hoofdredacteur en later ook directeur van het katholieke dagblad Oost-Brabant, dat edities in Tilburg en Den Bosch had. 

Brugmans

Dr. H.J. (Henk) Brugmans (1906-1997) studeerde Franse taal- en letterkunde en was sinds april 1939 – met 32 jaar het jongste − lid van de Tweede Kamer, voor de SDAP. Vanaf mei 1942 werd hij bijna twee jaar als gijzelaar vastgehouden in het kamp Beekvliet in Sint-Michielsgestel. Hij nam daar deel aan de gesprekken over vernieuwing en was later ook actief in de Nederlandse Volksbeweging.

Bruna

J.J.H.A. Bruna, hoofdredacteur van de Utrechtse Courant, werd in 1941 in Breda eerst waarnemer en daarna opvolger van de gearresteerde hoofdredacteur van het Dagblad van Noord-Brabant en Zeeland, Van de Poel. In juli 1942 werd hij zelf opgepakt als gijzelaar en opgesloten in Haaren. Pas na de bevrijding van Breda hervatte hij zijn werk bij de krant, die nu was omgedoopt tot Dagblad De Stem. In 1967 schreef hij op verzoek van het Driemanschap een geschiedenis van de Nederlandse Unie, die echter nooit werd gepubliceerd.

Van Buchem

Dr. Frans S.P. van Buchem (1897-1977), internist en geneesheer-directeur van het Sint-Elisabethziekenhuis in Tilburg. Hij was betrokken bij het verzet en speelde na de bevrijding een leidende rol in de bundeling van de oud-illegaliteit. Maakte ook deel uit van de onderzoekscommissie inzake Barend van Spaendonck.

Burger

Jacob A.W. (Jaap) Burger (1904-1986), advocaat. Hoewel sinds 1929 lid van de SDAP was hij aanvankelijk nauwelijks politiek actief. Als Engelandvaarder kwam hij in 1943 in Londen. Op aandringen van koningin Wilhelmina werd hij in augustus 1943 opgenomen in het tweede kabinet Gerbrandy. Vanaf mei 1944 was hij minister van Binnenlandse Zaken speciaal belast met de terugkeerwetgeving. Zowel in Londen als na zijn overkomst naar bevrijd gebied als een van de minister-kwartiermakers gaf hij onomwonden lucht aan zijn opvatting dat het Militair Gezag te veel bevoegdheden bezat, wat velen tegen hem in het harnas joeg. Een radiorede van januari 1945 waarin hij een pleidooi hield voor onderscheid tussen hen die fout waren geweest en hen die fouten hadden gemaakt, leidde tot zijn aftreden en tevens tot de val van het tweede kabinet Gerbrandy.

Diederik v. Buuren

Adriaan D. (Diederik) van Buuren (1900-1975) was een internationale wapenhandelaar die in 1940 in Londen, op aanstichten van Van ’t Sant, geïnterneerd werd door de Engelse militaire inlichtingendienst. Aanleiding was dat hij in 1934, hoewel zelf geen NSB’er, Mussert had geïntroduceerd bij Mussolini. De ministers Dijxhoorn en Steenberghe, die met hem bevriend waren, benadrukten zijn loyaliteit aan de Nederlandse zaak en drongen aan op zijn vrijlating. Dat gebeurde uiteindelijk, maar het leidde wel tot spanningen binnen het kabinet. Blijkens het dagboek was Van Buuren ook een vriend van De Quay.

Van Bylant

Willem F.L. graaf van Bylant (1896-1990). Nederlands diplomaat. Werd in april 1940 benoemd tot gezant in China, maar kon vanwege het uitbreken van de oorlog deze post niet innemen. Minister Van Kleffens ontbood hem naar Londen waar hij waarnemend secretaris-generaal werd van Buitenlandse Zaken. Door de zwaarte van zijn taak was hij tegen het einde van de oorlog overspannen.

Van Campen

Mr. J. Ph. M. (Jan) van Campen (1908-1991) was directeur van een ijzerhandel en behoorde tot de leidende kringen van de Nijmeegse afdeling van de Nederlandse Unie. Nadien was hij actief in het verzet. In 1944 was hij een van degenen die openlijk kritiek leverden op de terugkeer van voormalige bestuurders, onder wie de waarnemend burgemeester Van der Velden. Niet lang na de bevrijding werd hij opgenomen in de rangen van het Militair Gezag in Nijmegen.

De Casembroot

Jhr. mr. A.F.Ch (Guus) de Casembroot (1906-1965) was sinds 1932, als toentertijd jongste van Nederland, burgemeester van Westkapelle. Werd in 1941 gedeputeerde in Zeeland. In 1943 door de Duitsers ontslagen, ging hij in het verzet als gewestelijk commandant van de Ordedienst. Na de bevrijding werd hij opgenomen in het Militair Gezag en fungeerde hij korte tijd als waarnemend commissaris van de koningin in Zeeland. In januari 1945 was hij verantwoordelijk voor het Zeeuwse deel van de delegatie uit het bevrijde Zuiden die naar Londen reisde voor besprekingen met koningin Wilhelmina.

Van Casteren

Bewoonde een boerderij naast de Hiersenhof.

Generaal Clark

Luitenant-Generaal J.G.W. (George) Clark (1892-1948) was een Britse militair die in 1944 leiding gaf aan Shaeff-Mission, de afvaardiging van het geallieerde hoofdkwartier in Nederland. In die functie werkte hij onder meer aan de voorbereiding van de voedselhulp aan het hongerende Westen van Nederland.

Jos Cobbenhagen

Prof. dr. Martinus J.H. (Jos) Cobbenhagen (1893-1954), r.k. priester en econoom. Hij was een van de grondleggers van de R.K. Handelshogeschool in Tilburg en daar als hoogleraar collega van Jan de Quay. Vanaf juli 1942 was hij gijzelaar in Haaren en later Sint-Michielsgestel, waar hij deelnam aan specifiek katholieke gespreksgroepen met mensen als De Quay, Sassen, vicaris Hendrikx en Toon Wijffels. Na de bevrijding riep Cobbenhagen in Tilburg een Comité voor Maatschappelijke Wederopbouw in het leven dat in de geest van saamhorigheid uit de bezettingstijd probeerde de vele praktische problemen op te lossen waarmee de bevolking in bevrijd gebied werd geconfronteerd. Het CMW kreeg al snel navolging in diverse andere steden in het Zuiden.

Willem Coebergh

Willem H.F. Coebergh (1891-1961) was een zwager van Jan de Quay. Hij was de tweede echtgenoot van Wilhelmien van der Lande (1893-1961), een oudere zus van Maria de Quay-van der Lande.

Cornelissen

Dr. J.A.M. Cornelissen (1902-1977), jurist en bibliothecaris van de Nijmeegse universiteitsbibliotheek. Na de bevrijding was hij voorzitter van de Rooms-Katholieke Commissie Herstel Nijmegen die – de naam zegt het al – zich keerde tegen de vernieuwingsbeweging. Hij meende dat deze een gevaar was voor de katholieke levensovertuiging. Zijn ideaal was een zo volledig mogelijk herstel van de katholieke zuil.

Van Daal

Een bakker in het dorp Beers.

Deelen

Mr. F.A.J. Deelen, officier van justitie in Breda en tevens lid van de organisatie van oud-illegalen, de GOIWN. Nadat procureur-generaal Speyart van Woerden in januari 1945 wegens bedreigingen tegen zijn persoon naar Londen werd geroepen, nam Deelen zijn taken over.

Leon Degrelle

Leon Degrelle (1906-1994) was de oprichter en leider van de Waals-Belgische fascistenbeweging Rex. Bracht tevens een Waals SS-legioen op de been dat vocht aan het Oostfront. Hij werd na 1945 bij verstek ter dood veroordeeld, maar zocht en vond asiel in het Spanje van Franco.

Zuster Delhaise

Annie Delhaise (1909-2001) kwam in de oorlog in contact met de familie De Quay. Als kraamverpleegster was zij betrokken bij de geboorte van enkele kinderen en raakte goed bevriend met de familie.

Jules Dewez

W.J. (Jules) Dewez was Rijkslandbouwconsulent in Limburg. Als reserve-kapitein van de infanterie raakte hij in de bezettingsjaren onder de schuilnaam ‘Custers’ betrokken bij de Ordedienst. Van juli tot december 1942 was hij geïnterneerd in Haaren en Sint-Michielsgestel. Na de bevrijding kwam hij bij het Militair Gezag en werd districts militair commissaris in Roermond. Tevens was hij actief in de GOIWN. Als voorstander van politieke vernieuwing trad hij in augustus 1945, samen met Jan de Quay,  toe tot het bestuur van het Centrum voor Staatkundige Vorming, dat uiteindelijk een toegangspoort bleek waarlangs katholieke ‘vernieuwers’ werden binnengeloodst in de nieuw opgerichte Katholieke Volkspartij.

Pater Dito

De dominicaner pater J.K.M. Dito (1904-1977) was sinds 1938 voorzitter van de KRO. Tijdens de bezetting probeerde hij tevergeefs het Nederlandse omroepbestel overeind te houden en in het bijzonder de positie van de KRO. Daarbij begaf hij zich in de relatie met de bezetter op glad ijs. Zowel bij de KRO als bij het episcopaat zag men pater Dito na de oorlog liever niet meer terugkeren. Zeker niet toen hij in mei buiten medeweten van de aartsbisschop via Zwitserland en Spanje naar Londen reisde, om daar met de regering de toekomst van de Nederlandse radio te bespreken. In augustus 1945 zag hij zich gedwongen zijn positie bij de KRO ter beschikking te stellen.

Doomen

Frans Dohmen (1910-1991), voorzitter van de Nederlandse Katholieke Mijnwerkersbond.

Mevr. Van Dooren

Emma N.L.M. Van Dooren-Swagermakers (1872-1969) was de weduwe van Henri E.A.L. van Dooren (1871-1928), directeur van de wollenstoffenfabriek Van Dooren en Dams in Tilburg. De Van Doorens behoorden tot het familienetwerk van De Quay. Zijn schoonvader, Jan van der Lande, was commissaris bij Van Dooren en Dams. En diens zoon Bernard, een broer van de Quays echtgenote Maria, was getrouwd met Angèle van Dooren, een dochter van Henri en Emma. Omdat zijn eigen huis in de Burgemeester Damsstraat in Tilburg was gevorderd door de Britten, had De Quay tijdelijk woonruimte gevonden bij mevrouw Van Dooren aan de Korvelseweg.

Kolonel Doorman

Luitenant-kolonel P.L.G. Doorman. Op 15 augustus 1944 was hij benoemd tot Inspecteur van de Nederlandse Troepen, verantwoordelijk voor de verzorging en training van de Nederlandse militairen in Groot-Brittannië. Twee weken later al ging deze functie op in de staf van de Bevelhebber Nederlandse Strijdkrachten. Kolonel Doorman werd toen de chef-staf van prins Bernhard.

Ds. Van Dorp

Jan van Dorp (1888-1949) was sinds 1929 dominee van de Nederlands-hervormde gemeente in Londen. Koningin Wilhelmina en leden van de regering in ballingschap kerkten vanaf mei 1940 bij hem in zijn kerk in Austin Friars. Op 31 mei doopte hij prinses Irene in de kapel van Buckingham Palace. Op verzoek van de regering organiseerde hij de geestelijke verzorging van de Nederlandse krijgsmacht in Engeland

Drees

Dr. Willem Drees (1886-1988). Hij werd in 1933 Kamerlid voor de SDAP en was vanaf september 1939 fractievoorzitter. Vanaf oktober 1940 werd hij een jaar lang als gijzelaar vastgehouden in Buchenwald. In mei 1942 werd hij opnieuw gegijzeld, nu in Beekvliet, maar al na een week liet men hem weer vrij wegens gezondheidsproblemen. Hij was intensief betrokken bij het overleg tussen politici en verzetsgroepen en werd in 1944 aangewezen als lid van het College van Vertrouwensmannen dat een bestuurlijk vacuüm na de capitulatie moest voorkomen. Drees had grote aarzelingen bij de idealen van de Nederlandse Volksbeweging. Hij achtte een sociaal-democratische partij onmisbaar. Voor hem bestond vernieuwing eruit dat ook confessionele arbeiders daarbij zouden aanhaken.

Maj. Driebeek

Majoor P.J.M. Driebeek, werkzaam bij Bureau Inlichtingen in Londen.

Majoor van Drimmelen

Majoor, later luitenant-kolonel H.J.M. van Drimmelen, hoofd sectie Economische zaken van het Militair Gezag.

Pater Drost

Anton J. Drost S.J. (1897-1958), rector van het jezuïetenklooster Mariëndaal in Grave.

Drost

Ir. Jan D. Drost (1904-1991), voedselcommissaris voor Zeeland van het Militair Gezag. Hij was van mei tot december 1942 gijzelaar in Beekvliet.

Dyxhoorn, Dijxhooren

Adriaan Q.H. Dijxhoorn (1889-1953) was een Nederlandse militair die in 1939 minister van Defensie werd in het tweede kabinet De Geer. In februari 1940 verving hij generaal Reijnders als opperbevelhebber van het Nederlandse leger door generaal Winkelman. In juni 1941 trad hij af omdat de koningin het vertrouwen in hem had opgezegd. Vervolgens kwam hij weer actief in militaire dienst. Hij werd vertegenwoordiger van Nederland bij de Combined Chiefs of Staff in Washington. Vanaf oktober 1944 was hij weer in Londen waar hij de vorming van het naoorlogse Nederlandse leger voorbereidde. Ook vertegenwoordigde hij de Nederlandse regering bij Shaeff, het geallieerde opperbevel.

Eden

Anthony R. Eden (1897-1977) was in het oorlogskabinet van Winston Churchill eerst minister van Oorlog en vanaf december 1940 minister van Buitenlandse Zaken.

Edixhoven

Ir. Gerard H. Edixhoven (1892-1980), hoofdingenieur van de Laura Mijn in Eijgelshoven.

V.d. Eerenbeemt – kaarsen

Ferd. H.J.M. van den Eerenbeemt (1910-1986), kaarsenfabrikant en bestuurder in ’s-Hertogenbosch.

Overste Eggens

Luitenant-kolonel prof. mr. Jannes J. Eggens (1891-1964) was een vooraanstaande Nederlandse jurist die doceerde in Batavia, tot hij op verzoek van de regering in 1941 naar Londen kwam. Daar adviseerde hij over de wetgeving met betrekking tot het naoorlogse rechtsherstel. Hij was even in beeld voor een aanstelling als chef-staf, en later als sous-chef, van het Militair Gezag, maar diende in de organisatie als jurist.

Eijgenraam

C.C.L Eygenraam was in Londen voor het ministerie van Handel, Nijverheid en Landbouw werkzaam op het terrein van de voedselvoorziening.

Lou E.

Louis Einthoven (1896-1979) werkte als jurist in Nederlands-Indië. Kwam in 1933 terug naar Nederland, waar hij politiecommissaris werd in Rotterdam. Zijn ergernis over de verdeeldheid in de vooroorlogse politiek uitte hij in de leidende rol die hij innam in de Nederlandse Unie, als lid van het Driemanschap. Maar ook nam hij daarin afstand van de soms al te grote toegeeflijkheid waarmee Linthorst Homan, een ander lid van het Driemanschap, de bezetters benaderde. In mei 1942 kwam hij als gijzelaar naar Beekvliet. In september 1944 wist hij uit het kamp te ontsnappen. Hij zocht contact met prins Bernhard en bracht een bezoek aan koningin Wilhelmina in Londen. Hij ging niet in op een verzoek van Gerbrandy om toe te treden tot diens derde kabinet.

Maj. Van Everdingen

Majoor, later kolonel H. van Everdingen (1906), provinciaal militair commissaris voor het bevrijde deel van Gelderland bij het Militair Gezag. Om reden van zijn weinig doortastende optreden en de vele conflicten met zijn ondergeschikte, de meer daadkrachtige districts militair commissaris van Nijmegen majoor ir. August F.H. Blaauw, werd hij op 1 december 1944 door generaal Kruls ontslagen en vervangen door Blaauw. Van Everdingen werd vervolgens Commandant Grensbewaking.

Overste Faure

Luitenant-kolonel J.C.A. Fauré, sous-chef van het Militair Gezag in Londen.

Fock

Majoor C.W.L. Fock was een officier van het Bureau Inlichtingen in Londen. Een tijd lang werkte hij voor de buitenpost van BI in Lissabon. Toen kolonel Somer en majoor Van Houten van het BI zich na de bevrijding van het Zuiden in Eindhoven vestigden, bleef Fock achter om leiding te geven aan het Bureau Londen..

Friedhof

Ir. W Friedhoff, secretaris van het Londens Comité van het Nederlandse Rode Kruis.

Frowein

Majoor H.W.L. Frowein, lid van de staf van prins Bernhard.

Fürstner

Johan Th. Furstner (1887-1970) was marine-officier. In 1941 werd hij bevorderd tot luitenant-admiraal. Hij was minister van Marine in het tweede kabinet Gerbrandy.

De Gaay Fortman

Wilhelm F. (Gaius) de Gaay Fortman (1911-1997) was afkomstig uit een progressief-gereformeerd milieu. Studeerde rechten en promoveerde in 1936 aan de V.U. bij prof. Gerbrandy, de latere minister-president. Hij werkte eerst voor het departement van Economische Zaken en vervolgens bij Sociale Zaken. Tijdens de bezetting was hij betrokken bij het illegale blad Vrij Nederland.

Gelderblom

Ir. A.J. Gelderblom, een Philips-ingenieur die in het Zuiden leiding had gegeven aan het Nationaal Steunfonds. Na de bevrijding was hij een van de drijvende krachten achter de GOIWN, de Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers in Nederland.

Gelissen

Prof.dr.ir. H.C.J.H. (Henri) Gelissen (1895-1982), scheikundige. Werkte van 1920 tot 1930 bij de firma Noury & Van der Lande, het familiebedrijf van De Quays schoonvader. Vanaf 1 augustus 1930 was hij directeur van de Provinciale Limburgse Electriciteits-Maatschappij. Tevens van 1930 tot 1935 buitengewoon hoogleraar aan de Handelshogeschool in Tilburg en van 1935 tot 1937 minister van Economische Zaken in het vierde kabinet Colijn. In december 1944 werd Gelissen samen met drie andere prominente Limburgers − op grond van hun vermeende Duitsvriendelijke houding – gearresteerd door de BS’er Van Kooten. Deze wilde daarmee echter vooral een protest laten horen tegen de plannen om de Binnenlandse Strijdkrachten hun arrestatiebevoegdheid te ontnemen. Gelissen werd na onderzoek weer vrijgelaten.

Pater van Geloven

Pater J. van Geloven MSC.

Gerbrandy

Pieter S. Gerbrandy (1885-1961) was hoogleraar rechten aan de Vrije Universiteit te Amsterdam. In 1939 trad hij – tegen de zin van zijn partijgenoten van de ARP – als minister van Justitie toe tot het ‘nationale’ tweede kabinet De Geer. Nadat De Geer in augustus 1940 wegens verregaand defaitisme door koningin Wilhelmina tot aftreden was gedwongen werd Gerbrandy minister-president. Hij leidde tot mei 1945, in een toenemend moeizame verhouding met het staatshoofd, drie kabinetten in ballingschap in Londen. In november 1944 maakte hij met de minister-kwartiermakers een reis naar bevrijd gebied.

Gielen

Mr. R. Gielen, directeur van het Economisch Technologisch Instituut in Limburg.

Gimbrères

Prof. mr. E.G.J. Gimbrère, jurist en rector-magnificus van de Tilburgse Hogeschool in 1931-1932, 1936-1937 en 1941-1945.

Mgr. Giobe

Paolo Giobbe (1880-1972) was een Italiaanse geestelijke die van 1935 tot 1958 pauselijk internuntius was in Nederland. In de oorlogsjaren werd hij uitgewezen door de bezetter en verbleef hij in Rome.

Gispen

J.H. (Hans) Gispen (1905-1968), commercieel directeur van de Organonfabrieken in Oss. Hij werd door het Militair Gezag benoemd in het College voor Economische Aangelegenheden, onder voorzitterschap van De Quay. Op deze benoeming kwam kritiek van het illegale blad Trouw dat hem verweet dat Organon de gehele oorlog had gewerkt voor de bezetter, wat natuurlijk niet vreemd was voor een joods bedrijf dat door de bezetter onder Verwaltung was gesteld. In februari 1945 werd Gispen in het derde kabinet Gerbrandy benoemd tot minister van Handel, Nijverheid en Landbouw.

Van de Goes van Naters

Jhr. Marinus van der Goes van Naters (1900-2005), afkomstig uit een Nijmeegse protestantse adellijke familie. Studeerde rechten aan de universiteit van Leiden. Voor de oorlog bestuurslid van de SDAP en voor deze partij lid van de Tweede Kamer. Was in 1940 actief voor de Nederlandse Unie. Van oktober 1940 tot september 1944 verbleef hij als gijzelaar in Buchenwald, in Haaren en in Sint-Michielsgestel. Hij nam hier deel aan discussies over vernieuwing van de sociaal-democratie. In februari 1946 was hij een van de oprichters van de PvdA en werd de eerste fractievoorzitter in de Tweede Kamer.

Goossens

Th.J.A.J. Goossens (1882-1970), katholiek priester en historicus. In 1921 volgde hij Hendrik Moller op als rector van de Katholieke Leergangen in Tilburg. Hij was een van de grondleggers van de R.K. Handelshogeschool, waarvan hij de eerste rector-magnificus werd. In 1942 werd hij korte tijd gegijzeld in het kamp Haaren.

Goudriaan

Prof. ir. Jan Goudriaan (1893-1974), werktuigbouwkundige. Voor de oorlog werkzaam bij o.a. de scheepswerf Fijenoord en bij Philips. Daarnaast bijzonder hoogleraar in Rotterdam en Delft. In 1938 trad hij toe tot de directie van de Nederlandse Spoorwegen. Zijn benoeming tot president-directeur leidde tot een machtsstrijd met zijn collega ir. Hupkes. Nadat Goudriaan door de Duitsers was geschorst, trad Hupkes aan als waarnemer. Bij de oprichting van de Nederlandse Unie had Goudriaan van De Quay een plaats in het Driemanschap aangeboden gekregen, die hij weigerde. Vanaf oktober 1940 verdween hij achter het prikkeldraad, eerst in Buchenwald, vervolgens in Haaren. Bij de verkiezing daar als kampleider versloeg hij Jan de Quay met een klein verschil. De toekomstidealen die De Quay ook in Haaren uitdroeg waren aan Goudriaan niet besteed. Hij deelde niet diens afkeer van de oude politieke partijen. Goudriaan beleefde net als De Quay een overplaatsing naar Sint-Michielsgestel, maar werd in 1943 vrijgelaten. Na de bevrijding werd Goudriaan opgenomen in de rangen van het Militair Gezag, met de opdracht het treinverkeer in het Zuiden weer op gang te brengen. Dat hij daarnaast door de regering in Londen opnieuw tot directeur van de NS werd benoemd, riep veel weerstand op.

Goyarts

Was president van het Klein Seminarie Beekvliet in Sint-Michielsgestel.

Henri de Greeve

Pater Henri Th. M. de Greeve (1892-1974) was van 1911 tot 1934 jezuïet en daarna seculier priester. Hij was een bekend schrijver en spreker. Vooral zijn ‘lichtbakens’, wekelijkse radiopraatjes van tien minuten voor de KRO, maakten hem beroemd. De Greeve was een verklaard criticus van het nationaal-socialisme en de NSB en werd mede om die reden als gijzelaar vastgehouden in Haaren, en in Beekvliet en de Ruwenberg in Sint-Michielsgestel.

Sir James Gripps

Sir Percy J. (James) Grigg (1890-1964) was van 1942 tot 1945 Secretary of State for War in het Britse oorlogskabinet.

Miep Groot

De familie Groot bewoonde de ontginningshoeve Rust Roest in Sevenum, waar De Quay van juni 1943 tot juni 1944 was ondergedoken.

Siem Groot

Simon S. Groot (1911-1944) was een boer in het Limburgse Sevenum en betrokken bij de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers. Zijn ontginningsboerderij Rust Roest was een toevluchtsoord voor vele onderduikers en illegalen. Jan de Quay zat hier vanaf juni 1943 een jaar ondergedoken. In september 1944 vond er een schietpartij plaats met plunderende Duitse soldaten, waarbij Siem Groot en een gelijknamige neef omkwamen.

Fam. Groot, nl. Moeder, Thijs en Truus en Hr. Obers

De familie Groot bewoonde de ontginningshoeve Rust Roest in Sevenum, waar De Quay van juni 1943 tot juni 1944 was ondergedoken. Na de schietpartij waarbij Siem Groot het leven verloor, moesten de bewoners het huis voor enige tijd ontvluchten. Toen zij terug kwamen was alles weg. Of het huis alleen door Duitsers of ook door anderen is geplunderd staat niet vast.

Majoor de Groot

Jozef G. de Groot (1916-1979) was onder de schuilnaam ‘Sjef’ actief in de illegaliteit. In 1944 was hij commandant van de gebundelde knokploegen in Brabant en hij behield die positie nadat de knokploegen waren overgegaan in de Stoottroepen van de Binnenlandse Strijdkrachten. Door de verdere bundeling van de Zuidelijke Stoottroepen in een enkel Regiment raakte hij in het voorjaar van 1945 verwikkeld in een competentiestrijd met de commandant van de Limburgse Stoottroepen, Bep van Kooten. Op aandringen van prins Bernhard stemde hij erin toe naar Engeland te gaan voor verdere militaire training. Dat leidde tot verbittering onder zijn manschappen, bij wie hij buitengewoon populair was en die van mening waren dat hij van hogerhand ter zijde was geschoven.

Ir. Groothoff

Dr. ir. Christiaan Th. Groothoff (1887-1969). Sinds 1919 werkte hij bij de Staatsmijnen, in 1937 trad hij toe tot de directie. In april 1943 werd hij door de bezetter aan de kant geschoven en enige tijd gevangen gehouden in Scheveningen. Van september tot november 1943 was hij gijzelaar in Sint-Michielsgestel. Jan de Quay was toen al uit het kamp ontslagen.

Prof. Grossouw

Willem K. Grossouw (1906-1990), katholiek priester en theoloog, was sinds 1936 docent aan het grootseminarie in Haaren. Zijn standpunt in 1945 ten aanzien van ‘de nieuwe richting’ werd weerspiegeld in zijn latere, progressieve opvattingen over het katholicisme. Na de oorlog was hij hoogleraar Exegese van het Nieuwe Testament in Nijmegen.

Van Grunsven

Marcel F.G.M. van Grunsven (1896-1969) was van 1926 tot 1961 burgemeester van Heerlen.

Dominee ter Haar Rommenie

Barend ter Haar Romeny (1887-1958) was predikant in de Nederlands-hervormde Laurentiuskerk in Ginneken bij Breda.

Van Haaren

Piet van Haaren (1886-1952) was van 1922 tot 1947 algemeen secretaris van de NCB en van 1929 tot 1946 tevens lid van Provinciale Staten. In 1934 werd hij secretaris van de Landbouwcrisis Organisatie voor Noord-Brabant. Vervolgens Provinciaal Voedselcommissaris van 1939 tot 1942 en ook weer korte tijd na de bevrijding. In 1942 was hij door de Duitsers een half jaar geïnterneerd in kamp Haaren. Het probleem van Van Haaren was dat hij enerzijds belangen van de (kleine) boeren moest behartigen en anderzijds als functionaris overheidsbeleid moest uitvoeren dat met die belangen in strijd was. Opmerkelijk – gezien alle kritiek van De Quay – is dat Van Haaren van 1946 tot 1948 gedeputeerde van Noord-Brabant zou worden onder commissaris van de koningin Jan de Quay.

Mr. Kees ten Hage

Mr. Cornelis (Kees) J.A.M. ten Hagen (1904-1957), een advocaat en procureur die als secretaris de drijvende kracht was geweest van de Nijmeegse afdeling van de Nederlandse Unie. Van mei tot september 1942 zat hij als gijzelaar in Gestel. Contact met De Quay is er toen niet geweest, want die verbleef op dat moment nog in Haaren. Ten Hagen was medeoprichter en redacteur van de ideologisch verwante illegale bladen Christofoor en Je Maintiendrai. Toen de groep rond Christofoor in augustus 1944 werd opgerold, werd Ten Hagen gearresteerd, maar al op 11 september 1944 werd hij vanuit Vught weer vrijgelaten.

Havelaar

Ian Jacob Havelaar, eerste-luitenant in de Prinses Irene Brigade. Hij zou op 25 november 1944 om het leven komen bij een vuurgevecht met Duitsers in Colijnsplaat in Zeeland.

Mr. Helb

Mr. H.A. Helb jr., medewerker van de Dienst voor de Wederopbouw, was door de dienstleiding in Den Haag met volmachten door de linies gestuurd naar het bevrijde Zuiden. Hij werd door het Militair Gezag aangesteld als Algemeen Gemachtigde voor de Wederopbouw en de Bouwnijverheid. In die rol nam hij onder meer het initiatief om in bevrijd gebied een Voorlopige Commissie voor de Monumentenzorg in te stellen, om (verdere) schade aan monumenten waar mogelijk te voorkomen.

Mgr. Hendrix

Mgr. F.N.J. Hendrikx, vicaris-generaal van het bisdom ’s-Hertogenbosch. Tijdens de bezetting had Hendrikx het initiatief genomen voor het Fonds voor de Bijzondere Noden, waarmee de bisschoppen katholieken konden ondersteunen die omwille van een principiële houding tegenover de bezetter in financiële problemen waren geraakt. Mgr. Hendrikx was tegelijk met De Quay gegijzeld geweest in Beekvliet en daar gecharmeerd geraakt van de vernieuwingsdenkbeelden van De Quay en Sassen. In maart 1944 hadden de bisschoppen hem benoemd tot voorzitter van een studiecommissie die moest onderzoeken of de katholieke sociale, culturele en staatkundige organisaties na de oorlog weer opgebouwd moesten worden.

Van Hengel

Luitenant-kolonel M.M. van Hengel, directeur van Hartogs Vleeschfabrieken in Oss en Commissaris Noodvoorziening van het Militair Gezag, een sectie die verantwoordelijk was voor de voedselvoorziening in het nog te bevrijden Noorden.

Herbers

W.J.A. Herbers, een Eindhovense architect. Hij was in de bezettingsjaren betrokken bij de verzetsbeweging Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO) en ook actief in de Ordedienst. Herbers was een van de initiatiefnemers van de bundeling van voormalige illegalen in de GOIWN en werd daarvan ook de secretaris.

Van Heuven Goedhart

Mr. Gerrit Jan van Heuven Goedhart (1901-1956) was een jurist en journalist die zich voor de oorlog al fel tegen het nationaal-socialisme keerde. Tijdens de bezetting gaf hij leiding aan het illegale blad Het Parool. Omdat de SD hem op de hielen zat, week hij uit naar Londen. Hij werd minister van Justitie in het tweede kabinet Gerbrandy en kwam in november 1944 als minister-kwartiermaker naar het bevrijde Zuiden. Hier kwam hij al snel in conflict met het Militair Gezag en de voormalige illegaliteit over het arrestatiebeleid. Na zijn ontslag als minister werd hij opnieuw hoofdredacteur van Het Parool. Daarin uitte hij felle kritiek op de rol van Jan de Quay als lid van het Driemanschap van de Nederlandse Unie, zoals hij eerder ook als minister al had gedaan.

Hirschfeld

Hans M. Hirschfeld (1899-1961) was econoom en zowel voor als tijdens de bezetting, tot aan de bevrijding, secretaris-generaal op het departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart. Daarmee was hij de belangrijkste figuur in de Nederlandse overheid inzake het economisch apparaat. Hij wist het departement vrij te houden van NSB’ers en Duitsgezinden. Desondanks is hij om zijn aanblijven en om het afwijzen van verzetsdaden bekritiseerd. Maar mede om zijn buitengewone betekenis voor de voedselvoorziening is hij na de oorlog toch volledig gezuiverd.

Hoekstra

Dr. J. Hoekstra, chemisch ingenieur bij Philips en in de bezettingstijd onder de schuilnaam ‘Han’ Commandant Zuid van de RVV, de Raad van Verzet. Na de bevrijding deed hij als ‘gevolmachtigde voor politiezaken van de Binnenlandse Strijdkrachten’ verwoede pogingen om de oud-illegaliteit en de Binnenlandse Strijdkrachten het monopolie te bezorgen op de arrestatie van politieke verdachten. Zodoende groeide hij uit tot de grote tegenstrever van de procureur-generaal Speyart van Woerden die deze bevoegdheid weer exclusief in handen van de politie wilde leggen.

Kapit. Hogewegen

Reserve-kapitein E.H.M. Hoogeweegen was een verzetsman (schuilnaam ‘Gerrit’) die na de bevrijding van het Zuiden door de linies was gekomen als vertegenwoordiger van de Raad van Verzet (RVV) en werd opgenomen in de staf van prins Bernhard, als een van de leidende personen in de afdeling Binnenlandse Strijdkrachten.

Holla

Mr. Harry Holla (1904-1992) vestigde zich in 1943 als advocaat in ’s-Hertogenbosch. Was actief in het verzetswerk als verspreider van Vrij Nederland en was een van de Zuidelijke topmannen in de organisatie van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers (LO). Hij bood met zijn vrouw ook zelf onderdak aan een joods kind. Holla was ook als enige zuiderling betrokken bij de landelijke Grote Adviescommissie der Illegaliteit, de GAC. Na de oorlog was hij president van het Tribunaal ’s-Hertogenbosch dat collaboratie en oorlogsmisdaden berechtte.

Den Hollander

Franciscus Q. (Frans) den Hollander (1893-1982) was werktuigbouwkundig ingenieur en lange tijd werkzaam in de spoorwegsector. Kort voor de oorlog werd hij directeur van de Artillerie inrichtingen Hembrug. Omdat hij geen wapens voor de Duitsers wilde produceren, schakelde hij over op landbouwwerktuigen. In 1943 werd hij door de bezetter aan de kant gezet. Aan het eind van de oorlog was hij actief in het Nationaal Steunfonds, waaruit de illegaliteit werd gefinancierd. In 1946 werd hij plaatsvervangend directeur van de Nederlandse Spoorwegen, een jaar later president-directeur.

Frans Houben

François J.M.A.H. (Frans) Houben (1898-1976) was een schoolgenoot van Jan de Quay op het jezuïetencollege in Katwijk. Toen hij rechten studeerde  in Utrecht woonde hij daar  twee jaar op hetzelfde adres als Jan de Quay. Hij was voor de oorlog enige tijd secretaris van de katholieke werkgeversorganisatie en werd vanaf 1929 directiesecretaris bij de brouwerij ‘De Drie Hoefijzers’ in Breda en directeur van enkele dochterondernemingen. In de oorlogsjaren woonde hij in Den Haag. Hij spande zich toen in voor financiële ondersteuning van gezinnen van krijgsgevangen of in Engeland verblijvende militairen, en tevens – in interkerkelijk verband − voor de voedselvoorziening in het hongerende westen van Nederland. In 1946 werd hij Commissaris van de Koningin in Limburg. Hij was een broer van Jan en Henri Houben.

Henri Houben

Dr. Henricus M. Houben (1895-1973), arts in Breda en een goede vriend van Jan de Quay. Hij was een broer van Jan en Frans Houben.

Jan Houben

Mr.J. J.A.H. Houben (1893-1968), advocaat in Breda. Vicevoorzitter van de RKSP. Jan Houben was de oudste broer van Henri en Frans Houben.

Paula Houben

Pauline Ph. M (Paula) Houben-van der Ven (1904-1997) was de echtgenote van Frans Houben.

Zus Houben

Adrienne Houben-van Gils (1900-1961) was de echtgenote van Henri Houben. Zus was haar bijnaam.

Majoor mr. C.W. van Houten

Mr. Charles H.J.F. van Houten diende voor de oorlog bij het korps Rijdende Artillerie. In 1943 kwam hij als Engelandvaarder in Londen waar hij plaatsvervangend hoofd werd van het Bureau Inlichtingen. Hij onderhield het contact tussen BI en de koningin en had als gevolg daarvan grote invloed op haar. Na de bevrijding vestigde hij zich in Eindhoven als verbindingsman tussen BI en de staf Binnenlandse Strijdkrachten. Een maand later werd hij toegevoegd aan de staf van prins Bernhard. Dat kwam goed uit, want de koningin had hem gevraagd in de buurt van de prins te blijven ‘om hem veilig door deze periode heen te loodsen’.

Hovell’s

De familie Van Hövell tot Westervlier en Wezenveld bezat in Beers, nabij de Hiersenhoef, het landgoed Ossenbroek.

Huysmans

Dr. Gerard W.M. Huysmans (1902-1948), directeur van de Centrale Coöperatieve Boerenleenbank in Eindhoven en een van de voormannen van de katholieke werkgeversorganisatie. Na de bevrijding was hij adviseur van het Militair Gezag. Ook was Huysmans lid van de zuidelijke delegatie die in januari naar Londen reisde voor gesprekken met de koningin. In februari 1945 trad hij als minister van financiën toe tot het derde kabinet Gerbrandy. In 1946 werd hij minister van Economische Zaken in het kabinet Beel.

Mr. Jacobs

Mr. J.H. Jacobs was van januari tot mei 1945 een van de directeuren van de HARK, de Hulpactie Rode Kruis.

Jules Jansen

Ir. Jules J.A. Janssen was tijdens de oorlog een van de leidende figuren in de Nijmeegse illegaliteit (Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers en Knokploeg). Na de bevrijding zette hij zich in voor de Raad van Ondergrondse Actie (Roa) die later opging in de GOIWN, de Gemeenschap van Oud-Illegale Werkers in Nederland. Tevens was hij actief in de Binnenlandse Strijdkrachten.

Hr. De Jong

Louis (Lou) de Jong (1914-2005) was historicus en journalist. Om reden van zijn joodse achtergrond vluchtte hij op 15 mei 1940 naar Londen. Hij werd daar verslaggever en later directeur van Radio Oranje. Na de oorlog kreeg hij de leiding van het in mei 1945 opgerichte Rijksinstituut voor Oorlogsdocumentatie. Tussen 1969 en 1994 publiceerde hij het standaardwerk Het Koninkrijk der Nederlanden in de Tweede Wereldoorlog.

Mevr. de Josselin de Jong

Elisabeth P. van den Hoek, de echtgenote van prof. Jan P.B. de Josselin de Jong (1886-1964), hoogleraar volkenkunde aan de Leidse universiteit, die tegelijk met Jan de Quay gegijzeld was in Sint-Michielsgestel.

Juf

Ria van Zwetsloot, kindermeisje bij de familie De Quay.

Julius

Luitenant-kolonel W.O. Julius, vertegenwoordiger van het Militair Gezag in Londen.

Annemie Jurgens

Annemie Jurgens (1928), oudste dochter van Nol en Sina Jurgens-van der Lande.

Bertha Jurgens

Huberta Jurgens-van der Lande (1903-2000), zus van de echtgenote van Jan de Quay en gehuwd met Rudi Jurgens.

Jan Jurgens

Jan R.F. Jurgens (1900-1981), een broer van Nol Jurgens, de zwager van Jan de Quay. Bijzonder is dat deze op 21 september in zijn dagboek noteert: ‘Bij Jan Jurgens niemand in huis maar allen waren in leven.’ Nog maar enkele weken later zouden alsnog twee van de vijf kinderen van Jan Jurgens, 6 en 9 jaar oud, bij een bominslag in Nijmegen om het leven komen.

Liedeke Jurgens

Lydeke Jurgens (1932), dochter van Nol en Sina Jurgens-van der Lande.

Marion Jurgens

Marion Jurgens (1938), dochter van Nol en Sina Jurgens-van der Lande.

Nol Jurgens

Arnoldus J. (Nol) Jurgens (1897-1971), een zwager van Jan de Quay, want gehuwd met Sina van der Lande, een zus van Maria. Hij woonde voor de oorlog in Duitsland, waar hij werkte bij de margarinefabriek in Goch. Was daarnaast honorair-consul voor Nederland in Kleef. Verhuisde in 1939 vanwege het nazi-bewind naar Nijmegen. Na de bevrijding werd hij daar hoofd van het Centraal Bureau Oorlogsslachtoffers. Nol was een broer van Jan Jurgens en een zwager van zijn achterneef Rudi Jurgens, die immers eveneens met een meisje Van der Lande was getrouwd.

Nolly Jurgens

Nol Jurgens (1929) zoon van Nol en Sina Jurgens-van der Lande.

Rudi Jurgens

Rudolf G.M. (Rudi) Jurgens (1903-1987) studeerde scheikunde en natuurkunde in Amsterdam. Hij trad in 1927 in dienst van het familiebedrijf, de Margarine Unie. Werkte voor de oorlog in Hamburg en in Engeland, waar hij in 1941 lid werd van de Raad van Bestuur van Unilever. In 1944 kwam hij bij het Militair Gezag, in september stak hij over naar bevrijd gebied. Hij was een zwager van Jan de Quay, want gehuwd met Bertha van der Lande, de zus van Maria.

Sina Jurgens

Gezina Jurgens-van der Lande (1895-1992), echtgenote van Nol Jurgens en een schoonzuster van Jan de Quay.

Tuur Jurgens

Arthur C.M. (Thur) Jurgens (1906-1980), directeur van een steenfabriek in de Ooy. Hij was een jongere broer van Jan de Quays zwager Rudi Jurgens.

Prof. Jurgens

Johannes W.G.P. (Joop) Jurgens (1895-1963), sinds 1939 hoogleraar handelsrecht en internationaal privaatrecht aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.

Han Kaag

Henricus A. (Han) Kaag (1897-1970). Hij was vanaf 1927 hoogleraar economie aan de R.K. Handelshogeschool in Tilburg, zodoende een collega van Jan de Quay en tevens een goede vriend. Kaag was na de bevrijding ook lid van het College voor Economische Aangelegenheden.

Overste Kist

Luitenant-kolonel W. Kist, Commandant Grensbewaking van het Militair Gezag.

Klijweg

Corstiaan (Cors) Kleywegt (1899-1967) was voor de oorlog docent wiskunde aan de christelijke kweekschool De Klokkenberg in Nijmegen, waar hij na de bevrijding directeur werd. Hij was actief in de Nederlandse Unie.

Van Kleffens

Mr. Eelco N. van Kleffens (1894-1983) was van 1939 tot mei 1945 minister van Buitenlandse Zaken.

Kleyzing

J.F.(Karel) Klijzing was een Haagse inspecteur van politie die in juni 1942 was ondergedoken en van daaruit illegaal werk verrichte. In januari 1944 week hij via Spanje uit naar Engeland. Enkele maanden later al had hij in Londen de feitelijke leiding over het Bureau Bijzondere Opdrachten, een geheime dienst. Toen koningin Wilhelmina zich in april 1945 blijvend in Nederland vestigde, was Klijzing verantwoordelijk voor haar veiligheid en die van haar familie.

Fien Klerks

De huishoudster op de Hiersenhof.

Dr. Koch

Dr. C.F. Koch was officier van gezondheid in het Nederlandse leger. In mei 1940 was hij met militairen van uiteengeslagen legeronderdelen via België en Frankrijk naar Engeland ontkomen. In 1941 werd hij naar Zuid-Afrika gezonden om daar Nederlanders te rekruteren voor de strijd tegen Duitsland. Nadien was hij in Londen werkzaam bij het Bureau Organisatie Generale Staf.

Kolfschoten

Mr. G.M.J. Kolschoten, advocaat en procureur in ’s-Hertogenbosch.

Mr. Koning

E.D.M. Koning (? - 1950) was voor de oorlog directeur van het Centraal Instituut voor Industrialisatie. In de oorlogsjaren was hij in Londen hoofd van de afdeling Nijverheid van het ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart, later Handel, Nijverheid en Landbouw.

Koning

Louis Henri (Lou) Koning was een zeeman die zich in de crisisjaren liet omscholen tot boekhouder. Hij was als lid van de Communistische Partij van Nederland betrokken bij de Februaristaking, werd gearresteerd en belandde via kamp Schoorl en kamp Amersfoort in Haaren. Daar kreeg hij als rechterhand van kampcommandant Wacker in feite de dagelijkse leiding over het kamp. In die positie zette hij zich achter de schermen in voor het welzijn van gevangenen en gijzelaars.

Koot

Kolonel Henri Koot (1883-1959) was een Nederlandse beroepsmilitair en cryptografisch specialist. In de bezettingstijd werd hij enkele malen voor korte tijd door de Duitsers gevangen genomen. In 1941 was hij werkzaam voor het secretariaat van de Nederlandse Unie. Toen aan het eind van de bezetting de Nederlandse verzetsbewegingen werden gebundeld in de Binnenlandse Strijdkrachten, werd hij commandant daarvan in het bezette Nederland.

Bep van Kooten

B.J.C. van Kooten. Hij was onder de schuilnaam ‘Bep’ betrokken bij de illegaliteit, te weten de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers/Landelijke Knokploegen. Hij was sabotage-commandant van de Knokploegen in Midden-Limburg. Prins Bernhard benoemde hem in september 1944 tot commandant van de Stoottroepen-Limburg. In december veroorzaakte hij nogal wat opwinding toen Limburgse stoottroepers op zijn bevel vier prominenten − onder wie oud-minister Gelissen − oppakten, naar later bleek ten onrechte. (Zie dagboek 13 december).

Prof. Kramer

Hendrik Kraemer (1888-1965) volgde een opleiding tot zendeling en studeerde in Leiden Indonesische taal- en letterkunde. Was van 1922 tot 1937 actief als zendeling op Java. Verbleef tijdens de bezetting als gijzelaar in kamp Beekvliet en werkte daar met Willem Banning aan een nieuwe kerkorde voor de hervormde kerk.

Kranenburg

Ferdinand J. Kranenburg (1911-1994) had rechten gestudeerd in Leiden. Hij was de zoon van prof. mr. Roelof Kranenburg, die in 1942 door de Duitsers werd ontslagen als hoogleraar staatsrecht in Amsterdam en daarna enkele maanden gegijzeld in Sint-Michielsgestel.

Kreymborg

L.M.H. Kreymborg, een Nijmeegse koopman, had in de bezettingsjaren een belangrijk aandeel gehad in de distributie vanuit Nijmegen van het illegale blad Je Maintiendrai. Meteen na de bevrijding van Nijmegen was hij betrokken bij het persbureau Illegale Pers dat van het Militair Gezag zeggenschap kreeg in de Nijmeegse naoorlogse legale pers. Maar zijn belangrijkste activiteiten waren gericht op de naoorlogse uitgave van Je Maintiendrai als weekblad.

Krekelberg

J.J.M. Krekelberg, kaderlid van de Nederlandse Unie in Maastricht en nadien actief in het verzet in Limburg.

Generaal Kruls

Hendrik J. Kruls (1902-1975), een beroepsmilitair en jurist. Hij kwam in mei 1940 naar Londen als adjudant van de minister van Defensie, Van Dijxhoorn. In 1943 begon hij daar met de organisatorische opzet en uitbouw van het Militair Gezag. In september 1944 werd hij benoemd tot chef-staf van het Militair Gezag. Koningin Wilhelmina gaf haar aanvankelijke verzet tegen hem op, toen zij constateerde dat hij in de praktijk goed samenwerkte met haar schoonzoon, de bevelhebber van de Binnenlandse Strijdkrachten. Zijn onafhankelijke koers bracht hem echter in conflict met het Londense kabinet.

Van Kuijk

Harry van Kuijk (1888-?), een Tilburgse ondernemer en eigenaar van een timmerfabriek. In de oorlogsjaren ontwikkelde hij plannen om na de bevrijding vliegtuigen te gaan produceren. Daartoe werd bij Leende een terrein gereedgemaakt als vliegveld, wat voor de bezetter verborgen bleef. Na de bevrijding van Eindhoven werd het korte tijd door de geallieerden gebruikt. De fabricage van vliegtuigen zou echter nooit van de grond komen.

Kuiper

G.J. Kuiper, bankdirecteur in Maastricht. Tijdens de oorlog behoorde hij (onder de schuilnaam ‘Heinz’) tot de provinciale leiding van de Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers in Limburg. Toen na de bevrijding van Maastricht op 14 september de voormalige verzetsmensen samengingen in een plaatselijk Comité van Illegale Werkers (CIW) om zo sterker te staan tegenover de autoriteiten, werd Kuiper als ‘oudste lid’ daarvan de voorzitter. Namens het CIW was hij in november 1944 betrokken bij de oprichting van de Gemeenschap van Oud Illegale Werkers in Nederland (GOIWN) die het gehele bevrijde gebied omvatte.

Kapt. Laan

Kapitein R.E. Laan, verbonden aan de sectie Economische Zaken van het Militair Gezag, speciaal belast met de voedselvoorziening.

Laman Trip

jhr. ir. Rutger E. Laman Trip (1905-1985), directeur bij Philips, bestuurssecretaris van het Rode Kruis in Eindhoven en hoofd van het Bureau voor Sociaal Werk aldaar. Hij werd door generaal Kruls in de rang van majoor aangesteld als Hoofd van de sectie Sociaal werk voor Oorlogsgetroffenen, en daarmee als verbindingsofficier tussen het Militair Gezag en de hulpverlenende instanties. Hij was met Mgr. Hendrikx en E. de Vlam oprichter van de HARK (Hulpactie Rode Kruis – 450 medewerkers, 10.000 vrijwilligers). Deze kreeg van het Militair Gezag het alleenrecht op de verdeling van hulpgoederen.

Lamping

Arnold Th. Lamping (1893-1970) was een Nederlandse diplomaat, vooral betrokken bij economische aangelegenheden. In mei 1940 verbleef hij in Parijs en kreeg opdracht naar Londen te reizen. Daar werd hij benoemd tot waarnemend secretaris-generaal van het departement van Handel, Nijverheid en Scheepvaart.

Kapitein Land

Ritmeester A.A. Land, verbonden aan de sectie Binnenlandse Zaken van het Militair Gezag.

Antoon van der Lande

Antoon L.M. van der Lande (1890-1981) was de oudste broer van De Quays echtgenote Maria. Hij had in 1926 het familiebedrijf Noury & Van der Lande vaarwel gezegd en was met steun van zijn vader eigenaar geworden van De Wit’s Deken Industrie in Helmond, door hem omgevormd tot de NV Hatéma, een textielfabriek met vestigingen in Helmond, Deurne en Geldrop. Zijn beide zwagers Jan de Quay en Willem Coebergh waren in de jaren dertig commissaris in dit bedrijf. Voor de oorlog was Van der Lande enige tijd lid van de NSB, totdat de bisschoppen in hun Vastenmandement van 1934 de katholieken dit verboden. Hij zegde toen zijn lidmaatschap op.

Bep van der Lande

E.M.A. (Bep) van der Lande- Van den Bogaert (1892-1971), echtgenote van Antoon van der Lande.

Gerrit van der Lande

Gerrit J.M. van der Lande (1899-1994), een broer van Maria en dus een zwager van Jan de Quay. Woonde sinds de jaren ’20 in Engeland, waar hij leiding gaf aan bedrijfsonderdelen van het familiebedrijf Noury & Van der Lande. Majoor, later luitenant-kolonel bij het Militair Gezag, vanaf 1 april 1945 provinciaal militair commissaris Limburg.

Jan van der Lande

Jan A.L. van der Lande (1896-1949), een broer van Maria, Gerrit en Antoon van der Lande. Jan van der Lande was getrouwd met Lida Jurgens, een zus van Nol Jurgens, die weer getrouwd was met Jans broer Sina. Hij gaf vanaf 1928 leiding aan de chemische en de door hemzelf gestichte farmaceutische tak van het familiebedrijf Noury & Van der Lande. Werd tijdens de bezetting wegens hulp aan een verzetsgroep gedurende vijf maanden gevangen gehouden in Sint-Michielsgestel. Zijn oudste zoon overleed in 1945 kort na zijn bevrijding door Amerikaanse soldaten aan de gevolgen van Duitse gevangenschap.

Liedeke van der Lande

Liedeke van der Lande, een dochter van Antoon van der Lande.

Nol van der Lande

A.A.L. (Nol) van der Lande, jongste zoon van Jan A.L. van der Lande.

Wilhelmien van der Lande

Wilhelmien E.M. van der Lande (1893-1961), een oudere zus van Maria, in tweede echt getrouwd met Willem H.F. Coebergh (1891-1968).

Majoor de Lange

Majoor S.G.P. de Lange, districts militair commissaris van het Militair Gezag, aanvankelijk in Helmond, vanaf begin november in Tilburg.

Van Lidt de Jeude

Jhr. ir. Otto C.H. van Lidth de Jeude (1881-1952) was voor de oorlog in diverse kabinetten minister van Waterstaat. In het tweede kabinet Gerbrandy was hij van 1942 tot 1945 minister van Oorlog. Zijn dagboeken uit die periode geven een fascinerend beeld van de onderlinge verhoudingen in het kabinet en die van het kabinet met koningin Wilhelmina .

Linthorst

P.J.J. Linthorst, buurtbewoner in de wijk van de familie De Quay.

Hans L. H.

Johannes (Hans) Linthorst Homan (1903-1986). Hij was vanaf 1937 commissaris van de koningin in Groningen. In 1940 gaf hij met Jan de Quay en Lou Einthoven leiding aan de Nederlandse Unie. Van deze drie was Linthorst Homan het meest geneigd tot concessies aan de nazi’s. Vanaf juli 1943 werd hij door de Duitsers gegijzeld, aanvankelijk in Haaren, vervolgens in Sint-Michielsgestel. Zijn rol in de Nederlandse Unie was voor de regering reden om hem na de bevrijding niet te laten terugkeren als commissaris van de koningin. Nadat een zuiveringscommissie over de Nederlandse Unie had geoordeeld, kreeg hij in 1947 alsnog met teugwerkende kracht eervol ontslag.

Majoor Linthorst Homan

Harry P. Linthorst Homan (1905-1989). Hij was voor de oorlog advocaat in een praktijk met zijn broer Hans en daarna directiesecretaris bij Philips. Toen hij als verzetsman in 1942 dreigde te worden gearresteerd vluchtte hij naar Engeland. Hij werd er ambtenaar op het ministerie van Binnenlandse Zaken van de Nederlandse regering in ballingschap en vervolgens Hoofd sectie Binnenlandse Zaken van het Militair Gezag. In die functie moest hij zijn broer Hans berichten dat deze was gestaakt als commissaris van de koningin in Groningen.

Litjens

Jan Litjens, een verzetsstrijder uit het Gelderse Winssen. Eind oktober woonde hij een vergadering bij van rayonleiders van de vroegere Landelijke Organisatie voor Hulp aan Onderduikers waar stevige kritiek werd geleverd op de autoriteiten. Niet alleen op de provinciaal militair commissaris Gelderland van het Militair Gezag, overste Van Everdingen, maar ook op ‘een zekere Baron van Voorst tot Voorst’, ofwel De Quays zwager Eduard, die door Van Everdingen zonder overleg met de staf in Brussel tot waarnemend commissaris van de koningin in Gelderland was benoemd.

Dr. Lips

Deze Lips was – blijkens een notitie van De Quay – chemicus. Hij was een broer van de scheepsschroevenfabrikant Max Lips uit Drunen.

Loeff

Hendrik J.M. Loeff (1895-1973) werd in juni 1944 door de bezetter ontslagen als burgemeester van Vught. In november werd hij aangesteld als waarnemend burgemeester in ’s-Hertogenbosch, welke benoeming een jaar later werd omgezet in een definitieve aanstelling.

Majoor Looringh van Beeck

Majoor, later kolonel F. Looringh van Beeck (1895-1970), ook wel bekend als ‘Oom Paul’. Hij was afkomstig uit Zuid-Afrika en – op rijks kosten − overgekomen naar Engeland om zich als vrijwilliger in te zetten voor de bevrijding van Nederland. Bij de Prinses Irene Brigade voerde hij het bevel over de versterkingscompagnie.

Louwes

Stephanus L. Louwes (1889-1953) was een landbouwkundig ingenieur. Al voor de oorlog werd hij benoemd tot hoofd van het Rijksbureau Voorbereiding Voedselvoorziening in Oorlogstijd.  In mei 1940 werd hij door generaal Winkelman aangesteld als directeur-generaal voor de Voedselvoorziening. Hij heeft deze functie gedurende de gehele bezettingstijd en onder steeds moeilijker omstandigheden vervuld. Zeker in de laatste maanden voor de algehele bevrijding vervulde hij een spilfunctie bij het bestrijden van de honger.

Majoor Mackay

A.W.R. baron Mackay, hoofd van de sectie Financiën van het Militair Gezag.

Den heer Mans

Jozef Mous (1882-1967). Sinds 1910 werkte hij bij de Staatsmijnen, vanaf 1937 als adjunct-directeur.

V. Markvoort

Ir. Van Markvoort, werkzaam voor de Dienst Uitvoering Werken (DUW), in 1944 door het Militair Gezag in het leven geroepen ter regulering en bestrijding van de onvrijwillige werkloosheid.

V. Meegeren

D.A. van Meegeren, augustijner monnik. Met artikelen in het blad Christofoor en een brochure Over de politieke toekomst van Nederland en de houding der katholieken mengde hij zich in het debat daarover en koos daarbij de zijde van de vernieuwers.

Van Meel

Ir. C.J. (Cees) van Meel (1903-1963). Landbouwkundig ingenieur en voor de oorlog landbouwconsulent van de NCB. Was van 1942 tot 1944 gijzelaar in Beekvliet. Na de bevrijding waarnemend burgemeester van Hilvarenbeek. Van november ’44 tot maart ’45 secretaris van de NCB, vervolgens tot november ’45 Provinciaal Voedselcommissaris.

Hr. de Meester

Mr. Th. H. de Meester, consul-generaal in Londen en lid van het London Committee van het Nederlandse Rode Kruis.

Burgemeester Mes

Mr. Aloys J.J.M. Mes (1899-1974) was een katholiek politicus. Van 1926 tot 1945 was hij burgemeester van Heinkenszand en gedurende enkele jaren ook van Overzande. Tevens was hij van 1935 tot 1941 lid van Provinciale Staten van Zeeland en vanaf  1937 ook lid van de Tweede Kamer namens de RKSP.

Majoor Mynen

Mr. Jo Meynen (1901-1980) was een politicus voor de ARP. Hij was directielid bij Philips. In de oorlog was hij actief in het verzet, vooral in de pilotenhulp. Onder De Quay werd hij secretaris-generaal van het ministerie van Oorlog. Toen in juni 1945 het kabinet Schermerhorn-Drees aantrad was hij daarin, als opvolger van De Quay, zelf minister van Oorlog.

Michiels

Willem baron Michiels van Kessenich (1902-1992) was sinds 1937 burgemeester van Maastricht. In 1941 werd hij door de bezetter aan de kant gezet, op de dag van de bevrijding van Maastricht, 14 september 1944, werd hij op last van het Militair Gezag in zijn ambt hersteld.

Michiels van Verduijnen

Edgar F.M.J. baron Michiels van Verduijnen (1885-1952) was vanaf september 1939 de Nederlandse gezant in Londen. In januari 1942 werd hij minister zonder portefeuille in het kabinet Gerbrandy, speciaal belast met Buitenlandse Zaken naast minister Van Kleffens.

Van Mierlo

Kapitein Th.A.M.F. van Mierlo was directeur van de gemeentelijke energiebedrijven in Tilburg tot hij door de Duitsers werd ontslagen en gevangen gezet. Na zijn vrijlating werd hij actief in het verzet. Hij speelde een leidende rol bij het werk van Knokploegen en Ordedienst. Na de bevrijding werd hij ETO (Eerst Toegevoegd Officier) van de districts militair commissaris Tilburg van het Militair Gezag, majoor de Lange. Eind april 1945 volgde hij hem in deze functie op. De in Tilburg alom gerespecteerde Van Mierlo was de drijvende kracht achter initiatieven om economische collaboratie aan te pakken. Hij had ook in november 1944 namens de illegaliteit een klacht ingediend tegen de benoeming van Barend van Spaendonck in het College voor Economische Aangelegenheden.

Mr. Van Mierlo

Mr. Eugène L.H.M. van Mierlo (1900-1976) was voor de RKSP wethouder en loco-burgemeester in Breda. In 1942 werd hij door de bezetter wegens anti-Duitse houding ontslagen. Na de bevrijding van de stad keerde hij op zijn post terug. Nadat burgemeester Van Slobbe in december 1944 tijdelijk op non-actief was gesteld, fungeerde hij ruim elf maanden als waarnemend burgemeester van Breda.

Van Miert

Drs. Franciscus I.A.M. (Frans) van Miert (1906-1984) was een katholiek priester. Van 1934 tot 1950 was hij moderator van het Odulphuslyceum in Tilburg.

Mignot-Schellens

Mies Mignot-Schellens (1918-1989), dochter van Toon Schellens en gehuwd met Paul A.M.G. Mignot (1904-1980) wiens familie de directie voerde over de Eindhovense tabaksfabriek Mignot & De Block.

Pater C. Minderop

Kees Minderop, een jezuïet. Hij was wiskundeleraar, onder meer aan het Ignatiuscollege in Amsterdam en verbleef in 1944 in klooster Mariëndaal in Velp waar de jezuïeten hun priesterstudenten opleidden.

Moeder

Mina van der Lande-Jansen (1869-1954), de schoonmoeder van Jan de Quay.

Moeder

Joanna E.R. de Quay-van de Mortel (1874-1951), de moeder van Jan de Quay

Mej. Moers

De huishoudster van de pastoor van Beers.

Majoor Molenaar

Majoor F.J. Molenaar diende bij de Prinses Irenebrigade als commandant van de IIde Gevechtsgroep. Hij raakte op 13 augustus 1944 gewond bij een Duitse mortieraanval nabij Château Sanit-Côme in Normandië.

Moll van Charente

Ds. G.H. Moll van Charente (1901-1981) was een hervormd predikant, van juni 1939 tot juni 1945 werkzaam in ’s-Hertogenbosch. Hij was bijzonder actief in de Nederlandse Unie. Samen met o.a. Maan Sassen gaf hij leiding aan het vormingscentrum van de Unie in Wargashuyse in Vught en was hij verantwoordelijk voor de ideologie van de Unie zoals die begin 1941 werd gepubliceerd. Hij behoorde tot de vernieuwingsgezinden. Na de bevrijding trad hij op als geestelijk verzorger van geïnterneerde politieke delinquenten.

Monchen

Pater A.F.M. Monchen, een benedictijner monnik die als Engelandvaarder majoor-aalmoezenier werd in Londen. Hij was ook lid van de Buitengewone Raad van Advies, in 1942 ingesteld door de regering om, bij het ontbreken van een volksvertegenwoordiging, haar van advies te dienen. De Raad functioneerde tot september 1944.

Mevr. Moonen

Henriëtte A.C. Sassen, weduwe van Eduard C.J. Moonen (1876-1944), burgemeester van Waalwijk sinds 1924. Hij werd op 6 september samen met twee jonge Waalwijkers bij het raadhuis gefusilleerd als represaille voor de arrestatie van enkele Landwachters de dag tevoren, op Dolle Dinsdag. Een van de jongens overleefde op wonderbaarlijke wijze.

Jan van de Mortel

Jan Chr. A.M. van de Mortel (1880-1947) was burgemeester van Tilburg sinds januari 1940, maar werd in juli 1944 door de bezetter aan de kant geschoven toen hij weigerde Tilburgers aan te wijzen voor graafwerk in Zeeland. Hij belandde toen voor korte tijd in het gijzelaarskamp Sint-Michielsgestel. Na de bevrijding van Tilburg hervatte hij zijn ambt. De oorlogsjaren hadden voor het echtpaar Van de Mortel een tragisch verloop. In december 1940 verongelukte een dochter. Hun zoon Joost werd wegens verzetsactiviteiten voor het blad Trouw in augustus 1944 gefusilleerd in Kamp Vught. Zijn oudere broer Jan was al eerder wegens verzetswerk gearresteerd en werd van februari 1943 tot april 1945 gevangen gehouden in verschillende concentratiekampen. Hij overleed in 1956 aan de gevolgen daarvan.

Jan van de Mortel

Joannes B.C.M. van de Mortel (1902-1990) was directeur van een Bossche verzekeringsmaatschappij en een toonaangevende figuur in het Bossche openbare leven. Hij was een volle neef van Jan de Quay.

Fien van de Mortel

Josephien van de Mortel-Houben, echtgenote van de Tilburgse burgemeester Jan van de Mortel.

De Muralt

Jhr. dr. ir. W.J.J. de Muralt werd door minister van Sociale Zaken Van den Tempel aangesteld als tijdelijk rijksbemiddelaar inzake arbeidsconflicten.

Mgr. Mutsaerts

Wilhelmus P.A.M. Mutsaerts (1889-1964), r.k. priester en telg uit een Tilburgse familie van textielfabrikanten, werd in 1942 benoemd tot coadjutor van Mgr. A.F. Diepen, de bisschop van ’s-Hertogenbosch. In 1943 volgde hij deze op als bisschop.

Neher

Lambertus Neher (1889-1967) werd in 1935 directeur van de Haagse gemeentelijke telefoondienst. Als prominent verzetsman was hij actief in de coördinatie van het inlichtingenwerk. Voor de OD bouwde hij een illegaal telefoonnet op. Hij was betrokken bij de Grote Adviescommissie voor de Illegaliteit. In 1944 zocht de regering hem aan voor het College van Vertrouwensmannen. Na de bevrijding werd hij directeur-generaal van de PTT.

Nelissen

Piet Nelissen, jachtopziener in Beers.

Maj. Nicolas

Ir. C.M.J.A.F. Nicolas, districtscommandant van de Ordedienst in Heerlen. Nicolas was ingenieur bij het Staatstoezicht op de Mijnen. Op 11 oktober 1944 stelde Kruls hem aan tot inspecteur-generaal van de mijnen. Twee dagen later werd hij tevens benoemd tot districts militair commissaris voor de Mijnstreek.

V. Nievelt

Van Nievelt was tegelijk met De Quay commissaris bij De Wit’s Dekenindustrie in Helmond, het bedrijf van De Quays zwager Antoon van der Lande.

Generaal v. Nijnatten

Adrianus A. van Nijnatten (1880-1948) was van 1938 tot 1940 commandant van het IIIde Legerkorps. Hij werd in 1942 na enkele maanden wegens zijn leeftijd ontslagen uit krijgsgevangenschap. Na de geallieerde invasie dook hij onder. In oktober 1944 werd hij, als enige opperofficier in bevrijd gebied, belast met de organisatie van een nieuwe landmacht en een vrijwilligersleger voor Nederlands-Indië.

Nooteboom

Urias H.A. (Uri) Nooteboom (1903-1945). Hij was journalist van de Maasbode tot dit blad in 1940 verboden werd. Vervolgens was hij actief in de Nederlandse Unie. Na de bevrijding werd hij hoofdredacteur van De Gelderlander, een betrekking waarvoor hij al in 1942 gevraagd was door prof. Titus Brandsma. In de korte tijd dat hij deze functie vervulde, schreef hij een groot aantal aansprekende en inspirerende hoofdartikelen die zelfs de aandacht trokken van de regering in Londen Hij kwam om het leven toen hij in april 1945 bij een reportage aan het IJsselfront werd getroffen door een Duitse kogel die van de overzijde van de rivier was afgeschoten.

Nuboer

Johannes F.W. Nuboer (1901-1984), marineofficier en militaire adviseur van minister-president Gerbrandy. Als zodanig was hij secretaris van de Commissie Oorlogvoering van het kabinet Gerbrandy. Hij vergezelde de minister-kwartiermakers in november 1944 bij hun overtocht naar bevrijd gebied.

Fam. van Nuenen

A.A.M. van Nunen, apotheker op de Heuvel in Tilburg. Hun zoon Jan-Willem was de verloofde van Juf, ofwel Ria van Zwetsloot, het kindermeisje van de familie De Quay.

Oldendorff

Antoine Oldendorff (1912-1970) was van 1940 tot 1945 lector sociologie aan de Katholieke Economische Hogeschool in Tilburg en als zodanig een collega van Jan de Quay.

Generaal van Oorschot

Generaal-majoor Johan W. van Oorschot (1875-1952) was kort voor de oorlog hoofd van de Nederlandse geheime dienst, maar moest aftreden wegens het Venlo-incident. Bij het uitbreken van de oorlog trad hij opnieuw in dienst. In de meidagen vertrok hij als afgevaardigde  van de opperbevelhebber, generaal Winkelman, naar Londen. In 1944 werd hij, inmiddels gepensioneerd generaal-majoor, alsnog benoemd tot het hoofd van het Bureau Bijzondere Opdrachten, maar de feitelijke leiding daarover was in handen van twee Engelandvaarders,  Kas de Graaf en – bovenal − Karel Klijzing.

Otten

Ir. P.F.S. (Frans) Otten (1895-1969). Na zijn studie in Delft trad hij in 1924 in dienst van Philips in Eindhoven. Een jaar later trouwde hij met de oudste dochter van Anton Philips, Annetje. In 1927 werd hij onderdirecteur en in 1931 administratief en financieel directeur. In 1939 volgde hij zijn schoonvader op als algemeen directeur. Bij de Duitse inval in mei 1940 week de complete directie met hun gezinnen uit naar Engeland en kort nadien naar de Verenigde Staten. Meteen na de bevrijding keerde Otten naar Eindhoven terug en speelde daar een nadrukkelijke rol in het publieke debat over de wederopbouw van Nederland.

Van Overbeek

Mgr. drs. J.C. van Overbeek, rector van wat toen nog het Doofstommen Instituut heette, in Sint-Michielsgestel.

Maj. Pahud de Mortanges

Charles Pahud de Mortanges (1896-1971), een Nederlandse beroepsmilitair die voor de oorlog bekendheid kreeg doordat hij als springruiter gouden medailles won op de Olympische Spelen van Parijs, Amsterdam en Los Angeles. In 1943 wist hij als krijgsgevangene te ontsnappen. Na een maandenlange tocht via België, Frankrijk en Spanje bereikte hij Gibraltar, vanwaar hij overstak naar Engeland. Op voorspraak van zijn vriend prins Bernhard werd hij in maart 1944 benoemd tot plaatsvervangend commandant van de Prinses Irene Brigade.

Palstra

Charles J. Palstra (1906-1955), reserve-kolonel bij de afdeling Comptabiliteit van het ministerie van Oorlog.

Majoor Pelt

Adriaan Pelt (1892-1981) was hoofd van de Regeringsvoorlichtingsdienst in Londen en hoofd van de Sectie Voorlichting van het Militair Gezag.

Mr. Peters

Mr. J.B.G.M. (Sjef) Peters (1900-1981) was de rechterhand van Barend van Spaendonk, onder meer als adjunct-secretaris van de Kamer van Koophandel in Tilburg. In de bezettingsjaren was hij ook secretaris van het Rijksbureau voor Wol en Lompen.

Generaal Phaff

Generaal-majoor Hendrik J. Phaff (1887-1949) was militair attaché in Londen en tevens adjudant van Koningin Wilhelmina. Vervolgens was hij achtereenvolgens commandant van de Nederlandse Brigade, de latere prinses Irene Brigade, Inspecteur van de Nederlandse troepen in Engeland en hoofd van de militaire missie van de Nederlandse regering bij SHAEFF, het geallieerde opperbevel, maar in alle gevallen werd hij na korte tijd weer uit die functie ontheven.

Frits Philips

Ir. Frederik J. (Frits) Philips (1905-2005), de enige zoon van Anton Philips. In 1935 trad hij toe tot de directie van het Philipsconcern. Toen de directie in de meidagen uitweek naar Engeland en de Verenigde Staten, bleef hij achter in Eindhoven. Als gevolg van een staking in de Philipsfabrieken belandde Frits Philips in mei 1943 in het kamp Beekvliet. Hij zat daar gevangen tot september van dat jaar. Na de bevrijding nam hij het initiatief voor de ‘fabrikantenkring’, waarin de grote ondernemers samenwerkten. Ook liet hij in december 1944 een brochure uitgeven, getiteld Nederland zal Herrijzen, die was geïnspireerd op de ideeën van de Morele Herbewapening, waarvan Frits Philips een fervent aanhanger was. Kerngedachte was dat eendracht een basisvoorwaarde was voor de herrijzenis van Nederland.

Guust Philips

Majoor A. Philips, werkzaam bij de sectie Juridische Zaken van het Militair Gezag.

Plesman

Albert Plesman (1889-1953) had in 1919 de basis gelegd voor de KLM, waarvan hij de eerste directeur werd. Met grote gedrevenheid, niets en niemand ontziend, bouwde hij de onderneming verder uit. Vanaf mei 1941 zat hij een jaar lang gevangen in het Oranjehotel in Scheveningen. Nadien werkte hij vanuit zijn huis aan wederopbouw van de KLM. Onmiddellijk na de bevrijding van Oost-Nederland, half april, trok hij naar het bevrijde Zuiden, waar hij contact had met prins Bernhard en ging vervolgens via Londen naar de Verenigde Staten om vliegtuigen aan te schaffen en lijndiensten op te zetten.

Willem Pompe

Prof.dr. Willem P.J. Pompe (1893-1968), hoogleraar strafrecht, eerst aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen, vanaf 1928 aan de Universiteit Utrecht. Uit verontwaardiging over het onrecht dat door de bezetter werd aangedaan, nam hij in 1943 ontslag en dook hij onder.

Post Uiterweerd

J.E.A. Post Uiterweer was een marine officier. In  mei 1940 kwam hij als adjudant van minister Dijxhoorn naar Londen.

Kolonel Posthumus Meijes (ook: Meyes)

Willem Christiaan Posthumus Meijes (1895-1966) was in Londen secretaris van de Buitengewone Raad van Advies voor het Regeringsbeleid. Later werd hij de tweede man bij het Militair Gezag na de chef-staf, generaal Kruls. Van oorsprong was hij beleggingsadviseur. Zijn benoeming tot sous-chef diende ook om het burgerlijk element in het Militair Gezag te benadrukken, om de vrees weg te nemen, vooral bij koningin Wilhelmina, voor het  Militair Gezag als exclusieve organisatie van beroepsmilitairen. Voor hen had zij na de snelle nederlaag van het Nederlandse leger in mei 1940 weinig waardering meer.

Jo v.d. Putt

Mr. J.J.A. van der Putt, advocaat te Eindhoven. Al tijdens de bezettingsjaren was hij betrokken bij gedachtevorming over de naoorlogse maatschappelijke en politieke ordening. Na de bevrijding bepleitte hij in woord en geschrift een radicale vernieuwing. Hij was betrokken bij Eindhovense initiatieven op dit gebied zoals het comité Eenheid bij Verscheidenheid en de Democratische Vereeniging.

Quarles

Jhr. Johan W. Quarles van Ufford (1882-1951) was sinds 1921 commissaris van de koningin in Zeeland en werd al in mei 1940 door de Duitsers ontslagen. Per 15 november 1944 werd hij door de Londense regering in zijn ambt hersteld.

Overste Quarles van Ufford

Majoor, later luitenant-kolonel Jhr H.G.A. Quarles van Ufford was voor het Militair Gezag verbindingsofficier met het Eerste Canadese Leger en gaf ook leiding aan de stafschool van het Militair Gezag in Brussel. Hij volgde in februari 1945 majoor De Lange op als districts militair commissaris in Tilburg en kreeg daar na tien weken ongevraagd ontslag omdat hij het probleem van de economische collaboratie onvoldoende krachtig zou hebben aangepakt. Hij werd toen provinciaal militair commissaris in Zuid-Holland.

Cas de Quay

Caspar de Quay, Jans oudste broer (1899-1986). Hij was jezuïet en missionaris in Nederlands-Indië en aansluitend in Indonesië (Yogjakarta).

Cas de Quay

Cas de Quay (1934), de derde zoon van Jan en Maria de Quay.

Claartje de Quay

Claartje de Quay is het achtste kind van Jan en Maria, geboren in 1943 toen Jan vastzat als gijzelaar.

Hanna of Hanneke de Quay

Hanneke de Quay (1933), de tweede dochter van Jan en Maria de Quay.

Jan (Jantje) de Quay

Jan de Quay (1938), de dan jongste zoon van Jan en Maria de Quay.

Lidwien de Quay

Lidwien de Quay (1936), de derde dochter van Jan en Maria de Quay.

Luce de Quay

Lucie de Quay (1903-1986), de oudste zus van Jan.

Maria de Quay-van der Lande

Maria van der Lande (1902-1988), de echtgenote van Jan de Quay, die hij had leren kennen in hun beider studententijd in Utrecht en met wie hij in 1927 getrouwd was.

Miebeth (Miebet) de Quay

Miebeth de Quay (1930), de oudste dochter van Jan en Maria de Quay.

Rutger de Quay

Rutger de Quay (1931), de tweede zoon van Jan en Maria de Quay.

Ruud de Quay

Ruud de Quay (1928), de oudste zoon van Jan en Maria de Quay.

Roos de Quay

Rosa de Quay (1911-1971), de zus van Jan, gehuwd met Eduard baron van Voorst tot Voorst (1892-1972).

De tantes De Quay

Luce (1875-1953) en Lot de Quay (1871-1947), twee ongehuwde zussen van de vader van Jan de Quay. Tot 1938 hadden ze op de Hiersenhof gewoond, nadien verhuisden ze naar een pension in Groesbeek.

Tante Seeph de Quay

Josepha de Quay-Alberding Thijm (1886-1980), de echtgenote van oom Cas de Quay, een broer van de vader van Jan de Quay.

Ramselaar

A.C. (Toon) Ramselaar (1899-1981) was een katholiek priester die in de jaren dertig betrokken was bij het tijdschrift De Gemeenschap van kritische katholieke jongeren. Tevens was hij actief in de verkennersbeweging. Als zodanig had hij intensief contact met Jan de Quay die voor de oorlog immers diocesaan commissaris was bij de verkenners.

Theo Regout

Theodore J.H. (Theo) Regout (1901-1988) kwam uit de bekende de Maastrichtse fabrikantenfamilie. Hij was als leeftijdgenoot van Jan de Quay tegelijk met hem schoolgegaan op het jezuïetencollege in Katwijk. Theo Regout was zeer reislustig en deed daarvan verslag in films waarmee hij een groot publiek trok. In de oorlogsjaren werkte hij in de fabriek van zijn familie, de tegel- en aardewerkfabriek Mosa.

Remmen

C.J.J. Remmen, tot 1942 − en opnieuw vanaf 1944 − burgemeester van het bij Beers gelegen Oeffelt.

Rietveld

Louis C. Rietveld (1895-1988) was in mei 1942 benoemd tot hoofd van het Afwikkelingsbureau Defensie. Hij was van juni 1945 tot december 1960 secretaris-generaal van het ministerie van Oorlog, resp. Defensie.

Van Rijn

Mr. dr. A.A. (Aat) van Rhijn (1892-1986) trad op 9 mei 1940, een dag voor de Duitse inval,  als minister van Landbouw en Visserij toe tot het tweede kabinet De Geer. Na zijn aftreden in 1941 was hij voorzitter en min of meer enig lid van de Buitengewone Algemene Rekenkamer die toezicht hield op de uitgaven van de regering in ballingschap. In 1944 werd hij secretaris-generaal van Sociale Zaken onder minister Van den Tempel. In bevrijd gebied onderhield hij een moeizame relatie met het Militair Gezag.

Roelvink

F.J.M. (Frans) Roelvink, veearts uit Oirschot en kamergenoot van De Quay in het gijzelaarskamp Haaren.

Fam. Roessingh (ook: Roessing)

Roessingh was een arts uit Beek bij Nijmegen. Zijn vrouw vond met haar pas geboren kind tijdelijk onderdak op de Hiersenhof.

Van Romburg

Mr. H. van Romburgh was consul-generaal van Nederland in Brussel.

Romme

Carl P.M. Romme (1896-1980) was advocaat en actief in de politiek als lid van de RKSP. Tevens was hij als lector en nadien hoogleraar sociale wetgeving aan de Tilburgse Hogeschool een collega van De Quay. In 1937 werd hij minister van Sociale Zaken in het vierde kabinet Colijn, dat mede door onenigheid over zijn beleid in 1939 ten val kwam. Na de bevrijding spande hij zich in voor terugkeer van een eigen katholieke politieke partij. Dat werd de KVP, waarvan hijzelf fractievoorzitter werd. Romme heeft er in belangrijke mate aan bijgedragen dat veel katholieke vernieuwers, ook De Quay en Sassen, uiteindelijk tot dezer partij toetraden.

Aalm. Roncken

Karel W.A.H. Roncken (1901-1973), r.k. priester. In 1939 volgde hij de legendarische dr. Henri Poels op als Hoofdaalmoezenier van Sociale Werken in het bisdom Roermond. In deze functie combineerde hij namens de katholieke Kerk de belangenbehartiging van, en het toezicht op het maatschappelijk leven van de arbeiders in de Mijnstreek. In januari 1945 werd Roncken door Frans Wijffels geselecteerd voor de delegatie die vanuit het bevrijde Zuiden naar Londen reisde voor gesprekken met koningin Wilhelmina.

Van Rooy

P.A.G.M. van Rooy, verzetsman uit Eindhoven, actief in de GOIWN.

Rost van Lennep

Daniël P. Ross van Lennep (1888-1949) was hoofdingenieur bij de Staatsmijnen.

Van Royen

J.H. (Herman) van Roijen (1905-1991). Trad als diplomaat in de voetsporen van zijn vader. Werd in augustus 1939 benoemd als chef van de diplomatieke dienst. Tijdens de bezetting betrokken bij het politieke verzet, onder meer als lid van het Vaderlands Comité en om die reden drie maal gearresteerd. Ging in 1944 in opdracht van het College van Vertrouwensmannen via bevrijd gebied naar Londen. In juni 1945 werd hij minister in het kabinet Schermerhorn Drees, aanvankelijk zonder portefeuille, maar al spoedig op de post Buitenlandse Zaken.

De Ruiter v. Steveninck

Albert C. de Ruyter van Steveninck (1895-1949), een Nederlandse militair die in 1941 in Engeland het bevel kreeg over de Prinses Irene Brigade.

(Gerard) Rutten

Gerard Rutten (1902-1982) was een kunstenaar die in de jaren twintig het vak van cineast leerde in de UFA Studio’s in Berlijn. In 1941 week hij via Spanje uit naar Engeland. Hij werd daar opgenomen in de staf van prins Bernhard en later ook in het Militair Gezag. In 1944 raakte hij verwikkeld in een competentiestrijd met Adriaan Pelt, hoofd Rijksvoorlichtingsdienst, over de vraag wie van hen beiden Hoofd Voorlichting van het Militair Gezag moest worden.

(Theo) Rutten

F.J.Th. (Theo) Rutten (1899-1980) had evenals Jan de Quay psychologie gestudeerd in Utrecht. Vanaf 1930 was hij daarin hoogleraar aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen. Hij maakte deel uit van de delegatie uit het bevrijde Zuiden die begin 1945 naar Londen reisde om koningin Wilhelmina te informeren over de situatie en de stemming in bevrijd gebied.

V. Sandick

Mr. J.C. van Sandick, secretaris van de Eindhovensche Fabrikantenkring.

Van ’t Sant

Francois van ’t Sant (1883-1966) werd in 1916 op 33-jarige leeftijd hoofdcommissaris van politie in Utrecht en vier jaar later in Den Haag. In die functie hielp hij bij het toedekken van financiële en seksuele escapades van prins Hendrik. Zodoende won hij het vertrouwen van koningin Wilhelmina en werd haar particulier secretaris. Hij reisde met haar mee naar Londen, waar hij naast zijn positie als particulier secretaris enige tijd hoofd was van de Centrale Inlichtingendienst en Directeur van Politie. Van ’t Sant had bij velen in Londen – en ook bij de illegaliteit in Nederland – een verdachte reputatie. In 1944 moest hij onder druk van onder meer Gerbrandy en van Churchill aftreden als particulier secretaris.

Kol. Sas

Majoor, later luitenant-kolonel Gijsbertus J. (Bert) Sas (1892-1948) was kort voor de oorlog en ten tijde van de Duitse inval militair attaché in de Nederlandse ambassade in Berlijn. Dankzij zijn goede relaties met kolonel Hans Oster van de Duitse contraspionage, de Abwehr, kon hij regelmatig militaire geheimen doorgeven aan het hoofdkwartier en de regering. Zijn berichten, ook die over een ophanden zijnde Duitse aanval op Nederland, werden doorgaans echter niet geloofd. In de oorlogsjaren was hij actief in Canada waar hij Nederlandse dienstplichtigen opleidde en nadien weer in Londen, waar hij betrokken was bij de opbouw van een Nederlands naoorlogs leger.

Fiet Sassen

Sophie R.M. Sassen-Romme, nicht van de RKSP-politicus Carl Romme en echtgenote van Maan Sassen.

Maan Sassen

Mr. E.M.J.A. Sassen (1911-1995) was advocaat in ’s-Hertogenbosch. In 1939 werd hij lid van Provinciale Staten van Noord-Brabant. Tijdens de bezetting was hij actief lid en min of meer ideoloog van de Nederlandse Unie. Van mei 1942 tot december 1943 verbleef hij als gijzelaar in Sint-Michielsgestel, waar hij deelnam aan de discussies over de vernieuwing van de Nederlandse samenleving en de oprichting van een brede volksbeweging die in de plaats moest komen van het vooroorlogse partijstelsel. Hij was een prominente medewerker van de illegale bladen Je Maintiendrai en Christofoor. Na de bevrijding schreef hij diverse opiniërende artikelen over de gewenste maatschappelijke en politieke veranderingen. Sassen maakte deel uit van de Zuidelijke delegatie die in februari 1945 in Londen de koningin informeerde.

Prof. Sassen

Ferdinand L.R. Sassen (1894-1977), priester en hoogleraar filosofie aan de Katholieke Universiteit van Nijmegen.

Toon Schellens

Antoon C.J.M. Schellens (1887-1954), fabrikant en directeur van de Wollenstoffenfabriek H. Eycken & Zn in Geldrop. Toon Schellens was kunstverzamelaar. In zijn villa aan de Parklaan in Eindhoven, waar hij De Quay ontving, had hij een grote collectie schilderijen van onder andere De Haagse School.

Prof. Schermerhorn

Willem (Wim) Schermerhorn (1894-1977) was hoogleraar aan de Technische Universiteit in Delft, maatschappelijk betrokken en lid van de links-liberale Vrijzinnig-Democratische Bond. In 1935 behoorde hij tot de oprichters van de beweging Eenheid door Democratie die zich keerde tegen het opkomende fascisme. Van mei 1942 tot december 1943 zat hij als gijzelaar in Sint-Michielsgestel, waar hij kampleider was en – als een van de Heeren Zeventien – hoogst actief in de gesprekken over de vernieuwing van Nederland. Hij was een van de grondleggers van de na de bevrijding op te richten Nederlandse Volksbeweging, waarvan hij in mei 1945 de eerste voorzitter werd. Een maand later werd hij minister-president van het eerste naoorlogse kabinet Schermerhorn-Drees.

Schmutzer

Jozef I.J.M. (Jos) Schmutzer (1882-1946) was gepromoveerd geoloog. In Nederlands-Indië had hij een tijd lang de keiding over een suikeronderneming, die hij met zijn broer van zijn ouders had geërfd. In 1930 werd hij hoogleraar in Utrecht. Wegens zijn inzet, al voor de oorlog, voor slachtoffers van het nazi-regime in Duitsland werd hij al in juli 1940 door de bezetter gearresteerd. Hij zat onder meer gevangen in Sachsenhausen en Buchenwald, alvorens hij weer naar Nederland werd overgebracht. Daar werd hij vastgehouden in Haaren en Sint-Michielsgestel. Uit dit laatste kamp wist hij te ontsnappen, waarna hij onderdook. In februari 1945 werd hij minister van wat niet langer Koloniën heette, maar Overzeese Gebiedsdelen.

Overste Schoonenberg

Luitenant-kolonel L.J.A. Schoonenberg (1901-?) was voor de oorlog werkzaam bij de militaire inlichtingendienst GS III. In de oorlog was hij in Londen adjunct militaire attaché bij de geallieerde regeringen in ballingschap en voor het ministerie van Oorlog liaisonofficier bij de ambassade van de Verenigde Staten.

V.d. Schrieck

Mr. G.E.F.M. (Gerrit) van der Schrieck (1900-1964), advocaat in Breda, in mei 1940 lid van het voorlopig gemeentebestuur aldaar en sinds 1932 directeur van de Bank Van Mierlo.

Majoor de van der Schueren

Jan B.G.M. ridder De van der Schueren (1899-1990) was elektrotechnisch ingenieur en werkte als industrieel in het buitenland. In de bezettingsjaren verbleef hij in Londen, waar hij toetrad tot het Militair Gezag. Tijdens de bevrijding werd hij aangesteld als provinciaal militair commissaris Noord-Brabant.

Majoor Schuurman

Majoor, later luitenant-kolonel C.W.A. Schürmann. Hij was de ETO (Eerst Toegevoegd Officier) van de provinciaal militair commissaris Limburg van het Militair Gezag, majoor H.J.H. Vullinghs, die echter al na amper een maand vanwege zijn weinig doortastende houding werd overgeplaatst naar Brussel. Schürmann was zijn opvolger. Hij bleef in Limburg tot 1 april 1945, waarna hij werd benoemd tot provinciaal militair commissaris in Noord-Holland en in Limburg werd opgevolgd door de Quays zwager Gerrit van der Lande.

Schwebel

Ernst A. Schwebel (1886-1955) was een Duitse jurist die in juni 1940 werd aangesteld als Beauftragte van Rijkscommissaris Seyss-Inquart voor de provincies Zuid-Holland en Zeeland.

Serraris

Jhr. mr. W.J.Th Serraris, jurist en ambtenaar die in 1943 door de bezetter werd ontslagen. Hij dook onder en deed illegaal werk. Na de bevrijding werd hij hoofd van de afdeling Politieke Zaken van de Binnenlandse Strijdkrachten. Als zodanig kwam hij in heftig conflict met de procureur-generaal Speyart van Woerden over de kwestie van de arrestatiebevoegdheid in bevrijd gebied.

Seys-Inquart

Arthur Seys-Inquart (1892-1946) was een Oostenrijkse jurist en nazi die in 1938 een belangrijke rol speelde bij de Anschluss van Oostenrijk bij nazi-Duitsland. In mei 1940 benoemde Hitler hem tot Rijkscommissaris voor de bezette Nederlandse gebieden, de hoogste Duitse functionaris in Nederland. In 1946 werd hij met andere prominente Duitse oorlogsmisdadigers in Neurenberg berecht en ter dood veroordeeld.

Pastoor Sicking

Jacob J.M. Sicking (1894-1984), sinds 1937 pastoor van de Eindhovense parochie Sint-Joris in Stratum. In de bezettingstijd verbleef hij als gijzelaar in Haaren. In januari 1943 werd hij overgeplaatst naar het gijzelaarskamp in Sint-Michielsgestel, waar hij enkele maanden later, in mei, werd ontslagen. Na de bevrijding beijverde hij zich voor de financiering van een katholieke krant in Eindhoven. Toen het dagblad Oost-Brabant tot stand was gekomen, werd hij daar benoemd tot bisschoppelijk censor.

Overste Silbiger

Kurt H. Silbiger (1908- ) was een Nederlandse militair die in 1942 met zijn gezin uit Nederland naar Engeland vluchtte. In 1944 werd hij aangesteld als hoofd van de 1ste afdeling van het ministerie van Oorlog.

(Majoor) Six

Majoor jhr. mr. P. Th. Six (1905-1973) was een jurist die in Londen deel uitmaakte van de Buitengewone Raad van Advies voor het Regeringsbeleid. Later werd hij opgenomen in het Militair Gezag en vervolgens in de staf van prins Bernhard, waar hij samen met de majoors Van Houten en Frowein veel invloed had. Om die reden werden zij aangeduid als ‘de drie musketiers’.

(Otto) Six

Jhr. mr. Otto E.W. Six (1879-1966) was sinds 1929 secretaris-generaal van het ministerie van Koloniën, dat sinds het aantreden van het derde kabinet Gerbrandy was omgedoopt tot ministerie van Overzeese Gebiedsdelen.

Van Slobbe

Bartholomaeus W.Th van Slobbe (1882-1956) was een beroepsofficier die in 1936 burgemeester van Breda werd. Hij werd in februari 1944 door de bezetter vervangen. Na de bevrijding begeleidde een enthousiaste menigte hem naar het stadhuis waar hij zijn post weer innam. Hij werd echter, tot zijn ontzetting, begin december door het Militair Gezag gestaakt als burgemeester, dat wil zeggen op non-actief gesteld. Na onderzoek over zijn functioneren in bezettingstijd, dat pas in oktober 1945 was afgerond, werd hij weer in zijn ambt hersteld. Hij bleef aan tot november 1947.

Overste Slot

Kapitein-luitenant ter zee C.E. Slot, provinciaal militair commissaris Zeeland van het Militair Gezag.

Smith

Luitenant-Generaal Walter Bedell Smith (1895-1961) was de staf-chef van de geallieerde opperbevelhebber generaal Eisenhower.

Jan Smits van Oyen

Jhr.mr. Jan Th.M. Smits van Oijen (1888-1978). Hij was vanaf 1921 gedurende tien jaar burgemeester van Nuenen, Gerwen en Nederwetten en vervolgens lid van het college van Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant. Tijdens de bezetting was hij enige tijd gevangene in Buchenwald. Omdat de commissaris van de koningin, jhr. mr. dr. A. van Rijckevorsel bij de bevrijding herstellende was van een lichte beroerte, maar ook omdat diens houding in de bezettingstijd niet onomstreden was, werd Smits van Oijen benoemd tot waarnemer. Hij zou in de functie aanblijven tot hij in 1946 werd opgevolgd door Jan de Quay.

Smulders

Majoor, later luitenant-kolonel ir. L.J.P. Smulders, commissaris bij het Militair Gezag en assistent van de overste De van der Schueren, die hij in april 1945 opvolgde als provinciaal militair commissaris Noord-Brabant.

Kapt. Smulders

Een van de schuilnamen (de andere was Richard van Dijk) van de verzetsman Jacob (Jaap) van der Gaag (1905-1988). Lid van de Raad van Verzet en van het College van Vertrouwensmannen. In januari 1945 kwam hij namens het College een eerste maal door de linies naar het bevrijde Zuiden en vandaar naar Londen voor gesprekken met de regering. In april crosste hij een tweede keer, nu met medeweten van de Duitse autoriteiten in bezet gebied. Zijn missie droeg bij aan de voedselhulp die eind april in West-Nederland beschikbaar kwam, maar leverde hem hevige kritiek op van delen van de verzetsbeweging.

Kolonel Snyders

F.J.H. Snijders was in Londen hoofdambtenaar geweest op het departement van Justitie, voor hij als luitenant-kolonel bij het Militair Gezag hoofd werd van de sectie Juridische Zaken en nadien als kolonel sous-chef van het Militair Gezag.

Soels

Drs. Pieter Soels, leraar scheikunde aan de gemeente H.B.S. in Nijmegen.

Somer

Majoor Jan M. Somer (1899-1979) was voor de oorlog officier in het KNIL en docent aan de KMA in Breda. Vanaf begin 1941 gaf hij leiding aan een spionagegroep in Brabant. Om die reden moest hij uiteindelijk vluchten. In januari 1943 bereikte hij Londen na een maandenlange tocht via Zwitserland, Suriname, Curaçao en de Verenigde Staten. In Londen werd hij tweede man en vervolgens hoofd van het Bureau Inlichtingen. Een dag na de bevrijding van Eindhoven vestigde hij het hoofdkwartier van BI in het Van Abbe Museum.

V. Sonsbeeck

Willem G.A. van Sonsbeeck (1877-1969) was voor de oorlog griffier van de Tweede kamer en burgemeester van Breda. In 1936 werd hij benoemd tot gouverneur van Limburg, een functie die hij vervulde totdat de Duitsers in 1941 de NSB’er graaf Marchant d’Ansembourg in zijn plaats aanstelden. In augustus 1944 ging hij deel uitmaken van het College van Vertrouwensmannen. Een maand later, na de bevrijding van Maastricht, hervatte hij zijn werk als gouverneur. De argwaan van De Quay over vernieuwingsgezindheid van Van Sonsbeeck werd bevestigd door de vele conflicten die deze in 1944 en 1945 had met vertegenwoordigers van het voormalige verzet, vooral inzake het trage verloop van de bestuurlijke zuiveringen in Limburg.

Barend van Spaendonck

Mr. dr. B.J.M. (Barend) van Spaendonck (1896-1967) vervulde een centrale en stimulerende rol in vele sociaal-economische netwerken in Tilburg en Noord-Brabant, vooral in zijn rol als secretaris van werkgeversorganisaties, onder meer van textiel en van schoenen en leder en bij de Kamer van Koophandel. Ook was hij bestuurslid van de Katholieke Leergangen en van de Tilburgse Economische Hogeschool. In de oorlogsjaren trad hij op als directeur van het Rijksbureau voor Wol en Lompen, een positie waarin hij voortdurend moest balanceren tussen Duitse eisen en maatregelen enerzijds en de belangen van de ondernemingen en hun arbeiders anderzijds. In het voorjaar van 1944 werd hij een maand gevangen gezet in Haaren. Zijn benoeming na de bevrijding tot lid van het College van Economische Aangelegenheden riep verzet op. Het Militair Gezag voelde zich gedwongen een onderzoekscommissie in te stellen naar de gedragingen van Van Spaendonck tijdens de bezetting, later volgde nog een tweede onderzoek op nationaal niveau. Na veertien maanden werd Van Spaendonck volledig gezuiverd.

Charles van Spaendonck

Charles F.J.M. van Spaendonck (1912-2001), fabrikant van de wollenstoffenfabriek André van Spaendonck & Zonen. Hij voerde de directie samen met zijn broer Rob (1916). Deze was betrokken bij het verzet in Tilburg en werd na de door verraad mislukte aanslag in januari 1944 op de NSB-politieman en mensenjager Piet Gerrits gearresteerd en in de Drunense Duinen geëxecuteerd. Hun beider jongere broer Frans (1920) werd als lid van de Trouw-groep in mei 1944, nota bene door dezelfde Piet Gerrits, op zijn onderduikadres gearresteerd en gevangen gezet in Kamp Vught. Als enige van de vijfentwintig van de Trouw-groep werd hij daar niet geëxecuteerd, maar wegens gebrek aan voldoende bewijs veroordeeld tot levenslang. Vanuit Vught werd hij op transport gesteld naar Duitsland waar hij in maart 1945 in Buchenwald overleed.

Dré van Spaendonck

Andreas M.J. (Dré) van Spaendonck (1895-1957) was leraar oude talen en geschiedenis aan het St. Odulphuslyceum in Tilburg en teven bibliothecaris van de R.K. Leeszaal. Hij was een broer van Barend van Spaendonck.

Karel van Spaendonck

Karel J.A.M. van Spaendonck (1885-1960), directeur van de Rotterdamse Bank in Tilburg.

Wim van Spaendonck

Wim C.A.M. van Spaendonck (1903-1977), eigenaar van de wollenstoffenfabriek Triborgh aan de Bisschop Zwijssenstraat.

Spekenbrink

A.B.Speekenbrink (1905-1977), econoom, was voor de oorlog werkzaam bij de Bataafse Petroleum Maatschappij. In 1934 trad hij in dienst van het departement van Economische Zaken. Ook in de oorlogsjaren was hij in Londen werkzaam voor dit departement dat toen ministerie van Handel, Nijverheid en Scheepvaart heette en later Ministerie van Handel, Nijverheid en Landbouw. Hij was daar hoofd van de afdeling Scheepvaartzaken.

Speyart van Woerden

Eduard L.M.H. baron Speyart van Woerden (1890-1986) was sinds 1934 procureur-generaal bij het gerechtshof ’s-Hertogenbosch. In september 1940 werd hij door de Duitsers ontslagen, in januari 1941 als gijzelaar naar Buchenwald overgebracht en vervolgens naar Sint-Michielsgestel, waar hij in september 1944 wist te ontsnappen. Na de bevrijding van ’s-Hertogenbosch hervatte hij zijn functie van procureur-generaal en dus ook hoofd van de politie in het Zuiden. De chaotische situatie bij arrestaties van politieke verdachten en de toestanden in de interneringskampen waren hem een gruwel. Zijn pogingen om de situatie weer in het spoor van wetten en regels te krijgen, bracht hem in hevig conflict met de voormalige illegaliteit, gesteund door het Militair Gezag. Toen de illegaliteit in januari 1945 dreigde met een aanslag tegen Speyart van Woerden, wist Kruls te bewerkstelligen dat deze samen met minister van Justitie Van Heuven Goedhart naar Londen werd teruggeroepen.

Steenberghe

Mr. Max P.L. Steenberghe (1899-1972), bedrijfsjurist en vervolgens directeur van de N.V. Van Puijenbroeks Textielfabrieken in Goirle. Als politicus van de RKSP werd hij in 1933 minister van Economische Zaken in het tweede kabinet Colijn. Twee jaar later diende hij zijn ontslag in uit protest tegen het vasthouden aan de Gouden Standaard. In 1937 kreeg hij opnieuw de post Economische Zaken, nu in het vierde kabinet Colijn en hij zette dit voort in het tweede kabinet De Geer dat aantrad in 1939. Toen het kabinet in mei 1940 besloot naar Engeland uit te wijken, weigerde hij aanvankelijk mee te gaan. Uiteindelijk voegde hij zich bij zijn collega’s, maar pas nadat hij persoonlijk in naam van het kabinet het regeringsgezag had overgedragen aan generaal Winkelman. In Londen nam hij regelmatig afstand van het beleid van de inmiddels als minister-president aangetreden Gerbrandy, waardoor hun verhouding snel verslechterde. In 1941 nam hij ontslag als minister. Nadien kreeg hij een functie als belangenbehartiger van Nederland in de Verenigde Staten op het gebied van economie, financiën en scheepvaart.

To Steenberghe

Catharina Th. M. Ausems, echtgenote van Max Steenberghe.

Heer Steinküller

Mr. A.M.C.J. Steinkühler (1900-1952) was secretaris van de Kamer van Koophandel in Zuid-Oost Brabant en werd na de bevrijding door het Militair Gezag aangetrokken als adviseur voor economische aangelegenheden. Tevens werd hij bestuurslid van de door Frits Philips in het leven geroepen ‘Eindhovensche Fabrikantenkring’. Steinkühler was een van de ondertekenaars van het Eindhovens Adres. Ook was hij als auteur betrokken bij een ‘Rapport omtrent de zuivering van het Nederlandsch bedrijfsleven’ waartoe generaal Kruls opdracht had gegeven.

Paul Steinweg

Paul J.D. Steinweg (1917-2011), zoon van de burgemeester van Nijmegen, J.A.H. Steinweg, die in 1942 onder druk van de bezetter had moeten aftreden. Zelf werkte hij bij de gemeentesecretarie van Tilburg, maar was inmiddels ondergedoken. Mogelijk hield dit verband met de spectaculaire overval door een verzetsgroep op de Tilburgse gemeentesecretarie in januari 1944, ook wel bekend als ‘de Tilburgse zegeltjeskraak’.

Steinweg(en)

J.A.H. (Joop) Steinweg (1876-1973), burgemeester van Nijmegen tot 1942. Hij was getrouwd met de Tilburgse Christina J.M.F. van Spaendonck (1889-1972), een halfzuster van Barend van Spaendonck. Hun dochter Joke trouwde met Lodewijk van der Lande, een broer van De Quays echtgenote Maria.

Struijcken

Mr. A.A.M. (Teun) Struycken (1906-1977), een Bredase jurist. Hij was voor de oorlog als RKSP’er gemeenteraadslid en wethouder in Breda, alsmede lid van Provinciale Staten. Van mei 1942 tot januari 1944 was hij gijzelaar in Beekvliet, waar hij als een van de Heeren Zeventien deelnam aan de gesprekken over de politieke en maatschappelijke inrichting van het naoorlogse Nederland.

Mgr. Sweens

Alexander F.M. Sweens (1864-1945) was een katholiek priester. Van 1921 tot 1940 was hij president van het Groot Seminarie in Haaren.

Den Heer Swinkels

Anton H.J. Swinkels (1900-1971). In 1928 startte hij als een van de eerste full-time architecten in Nederland een architectenbureau in Maastricht. Voor de oorlog ontwierp hij enkele kenmerkende Maastrichtse gebouwen in de stijl van de Amsterdamse School.

Mevr. Taminiau

A.M.J. Taminau-Hillen, de schoonmoeder van Barend van Spaendonck uit diens eerste huwelijk.

Dr. Taminiau

Dr. A. (Pum) Taminiau, huisarts in Tilburg en zwager van Barend van Spaendonck.

Tans

Jean G.H. (Sjeng) Tans (1912-1993) was voor de oorlog lid van de RKSP, maar werd als echte doorbraak katholiek via de Nederlandse Volksbeweging lid van de PvdA. Hij werd voor deze partij zowel Kamerlid als partijvoorzitter.

(B.) Tellegen

Mr. B.D.H. Tellegen (1885-1964) was griffier van Provinciale Staten van Zeeland.

(F.) Tellegen

F.Ph.A. Tellegen (1904-1985) promoveerde in Delft in de technische wetenschappen en studeerde daarnaast theologie en wijsbegeerte. In 1945 werd hij landelijk voorzitter van de Katholieke Actie, een op leken gerichte organisatie waarmee de kerk de secularisering wilde tegengaan.

Van den Tempel

Jan van den Tempel (1877-1955) was een vakbondsman en politicus van de SDAP. Van 1915 tot 1939 was hij lid van de Tweede Kamer, vervolgens werd hij minister van Sociale Zaken in het kabinet De Geer II. Hij bleef aan tot februari 1945.

Admiraal Termytelen

Jan Willem Termijtelen (1893-1977) was een Nederlands marineofficier. Bij het uitbreken van de oorlog deed hij dienst in Nederlands-Indië. In 1941 kwam hij, inmiddels schout-bij-nacht, op verzoek van minister Fürstner van Marine naar Londen. Daar werd hij chef van de marinestaf en tevens secretaris-generaal bij het ministerie. Vanaf 1944 was hij ook Directeur der Luchtstrijdkrachten. In 1944 werd hij bevorderd tot vice-admiraal.

Van Tets

Jhr. mr. George C.W. van Tets van Goudriaan (1882-1948) was sinds 1921 directeur van het Kabinet van de Koningin.

Theunissen

J.A. Teunissen Bruggink, een Nijmeegse student, had in de bezettingsjaren een belangrijk aandeel gehad in de distributie vanuit Nijmegen van het illegale blad Je Maintiendrai. Meteen na de bevrijding van Nijmegen was hij betrokken bij het persbureau Illegale Pers dat van het Militair Gezag zeggenschap kreeg in de Nijmeegse naoorlogse legale pers. Maar zijn belangrijkste activiteiten waren gericht op de naoorlogse uitgave van Je Maintiendrai als weekblad.

Thiel Larsen

Ir. Gauthier H. Thal Larsen (1899-1965) was van oorsprong Zweeds. Hij was bedrijfsleider van de apparatenfabriek bij Philips en raakte al vroeg betrokken bij het verzet, waar hij fungeerde als waarnemend commandant van de Ordedienst in het gewest Eindhoven.  Na de bevrijding werd hij Hoofd van het Centraal Vrijwilligersbureau in Eindhoven.

Thomas

C.P.N. (Karel) Thomas, leider van de Ordedienst in ’s-Hertogenbosch en half november 1944 door overste De van der Schueren van het Militair Gezag benoemd tot districts militair commissaris ’s-Hertogenbosch.

Thomassen

Willem (Wim) Thomassen (1909-2001), een onderwijzer die voor de oorlog bestuurssecretaris was van de sociaaldemocratische jeugdbeweging, de AJC. Hij was groot voorstander van vernieuwing van de SDAP, dat wil zeggen verbreding tot een partij waarin ook anderen dan de traditionele aanhangers zich thuis konden voelen. In de bezetting drong hij tot tweemaal toe binnen in kamp Beekvliet om deel te nemen aan de vernieuwingsdiscussies. Hij was redactielid van Je Maintiendrai, Vrij Nederland en Christofoor. Na de oorlog was hij secretaris van de Nederlandse Volksbeweging en aansluitend daarop van de PvdA.

Thorbecke

Willem H. Thorbecke was een Nederlandse vliegenier die tijdens de oorlog dienst deed in het 622ste squadron van de RAF dat met Lancasters bombardementsvluchten uitvoerde op Duitse doelen, maar in april 1945 ook betrokken was bij voedseldroppings boven bezet Nederland. Hij werd in december 1945 onderscheiden met het DFC, een hoge Britse onderscheiding. Jan de Quay was behulpzaam bij zijn vroegtijdige demobilisatie in 1945.

Tiels

Buurtbewoner van de Hiersenhof.

Toon

Toon Boomsma, de huisknecht op de Hiersenhof.

Tops

A.A. Tops. Hij was actief in kringen van oud-illegalen in Eindhoven en trad daar ook op als vertegenwoordiger van het blad Je Maintiendrai.

Generaal van Tricht

Aleid G. van Tricht (1886-1969) was in 1940 militair attaché in Bern en Rome. In Zwitserland verleende hij in de oorlogsjaren steun aan talrijke vluchtelingen en Engelandvaarders.

Tromp

Ir. Theo Ph. Tromp (1903-1984) was directeur van de radiobuizenfabriek van Philips. In de oorlog gaf hij onder de schuilnaam ‘Harry’ leiding aan een verzetsgroep (Geheime Dienst Nederland) die vooral economische inlichtingen doorgaf aan Londen. Na de bevrijding was hij kapitein bij het Bureau Inlichtingen. Tromp was betrokken bij het Eindhovens Adres en eveneens lid van de Zuidelijke delegatie die in februari 1945 naar Londen reisde. In april 1945 werd hij minister van Waterstaat in het derde kabinet Gerbrandy.

Charles Truijen

Dr. Charles Truijen, directeur van de N.V. Kunstzijdespinnerij Nyma in Nijmegen.

Tuinstra

Fons Tuinstra was waarnemend hoofdredacteur van het Limburgse blad Veritas, dat in 1941 was verboden door de bezetter, maar vanaf september 1944 weer dagelijks verscheen. Met een oplage van  89.000 in februari 1945 was het veruit de grootste krant van Zuid-Limburg. Vanaf 15 maart verscheen de krant onder de naam Gazet van Limburg.

Van Uxem

Abraham van Uxem (1911-1996) was van 1939 tot 1942 secretaris van de Zeeuwsche Landbouwmaatschappij en van 1942 tot 1945 bedrijfskundig consulent van het Landbouw Economisch Instituut in Zeeland.

V.d. Velde

Mr. Petrus I.J.M. van der Velden (1890-1954). Sinds 1931 was hij voor de RKSP wethouder in Nijmegen. Na het gedwongen aftreden van burgemeester Steinweg in mei 1942 was hij waarnemer totdat de NSB’er Van Lokhorst in april 1943 op die post werd benoemd. Direct na de bevrijding werd hij wederom als waarnemend burgemeester geïnstalleerd,. Dat stuitte op bezwaren van de voormalige illegaliteit, die meende dat hij te meegaand was geweest tijdens de bezetting en ook van enkele katholieke prominenten die vonden dat hij te zeer een exponent was van de oude politieke garde. Daarop werd Van der Velden op 16 oktober door de districts militair commissaris van het Militair Gezag, ir. A. Blaauw, vervangen door mr. Charles Hustinx.

Frans v.d. Ven

Frans J.H.M. van der Ven (1907-1998), econoom en dichter – onder het pseudoniem Frank Valkenier. Vanaf 1938 was hij lector, vanaf 1945 hoogleraar aan de Economische Hogeschool in Tilburg. Hij was in de jaren dertig en veertig een van de drijvende krachten achter de beweging en het tijdschrift Brabantia Nostra, zowel in rol van voorzitter als die van hoofdredacteur. Vanuit die positie bouwde hij enthousiast mee aan het apparaat van de Nederlandse Unie. In 1941 werd hij door de bezetter gegijzeld in Sint-Michielsgestel.

Veraart

Prof.mr. J.A. Veraart (1886-1955), econoom en politicus. Vooral actief op het gebied van arbeidsaangelegenheden. Hij was voor de oorlog enige tijd Kamerlid voor de RKSP, maar brak met de partij vanwege het crisisbeleid van de regering en het aandeel daarin van de partij. Hij bracht de oorlogsjaren door in Londen, was enkele jaren economisch adviseur van minister-president Gerbrandy, tot deze hem in 1944 ontsloeg nadat hij – als overtuigd voorstander van de parlementaire democratie – in het Londense Vrij Nederland kritiek had geleverd op de plannen van het kabinet Gerbrandy voor de bestuursvoorziening in bevrijd gebied.

Mevr. Verbrugge

Louise O. Verbrugge van ’s Gravendeel- jvr. Prisse (1889-1985) was afkomstig uit een Belgische adellijke familie en werd na het vertrek van koningin Wilhelmina naar Engeland haar hofdame.

Vercammen

Dr. F.A. (Frans) Vercammen (1896-1971), leraar Nederlands en geschiedenis, en van 1937 tot 1944 ook conrector, aan het Odulphuslyceum in Tilburg. Als gepassioneerd kunsthistoricus en kunstliefhebber was hij ook de motor achter de in 1940 opgerichte Tilburgse Kunstkring. De Vercammens waren buren van De Quay in de Burgemeester Damsstraat in Tilburg.

Burg. Verdijk

De Eindhovense burgemeester Anton Verdijk (1877-1951). In 1942 was hij door de bezetter ontslagen. Op de dag van de bevrijding van de stad, 18 september, werd hij door de plaatselijk verzetsbeweging PAN opgehaald en in triomf naar de Markt gebracht, waar hij door het voorlezen van een proclamatie aan de dolgelukkige menigte weer in zijn ambt werd hersteld.

Mevr. Verwey

Hilda Verwey-Jonker (1908-2004). Zij was in 1932 de eerste afgestudeerde socioloog in Nederland. In 1935 werd zij, als enige vrouw, lid van de gemeenteraad van Eindhoven en wel voor de SDAP. Tijdens de oorlog was ze actief in het verzet. Na de bevrijding was ze een van de leidende figuren in kringen van vernieuwers in Eindhoven. Ze werd, wederom als enige vrouw, opgenomen in de Zuidelijke delegatie die in januari 1945 naar Londen reisde voor gesprekken met koningin Wilhelmina.

Generaal van de Vijver

Luitenant-generaal J.F. van der Vijver was in 1940 hoofd van de missie van de Nederlandse opperbevelhebber, generaal Winkelman, bij het Franse hoofdkwartier. In Londen gaf hij onder meer leiding aan het Bureau Bijzondere Aangelegenheden, dat belast was met de voorbereiding van de terugkeer van koningin en regering. Hij was ook secretaris-generaal van het ministerie van Oorlog.

Wouter Visser

Dr. Wouter J.A. Visser (1904-2002) was een kunsthistoricus die in 1936 aantrad als de eerste directeur van het Van Abbe Museum in Eindhoven. Een jaar later werd hij daar tevens gemeentearchivaris, maar in 1942 legde hij beide functies neer. In oktober 1944 kreeg hij een aanstelling als hoofd van de voorlopige commissie Monumentenzorg in het bevrijde Zuiden. Een maand later benoemde Kruls hem tot adviseur voor Nederlandse monumenten en kunstschatten bij het Militair Gezag, waarbij hij in januari 1945 als kapitein werd ingelijfd.

De Vlam

E.M.J. de Vlam, directeur van een textielfabriek in Heeze en bestuursvoorzitter van het Nederlandse Rode Kruis in bevrijd gebied. Met Mgr. Hendrikx en jhr. Laman Trip oprichter van de HARK, de Hulpactie Rode Kruis.

Piet van Vlissingen

Pieter J. Fentener van Vlissingen (1904-1944), textielfabrikant in Helmond.

Van Voorst Eveking (Evekink)

David van Voorst Evekink (1890-1950), een Nederlandse militair was voor de oorlog militair attaché in Parijs. Week uit naar Londen, was daar enige tijd commandant van de Prinses Irene Brigade en vervolgens hoofd van het Bureau Organisatie Generale Staf.

Berend van Voorst tot Voorst

Berend-Jan baron van Voorst tot Voorst (1944), zoon van Eduard van Voorst tot Voorst en Rosa de Quay.

Cuna van Voorst tot Voorst

Dochter uit het eerste huwelijk van Eduard van Voorst tot Voorst, met Jvr. Theresia Smits (1894-1932).

Eduard van Voorst tot Voorst

Eduard H.J. baron van Voorst tot Voorst (1892-1972). Deze was tot 1935 burgemeester van Ubbergen en nadien lid van Gedeputeerde Staten van Gelderland. Vanaf 17 oktober 1944 was hij waarnemend commissaris van de koningin in het bevrijde deel van Gelderland. Hij was een zwager van Jan de Quay, want gehuwd met diens zus Rosa (1906).

Generaal Van Voorst

Generaal J.J.G. (Godfried) baron van Voorst tot Voorst (1880-1963) was tijdens de mobilisatie en in de meidagen van 1940 commandant van het veldleger. Omdat hij weigerde zijn woord van eer te geven dat hij zich niet tegen de Duitse autoriteiten zou verzetten, werd hij als krijgsgevangene naar Duitsland overgebracht, waar hij tot de Duitse nederlaag in 1945 zou verblijven.

(Sweder) van Voorst

Mr. Sweder G.M. van Voorst tot Voorst (1910-1988) was een Nederlands diplomaat. Hij werkte van 1940 tot 1944 als sous-chef van het ministerie van Buitenlandse Zaken in Londen. Keerde nadien terug op de Nederlandse ambassade in Brussel waar hij al voor de oorlog werkzaam was geweest.

Tessy van Voorst tot Voorst

Theresia M.L. baronesse van Voorst tot Voorst (1932), dochter uit het eerste huwelijk van Eduard van Voorst tot Voorst, met Jvr. Theresia Smits (1894-1932).

Vorrink

Jacobus J. (Koos) Vorrink (1891-1955). Een sociaal-democraat in hart en nieren. Voor de oorlog voorzitter van de AJC. In 1934 werd hij voorzitter voor de SDAP, een jaar later ook Eerste-Kamerlid voor die partij. Samen met anderen stond hij aan de basis van het verzetsblad Het Parool. Ook was hij betrokken bij het Nationaal Comité dat plannen maakte voor een tijdelijke overgangsregering ten tijde van een Duitse capitulatie. In april 1943 werd hij gearresteerd en overgebracht naar het gijzelaarskamp Haaren. Een jaar later werd hij gevangen gezet in Sachsenhausen, waar hij in april 1945 werd bevrijd.

Majoor van den Wall Bake

Majoor, later luitenant-kolonel J.W.H. van den Wall Bake, hoofd sectie Arbeidszaken van het Militair Gezag.

Wardje

Eduard van den Bogaert, zoon uit het eerste huwelijk van Wilhelmien Coebergh-van der Lande, met E.A.A. (Eddy) van den Bogaert (1889-1938).

Weitjens

G.M.J.A. (Gerard) Weitjens aan de Bredaseweg, dan wel J.F.M. (Jan) Weitjens aan de Ringbaan West, beiden buurtgenoten van De Quay. De broers Weitjens voerden sinds 1934 samen de directie over de wollenstoffenfabriek van Mommers aan de Goirkestraat in Tilburg.

Heer Werrner

Mr. Philip Werner (1904-1990) was directeur van het arbeidsbureau in Eindhoven. In november 1944 werd hij aangesteld als adviseur van het Militair Gezag voor arbeidszaken in Limburg, Zeeland en Gelderland. Philip Werner was bevriend met Louis Beel.

Fam. Weeve

Mr. K.J.H.M Weve, notaris en buurman van mevrouw Van der Lande-Jansen, de schoonmoeder van De Quay.

Weve

De dominicaan F.N.M. (Frans) Weve (1884-1976) was vanaf de oprichting tot aan zijn emeritaat in 1954 hoogleraar sociale wijsbegeerte en algemene filosofie aan de Tilburgse Hogeschool. Zowel voor als na de oorlog trad hij op als rector-magnificus.

Frans Wijffels

Ir. Frans C.M. Wijffels (1899-1968) was mijnbouwkundige en inspecteur-generaal van de Staatsmijnen. Jan de Quay kende hem uit het gijzelaarskamp in Gestel, waar zij beiden tot de ‘groep Banning’ behoorden, die ambitieuze plannen ontwierp voor een vernieuwing van de naoorlogse Nederlandse samenleving. Na de bevrijding drong hij – sterker nog dan De Quay – aan op snelle uitvoering daarvan. Dank zij de steun die hij had van de illegaliteit en het Militair Gezag was hij een van de leidende figuren in de delegatie van zeventien personen die in januari 1945 vanuit het bevrijde Zuiden naar Londen reisde om de koningin te informeren over de situatie in bevrijd gebied. In februari 1945 werd hij benoemd tot minister van Sociale Zaken in het derde kabinet Gerbrandy. Hij was een broer van Toon Wijffels.

Toon Wijffels

Drs. A.H.M. (Toon) Wijffels (1906-1971) had in Tilburg economie gestudeerd en sociale wetenschappen. Hij was voor de oorlog een van de leidende figuren in de beweging Brabantia Nostra. Tevens was hij redacteur van het tijdschrift Het Gemeenebest, maandblad ‘ter bevordering van de volksgemeenschap’ dat verscheen tussen 1938 en 1940. De redactie organiseerde in 1939 de zogeheten Woudschotenconferenties, waar ook De Quay als spreker optrad. In de bezettingsjaren was Toon Wijffels actief voor de Nederlandse Unie en in de illegale bladen Christofoor en Je Maintiendrai. Na de bevrijding was hij secretaris van de provinciaal militair commissaris Noord-Brabant van het Militair Gezag, ridder De Van der Schueren. Hij was een broer van Frans Wijffels.

Van Wijk

Dr. Aart van Wijk (1902-1976) was een gepromoveerd natuurkundige die sinds 1927 werkte bij het NatLab van Philips. In de bezetting raakte hij betrokken bij het verzet en ontwikkelde zich als specialist in het vervalsen van documenten. Na de bevrijding was hij actief in de Eindhovense afdeling van de georganiseerde oud-illegaliteit. Tevens trad hij toe tot het Militair Gezag.

Joan Willems

Joan M. Willems (1909-1974), archeoloog. Had voor de oorlog al kritiek op de koers van de RKSP. Hij was actief in Brabantia Nostra en toen in 1940 de Nederlandse Unie werd opgericht, zette Willems hiervoor de afdeling Noord-Brabant op. In 1940 en 1941 werd hij korte tijd gegijzeld in Sint-Michielsgestel. Nadien werkte hij mee aan de bladen Je Maintiendrai en Christofoor en hield daarin pleidooien voor samengaan van katholieken en andersdenkenden in één progressieve partij. Toen na de oorlog de katholieke vernieuwingsgezinden onder leiding van De Quay alsnog toetraden tot de KVP, leverde Willems daarop forse kritiek. Hij bleef consequent, koos als een van de weinige katholieke jongeren voor de PvdA en nam voor die partij zitting in de Tweede Kamer.

Wimmer

Friedrich Wimmer (1895-1965) was een Oostenrijkse nazi. Hij werd in het bezette Nederland onder Seyss-Inquart Generalkommissar für Verwaltung und Justiz en in de rang van SS-Brigadeführer tevens plaatsvervanger van de Rijkscommissaris.

Generaal Winkelman

Generaal Henri G. Winkelman (1876-1952) was in mei 1940 opperbevelhebber van het Nederlandse Leger. Nadat de regering op 13 mei was uitgeweken naar Londen, werd hem door minister Steenberghe ook het regeringsgezag opgedragen. Na het bombardement op Rotterdam tekende hij op 15 mei de capitulatie. Nadien weigerde hij echter met de Duitsers mee te werken. Toen hij op 29 juni 1940 in Den Haag leiding gaf aan de demonstraties van Anjerdag werd hij gearresteerd en als krijgsgevangene naar Duitsland gebracht. Hij bleef daar tot mei 1945.

Wirtz

Ir. P.A.A. Wirtz was mijningenieur, later directeur van de Oranje-Nassau-mijnen.

Jurr. Zoetmulder

A. Jurriaan Zoetmulder (1881-1972) was beeldend kunstenaar, romancier, toneelschrijver en journalist. Sinds 1923 eigenaar van een drukkerij en hoofdredacteur van het vrijzinnig-katholieke Eindhovensch Dagblad. Zoetmulder werd in de bezettingsjaren gegijzeld in Beekvliet in Sint-Michielsgestel.

Majoor Zouteriks

Th.W. Zouteriks, Nederlandse militair. In Londen waarnemend hoofd van de 2de afdeling van het departement van Oorlog.

Zwanenberg

Salomon (Saal) van Zwanenberg (1889-1974) was als directeur van de N.V. Zwanenberg’s Slachterijen en Fabrieken in Oss een toonaangevende figuur in de Nederlandse vleesverwerkende industrie. In 1923 stond hij tevens aan de wieg van de N.V. Organon, een farmaceutisch bedrijf dat slachtafval verwerkte tot geneesmiddelen. Bij het uitbreken van de oorlog vluchtte hij met zijn gezin op een Uruguayaans diplomatiek paspoort via Zwitserland naar Engeland. Hij spande zich daar bijzonder in voor hulpverlening aan Joden, zowel zij die hadden kunnen ontkomen als degenen die in Nederland waren achtergebleven. De Quay en Zwanenberg (en hun beider echtgenotes) raakten goed bevriend.