Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Reacties (5)

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 10 april 2019 om 14:06 uur

Haha, mooie anekdote, Jan. Zoals het klinkt, krijg ik bijna medelijden met de bewoners die niet snel naar het raam konden lopen ;)

Hoe oud was je eigenlijk in 1959, toen je de stalletjes bouwde en inrichtte?

Jan van den Dungen zei op 10 april 2019 om 10:12 uur

Kerstmis 1959
Een ander memorabel feit gaat terug tot de voorbereidingstijd van Kerstmis 1959. Samen met mijn vriend Frank, wiens Oma was opgenomen in Carolus waren wij door de Witte-Kapzusters uitverkoren om op de ziekenzalen de kerststalletjes op te bouwen, in te richten en lampjes aan te sluiten. Achteraf denk je hoe jong we toen al zelfstandig deze klus klaarden. Rond drie uur kregen de bewoners gewoontegetrouw een kop soep en zo'n kop was ook voor ons ingeschonken. Na veel vijven en zessen waren wij erachter, dat het gemalen bruine bonensoep was, zo dik als appelmoes. De weeë geur en dito smaak deden ons kokhalzen en toen de zaalzuster even weg was, openden wij het raam en kiepten snel de inhoud van de kop soep naar buiten en leverden even hierna de koppen bij de zaalzuster in. "En was het lekker jongens? '. Ja Zuster. En wij voor onszelf: "Nou niet bepaald".

Jan van den dungen zei op 10 april 2019 om 10:01 uur

Beste Marilou,
Dat moet begin jaren '20 van de vorige eeuw zijn geweest, nadat de voorbereidingen en de voltooiing van de eveneens rond die tijd gerealiseerde nieuwe St. Antoniuskerk plaatsvonden en/of werden afgerond

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen bhic zei op 8 april 2019 om 21:53 uur

Ah, mooi om te lezen, Jan! In welke periode is dit (ongeveer) geweest, weet je dat toevallig?

Jan van den dungen zei op 8 april 2019 om 18:08 uur

Bouwen, mogelijk maken
Mijn grootvader Jan(tje) van den Dungen had aan de Eindhovenseweg ter hoogte van de huidige Oranje Nassaustraat een voermansbedrijf. Op de plek waar een deel van het Carolusgesticht werd gebouwd had hij het weiland, waar zijn paarden moesten grazen na een dag gedane arbeid voor de voermanskar (huifkar). Hij stelde die wei spontaan beschikbaar om de bouw van het gesticht mogelijk te maken, temeer omdat opa's zoons langzaam overschakelden van huifkar naar vrachtwagens.