Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:

Reacties (11)

Hanneke van der Eerden
Hanneke van der Eerden bhic zei op 21 augustus 2017 om 15:14 uur

@Arjan, het lijkt het BHIC leuk om meer mensen daar kennis van te laten nemen. Rien Wols, de schrijver van dit verhaal, zal binnenkort contact met je opnemen

Arjan Bakx zei op 19 augustus 2017 om 17:22 uur

Ik heb nog filmbeelden (30 mm) van een in Rijsbergen neergestort vliegtuig.

Jan Bastiaansen zei op 3 februari 2014 om 19:50 uur

Dennis,

Via deze kant kan ik de foto niet sturen. Stuur mij uw email en ik zal de foto sturen.Hij is niet best maar ik heb geen andere.
Mijn email is janeipa@hetnet.nl
Het boek is niet meer te koop.

Groeten,
Jan B

Dennis Notenboom zei op 1 februari 2014 om 23:48 uur

Beste Jan, hartelijk dank voor deze snelle reactie! Deze codes duiden inderdaad op het toestel wat ik voor ogen heb, nu zou ik enkel nog de foto willen zien om te vergelijken. Op de foto die ik heb, zie ik alleen de Squadre D op de staart van de betreffende Bomb Group, verder geen herkenningstekens, dus ik zal het ook aan het totaalplaatje kunnen zien. Is het misschien mogelijk dat u mij een scan van de foto kunt sturen? Zou ik echt enorm op prijs stellen! Mocht dat niet lukken, misschien is er dan iemand die het weet waar ik het betreffende boek kan kopen?

Jan Bastiaansen zei op 1 februari 2014 om 20:40 uur

Beste Dennis,

Op blz 273 van het boek staat inderdaad een foto van een gevallen vliegtuig.Het is geen duidelijke foto. Op de romp zit een persoon. De voorkant van het toestel is vernield. Aan de zijkant zijn de letters LN zichtbaar. Aan de achterzijde staan de cijfers 339 met een B eronder. Boven op de staart is de letter D zichtbaar.
Ik ben niet in het bezit van de foto.

Dennis Notenboom zei op 1 februari 2014 om 13:22 uur

Ik ben in het bezit van een foto welke mogelijk de bewuste B-17 is die op 7 oktober 1944 bij de Tiggeltseberg neerstortte. Staat er in het boek Oorlog en bevrijding. Zundert en Rijsbergen 1940-1945 ook een foto, zodat ik deze kan vergelijken?

Annemarie van Geloven bhic zei op 20 november 2012 om 16:02 uur

Zeker heeft de lezeer veel aan uw uitgebreide omschrijving! Hartelijk dank. Zo kunnen het BHIC en de plaatselijke heemkunde elkaar weer aanvullen!

Jan Bastiaansen Rijsbergen zei op 20 november 2012 om 14:09 uur

Het bewuste boek waarin de gevallen vliegtuigen beschreven zijn is een uitgave van de Heemkundekring "De Drie Heerlijkheden".
Het heet "Oorlog en bevrijding".
Zundert en Rijsbergen 1940-1945".

Jan Bastiaansen Rijsbergen zei op 20 november 2012 om 14:04 uur

In de beginjaren van 1990 schreven wij, Jose Buiks en ondergetekende een boek over de oorlogsjaren in Rijsbergen en Zundert. Het boek kwam uit einde 1994. Een hoofdstuk daarin gaat over gevallen vliegtuigen in ons dorp Rijsbergen. Het bewuste hoofdstuk beslaat de blz 263 t/m 274. Hierin zijn ook enkele foto's opgenomen waarvan ik er geen exemplaar meer van heb.
Ik hoop dat u iets heeft aan deze onderstaande beschrijving



GEVALLEN VLIEGTUIGEN IN RIJSBERGEN

Al in de eerste dagen van de oorlog was er sprake van vlieg¬tuigen die aan de strijd deelnamen. In de meidagen van 1940 waren het eerst Duitse vliegtuigen die Franse troepen in Rijsbergen aanvielen. Twee dagen later waren het Franse vlieg¬tuigen die nog weerstand boden en de Duitse troepen en stel¬lingen in Rijsbergen aanvielen.
Voor zover bekend zijn daarbij boven Rijsbergs grondgebied geen vliegtuigen naar beneden gehaald.
In een later stadium begonnen Engelse vliegtuigen doelen in Duitsland te bombarderen. Veelal in convooi vlogen die, vooral 's nachts, naar hun doelen in Duitsland. Voorzover zij daar niet door afweergeschut naar beneden gehaald werden keerden zij terug naar hun basis in Engeland. Op hun reis naar Duits¬land werden zij begeleid en beschermd door jagers van het type Spitfire.
Voortdurend werden zij onderweg door afweergeschut beschoten, ook Duitse jagers (Stuka's en Messcherschmits) vielen hen aan. Het gebeurde dan regelmatig dat de Engelsen hun bommenlast en/ of brandstoftanks afwierpen om sneller aan hun belagers te ontkomen. In andere gevallen werden zij door granaatvuur geraakt en stortten neer of maakten een noodlanding.
Ook Duitse jagers werden op hun beurt aangevallen door de begeleidende Engelse Spitfires.
Het was de bevolking op straffe van de doodstraf of levens-lange opsluiting verboden om de bemanning van vijandelijke vliegtuigen te helpen ontsnappen.
In september 1941 maakte burgemeester Raaymakers bekend dat er een premie uitgeloofd werd van  20,- voor diegene die het eerst de plaats van een neergekomen vliegtuig kwam melden.

Voor zover bekend zijn er in de oorlogsjaren op Rijsbergs grondgebied vier vliegtuigen neergekomen.

1)Op 17 augustus 1940 maakte een Engelse bommenwerper een noodlanding op het Rondgors, gelegen op de Tiggeltseberg.

2)In de zomer van 1943 stortte een Duitse jager neer op een akker van Soffers aan de Bredaseweg.

3)In de zomer van 1943 (augustus ?) stortte een (Engelse ?) jager neer op Breedschot.

4)Op 7 oktober 1944 stortte een Engels vliegtuig neer in de bossen van de Tiggeltseberg op nagenoeg dezelfde plaats als het toestel dat daar op 17 augustus 1940 neerkwam.

17 augustus 1940 op de Tiggeltseberg

Op de zomermorgen van 17 augustus 1940 maakte een tweemotorige Engelse bommenwerper van het type Bristol-Blenheim een nood¬landing in de bossen van de Tiggeltse¬berg.
Aanvankelijk dachten de Duitsers met een "sprengcommando" te doen te hebben. Er werd meteen alarm geslagen en op veel plaatsen onder andere bij de Moerdijkbrug werd extra bewaking inge¬steld. Nog diezelfde dag werd op het gemeentehuis een pamflet gemaakt en verspreid waarin de bevolking bij aantref¬fen van de bemanning verplicht werd aangifte te doen bij de burgemeester.
De bemanning, bestaande uit vijf personen, vluchtte weg van het vliegtuig, maar werd later op de dag gevangen genomen door de Duitsers.
Het neergestorte vliegtuig werd bewaakt door Duitse soldaten want er kwamen, aldus een krantenverslag, enige duizenden nieuwsgierigen naar het toestel kijken.
Het neergekomen toestel maakte deel uit van een convooi be¬staande uit 48 bommenwerpers van een Bomber Command die doelen aanvielen in Duitsland. Aangevallen werden onder andere de Bayri¬sche Flugzeug Werke in Augsburg, een elektriciteits-station in Bohlen, de Carl Zeiss fabrieken in Jena en fabrie¬ken in Wald¬hof en Heldrungen. Ook werden die dag aanvallen uitgevoerd op de vliegvelden van Darmstadt, Langenbrug en Seefeld en een spoorweg-emplacement in Halle.
In totaal werden door het convooi 37 ton aan brand- en bri¬santbommen gegooid. Tijdens deze raid gingen drie vliegtuigen verloren waaronder het toestel dat in Rijsbergen een noodlan¬ding maakte.

Een van de bemanningsleden van het verongelukte toestel van 17 augustus 1940, Whitbey, heeft ons een gedetailleerd verslag van die rampzalige vlucht en de noodlanding op Rijsbergs grondge¬bied nagelaten.
Wij laten deze man aan het woord. Zijn vertaalde verslag luidt als volgt:



"Een overzicht van de ten ondergang gedoemde laatste vlucht van de Whitley V P4955 in de nacht van 16 op 17 augustus 1940.
Ik heb geprobeerd de feiten samen te stellen zoals ze gebeurd zijn door op te schrijven wat ik me er van herin¬ner. (De herinnering eraan is nogal vaag omdat het al zo lang geleden is).
Gegevens uit mijn vluchtboek, van de Duitse Weermacht, uit het Engelse luchtvaartarchief en met de hulp van de Nederlandse Luchtvaarthistorie is het overzicht tot stand gekomen. Zonder de enthousiaste hulp van die instellingen twijfel ik eraan of de legende van G-George aan het licht gekomen zou zijn.

Whitbey
co-piloot en vluchtofficier.

De nacht van 16 op 17 augustus 1940, de Whitley V P4955 was een van de negen vliegtuigen van het 10e squadron Bomber Command, gestationeerd op de RAF basis Leeming in Yorkshire (Engeland).
De opdracht was om de Zeiss fabrieken in Jena bij Leipzig aan te vallen. De vluchtgegevens gaven aan dat de verde¬diging bij het doel minimaal was en dat de Zeissfabrie¬ken, die periscopen vervaardigde voor de Duitse U-boten, aangevallen kon worden vanaf 5000 voet hoogte mits het weer goed was.
De afstand naar Jena lag aan het einde van ons vliegbe¬reik en we zouden een goede navigator nodig hebben om weer veilig op onze thuisbasis terug te kunnen keren.
We vlogen in convooi met de andere Whitley's en met Welling¬tons en Hampdens die andere doelen hadden.
G-George werd gevlogen door de gebruikelijke bemanning die bestond uit:
vluchtofficier Max Nixon (gezagvoerder), vluchtofficier Whit¬bey (co-piloot), sergeant Holmes (radiotelegrafist), sergeant Bradley (navigator) en sergeant Somerville (staartschutter).
Het weer was goed en op de route naar het doel werden geen andere moeilijkheden ondervonden dan het gebruike¬lijke Duitse afweergeschut bij de Friese eilanden en in het Roergebied. Het afweergeschut bij Jena was echter veel zwaarder dan we ver¬wachtten.
Volgens onze vluchtgegevens was er in het gebied bij Jena alleen licht afweergeschut waardoor de afwerphoogte 5000 voet kon zijn.
Om 1 minuut over 12 viel de P4955 de Zeissfabrieken aan vanaf een hoogte van 6000 voet. We werden onmiddellijk gevangen in het schijnsel van zoeklichten en het afweer¬geschut begon intens op ons te vuren. Het lukte ons om te ontsnappen aan het vuur en we besloten om naar 10000 voet te klimmen. Bij het aanvliegen van het doel werden we echter geraakt in de bak¬boordmotor waardoor deze uitviel. Het doel werd gebombardeerd om 0.30 uur en we zetten koers naar huis om 0.35 uur nadat we een SOS uitgezonden hadden met het signaal "doel aangevallen".
De drie daaropvolgende uren werden een nachtmerrie. Vanaf 10000 voet verloren we geleidelijk aan hoogte. De stuur¬boord¬motor draaide op zijn hoogst mogelijke veilige toerental.
We hadden de propeller van de bakboordmotor niet in de "feat¬herstand" gezet zodat hij af en toe nog enige kracht kon leveren.
Na enige tijd bereikten we het Roergebied, we vlogen op 6000 voet en hadden nog een snelheid van 100 knopen waar door de sterke tegenwind nog maar een geschatte grond¬snelheid van 60 knopen van overbleef (ongeveer 110 km/u¬ur).
Gelukkig lag er een dik wolkendek over de omgeving. Niettemin werd de met moeite bovenblijvende Whitley geraakt door gra¬naatscherven en door elkaar geschud door "bijna rakende ont¬ploffende granaten. Max Nixon en ik dachten dat de enige reden dat we geen voltreffer kregen was, dat ons vliegtuig het enige was dat zo langzaam vloog dat het niet geregistreerd kon worden door predic¬toren. (instrument dat de positie van vijan¬delijke vlieg¬tuigen bepaald).
Toen we over het Roergebied vlogen dachten we er over om het vliegtuig per parachute te verlaten. De aanblik van zoveel afweergeschut en de ontploffende granaten deed ons besluiten om in het beschoten vliegtuig te blijven zolang het op één motor wilde blijven vliegen.
Om kwart voor drie kregen we weer af te rekenen met licht afweergeschut. In een poging dit te ontwijken gebruikten we de beschadigde bakboordmotor welke naar alle waar¬schijnlijkheid nog meer beschadigd werd door brandende benzine of olie. We gebruikten parachutes en vliegerjacks om het vuur uit te slaan, maar de vlammen hadden de motor al in hun greep en al onze hoop op een veilige landing op de Engelse kust verdween.
We waren nu een vliegende toorts en op minder dan 100 voet hoogte hadden we geen andere keus dan een ongelukki¬ge landing voordat de vleugel af zou breken of dat het vliegtuig in de lucht zou ontploffen vanwege de nog aanwezige brandstof in de vleugeltanks. We bleven op onze koers naar de Hollandse kust en de monding van de Schelde en hoopten daar een veilige lan¬ding te kunnen maken. Maar spoedig realiseerden we ons dat we daar niet genoeg hoogte meer voor hadden.
Op 100 voet hoogte en met de landingslichten aan konden we zien dat we over een omgeving vlogen met kleine bomen welke de klap op konden vangen bij een buiklanding.
De landing werd keurig uitgevoerd, we schoven nog een eindje door tot we stil lagen tussen bomen van ongeveer 5 á 6 meter hoog. Behalve het vliegtuig, dat schade had opgelopen, bleven we allemaal ongedeerd en we besloten de oude Whitley, die ons vanuit het hart van Duitsland zo dapper naar hier gebracht had, te verlaten. Zo vlug als mogelijk was gingen we op weg naar (zoals we 40 jaar later ontdekten) een klein dorp genaamd Rijsbergen. (We hadden berekend dat we westelijk van Breda waren, dus onze navigatie was goed geweest).
Het vuur greep om zich heen geholpen door de jonge bomen. Door de snelle vlucht vergaten we de alarmhoorn af te zetten die aangaf dat het landingsgestel nog ingetrokken was. Het geluid van de hoorn verscheurde 20 minuten lang de vredige stilte van deze landstreek.
Het bleek dat de P4955 tot aan de noodlanding om 3.24 uur ('s morgens) meer dan zeven uur in de lucht geweest was.
Hoewel we blij waren dat we de laatste drie uur overleefd hadden en we op de grond stonden zonder doden of gewon¬den, bevonden we ons in een lastige positie. We kenden onze exacte positie niet, het hoofddoel was ons zo snel mogelijk te verwijderen van het vliegtuig.
We hadden nog één uur voordat het licht werd en we namen de eerste de beste zandweg die we tegen kwamen. We ver¬borgen onze vliegeruitrusting in een greppel en dekten ze toe met varens.
We liepen zo lang als mogelijk was tot het opkomende daglicht ons dwong om een schuilplaats te zoeken.
We vonden een boerderij op een kruising van zandwegen en vroegen de boer, met behulp van tekens en elementaire taal, of hij ons wilde verbergen. Hij bracht ons naar een schuur waar we ons in het stro verborgen. Binnen een paar uur was de omgeving vol met Duitse soldaten, we zagen dat door de kieren van de schuur. Een paar soldaten met honden kwamen de schuur binnen. Ze staken met hun bajo¬netten in het stro maar ze ontdekten ons gelukkig niet.
Nadat de soldaten verdwenen waren kwam de boer de schuur in en vertelde ons dat als wij daar ontdekt waren hij het risico gelopen had met de dood van hem en zijn gezin. Dat was de gebruikelij¬ke straf voor mensen in bezet gebied die geal¬liee¬erde vliegers trachten te helpen ontsnappen. We besloten dat, ondanks het risico van ontdekking in het daglicht, we niet konden riskeren gevangen genomen te worden terwijl we onder bescher¬ming waren van de lokale Nederlandse bevolking. We verlieten de schuur en gingen dwars over de landerijen en ontweken daarbij de zoekende patrouilles. In een groot bos vonden we tenslotte een schuilplaats en bleven daar de gehele dag.
We waren moe en hongerig op dat uur (17.00 uur op 17 augus¬tus). We wilden uit het bos gaan om te trachten de kust te bereiken, daar een boot te stelen en hopelijk daarmee terug te kunnen keren naar Engeland. We dachten dat het beter was om bij elkaar te blijven dan ons te splitsen omdat dan onze kans op succes groter zou zijn.
Zodra we het bos verlieten bevonden we ons temidden van hon¬derden Duitse soldaten die als het ware uit de grond oprezen.
Met alleen een .45 revolver tegen hun bewapening hadden we geen enkele kans en geen andere keus dan ons over te geven. Aanvankelijk kregen we een ruwe behandeling omdat de Duitsers dachten dat we deel uitmaakten van een inva¬sieleger. Ongeluk¬kig voor de Nederlanders zou dat feit nog meer dan vier jaar op zich laten wachten.
We werden in trucks geladen en na een lange rit door het land en door een verwoest Rotterdam werden we in een gevangeniscel in Amsterdam gestopt. We werden daar een paar dagen vastgehou¬den en ondervraagd. Ik werd op trans¬port gesteld naar Rulag Luft, het eerste van in totaal 15 kampen waar ik verbleven heb.
De ergste kampen waren in Polen, vooral in de winter was het bar wanneer je schoenen aan de grond vastvroren.
Maar aan alle ellende kwam een einde in de lente van 1945 toen ons kamp Westerlinken in Sleeswijk Holstein door de Guards Armoured Division bevrijd werd en ik na vier en een half jaar weer terug kon keren naar huis".
was getekend: co-pilot Whitbey

Zomer 1943 aan de Bredaseweg

In de zomer van 1943 stortte een vliegtuig neer op een akker van Soffers aan de Bredaseweg. Mevrouw Cor Kennis-Bastiaansen van de Stuivezandseweg in Zundert die toen aan de Bredaseweg woonde zegt daarover:
"Op het einde van de oorlog, ik zat in de derde klas, kwam ik op een dag uit school. Plotseling zagen we een brandend vlieg¬tuig naar beneden komen. Het stortte neer op de akker van Soffers aan de Bredaseweg. Ook zagen we een man aan een parachute naar beneden komen. Thuisgeko¬men stonden er allemaal buurtge¬noten bij ons op het erf. Er was een vlieg¬tuig in brand geschoten zeiden ze. De piloot, die er alleen in zat, was er uitge¬sprongen en bij ons op de akker terecht gekomen. Hij was gewond. Buurt¬genoten hebben hem bij ons binnen ge¬bracht. Het was een "Tom¬my" zeiden de mensen, een Amerikaan. Hij vroeg steeds om koffie. Men is hem op komen halen en later vernamen wij dat hij toch was overle¬den."

Het bleek geen "Tommy" te zijn, maar een piloot van een Duitse jager (Stuka ?), die door een Engelse Spitfire naar beneden was gehaald.

Jo Matthijssen herinnerde zich dat gevallen vliegtuig ook:
"Ook in de periode augustus 1943 is er een Duits vlieg¬tuig neergekomen op een perceel aan de Bredaseweg. Het was in de buurt van het huis waar de burgemees¬ter woonde. Dit vliegtuig werd heel snel opge¬ruimd door de Duit¬sers".

Augustus 1943 op Breedschot

Piet Romme, toentertijd wonende aan de Breedschotsestraat vertelde:
"In de tweede helft van de oorlog (augustus 1943 ?) stort¬te op Breedschot op een akker achter de boerderij van de familie Van Alphen-Graumans een (Engels?) jacht¬vliegtuig neer. Het kwam vanuit zuid/westelijke richting in glijvlucht naar beneden en bleek na de landing vrijwel onbeschadigd. Wij waren er zeer vlug bij. Het was een klein vliegtuig. De piloot was er uit gesprongen en was aan zijn parachute neergekomen op een akker in de rich¬ting van de Oekelse heide. Toen de Duitsers bij het vliegtuig kwamen werden wij echter direct wegge¬stuurd. Het gerucht ging dat de piloot gevlucht was maar dat hij nog dezelfde dag gevonden werd, opgepakt is en vervol¬gens afge¬voerd werd naar onbekende bestemming. Wij hebben hem niet gezien. Na een drietal dagen werd het vliegtuig opgeladen en afgevoerd.
Wanneer ik er nu over nadenk vermoed ik dat het een verken¬ningsvliegtuig is geweest van mogelijk zelfs wel Duitse make¬lei. Ik baseer dit op de geheimzinnigdoenerij en misschien ook wel op het gedrag van de Duitsers zelf. Ik heb dit later nooit meer aan mijn vader ge¬vraagd".

7 oktober 1944 op de Tiggeltseberg

Op nagenoeg dezelfde plaats als waar op 17 augustus 1940 een Engelse bommenwerper neerstortte, kwam op 7 oktober 1944 ook een vliegtuig neer.
Het was een Amerikaanse bommenwerper waarbij twee bemannings¬leden het leven verloren. De twee vliegeniers, Shirley Brous¬sard en Raymond Gunn werden op het R.K. kerkhof in Rijsbergen begraven. Later, op 19 februari 1946 werden ze herbegraven en bijgezet op de militaire begraafplaats in Margraten (L). De overige bemanningsleden werden gepakt door de Duitsers en weggevoerd.
Dit neergestorte vliegtuig heeft bij de bevolking wel het meest tot de verbeelding gesproken. De oorlog was in Rijsber¬gen immers voorbij en iedereen probeerde nog een aandenken van dat vliegtuig vast te krijgen. Het werd dan ook binnen een paar dagen geheel gesloopt. Vooral het vliegtuigglas (plexiglas) was erg in trek. De jongemannen maakten er ringen van die zij als cadeau aan hun meisje gaven.

Een van de, vooral jongemannen die op het gevallen vliegtuig afkwamen was Jo Matthijssen. Hij vertelde zijn verhaal:
"De juiste datum weet ik niet meer.
Het zal rond 18.00 uur geweest zijn, toen ik een zwaar geronk van een vliegtuig hoorde waarvan het geluid tel¬kens onder¬broken werd. Een vier¬motorige Amerikaanse bommenwerper met motorpech, waar¬schijn¬lijk aangeschoten, vloog langzaam en heel laag. Hij vloog vanuit het oosten over het huis van Toon van de Berg, richting het westen. Hij raakte de toppen van de bomen aan de Bredaseweg. De motoren vielen toen stil. Alleen nog het gesuis door de windverplaatsing was te horen. Ik dacht: dit gaat niet goed. En op hetzelfde moment hoorde ik de bomen kraken van het bos op de Tiggeltseberg. Hij was geland: een noodlanding. De andere dag ben ik nieuwsgierig gaan kij¬ken. En ik was niet de enige. Vele mensen uit de omgeving waren bezig om het vlieg¬tuig te slo¬pen. Boeren uit de omgeving namen de banden mee. Anderen waren bezig met het slopen van het plexiglas, het zogenaamde on¬breekbare glas, want dit bestond bij ons nog niet.
Mij interesseerde het meest de radiozendapparatuur die er in zat en alles wat met elektronica te maken had. Ik heb dan ook het grootste gedeelte van de radiozendinstallatie eruit ge¬haald en meegenomen. Verschillende delen heb ik nu nog in mijn bezit. Er was echter een probleem. De vol¬gende dag kwamen de Duitsers de boel onderzoeken.
Er werden toen plakkaten opgehangen in het dorp, onder andere bij het gemeentehuis waarop stond dat alle onder¬delen van het vlieg¬tuig bij het gemeentehuis moesten worden ingeleverd. Op het vinden van niet ingeleverde delen stond de doodstraf. Voor mijn gevoel kon ik hier niet aan voldoen, ik heb dan ook alles goed ver¬stopt en tot op heden nog steeds in mijn bezit.
Of er doden of gewonden waren bij het neerstorten van het vliegtuig weet ik niet. Maar omdat het vliegtuig weinig beschadigd was, vermoed ik dat de bemanning is kunnen vluchten. (Er bleken twee doden te zijn; redactie.)

Annemarie van Geloven bhic zei op 8 november 2012 om 10:31 uur

Dat moet toch wel een enorme indruk op u als 7-jarig jongetje gemaakt hebben! Dank voor uw reactie.

Toon Roks Rijsbergen zei op 7 november 2012 om 19:30 uur

Neergestort vliegtuig op 17 Oct.1944,op die dag was ik bij mijn grootouders op de boerderij in de smokstraat te rijsbergen,ik was toen 7 jaar.ben toen met een oom van mij nog gaan kijken naar het neergestorte vliegtuig op een oude gammele fiets.
We waren redelijk vlug op de plaats aanwezig,en ik zie nog de omgekomen bemannings leden liggen die men snel met wat beschikbare materiaal onder gestopt had.