i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Loon op Zand
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Loon op Zand

vertelde op 20 april 2009 om 09:03 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Loon op Zand te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Loon op Zand

Den 30sten Juli 1896 bezocht ik de gemeente Loon op Zand. Aan het station te Waalwijk liet ik mij met een rijtuig van den rijtuigverhuurder F. van Baal aldaar afhalen. Omstreeks 10 uur kwam ik aan het gemeentehuis te Kaatsheuvel, alwaar ik door den burgemeester met diens beide wethouders ontvangen werd. De wethouder Cools woont te Loon op Zand, de andere (Teurlings) dicht bij het Tweede Zandschestraatje.

Op mijne audientie verschenen de pastoor van Kaatsheuvel en die van St. Joachimmoer (een zoon van den burgemeester van Waspik); verder de rijksontvanger (Van Beringen), en de directeur van het Post- en Telegraafkantoor (Zwang). Bijzondere klachten of wenschen werden niet vernomen. Ik maakte onder vier oogen den secretaris (Anten) een paar opmerkingen over zijne slordige administratie.

De burgemeester – een oud man – schijnt weinig invloed op hem te hebben. Vooral in het gemeenteverslag kwamen opmerkelijke onjuistheden voor, waarop ik hem attent maakte. Het viel mij op, dat de overgordijnen op de secretarie vol gaten en scheuren zaten. Er zijn twee harmoniën te Kaatsheuvel; beiden kwamen eene serenade brengen, terwijl ik audiëntie gaf; de muziek was hinderlijk genoeg.

Kaatsheuvel is een groot arm dorp, vooral bewoond door schoenmakers; voor dezen wordt de strijd om het bestaan hoe langer hoe zwaarder; het gaat hun als de handwevers; zij worden verdrongen door de fabrieken. Van Kaatsheuvel reed ik over Loon op Zand, langs het kasteel van Jhr. Verheijen naar Udenhout. De weg voert door een armoedige streek, veelal heide of slechte mastbosschen. Naar ik vernam werden te Westloon door een Tilburgschen fabrikant een achttal boerderijen afgebroken en de gronden met mast bezet; de boeren waren geheel onmachtig om te betalen; en waren misschien wel 7 tot 8 jaar pacht ten achteren. Zóó moet de algemeene toestand zijn van de boeren onder Loon op Zand.

De administratie van den secretaris, zoowel als die van den ontvanger vertoonde, blijkens het deswege door Klasens uitgebrachte verslag, eenige leemten; schriftelijk vestigde ik hierop later de aandacht van het gemeentebestuur.

Loon-op-Zand, drankje bij herberg De Leeuw (Tilburg), 1915 (RAT, 12083)Drankje bij herberg De Leeuw (Tilburg), 1915 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Den 5den October 1900 kwam ik weer in de gemeente. Het bleek mij, dat de burgemeester geheel afgeleefd en versleten is; als ik hem vragen stelde, dan kreeg ik steeds ten antwoord, dat hij het niet wist, ofwel, als er verkeerde toestanden waren, op welke ik hem attent maakte (bijv. het verkeerde en zelfs nietwaardige gedrag van zijne veldwachters) dan verklaarde hij eerst, dat hij niet wist, dat zijne veldwachters niets deden dan in de kroeg zitten, zoo zelfs, dat zij op vaste uren vast naar bepaalde herbergen gingen, zóó geregeld, dat men aan de veldwachters kon weten, hoe laat het was; dat zij vast ’s ochtends om 11.30 eindigden bij “Jan Pap”, waarna zij naar huis gingen, en dan maar tehuis bleven.

De burgemeester beweerde, dat hij niet in de herbergen kwam, en het dus niet wist; waarop ik hem te verstaan gaf, dat hij, als hoofd der politie, het moest weten; dat zulks zijn plicht was. Op mijn vraag waaraan in de gemeente die vreeselijke sterfte moest worden toegeschreven, in 1899 217 overledenen tegen 293 geboorten, verklaarden B. en W. dat hun dat nooit was opgevallen, en dat zij er ook geen reden voor konden aangeven.

In hoeverre de bevolkingsregisters klopten met de resultaten van de volkstelling wist men niet. Volgens B. en W. komen bij de Protestanten bijna uitsluitend gedwongen huwelijken voor, zeker in 7 van de tien gevallen; bij de Roomschen was het eene groote uitzondering. Men schatte de onwettige geboorten op ± 1½%.

Bij de raadsverkiezingen wordt veel gewerkt met drank; op mijne audientie sprak Van der Meyden, de directeur van het postkantoor, daar schande van; hij had successievelijk in vele plaatsen van ons land gediend; maar zoo’n bacchanalenboel, als bij de raadsverkiezing te Kaatsheuvel, had hij nog niet bijgewoond. Toen ik B. en W. later daarnaar vroeg, erkenden zij de waarheid van dat koopen van stemmen voor drank. Op mijn vraag, of de gekozenen dan wel den zuiveringseed konden doen, bleef men het antwoord schuldig; evenzoo op mijn vraag, of het niet mogelijk zou zijn, om bij eene stemming alle herbergen te sluiten.

Notaris Mulié, die mij zijne opwachting kwam maken, deelde mij mede, dat hij zich moeite gaf, om een harden weg te krijgen naar Dongen; dat zou niet alleen voor Kaatsheuvel van belang zijn, maar voor de heele Langstraat, omdat de schoenmakers uit Waalwijk enz. dan gemakkelijk het leer konden bekomen van de leerlooiers uit Dongen; dan zou er vermoedelijk ook een tram langs kunnen komen, terwijl de parochie St. Joachimmoer dan tevens een harden weg kreeg. Toen ik later B. en W. naar deze plannen vroeg, deelden zij mij mede, dat er werkelijk een request bij den Raad was gekomen; dat de Raad die plannen goed gezind was; dat Kaatsheuvel inlichtingen gevraagd had aan Dongen, en dat ook Dongen de zaak genegen bleek; men had dus wel hoop, den harden weg te zullen zien tot stand komen.

Volgens het gemeenteverslag werd in 1835 op last van G.S. een inventaris van de archieven opgemaakt; toen ik vroeg, dien inventaris eens te mogen zien werd mij geantwoord, dat die er niet was, en dat men hem nooit gezien had! Toen ik klaagde over den slechten toestand van den keiweg van Molenhout naar Loon op Zand, werd mij geantwoord, dat die weg juist in orde was gebracht, geheel ten genoege van den provincialen opzichter; er zou juist gedurende drie achtereenvolgende jaren jaarlijks f. 2.500 aan verwerkt zijn.

Loon-op-zand,-Kaart-van-Hattinga, 1756 (RAT, 056628)Kaart van Hattinga van Loon op Zand, 1756 (foto: / collectie Regionaal Archief Tilburg)

De waterleidingen moeten wel geschouwd worden, gezamenlijk door B. en W., maar in werkelijkheid gebeurt dat niet. De burgemeester en de wethouder Teurlings schouwen de waterleidingen in Kaatsheuvel; daar worden de leidingen gewoonlijk vrij goed geveegd, en loopt het gewoonlijk nogal zonder proces-verbaal af; met een herschouw is daar de zaak gewoonlijk in orde. In Loon echter worden de leidingen geschouwd door den wethouder Cools; deze weet echter in de heide geen weg, en kent de verschillende perceelen niet uit elkaar; daar komt dus van het heele schouw voeren absoluut niets terecht.

Op mijne audientie verscheen A. van Roessel; hij klaagde over schade door konijnen; de burgemeester en de wethouder Cools hadden met eigen oogen gezien hoeveel konijnen er wel bij hem waren. Bij onderzoek bleek mij later, dat de burgemeester mij daarvan niets gerapporteerd had; ik voldeed toen aan den wensch van v. Roessel.

De arts E.F. Romeling kwam met bittere klachten tegen het bestuur; hij was vroeger gemeentedoctor, maar werd er als zoodanig uitgewerkt, omdat hij Protestant was. Dit was het werk van pastoor De Bont; deze 62-jarige priester, uit Waspik afkomstig, regeerde volgens Dr. Romeling de gemeente. (Eenige dagen na mijn bezoek aan de gemeente overleed pastoor De Bont).

Volgens Dr. Romeling deugde er niets van het heele gemeentebestuur; de burgemeester was oud, zwak en versleten; wethouder Teurlings maakt misbruik van drank en werd deswege in den laatsten tijd zelfs tweemaal bekeurd; wethouder Cools was voortdurend dronken. Agent van politie Meurs, een oud-wachtmeester van de huzaren, is een echte dronkaard; de andere agent, De Rooi, drinkt ook veel te veel; ’s ochtends gaan ze samen van kroeg tot kroeg, en arriveeren om 11.30 bij Jan van Hoven (Jan Pap). Bij stemmingen voor den raad zijn feitelijk de kasteleins baas, en wordt schandelijk misbruik van drank gemaakt.

Van een dergelijk gemeentebestuur is feitelijk alles te wachten; dat had hij ondervonden: in den raad waren twee hoeren, althans zeer slecht bekend staande vrouwen, komen getuigen over feiten, die ze voor zes jaren ten nadeele van Dr. Romeling hadden hooren zeggen; en op zulk een getuigenis had de Raad hem stante pede ontslagen als gemeentedoctor. Daarover beklaagde hij zich bij mij; hij wenschte, dat bedoeld raadsbesluit zou worden gewijzigd, en hem alsnog eervol ontslag werd verleend; hij vroeg, hoe hij daartoe zou kunnen geraken. Ik zeide hem, dat ik daar geen middel op wist; dat er wellicht spoedig een andere burgemeester zou komen, en dat die wellicht den Raad daartoe zou kunnen brengen; want andere dan zedelijke middelen konden in deze niet baten.

Tenslotte gaf ik nog audientie aan het raadslid Van Ghert; hij verdedigt Dr. Romeling, klaagt er over, dat de Raad dien doctor onbillijk behandelde, door hem zoomaar weg te jagen. Verder klaagde hij er over, dat de gemeente jaarlijks eene subsidie van f. 3.000 aan het burgerlijk armbestuur gaf, terwijl men niet wist, wat er met dat geld gebeurde; de Raad kreeg nooit eene rekening of eene begrooting van het armbestuur te zien; voorzitter van het armbestuur was het raadslid Franc. Dalluz, het groote werktuig in handen van Pastoor De Bont. Van B. en W. vernam ik later, dat de Raad werkelijk tot nu toe onkundig bleef van de handelingen van het armbestuur, en de grief van v. Ghert dus juist was.

Mijne audientie had vrij lang geduurd; het was middelerwijl donker geworden; licht kon men in de Raadszaal niet verschaffen; er waren blijkbaar geen lampen. Ik kon met B. en W. dientengevolge het gemeenteverslag niet verder behandelen. Met B. en W. nogmaals over de groote sterfte sprekende, in 1899 twintig levenloos aangegevenen en 215 dooden, vernam ik, dat er van die 215 dooden 84 kinderen beneden het jaar waren; een andere reden dan armoede, en zwakte der ouders – schoenmakers – wist men niet aan te geven. Men noemde het schoenmakersbedrijf een ongezond ambacht.

Den 26 Mei 1904 kwam ik, na te Baardwijk en te Besoyen te zijn geweest, weer in de gemeente Loon op Zand. Volgens B. en W. gaat de moraliteit van de bevolking achteruit, en zijn er jaarlijks o.a. 30% gedwongen huwelijken. De bevolking is niet in een bond vereenigd, maar velen zijn, zonder het te weten, socialist in hun hart. Tijdens de spoorwegstaking in 1903 waren er meermalen socialistische lezingen in het naburige Protestantsche Sprang in het lokaal bij Hofman; in Kaatsheuvel – dat Roomsch is – durfden de sprekers niet te komen. De socialistische sprekers, Roosje, Vos, Troelstra werden dan aan het station te Waalwijk afgehaald door den onderwijzer de Bye uit Kaatsheuvel. Ook het verdere onderwijzend personeel deugt niet; B. en W. klagen daar bitter over.

Bij raadsverkiezingen spant het dikwijls nog erg. In 1903 werd het raadslid Van Ghert, verdacht van verkeerde liefhebberijen, uitgeworpen; dat ging niet zonder zwaren strijd, omdat de openbare onderwijzers sterk voor Van Ghert ijverden. Men hoopt toestemming van Gedep. Stat. te krijgen op een raadsbesluit, waarbij – om een brigade marechaussee te krijgen – voor het Rijk kosteloos eene marechausseekazerne wordt gebouwd.

Gemeente nam voor f. 4.000 eene acetyleengasfabriek over, welke aan den faillieten eigenaar, dominee Kaptein, f.28.000 had gekost. Kaptein was aanvankelijk de geldschieter van Bruynis, die achtereenvolgens eene acetyleengasfabriek oprichtte te Besoyen en te Kaatsheuvel, en concessionaris werd voor den aanleg eener telefoon te Roosendaal en te Assen; toen Kaptein door Bruynis bedrogen werd, verwijderde hij deze uit de zaken, maar ging toen kort daarna zelf failliet.

Ook nu weer konden B. en W. mij den inventaris van het archief dd 1835 niet vertoonen. Ik heb den Heeren opgedragen, deswege nog een opzettelijk onderzoek in te stellen, en mij dan te berichten. In 1856 kocht de gemeente den tiend voor f. 92.000; de deswege gesloten leening is nog niet geheel afgelost. De tiend brengt jaarlijks van f. 4.000 tot f. 4.500 op. B. en W. sterk aangeraden, om het onderhoud der waterleidingen ten laste van de gemeente te brengen; de Heeren hadden daar wel ooren naar.

Quaestie Dr. Romeling is nu geheel uit, sinds dat deze de gemeente verlaten heeft. Er zijn thans twee doctoren, nl. Dr. De Bolk en Dr. Ruding; de eerste werd er door pastoor De Bont ingehaald, om Romeling eruit te werken; de menschen werden gedwongen om naar De Bolk te gaan. Nu Dr. Ruding in de gemeente is, neemt de praktijk van De Bolk sterk af. De Bolk is gemeentedoctor op een salaris van f. 1.400, maar moet op zijn kosten in de verloskundige hulp voorzien door aanstelling van eene vroedvrouw van f. 600.

Broodsgebrek wordt in de gemeente niet geleden. Een parochiaal armbestuur is er niet; Elisabethsvereeniging en Vincentius doen zeer veel; zonder deze twee was toestand in gemeente onhoudbaar. Het algemeen armbestuur heeft bijna geen eigen inkomsten; van de gemeente krijgt het eene subsidie van f. 3.500.

056412 - Lederindustrie. Van Dortmond-Pennock (hofleverancier), Kaatsheuvel. Export luxe schoeisel in het fijnere kinder- dames en heerenwerk. 1875Van Dortmond-Pennock (hofleverancier), Kaatsheuvel: export luxe schoeisel in het fijnere kinder- dames en heerenwerk. 1875 (foto: J.K. Heeren. Noord-Brabants nijverheid in beeld/ collectie Regionaal Archief Tilburg)

De tentoonstelling 1903 te Waalwijk leverde groot voordeel op voor de schoenenindustrie; de schoenfabrikanten zijn niet in staat alle orders uit te voeren. Het handwerk is zoo goed als gedaan; in de laatste jaren werden door de voornaamste schoenfabrikanten – Van Boxtel, Van Dortmund, Van Beurden, Zacht, en Van den Hoven - hunne inrichtingen omgebouwd in stoomschoenfabrieken. Sommigen hebben nog een enkelen tehuis werken; de meesten echter niet. Er wordt bitter geklaagd over de gedwongen winkelnering.

Den 1 Mei 1908 kwam ik weer in Loon op Zand. De inventaris van het oud archief is nog zoek en zal wel niet meer terug gevonden worden. Er wordt bij raadsverkiezingen nog sterk met drank gewerkt; de wethouder Verster wilde daaraan niet meedoen, en kwam slechts met groote moeite in den Raad. B. en W. zullen nu aan den Raad voorstellen, om de herbergen tijdens verkiezingen te sluiten.

De weg Dongen-Moer-Loon-Udenhout kost veel aan onderhoud; veel stuifzand en daardoor veel verzakkingen. Onder Loon op Zand beplant (winter 1907/08) met 600 iepen en 600 beuken; dat zal – naar men hoopt – het verstuiven wat tegengaan. Waterleidingen worden thans door gemeente geveegd; dat kost f. 300 per jaar; ze zijn nu goed in orde.

Veldwachters maken thans geen misbruik meer van drank; de ergste – Van Meurs – is dood; niet vervangen, omdat er marechaussee gekomen zijn; de andere veldwachter gedraagt zich thans uitstekend.

De menschen gaan ’s Zondags nog naar de Mis, en houden ook nog Paschen. Gedwongen huwelijken komen bij de Katholieken weinig voor; bij de Protestanten is het vrijwel regel, o.a. het raadslid Rijken, zoowel bij diens eerste als bij diens tweede huwelijk; evenzoo de zuster van den bekenden (den rijken) Pieter Vemeulen.

Dr. De Bolk nog gemeentegeneesheer voor f. 1.400; betaalt eene vroedvrouw te Kaatsheuvel van f. 600. Dr. Ruding heeft minder te doen. Gemeentevroedvrouw te Loon op Zand voor f. 400. Kindersterfte neemt sterk af, maar is toch nog veel te groot, vooral door onvoldoende zorg der moeders; de geestelijkheid tracht daartegen te waken.

Dr. Romeling, thans geneesheer te IJmuiden, schijnt toch niet zuiver te zijn geweest; hij is gescheiden van zijn vrouw, en hertrouwd met eene verpleegster, die reeds in Kaatsheuvel een pr jaren lang bij hem aan huis was, en die zoowel overdag als ’s nachts veel met hem uitreed. Daarom was de geestelijkheid zoo tegen hem.

Schoenmaker aan het werk, 1924 (55605)Schoenmaker aan het werk, 1924 (foto: uit Langs de Hilverboorden/ collectie Regionaal Archief Tilburg)

Socialisme schijnt gedaan; onderwijzer De Bie is naar Indie gegaan. De handwerkschoenmakers gaan langzamerhand naar de nieuw opgerichte schoenfabrieken; er zullen ± 40% van het totaal getal thans op de fabrieken werken; ze worden daar ongelijk veel beter betaald; verdienen ± f. 9 per week. Gedwongen winkelnering vermindert sterk; de groote fabrikanten hebben den winkel gesloten; kleinere werkgevers hebben nog een winkel, maar kunnen geen groot misbruik meer maken, omdat de arbeidersbonden en -vereenigingen thans den toestand vrijwel beheerschen. Het is op het oogenblik geen goeden tijd voor de schoenindustrie: de zolders en pakhuizen zitten vol en er is geen vraag.

Met B. en W. de acetyleengasfabriek gaan kijken; het is eene kleine installatie die goed schijnt te voldoen. In 1907 hield de gemeente er f. 800 aan over + de straatverlichting, waarvan de kosten op f. 1.000 geschat werden.

Den 26 April 1912 kwam ik weer in Loon op Zand. Tevoren was ik in Waalwijk geweest en in Sprang, terwijl ik den tocht maakte vanuit ’s Hertogenbosch. Er wordt in Loon veel armoede geleden, maar toch niet meer zoo erg als vroeger; de loonen zijn gestegen; een tehuiswerker verdient thans ± f. 8,50, eene fabriekswerker f. 10,-. Er zullen thans 500 tehuiswerkers zijn en 800 fabriekswerkers. Het onpartijdige rapport Staalman heeft veel bijgedragen tot bestrijding van de gedwongen winkelnering; deze is thans niet meer zoo  drukkend als vroeger, maar bestaat toch nog altijd.

De woningen zijn ellendig; voor korten tijd werd de Kaatsheuvelsche bouwvereeniging opgericht, met de bedoeling een dertigtal arbeiderswoningen te bouwen; voorzitter de burgemeester. De fabrieken werken druk; er worden steeds meer schoenfabrieken opgericht; toch is de toestand zeer ongezond, want geen van die fabrikanten heeft eenig kapitaal; zij huren van Duitsche huizen de benoodigde machines en betalen daarvoor naar gelang van het aantal paar schoenen, dat de machines afleveren; één fabriek betaalde in 1911 voor de machines f. 2.502,12 aan huur. Bij eenigszins langdurige tegenslag of malaise in het vak moeten die fabrieken wel vallen.

Het spant nog erg bij Raadsverkiezingen: Kaatsheuvel tegen Loon op Zand; of wel de boeren tegen de burgers; drank speelt echter geen rol meer; tijdens de verkiezing zijn de kroegen gesloten.

Steenkolengasfabriek is bijna klaar; het is erg jammer, dat daarbij zoo gedreven is omtrent de plaats waar die moest komen; Van Mierlo, directeur gasfabriek Tilburg en adviseur van Loon op Zand had zich nog op dezen eigen dag uitgelaten, dat het zoo jammer was, dat fabriek niet gebouwd was volgens de oorspronkelijke plannen, aan de tramhalte op den provincialen weg tusschen Kaatsheuvel en Loon op Zand; daar was de aangewezen plaats, daar had zij moeten staan.

Er wordt bij dergelijke zaken sterk gedreven, door de Heeren van de societeit, nl. de beide doctoren, eenige groote fabrikanten enz. Men is wel niet der zake kundig, maar men praat en agiteert en maakt stemming, veelal tegen de voorstellen van B. en W. in.

056482 - Hoofdstraat met gemeentehuis, Kaatsheuvel, 1917Hoofdstraat met gemeentehuis, Kaatsheuvel, 1917 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

Den 31 Juli 1917 kwam ik weer in de gemeente; later bezocht ik nog Sprang en Waalwijk. Het gaat algemeen goed in de gemeente; fabrikanten maken goede zaken; het werkvolk verdient hooge loonen. Geen gedwongen winkelnering. Bij raadsverkiezingen geen heftige strijd.

Twee arbeiders zijn lid van den Raad; zijn als zoodanig niet lastig; vooral Roestenberg (propagandist) wordt door burgemeester zeer geprezen; geeft zich veel moeite en is geen drijver. Groot gebrek aan arbeiderswoningen; door bouwvereeniging werden er 10 gebouwd in Loon; huur f. 1,75; en 20 in Kaatsheuvel, huur f. 2,25. Men verlangt zeer naar elektriciteit. Gasfabriek gaat goed; gaf, na ruime afschrijving, in 1916 een winst van f. 5.000. Men zou zeer gaarne zien, dat bij de aanhangige locaalspoorwegplannen er een lijntje gebouwd werd Dongen-Kaatsheuvel-Sprang-Waalwijk.

Den 4den Mei 1921 kwam ik weer in Loon op Zand en in Waalwijk. De woningnood is hier groot geweest, maar is thans vrijwel overwonnen; de gemeente bouwde 120 arbeiderswoningen in Kaatsheuvel, 54 in Loon en 10 in Berkdijk, terwijl thans nog 7 aanvragen om Rijkssubsidie in de kosten van den bouw van middenstandswoningen loopende zijn.

De finantiën van de gemeente zijn zorgwekkend; verleden jaar f. 90.000 hoofd. omslag, = 5%; dit jaar f. 120.000 = 8%! Bovendien zal de invoering van de nieuwe onderwijswet aan de gemeente 3 ton voor schoolbouw kosten. Straten en trottoirs zijn vrij goed in orde; de rioleering eveneens; het rioolwater gaat naar de Dreef; om dat water daar te mogen afvoeren, betaalt gemeente jaarlijks f. 100 aan ’s Gravenmoer.

Het marktwezen is niet van beteekenis. De gasfabriek gaat vrij goed; netto winst f. 9.000 in 1920. Sinds 1914 heeft Loon electrisch licht; sinds enkele maanden Kaatsheuvel. Gemeente sloot aan bij de waterleiding West Brabant; men verwacht, dat zulks aan de gemeente niets zal kosten. Voor de locaalspoorwegplannen loopt men niet warm; aan eene verbinding met Dongen heeft men niets. De tramverbinding met Waalwijk is voor de behoefte zeer voldoende.

De patriarchale verhouding tusschen patroon en werkman is weg. Maar toch laten de verhoudingen niet te wenschen over. Bij quaesties van loonregeling is er wrijving, maar dan gaat het organisatie tegen organisatie, nooit individu tegen individu. De industrieelen hebben vrij veel geld verdiend en werden daardoor kapitaalkrachtig; dat het hen goed ging was louter eene quaestie van geluk. De fabrikanten hebben geen kennis van zaken; zij kunnen zelfs niet boekhouden, zoo dat de meesten niet weten hoe hunne zaken staan.

Als de fabrikantenzoon de lagere school heeft afgeloopen gaat hij gewoonlijk naar het Klein Seminarie, in de hoop, dat er een priester uit zal groeien; verreweg de meesten komen weer terug; dan komen ze bij vader – die zelf niet op de hoogte is – in de zaak; loopen veel rond; hebben veel praats; drinken veel potten bier; en volgen vader later in de zaak op.

Van de uitstekende gelegenheid, om het schoenmakers- of het looiersbedrijf op de vakschool te Waalwijk á fond te leeren, wordt door de fabrikanten geen gebruik gemaakt. De betere arbeiders trachten zich wél in hun vak te bekwamen; 20 hunner volgen den avondcursus aan gezegde vakschool.

De huisindustrie was heelemaal gedaan; op het moment hebben van de betere arbeiders zich minstens een vijftigtal als kleine baas gevestigd; vooral de elektriciteit is voor hen een grooten steun, omdat ze met een klein motortje kunnen werken. Die klein-industrie is met matige winst tevreden. Zij werkt daardoor als het ware prijsregelend, en voorkomt, dat de groot-industrie onmatige winsten maakt.

078895 - Raadhuis en Hotel, Kaatsheuvel. 1925Raadhuis en Hotel, Kaatsheuvel, 1925 (foto: collectie Regionaal Archief Tilburg)

In Kaatsheuvel werd een kerk gebouwd van f. 225.000. Daarmede was het geld op; fondsen voor een patronaatsgebouw bijv. zijn er niet. In de kerk is een Broederschap van de H. Familie. Voor de ouderen wordt dus wel wat gedaan; voor de jongeren echter niets. Het is bedroevend, zoo onwetend als de jongeren zijn; vanaf de catechismus bemoeit zich niemand met hen. Vanaf de lagere school gaan de kinderen direct naar de fabriek. Als de meisjes trouwen kennen ze niets: ze kunnen niet koken, wasschen, naaien, stoppen. In de werkmansgezinnen leeft men vooral van brood en pap; de kleeren worden buitenshuis door een naaister versteld.

Er is groote behoefte aan een huishoudschool, maar men ziet geen kans, er eene op te richten. Er zijn zusters, maar die hebben “slot” en kunnen zich er niet mede bemoeien. Er zijn nog bijna geen socialisten; maar wanneer de socialisten in Kaatsheuvel eene ernstige propaganda beginnen, zal hun succes zeer groot zijn; de menschen zijn verbazend onwetend, en hebben geen tegenwicht tegen de socialistische leer. De geestelijkheid raast vanaf de preekstoel, maar bemoeit zich verder heel niet met de menschen. In den laatsten tijd werd eene socialistische afdeeling opgericht in Waalwijk-Besoyen, met op het moment ± 100 leden.

Van de 13 raadsleden zijn er 7 arbeider; wethouder Roestenberg – een gematigd man – is vrijgestelde.

Den 14 Juni 1924 kwam ik weer in Loon op Zand. Woningnood bestaat er niet meer. Met Rijkspremie werden er een pr middenstandswoningen gebouwd. Bij de laatste Raadsverkiezing werden 6 nieuwe Raadsleden gekozen; er zitten thans 5 arbeiders in den Raad. De beide wethouders werden uitgeworpen. Loon op Zand heeft thans geen wethouder meer. Van de twee nieuwe wethouders zweeg De Wijs meestentijds; de andere – Van Beurden – voerde een hoogen toon; hij kon mij maar matig bevallen.

Partijschappen zijn er niet; als er in de industrie moeielijkheden voorkomen, dan worden die door de besturen van de organisaties behandeld; het wordt nooit een strijd van persoon tegen persoon. Behalve een enkele onder de Protestanten aan den Loonschen Dijk zijn er geen socialisten in de gemeente.

Het werkelijk inkomen van de ingezetenen bedroeg in 1922 f. 3.259.230; belastbaar was f. 1.972.030. Toch zijn de finanties van de gemeente niet slecht, als de industrie maar redelijk marcheert. De rechterlijke uitspraak in zake de navordering inkomstenbelasting laat nog steeds op zich wachten. Hoewel de gemeente bij de Rechtbank in het ongelijk werd gesteld, heeft men alle hoop op een gunstigen afloop van het proces.

PNB001040888 - Kasteel. Gebouwd in 1777. Verbouwing 1950.Het kasteel van Loon op Zand. Gebouwd in 1777, verbouwd in 1950. Foto uit 1990 (foto: collectie BHIC)

Het nieuwe Raadhuis is thans in gebruik gesteld; het ziet er heel goed uit, hoewel er voor geen cent luxe in verwerkt is. In de brandvrije archiefkamer is het archief goed geordend opgesteld door v.d. Hammen uit Besoyen; hij moet het nog beschrijven, waaraan hij vermoedelijk spoedig zal beginnen. Mooi oud archief is er niet; dat is in handen van de familie Verheyen, en ligt ongeordend in kisten en kasten op den zolder van het kasteel te Loon op Zand.

Het Electriciteitsbedrijf dekt zich; over 1923 gaf Kaatsheuvel een winst van f. 1.298. Loon op Zand een verlies van f. 209. De gasfabriek gaf een winst van f. 5.880. Men hoopt dat de Waterleiding Mij. West Brabant in het najaar water zal leveren; de prise d’eau te Oosterhout is nog niet geheel gereed. Wanneer die in werking is, dan kan de brandweer behoorlijk georganiseerd worden.

Het Klein Seminarie voor de vocations tardives van de Hollandsche Paters te Grave trekt sterk; er zijn wel 100 leerlingen; kostgeld f. 150. Er worden blijkbaar groote giften gedaan, want het seminarie wordt voortdurend sterk uitgebouwd.

De industrie gaat weer goed; de werkeloosheid is gelukkig gedaan; in 1923 bleef deswege ten koste van de gemeente een bedrag van f. 41.779, na aftrek van alle subsidies van de Regeering. Er zijn 84 kleine baasjes schoenmaker; de meesten hunner, zeker 90%, zijn gedoemd op den duur als zoodanig te verdwijnen. Er is thans een patronaatsgebouw in aanbouw; gelukkig, het was er zeer hard noodig. Voor de jeugd werd tot nu toe veel te weinig gedaan. Ook aan eene huishoudschool is groote behoefte; daarvoor is helaas geen geld te vinden.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: