i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Oijen en Teeffelen
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Oijen en Teeffelen

vertelde op 20 april 2009 om 09:06 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Oijen en Teeffelen te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Oijen en Teeffelen

Den elfden Augustus 1800 zesennegentig bezocht ik de gemeente Oijen; van Megen komende volgde ik den Maasdijk en vond ik op de grens van de gemeente den burgemeester van Oijen. Hij reed vooruit in zijn rijtuig en begeleidde mij naar het raadhuis. Daar vond ik de wethouders Van Teeffelen en De Werd. Laatstgenoemde is rentmeester voor de familie Smits van Oijen.

De burgemeester was zoo zenuwachtig, dat het bijna onmogelijk was om met hem te praten; de wethouders waren geen ongeschikte menschen, vooral Van Teeffelen scheen geschikt.

Op mijne audiëntie verscheen de pastoor van Teeffelen (die van Oijen was uit); de predikant Van Woudenberg Hamstra vroeg twee zaken: 1e of er niets aan te doen zou zijn, dat de Beersche Maas iets vroeger dan 15 Maart gesloten werd; dan kon het water geregeld afvloeien, en had men bijv. niet noodig de “Groenendijk” door militairen te laten bewaken, omdat er dan geen water meer zijn zou; door overal den datum op 15 Maart te stellen, zoowel boven als onder in Noord-Brabant, had men noodwendig waterbezwaar, omdat het water van bovenonder niet meer weg kon; sloot men boven iets vroeger, dan vloeide het water regelmatig weg;

2e zou er bezwaar tegen bestaan, dat er eene monster-petitie op touw werd gezet, om van de Regeering gedaan te krijgen, dat deze het Groot Waterschap ontsloeg van deszelfs verplichting om 2 millioen bij te dragen voor de Maasmondwerken, nu de Regeering hare verplichting niet nakwam om de Heerenwaardsche overlaten te verhoogen tot bandijkshoogte? Ik zeide hem, dat hij gerust zijn gang kon gaan.

Het schijnt, dat Oijen een vette plaats is voor een dominee; Van Woudenberg Hamstra heeft daar slechts 60 protestanten te verzorgen, en leeft daar reeds 20 jaar. Hij moet bestaan van ± 27 H.A. grond, welke hij gedeeltelijk zelf beboert. Een boer – Van Erp – kwam vragen hoe hij zou kunnen geraken tot de oprichting van afdeeling van den Boerenbond; ik verwees hem naar Thijssen van den “Noord-Brabanter”.

Kasteel (later boerderij) van Oijen, 1908 (Collectie Stadsarchief Oss)Kasteel (later boerderij) van Oijen, 1908 (Collectie Stadsarchief Oss)

De familie Smits van Oijen heeft hier uitgestrekte goederen liggen; van den binnenpolder van Oijen behoort 1/3 deel = ± 150 H.A. aan die familie; van de Uijterwaarden het grootste deel, zeker een goede honderdvijftig H.A. Het kasteel Oijen, dat ook aan Smits hoort, is afgebroken en tot boerderij ingericht. Eens in het jaar komt de Heer Smits te Oijen; hij komt en gaat dan op denzelfden dag, en neemt zijn tijdelijken intrek bij den pastoor.

Van Oijen reed ik des avonds over Teeffelen naar Oss; te Teeffelen had men mij niet verwacht; er was geen enkele vlag; de menschen hadden hunne vlaggen geleend aan de bewoners van Oijen. Het dagelijksch bestuur van Oijen reed in een rijtuig tot Teeffelen voor mij uit; daar zond ik de Heeren weg. De administratie ter secretarie liet te wenschen over; zoo waren er sinds 1870 geen notulen van Burg. en Weth. gehouden. Schriftelijk maakte ik dienaangaande eenige opmerkingen aan het gemeentebestuur.

Den 7den. September 1900 kwam ik weer in Oijen. Van B. en W. vernam ik, dat het de armenklasse nogal goed ging, doordat de familie Smits van Oijen nogal liet werken, in 1900 werden er zes nieuwe kribben in de Maas gemaakt; in 1901 zouden er nog twee worden gelegd, terwijl twee anderen alsdan verlengd zouden worden. Daardoor was het mogelijk geweest dat al het volk te Oijen bleef, en dat er niemand in Duitschland behoefde te gaan werken; die kribben worden in eigen beheer gemaakt.

Er is in de gemeente geen middenklasse; er zijn bijna geen groote boeren; te Oijen heeft Peperkamp 65 H.A. eigendom; hij beboert die niet zelf, maar verpacht ze; in Teeffelen zijn 3 groote boeren, waarvan 2, die ieder ± 30 H.A. eigendom hebben. Ze hebben ’s winters ± 30 stuks vee op stal, waarvan ± 10 koeien; 10 paarden, van welke 3 werkpaarden, en de rest jonge paarden.

Behalve deze vier boeren zijn er overigens bijna niets dan arbeiders, die het over het algemeen niet te breed hebben. Parochiaal armbestuur bestaat te Oijen niet; wel een burgerlijk armbestuur. Dit laatste heeft jaarlijks over ± f. 1.000 te beschikken; Smits geeft ieder jaar f. 150. Die f. 1.150 gaan helemaal op aan kosten van bestedelingen in het liefdehuis, aan den armendoctor enz. enz.

Fondsen om de armen te bedelen bestaat er niet; daarvoor (gewoonlijk een 8-tal gezinnen) wordt dan gecollecteerd bij de meer gegoede ingezetenen. Buiten de gemeente wordt niet door inwoners van Oijen gebedeld; omgekeerd gaan er wel vreemden (vooral uit Oss) te Oijen langs de huizen.

De inwoners van Oijen hebben het recht van klauwengang op den Allemanswaard; titels bestaan er niet voor; naar het heet, moeten ze daarvoor het buitengewoon onderhoud van de kaden voor hunne rekening nemen; dit gebeurt echter niet. Dat recht van voorweiden op den Allemanswaard duurt tot den 15 April.

De leden van den Raad wonen vrijwel over de heele gemeente verdeeld; 1 lid woont aan de Hoogenveldschestraat, 1 aan de schutskooi, 1 aan den molen, 1 (nl. de wethouder Van Teeffelen) te Teeffelen, en 3 (onder wie de burgemeester en de wethouder De Werd) te Oijen in de kom.

Op mijne audientie verscheen de pastoor van Oijen, sinds ± 2 jr. daar in functie; het schijnt dat men nogal met hem is ingenomen, hij valt althans beter in den smaak der menschen dan zijn voorganger, die ± 7 jr. te Oijen stond; daarna dominee Van Woudenberg Hamstra, die niets bijzonders te vertellen had; en tenslotte notaris Van der Heijden; hij is ongehuwd, omdat hij op zijne verdiensten geene vrouw kan onderhouden: hij heeft ± 50 akten per jaar.

Hij deelde mij mede, dat de burgemeester in der tijd een groot zaakwaarnemer was; toen hij burgemeester zou worden, had hij aan den C.d.K. beloofd, dat hij het zaakwaarnemen zou nalaten; hij had die belofte eerlijk gehouden. v.d. Heijden recommandeerde zich, wanneer het notarieele kantoor te Oss mocht komen te vaceeren.

Kerk van de H. Benedictus. Gebouwd in 1657 te Teeffelen (Provincie Noord Brabant)Kerk van de H. Benedictus. Gebouwd in 1657 te Teeffelen (Provincie Noord Brabant)

De standplaats van den notaris was vroeger Megen. Omstreeks 1824 bracht notaris Rant de standplaats van Megen over naar Oijen. Rant was oorspronkelijk deurwaarder; hij huwde met de eenige dochter van den toenmaligen eigenaar van het kasteel te Oijen, Van Welsenes van Oijen; vooral om zijne eigen goederen te kunnen administreren, wenschte hij in Oijen te wonen; hij werd daar tevens burgemeester. Den 30 Augustus 1836 ging de heerlijkheid Oijen met de vaste goederen van de erfgenamen van wijlen Vrouwe Ardina van Dongen, weduwe van den weledelen Heer Willem van Welsenes van Oijen, overleden te Dordrecht, over in handen van de familie Smits van Oijen.

Van B. en W. vernam ik nog, dat de kerk te Teffelen zeer rijk was; dit vindt zijn oorsprong daarin, dat Teffelen hoorde tot het Land van Ravenstein, toen de kerkelijke goederen geseculariseerd werden, werd het Land van Ravenstein gespaard. Vandaar, dat te Teffelen ook nog processies mogen trekken. Ter tijden der Reformatie werden de Katholieken uit Tiel, Bemmel enz. enz. te Teffelen gedoopt; ze kwamen daar om te trouwen; enz. Behalve Teffelen behoorden tot ’s Lands van Ravenstein de dorpjes Macharen, Haren, Megen, Deursen, Dennenburg.

Ik vond te Oijen als veldwachter een zekeren Kemperman, den zoon van een stratenmaker uit Huissen.

Den 24 Mei 1904 kwam ik weer in Oijen. Ik bezocht dienzelfden dag Berghem en Heesch; van Oss ging ik naar Ravenstein overnachten bij Van Hal in de “Keurvorst van de Palts” om vandaaruit daags daarna nog eenige gemeenten te bezoeken. Van B. en W. vernam ik niet veel bijzonders; de oude wethouder Van Teeffelen is overleden, en als zoodanig vervangen door een jongen man (zijn zoon?) die geheel dezelfde namen draagt. Men is zeer tevreden met het telephoonkantoor, dat nu sinds anderhalf jaar geopend is. Gemiddeld wordt er dagelijks éénmaal gebruik van gemaakt.

De burgemeester is zeer en peine, omdat bij het maken van werken in de Maas de gemeente hare los- en ladingplaats heeft verloren. Wel heeft het Rijk een nieuwe losplaats gemaakt, maar deze is – omdat die werd aangelegd op gronden, welke gedeeltelijk aan Mr. Smits van Oijen in eigendom toebehoorden – aan Mr. Smits verhuurd; de gemeente zal nu moeten trachten die losplaats weer van Mr. Smits te huren.

Dr. Jacob Wiegersma, tijdens zijn 40-jarig jubileum, 1929 (Het Zuiden, BHIC)Dr. Jacob Wiegersma, tijdens zijn 40-jarig jubileum, 1929 (Het Zuiden, BHIC)

Armendoctor is Dr. Wiegersma uit Lith; hij wordt door het burgerlijk armbestuur per visite betaald. Men is over hem zeer tevreden. Vóór de leerplichtwet was er nog minder schoolverzuim dan thans. Vele ouders maken misbruik van de gelegenheid om verlof te vragen voor veldarbeid enz. Van herhalingsonderwijs wordt zeer veel gebruik gemaakt.

Het gaat den armen vrij goed; er gaan niet meer zooveel menschen in Duitschland werken als vroeger; ook het getal van hen, die in Holland gaan maaien wordt kleiner. Het algemeen armbestuur heeft ± f. 1.000 inkomsten uit bezittingen; het krijgt f. 200 subsidie van de gemeente, en f. 150 van Mr. Smits. Eene Elisabethsvereeniging werkt met het algemeen armbestuur samen; de jaarlijksche collecte langs de huizen brengt thans niet meer zooveel op als vroeger; het is nu amper f. 300.

Audientie verleend aan dominee Van den Woudenberg Hamstra, en aan den pastoor, Felet. Beide Heeren kwamen eenvoudig hunne opwachting maken. Door B. en W. werd Pastoor Felet buitengewoon geprezen; hij is geboortig van Nijmegen en werkt nu sinds ± 6 jaren te Oijen. Hoewel rijk, heeft hij nooit geld, omdat hij alles wat hij heeft, weggeeft. De geheele gemeente was gevlagd; geen huisje, hoe gering ook, waar geen groote of kleine vlag was uitgestoken.

Den 31 Maart 1909 kwam ik weer in Oijen. Wethouder De Werd is ziek, zoodat ik met den burgemeester en wethouder Van Teeffelen mijn tijd moest volpraten. Ter audientie verscheen slechts de rijksveldwachter Kemperman (vroeger te Huissen); Pastoor Felet en dominee Van Woudenberg Hamstra waren niet in de gemeente en lieten zich verontschuldigen. De Pastoor is bezig eene nieuwe pastorie te bouwen,; het zal een prachtig gebouw worden; aangenomen voor ruim f. 16.000 terwijl de aannemer bovendien de oude pastorie voor afbraak krijgt!

De pastorie te OijenDe pastorie te Oijen

Het is bepaald treurig om te zien, wat het kwelwater aan schade aanricht; alle land binnendijks, vanaf Oijen tot aan de Ossche Meerkade stond nog onder water; het was één zee! Geen wonder, dat men vurig bidt, dat de verbetering van de Hertogswetering enz. spoedig tot stand komt!

De gemeentesecretaris Jans is sinds acht jaren in functie; hij schijnt geen ongeschikte jonge man. Hij is geboortig van Escharen. Nog ongehuwd. Voor mijn vertrek ben ik even bij den burgemeester aan huis gegaan, en daar ontvangen door den burgemeester met diens meid-huishoudster, die mij een kop koffie schonk. De burgemeester woonde vroeger in bij zijne zuster, de weduwe Deelen. Deze had vijf kinderen, thans allen geplaatst of gehuwd. Na haar dood bleef de burgemeester in hetzelfde huis wonen. De vijf kinderen beschouwt hij vrijwel als zijne eigen kinderen. Eene van die kinderen is gehuwd met Jhr. De Kuijper, van den Noord-Brabantsch-Duitschen spoorweg.

Den 14 April 1913 bezocht ik Oijen en Oss. Op het Raadhuis te Oijen werd ik ontvangen door den nieuw benoemden burgemeester Jans en wethouder De Werd; wethouder Van Teeffelen was ziek, en daarom niet gekomen. Gebrek aan woningen bestaat er in Oijen niet; meerdere boerenstellingen zijn verlaten, en door arbeiders betrokken; arbeiderswoningen worden niet gebouwd, omdat er geen behoefte aan is. Raadsleden wonen goed over de gemeente verdeeld. De verhoudingen in Oijen zijn goed; bij raadsverkiezingen wordt niet gestemd; de nieuwe burgemeester kan het blijkbaar met zijn raad en met zijn wethouders goed vinden.

Tot nu toe heeft men van den Maasmond nog weinig voordeel gehad; thans is men echter bezig f. 16.000 - van de 4 ½ ton voor de bijzondere werken - te besteden om lossing van water te verkrijgen naar de Hertogswetering; als die aflossing gereed zal zijn, hoopt men in veel beter conditie te zijn dan tot nu toe.

De waterleidingen worden vrij goed onderhouden door den polder; B. en W. moeten voortdurend in die richting sterken drang oefenen. De zoogenaamde Litherweg (Oss-Teeffelen-Lithoijen) wordt thans door provincie in orde gebracht; het zal eene groote verbetering zijn, die hard noodig was.

Pastoor Felet, 1899-1930Pastoor Felet, 1899-1930

De toestand van de behoeftige klasse laat te wenschen over; als men minder last van water krijgt, dan wordt de algemeene toestand beter, ook voor de arbeiders, omdat er dan weer weiland gescheurd zal worden, en tot bouwland aangelegd. Thans is de moed nog vrijwel uit de menschen uit, in alle klassen van menschen; geen landbouwonderwijs, geen tuinbouwonderwijs, geen leekenonderwijs.

Zelfs op de mandenmakerij van Pastoor Felet, als werkverschaffing bedoeld, komen niet meer dan 3 menschen werken; men wil het mandenmaken niet leeren, aanvankelijk weinig verdienen, en, naarmate van bekwaamheid, het loon geleidelijk zien klimmen; men loopt ’s winters liever leeg, klaagt en doet niets.

De winter 1912/13 was voordeelig voor het armbestuur; de koude was niet streng; daardoor kon het in 1913 rondkomen met een budget van f. 1.900, en heeft geen subsidie van gemeente noodig. De zaak Van Ruijsbroek – schoonmoeder van burgemeester – heeft als houthandel nogal waarde; de houtzagerij heeft men eraan gegeven, en den motor stopgezet. Rentmeester van familie Smits van Oijen is thans Van Erp, de dijkgraaf, wonende te Lithoijen.

B. en W. betreuren het zeer, dat G.S. de strafverordening op het beweiden van den Allemanswaard niet goedkeurden; hen gezegd, dat wanneer zij nog goede argumenten wisten, zij die aan G.S. moesten doen kennen.

Coöperatieve roomboterfabriek; handkracht; 120 koeien; boter gaat niet naar den mijn; wordt tegen hoogeren prijs bij particulieren geplaatst. Heel veel geld wordt verdiend met varkensfokkerij; de jonge varkens gelden tot f. 20,- per stuk. Oud-burgemeester Van Amstel kwam op audientie; was erg dankbaar voor de hem verleende Oranje-Nassau-orde bij gelegenheid van zijn ontslag; ik hield hem binnen tot aan mijn vertrek. Burgemeester Jans speelde voortdurend “burgemeester”; eens burgemeester altijd burgemeester!

Burgemeester A. Jans, 1912-1937Burgemeester A. Jans, 1912-1937

Den 7den Augustus 1918 bezocht ik per auto vanuit Grave de gemeenten Oijen en Oss. Burgemeester Jans viel mij niet mede; ik kreeg herhaaldelijk den indruk, dat hij in de zaken niet erg in zat. Bij zijn antwoorden op de hem gestelde vragen was hij vaak onzeker en weifelend. Er wonen niet meer dan 30 à 40 Protestanten in Oijen. Gedep. Stat. hebben met het oog op de tijdsomstandigheden er mede genoegen genomen, dat de algemeene plaatselijke politieverordening eerst na de demobilisatie herzien wordt.

De verlegging van den Maasmond heeft aan de gemeente niet de verhoopte verbetering van den waterstaatstoestand gebracht. Ook nu de Hertogswetering gereed is, en de syphon, waardoor de gemeente het water op de Hertogswetering moet loozen, in gebruik werd gesteld, wordt er nog veel waterbezwaar ondervonden. Desniettegenstaande is er nogal wat weiland gescheurd om te haveren, en heeft men – door het droge voorjaar – daarmede gelukkig getroffen.

Er zijn haast geen eigenlijke boerenarbeiders meer; de menschen zijn tenslotte toch gaan werken in de mandenmakerij van Pastoor Felet; er zullen thans 50 à 60 mandenmakers in de gemeente zijn; als het druk is in den hooibouw of met den oogst, dan gaan zij de boeren nog tijdelijk helpen. De beweiding van den Allemanswaard gaat thans weer op den ouden voet voort; moeilijkheden komen er niet meer voor.

Directeur van het distributiebedrijf is het hoofd der school; hij krijgt daarvoor f. 250; het bedrijf loopt goed. Ten gevolge van de tijdsomstandigheden moest de varkensfokkerij met 70% worden verminderd. De heeren Smits van Oijen hebben hun gemeenschappelijk bezit gedeeld. Norbert Smits kreeg het huis met 165.33.76 H.A. land; Theo Smits kreeg 170.40.18 H.A. land, waaronder 4 boerderijen op het Hooge Veld.

De rijkste man in de gemeente is het raadslid Peperkamp. Gehuwd met Juffr. Van Erp uit Oss; hij is aangeslagen naar een inkomen van f. 13.500; hij heeft geen kinderen. Gemeente kocht de woning van den oud-burgemeester Van Amstel, met de bedoeling om daarin het Raadhuis te vestigen, en tevens de woning van het hoofd der school te verbeteren.

De vier laagste klassen van de jongens gaan naar de bijzondere meisjesschool; op de openbare school zijn de twee hoogste klassen, benevens in de andere klassen, enkele Protestantse kinderen.

Den 9den Juni 1922 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeenten Oss en Oijen. Het zal wel het laatste bezoek zijn, dat ik aan die gemeente breng: binnenkort zullen Lith, Lithoijen en Oijen wel vereenigd worden. De dames Smits van Oijen van Soeterbeek gaven indertijd f. 40.000 voor den bouw van een liefdehuis Zusters van Schijndel. Dat liefdehuis breidde zich uit tot eene verplegingsinrichting van idiote jongens en meisjes; daar zijn er thans 16. Zelfs oudere jongens, van 23 jr.! Dat schijnt bij de verpleging tot bezwaren aanleiding te geven: de jongens zullen er worden weggenomen. In het liefdehuis zijn thans meer dan 80 personen opgenomen.

Het St. Jozefgesticht te Oijen van de Zusters van SchijndelHet St. Jozefgesticht te Oijen van de Zusters van Schijndel

Oijen is een dood plaatsje; in 1921 werd er eene woning gebouwd; de eerste sinds 22 jr.! Bovendien werden er in dat jaar 3 verbouwd. In de bouwkosten van twee woningen werd eene Rijkspremie verleend. Bij de laatste Raadsverkiezing werden 3 nieuwe Raadsleden gekozen, waaronder 2 arbeiderscandidaten; in den Raad merkt men niets van partijschappen.

Janus de Goeij, zwager van den wethouder Van Teeffelen, is Raadslid te Lith; hij is een groot voorstander van de vereeniging der 3 gemeenten; het Raadhuis moet te Lithoijen komen. Er is een brandspuit; een oud ding; niets waard. Er zijn geen armen in Oijen; de ouderdomsrente doet hier ontzaggelijk veel goed!

Boerenleenbank. Den 1 Januari 1921 was daar f. 50.400 gedeponeerd; sinds werd daarvan f. 38.105 terug gehaald, en f. 1.500 nieuw gedeponeerd. Tot wegneming van waterschade heeft de Hertogswetering wel veel geholpen, maar toch niet helemaal genoeg. Zeven H.A. weiland werden gescheurd.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: