i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Dieden, Demen en Langel
Tags:

Dieden, Demen en Langel in vogelvlucht

vertelde op 4 juni 2009 om 11:55 uur

De voormalige gemeente Dieden, Demen en Langel ligt aan de Maas, tussen Ravenstein en Megen c.a. in. Ten zuiden grensde de gemeente aan Deursen en Dennenburg. De drie dorpen hebben allemaal een verleden dat zeker teruggaat tot in de 11e eeuw.

Klik op de kaart voor een groter beeldDe kerkjes van Dieden en Langel wijzen daarop, net als het feit dat Sint-Willibrordus de patroonheilige was van de kerk van Demen. In 1814 werden de drie dorpen tot één gemeente samengevoegd. Het totale aantal inwoners schommelde sindsdien, net als in de eeuwen daarvoor, rond de 500. Dat was op den duur toch te weinig voor een zelfstandige gemeente. In 1923werd de gemeente Dieden, Demen en Langel dan ook opgeheven en bij Ravenstein gevoegd.

De naam

De oudere vormen van Dieden waren Dichden, Diechden, Diegden en Dieten. Het element ‘Dich’ is hetzelfde als ‘dic’ ofwel dijk. Het element ‘den’ betekent “een bewoonde plaats”. Dieden betekent dus een bewoonde plaats aan de dijk.

Demen zou volgens een aantal auteurs zijn naam ontleend hebben aan het riviertje de Deemen. Probleem daarbij is dat zo’n riviertje op geen enkele kaart te vinden is. In theorie zou het inderdaad een waternaam kunnen zijn, maar waarschijnlijk heeft het eerder te maken met het latijnse “dominus” voor “heer”. De benaming zou dan wijzen op het bestaan van een oude heerlijkheid.

Langel ten slotte is afgeleid van lang en lo(o), dat bos betekent. We hebben het dus oorspronkelijk over een “langgerekt bos”. De latere toevoegingen “over-“ en “neer-“ zijn bedoeld om respectievelijk de nederzettingen stroomopwaarts en stroomafwaarts van elkaar te onderscheiden. De naam Langel gaat al ver terug: In de twaalfde eeuw, in 1191 om precies te zijn, wordt al een zekere Albertus de Langel als heer van Neerlangel genoemd.

Het gemeentewapen

Het gemeentewapen dat de nieuwe gemeente in 1816 bevestigd kreeg van de Hoge Raad van Adel, is rechtstreeks afkomstig van het oude Dieden. Dieden was altijd een heerlijkheid binnen het hertogdom Gelre. In 1806 kwam de heerlijkheid bij Brabant en in 1810 werden Demen en Langel aan de gemeente toegevoegd. De Diedense schepenbank gebruikte een zegel, waarop het wapen van Gelre stond, met daarachter de parochieheilige St. Laurentius. Dit schepenzegel, uitgevoerd in de rijkskleuren blauw en goud, is dus in 1816 het gemeentewapen geworden.

In de twintigste eeuw zijn er dorpswapens ontwikkeld voor enerzijds Dieden en anderzijds Demen en Langel.

Oudste bewoning en ontwikkeling

De ouderdom van de kerkjes wijst er al op dat na het jaar 1000 hier kleine dorpsgemeenschapjes zijn ontstaan. De drie dorpen vormden al vroeg zelfstandige heerlijkheden. Dieden had net als Oijen nauwe banden met Gelre. In Dieden wonen nu ruim 200 mensen.

De kerkpatroon Sint-Willibrordus van de kerk in Demen wijst op een vrij oude parochie. In de periode 1648-1795 kreeg deze een regiofunctie (voor Dieden en Demen, maar ook voor Batenburg en omgeving in het Land van Maas en Waal). Later kwam ook Neerlangel onder de parochie Demen. Vanaf 1700 vormde Demen een eenheid met Neerlangel. Door de bouw van het kasteel van Ravenstein splitste de vestingstad het Langelse gebied in tweeën. Om de delen aan weerszijde van Ravenstein te onderscheiden is men gaan spreken van Nederlangel (later Neerlangel) en Overlangel.

Gezamenlijk telden de drie dorpen van oudsher tussen de 400 en 500 inwoners. In de loop van de negentiende eeuw groeide dat aantal langzaam richting de 600. Dat aantal werd niet lang na 1860 bereikt. Daarna zette een daling in, zodat er in 1910 nog maar net 430 inwoners waren. Bij de samenvoeging met Ravenstein in 1923 was het aantal weer opgelopen tot bijna 500. Heden ten dage telt Dieden rond de 210, Demen rond de 230 en Neerlangel rond de 75 inwoners.

De Diedense of Megense sluis lag precies in de bocht van de lus links van de telecomtoren

Middelen van bestaan

Dieden, Demen en Langel heeft altijd voornamelijk van de landbouw bestaan. Voor die landbouw was de beheersing van de waterstand altijd van groot belang. Tussen Dieden en Megen lag vlakbij de huidige telecomtoren de Diedense/Ravensteinse of Megense Sluis, het belangrijkste uitwateringspunt voor het Land van Ravenstein. Zo’n uitwateringswerk dwong tot samenwerking op het gebied van de waterstaat: Dieden en Land van Ravenstein. Aan het eind van de negentiende eeuw heeft hier zelfs een tijdlang een stoomgemaal gestaan.

De gracht rondom de plek van het vroegere kasteelBijzondere gebouwen

Dieden

Dieden bezat ten westen van het dorp, in een bocht van de Maasdijk, een kasteel dat rond 1876 is gesloopt. De grachten, het bruggenhoofd, een veeschuur en een gedeelte van het koetshuis zijn nog de overblijfselen van Het Huis. Vanaf het nu nog zichtbare bruggenhoofd liep een laan naar het eerste huis van het dorp aan de dijk. Dat huis staat bekend als de rentmeesterij.Het oude rentmeestershuis

Hoog boven de huizen uit torent de molen Stella Polaris (latijn voor Poolster) uit 1865.

De Diedense kerk uit de 11e/12e eeuw was toegewijd aan de H. Laurentius. Het gebouw kwam vanaf 1614 in protestantse handen. Van 1648-1795 kerkten de katholieken dan ook in Demen. De voormalige Hervormde kerk is allang niet meer in gebruik voor de eredienst. Er heeft een tijdlang een kunstenaarsatelier (pottenbakker) in gezeten, daarna was het kerkje bergruimte voor een autohandel. Nu wacht het gebouw op restauratie

De kerk van DemenDemen

De 15e-eeuwse kerktoren is nog aanwezig als onderbouw van de huidige neogothische toren. Bedoeling was dat de oude toren bleef staan bij de nieuwe kerk, maar deze dreigde in te storten.

Een aantal prachtige 17e- en 18e-eeuwse boerderijen wijst op een zekere welvaart na de 80-jarige oorlog.

De oude negentiende-eeuwse dorpsschool is er nog, zij het verbouwd tot woning. Ook de onderwijzerswoning, die later nog een tijd als filiaal van de Rabobank heeft dienst gedaan, bestaat nog. De kosterij en de pastorie dragen eveneens bij tot de kwaliteit van het dorpsbeeld, net als een oude loofgang in de voormalige tuin van burgemeester Caners.

De boerderij van de familie NassHet meest opvallende gebouwtje in Demen is het karnhuisje tegenover de H. Willibrorduskerk. Het heeft een achtkantige vorm en dateert al van voor 1826. In 1988 is het op initiatief van de Heemkundekring 'Land van Ravenstein' geheel gerestaureerd.

Aan de Burgemeester Canersstraat 2 staat de boerderij van de familie Nass. Deze boerderij uit 1745 bezit nog zijn oorspronkelijke kozijnen en beglazing (met 25 ruitjes in de ramen van de voorgevel). Die ruitjes zijn groen en gebobbeld van ouderdom. Opvallend zijn ook de raampjes op de verdieping. Omdat glas in die tijd nog erg duur was, werden er in plaats daarvan luikjes voor de ramen geplaatst die konden worden geopend om licht door te laten.

Een aantrekkelijk aspect van Demen is het veer naar Batenburg, dat na 24 jaar buiten gebruik geweest te zijn, in 2007 weer in ere is hersteld.

Neerlangel

De kerktoren is van tufsteen en heeft een romaanse architectuur. De oorsprong moet dan ook in de 11e eeuw liggen. Het kerkje is toegewijd aan Johannes de Doper. De parochie is oorspronkelijk de moederkerk van Ravenstein. Later is Neerlangel zelfs zijn status van zelfstandige parochie kwijtgeraakt en onder de parochie van Demen gevoegd. In 1869 is het schip afgebroken en in neogothische stijl herbouwd.

Ook de torenspits is in diezelfde stijl opgetrokken. Vlak voor die afbraak heeft de toenmalige burgemeester van Ravenstein, R.A.A. van Claarenbeek, een tekening gemaakt van het kerkje in zijn oude staat. Het bijschrift luidt: Kerkje te Neerlangel van tuf of trasssteen, waarschijnlijk in de 7e of 8e eeuw gebouwd of tot RC ingerigt. Met gebakken steen verhoogd en de kleine raamtjes toegemetzeld omtrent de 13e eeuw.

De kerk wordt momenteel nog maar één keer per jaar gebruikt, namelijk tijdens de St. Jansfeesten. Een belangrijke rol bij die feesten speelt het gilde van St. Jan. Het gilde gaat zeker terug tot vóór 1710, maar helaas is het archief verloren gegaan, waardoor er over het oude gilde verder niets bekend is. Uniek bij deze broederschap is dat zij hun koning kiezen!

Bij de kerk van Neerlangel is tijdens de verbetering van het dijkvak tussen Demen en Neerloon een picknickplaats ingericht met een prachtig uitzicht over de Maas.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: