skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Luud de brouwer
Luud de brouwer RA Tilburg
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Luud de brouwer
Luud de brouwer RA Tilburg

Geldropse Sinnieklaas en zijn Moren 3

Gerard Strijards, inmiddels bij de BHIC-bezoeker bekend en berucht als verhalenschrijver, geeft in een trilogie gewijd aan de uiterlijke verschijningsvorm van Sinterklaas in de Lage Landen mét zijn gevolg aan Zwarte Pieten een historiografische herleiding. Zoals gebruikelijk met zijn geheel eigen visie, stijl en woordkeus.

Sinterklaas: een volksmythologische omkering van Sonnius

Sonnius eiste dus, belast met een onsympathiek verleden, zijn mijter en herdersstaf van de Bosschenaren, die op deze topambtenaar bepaald niet zaten te wachten. Want dat Sonnius een groot fiscaal apparaat met veel beambten ging oprichten ten behoeve van zijn werkgever te Madrid, dat stond wel vast en dat hij bij de inning zijn geduchte Moren zou inzetten, dat stond ook iedereen direct in het hart gegrift. Daar gingen de spreekwoordelijke Henk en Ingrid niet vet van soppen.

De adel had óók grote bezwaren, waaronder de graaf van Horne, tegenover Roermond. Immers: Sonnius ging de kerkelijke ambtenarij vernieuwen met beambten die dóórgestudeerd hadden in Leuven. Ze moesten minstens een licentiaatsgraad kunnen vertonen in het canoniek recht. Het bestuursrecht van die dagen, bemensd door doctorandussen zoals nu. Dat betekende dat de adel zijn bestaardzoontjes niet meer kon lozen op een prettige ambtelijke plaats in de immense hiërarchie met allemaal tussenlagen van onduidelijke bestuurders die vet verdienden zonder er iets nuttigs tegenover te stellen. Iemand als Willem van Oranje en de graaf van Brederode barstte van dat soort bestaardminkukels die tóch leuk door het leven wilden.

De reactie van de Adel

Willem van Mansveld, Lumey van der Marck hadden ze bij bosjes verwekt. Dat mócht de adel nu eenmaal. Verder was de adel fiscaal immuun. De baronnen, graven en dat soort gespuis betaalden geen cent belasting. Daaraan wilde Madrid een eind maken. De adelijken zagen dat met lede ogen aan. Ze hadden al geprotesteerd. In Brussel, bij de noordelijke landsregering maar ook in Madrid. Het culmineerde in het smeekschrift van de edelen dat op 5 april 1566 aan de landvoogdes Margaretha van Parma werd aangeboden.

Aanbieding van het Smeekschrift der edelen aan landvoogdes Margaretha van Parma (Famien Strada, 1727. Bron: Wikimedia Commons, publiek domein)
Aanbieding van het Smeekschrift der edelen aan landvoogdes Margaretha van Parma (Famien Strada, 1727. Bron: Wikimedia Commons, publiek domein)

Het ging daarbij niet om grondrecht-waarborging voor alle ingezetenen van de Lage Landen. Maar om herbevestiging van de privileges van de adel en hun immuniteit voor wereldlijke jurisdictie. Het was dus een conservatieve petitie.

Uiteraard moest zo iemand als Sonnius er weinig van hebben. Want hij was juist aangesteld om de nieuwe fiscale tarieven en schaalgroepen erdóór te jagen. Dat vraten de Bosschenaren evenmin. Ze konden ook niet sympathiek vinden dat Sonnius bij tegenstand de militaire huurlingen uit het Spaanse bezettingsleger opriep om hem bij te staan bij dwangexecuties. Kortom: Sonnius deed er alles aan om een rottige reputatie te krijgen. Als het niet kwam door de Moren, dan toch wel door de Spaanse huurtroepen. Als die hun soldij niet kregen, verschaften ze zichzelf wel recht door plunderingen, verkrachtingen en brandstichtingen.

Die soldij kregen ze vaker niet dan wel. Sonnius werd dus met recht en reden gehaat. Hij had dat niet in de smiezen. Wist hij veel als topambtenaar van de problemen op de werkvloer? Daar had hij zijn mensen voor. Die knapten dat wel op. De moderne manager, die nooit iets riskeert en, bij apert falen, terecht komt in het depot van de Algemene Bestuursdienst. Die zorgt wel dat die topambtenaar weer ergens anders dóór kan blunderen tot aan zijn pensioen. Sonnius deed dat ook. Toen hij het te bar had gemaakt, werd hij bisschop van Antwerpen.

Brabantse volkswoede

Intocht van Sinterklaas in Eindhoven, 1986 (© René Martens. Bron: BHIC, fotonummer 1685-062623)
Intocht van Sinterklaas in Eindhoven, 1986 (© René Martens. Bron: BHIC,
fotonummer 1685-062623)

De volkswoede ventileerde haar ontremmingen door een tegengestelde parodie op deze gehate bisschop uit Madrid met zijn vervloekte Moren te dichten. Deze sint werd een goedwillige milde grijsaard, des nachts uitrijdend met zijn zwarte Pieten om ieder van zoet en lekkers te voorzien, zomaar, om niet en omdat hij zo van de mensen hield. Alleen wie echt stout was, kreeg de roe en moest in de zak. De zak, waarin ook de stoffelijke resten van Engel de Merle waren gedumpt, ter verbranding. Iedereen wist in de Meijerij en de Kempen wat hier ironischerwijze au contraire bedoeld werd. Sinnieklaas kwam rijen, des nachts, op zijn paardje o zo snel. Als hij wist hoe wij hem wachten, ja, dan kwam hij zeker wel.

Bekijk het eens historisch

Waar gaat het bij het Nederlandse Sinterklaasfeest om?  Nederland viert met zijn rituele binnenkomst uit Spanje in november elk jaar weer eigenlijk dat het in 1559 zich verzette, in één spontane volksbeweging, tegen de benoeming van nieuwe bisschoppen op de katheders van Den Bosch en Roermond. Deze bisschoppen waren allereerst topambtenaren van de Spaanse Koning, Philips II, in Madrid.

Hekeldicht op bisschop Sonnius (geciteerd naar: Th.A. Boeree, De kroniek van het geslacht Bacx, z.p. 1943)Ze werden aangesteld door die koning om hier te lande de verscherpte Spaanse inquisitie in te voeren tegen de ketterij, tegen de centralisering van het overheidsgezag te Brussel, tegen het nieuwe fiscale stelsel en tegen de opheffing van de gewetensvrijheid. Philips II stelde juist daarom in het immer wat opstandige Den Bosch Sonnius aan, uit Son en Breugel. Dat was een beruchte inquisiteur in de Lage Landen. Hij had nu eenmaal al veel doodvonnissen op zijn naam.  De Brabo’s moesten hem niet. Je zag waar zo’n onmenselijke technocraat met mijter allemaal toe in staat bleek. Sonnius’ arrestant Merula was symptomatisch.

Sonnius had hem allerlei gevangenissen vanbinnen laten zien door de hele Lage Landen heen, laten martelen door moren, die Sonnius als beulsknechten bij zich had. Moren: Islamieten uit Cordoba en Salamanca, in Zuid-Spanje. Sonnius was priester en mocht geen christenbloed vergieten. Ecclesia abhorret sanguine, was het parool: de Kerk gruwt van bloedvergieten. Ook als zij bezig is met publieke rechtshandhaving mogen haar beambten – geestelijken – nimmer christenbloed vergieten, aldus de belangrijke westerse canonisten in deze periode. Het was ook overgenomen in de commentaren op het hier te lande geldend Rooms Hollands Recht, waarover Huig de Groot zijn belangwekkende : “Inleydinghe (Inleidinge) in de Hollandsche Rechtsgeleerdheyd” zou schrijven  ten aanzien van de bewijsredeneringen in strafzaken. Maar een Moor mocht dat als heiden wel. De Moor – Zwarte Piet – stond nu eenmaal buiten de christenheid. Het geval Merula was wijd en zijd bekend door pamfletten, want de drukkunst was inmiddels vaardig geworden over de Lage Landen.  Bij duizenden gingen de schotschriften om.

Plafondschildering uit het Alhambra in Granada, vermoedelijk de eerste tien sultans van het sultanaat (foto: BrugesFR, bron: Wikimedia Commons. CC BY-SA 4.0)
Plafondschildering uit het Alhambra in Granada, vermoedelijk de eerste tien sultans van het islamitische koninkrijk (foto: BrugesFR, bron: Wikimedia Commons. CC BY-SA 4.0)


Bisschop Lindanus (collectie Rijksmuseum RP-P-1906-676. Publiek domein)
Bisschop Lindanus (collectie Rijksmuseum
RP-P-1906-676. Publiek domein)

Ook Lindanus, de nieuwe Roermonds bisschop, was een afschuwelijke fanaticus. Hij concentreerde zich op het verbranden van heksen. Beiden trokken vooral 's nachts rond. Want overdag hoefden ze zich niet in het openbaar te vertonen. Ze waren te zeer gehaat. Daarom verhinderden de Limburgers en Brabanders dat ze hun bisschopstaken konden uitoefenen. Sonnius kwam zelfs Den Bosch niet in. Het staat in alle alarm-rapporten aan de regering in Brussel. Die Philips vertegenwoordigde. Weg met dat soort bisschoppen.

Twee Eindhovense gevallen exemplarisch

Ze werden belachelijk gemaakt in hun inquisiteursfunctie, kenbaar aan de rode bloedmantel en rode mijter. De Heilige Rota in Rome is nog steeds zo uitgedost. Daarom zong men spotliedjes tegen de bisschoppen, waaronder "Sinterklaas Kapoentje" een van de bekendere is. Een Kapoen is een gecastreerde haan. En zo zag men deze gefrustreerde celibatairen. En men maakte de Moren belachelijk, omdat zij dachten als heidenen niet gebonden te zijn aan de Tien Geboden. Dat was te stom voor woorden.

Of te stom om voor de duivel te dansen. Sonnius had gedetineerde ketters allerlei gevangenissen vanbinnen laten zien door de hele Lage Landen heen. Laten martelen door die beruchte Moren, die Sonnius als beulsknechten bij zich had. Het is steeds weer een verhaal, waarbij ingegaan wordt op de taakstelling van een inquisiteur, want zo trad Sonnius hier op. Bij geval te Eindhoven, waar op last van Sonnius een man in arrest was genomen, ging het om de aanval door een chirurgijn op de positieve geloofsleer, en dat behoorde inderdaad tot de competentie van de inquisiteur. Dat was geen zaak van de stad Eindhoven zelf.

De Brabantse vrijheidsrechten

Chirurgijn brandt een wond uit (Justus van den Nijpoort, 17e eeuw. Bron: Rijksmuseum RP-P-OB-24.270. Publiek domein)
Chirurgijn brandt een wond uit (Justus van den Nijpoort,
17e eeuw. Bron: Rijksmuseum RP-P-OB-24.270. Publiek domein)

Maar wel schond Sonnius de marktvrijheid die bij de stadsrechten van 1232 waren gegarandeerd namens de Hertog van Brabant, want de chirurgijn prees zijn kunsten aan op die markt als wonderdokter en genoot dus het privilege zijn kunden en zalfjes vrijelijk aan te prijzen. Dat deed hij, maar in dat reclame-praatje adviseerde hij de toehoorders en passant ook om Lutheraan te worden. Dat was de reden, dat Eindhoven de chirurgijn niet wilde uitleveren aan Den Bosch: als het om aanprijzingen ging van kundigheden en kwaliteiten mocht de verkoper tijdens de markturen bijna alles zeggen wat hij wilde, als het maar geen majesteitsschennis opleverde.

En Eindhoven vond dat religieus advies niet van dien aard. Bij een tweede geval ging het om een gemeenteambtenaar, een aan de stadkerk verbonden kanunnik, die zijn bediening misbruikte voor ontucht. Dat was een zaak van de gemeente, niet van de bisschop. Een kanunnik leverde koorzang in dienst van de lokale gemeenschap, die het daarvoor zelf te druk had. Een soort gemeentelijke concertzanger, verbonden aan de stadsschouwburg. Want zo werd de parochiekerk (mede) destijds bekeken. Dat deed hij namens de gemeentenaren die zelf geen tijd hadden om God op de verplichte momenten zingend te eren, tot heil van stad en lande. Het was geen seculiere dienst, maar wel een gemeentelijke prestatie. Dus vond Eindhoven dat Sonnius daar ook niets mee te maken had.

Ja, hij komt door donk’re nachten op zijn paardje o zo snel

Franciscus Sonnius (Nicolas de Larmessin, 1682. Bron: Rijksmuseum, RP-P-1906-785. Publiek domein)
Franciscus Sonnius (Nicolas de Larmessin, 1682.
Bron: Rijksmuseum, RP-P-1906-785. Publiek domein)

Daarom kwam Sonnius pas 's nachts in actie, waarbij hij zijn Moren over de palissade liet klimmen. Margaretha van Parma had Sonnius, die daar geen zin in had, aangeschreven bij scherpe vermaning, omdat beide gevallen veel ruchtbaarheid hadden gekregen. Sonnius zag niets in de vervolging, reeds omdat hij als bisschop niet gepruimd werd: daarom zat hij in Geldrop op het kasteel.

Hij vreesde het nu nog veel moeilijker te krijgen, want de Kempenaren zagen hem toch slechts als een boerenproleet met een mijter op die kapsones had gekregen. Hij kwam uit Son, heette eigenlijk Van der Velden, en was afkomstig uit een welgestelde boerenfamilie die het achter-de-ellebogen heette te hebben. En dat wás ook zo. Men vrat dit optreden van een Brabantse jongen eigenlijk niet. Was Sonnius van hoge adel geweest, dan had het wellicht anders gelegen.

Bronnen

In de syllabi 6, 16 en 21 gaat Strijards op de authentieke canonieke bebronningen in. Deze vindt u op gerardstrijards.nl. Ze worden maandelijks voetnootsgewijs digitaal geactualiseerd.

Lees ook de andere delen

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op:
Geef mij een andere som.