Archieven

 2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Verantwoording van de inventarisatie
Aanwijzingen voor de gebruiker
Regesten
Records 1 t/m 100
Records 101 t/m 200
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Records 801 t/m 900
921 1486 september 25.
Schepenen, raadslieden, ambachtsdekens en stad van 's-Hertogenbossche oorkonden, dat enige tijd geleden in de kwestie tussen de stad en de rector van de Fraters van het Huys van Sunte-Gregorius op het Hyntemereynde over de Gheerlixer Brug betreffende de accijnzen op het bier, gebrouwen voor de commensalen, clerici-scholieren van dit huis, vrijdom van accijns verleend is tegen de som van 600 rijnsgulden, die toen ook betaald is, en dat zij deze vrijdom nu opnieuw bevestigen; met de bepaling, dat de stad de vrijdom tegen dezelfde som mag intrekken.
2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857
Inleiding
Regesten
921 1486 september 25.
Schepenen, raadslieden, ambachtsdekens en stad van 's-Hertogenbossche oorkonden, dat enige tijd geleden in de kwestie tussen de stad en de rector van de Fraters van het Huys van Sunte-Gregorius op het Hyntemereynde over de Gheerlixer Brug betreffende de accijnzen op het bier, gebrouwen voor de commensalen, clerici-scholieren van dit huis, vrijdom van accijns verleend is tegen de som van 600 rijnsgulden, die toen ook betaald is, en dat zij deze vrijdom nu opnieuw bevestigen; met de bepaling, dat de stad de vrijdom tegen dezelfde som mag intrekken.
NB:
a. (Breed charter.) Eigentijds transsumpt, geauthentiseerd door notaris Daniël van Vlierden junior, tevens gecollationeerd door notaris Lambertus van Borne; met beider klein handmerk. Oorspr. V.D. Coll. Charters Fraterhuis nr.20. In dorso: Copie littere de immunitate commensalium in accysiis. Copia littere immunitatis ex parte scolarum nostrarum. (nr.) 80.
b. (Smal charter.) Eigentijds transsumpt, gelijkluidend aan a., maar in spelling iets ervan afwijkend, door beide notarissen geauthentiseerd en voorzien van hun klein handmerk. Oorspr. V. D. Coll. Charters Fraterhuis nr.20. In dorso: Copia de ... civitate. (nr.) 79.
Zie ook
932 1489 september 28.
(Schepenen van Den Bosch, Gooswijn van den Hezeakker en Gerungen van Den Bosch) oorkonden, dat vrouwe Margereta Boussuz, kanonikes van S. Waldedrua (Waltrudis) te Bergen in Henegouwen, d.v.w. Eustaen van Boussuz, heer van Vertaing, samen met haar zuster Johanna, eveneens kanonikes aldaar, verkocht heeft aan heer Johannes, graaf van Oethingen, heer van Flederberge, hun deel, zijnde ¾ in de heerlijkheden Heezwijck en Dynther, aan kastelen, huizen en hoeven, pachten, cijnzen en opbrengsten, weiden, landen, molens, bossen en visserijen, en aan andere rechten en toebehoren, die hun waren toegevallen na de dood van hun broer heer Petrus van Vertaing, heer van deze heerlijkheden, en na de dood van hun zuster Antonia, kanonikes van S. Gertrudis te Nijvel; waarbij in 10 punten de pachten en cijnzen met een gezamenlijke waarde van 15 mud rogge, 13 zester rogge en 42 stuiver worden opgesomd, die aan deze verkoop vastzitten en die ten goede moeten blijven komen aan meerdere, nader genoemde geestelijke instanties in en buiten Heeswijck en Dinther, en waarbij in 9 andere punten cijnzen en lijfrenten worden opgesomd, waarvan de eerste ter waarde van 11 pond ten goede komt aan heer Arnoldus de Gruyter, rector van de kapel van S. Antonius (van het kasteel) van Heezwijck, de tweede ter waarde van 20 rijnsgulden, ten gunste van de Bastaard van Heeswijck, en de 6 andere, tesamen 114 rijnsgulden bedragende, die voorheen ten goede kwamen aan heer Petrus van Vertaing, hun overleden broer, en die nu ook alle 6 bij deze koop ten gunste van heer Johannes worden overgedragen.
933 1490 september 10.
Schepenen van Vilvoerden oorkonden, dat in het geschil tussen meester Jan van Coudenberge, als voogd van zijn "neef" Aert van Meghem, en meester Anthonus Heenkenshoot ter ene zijde, en Anthoenus Mennens en Philips van den Zande als voogden van Peter Mennens, weeskind van wijlen Gielys Mennens, ter andere zijde, op 9 september 1490 door de scheidsrechter, de edele heren van Gheete en Willem van Liesvelt, rentmeester van Vilvoerden, bij minnelijke schikking over de nagelaten goederen van Gielys Mennens als volgt is beslist:
1. dat het huis te Vilvoerden, geheten De Munte, met beemden, boomgaarden, duiventillen c.a. en het huis in Mechelen in het straatje bij de Sint-Jacobuskapel c.a., die Aerdt van Meghem van Gielys Mennens geërfd heeft, aan Aerdt zullen toekomen met de daarop drukkende lasten en met de cijns van 4 rijnsgulden, die naderhand nog gekomen is op het huis in Vilvoerden;
2. dat ook aan Aerdt zal toekomen een cijns van 10 gulden, 5 zakken rogge en ½ zak tarwe, nagelaten door Gielys en afkomstig van diens moeder; dit met uitsluiting van enig recht hierop voor de weduwe van Gielys;
3. dat de eisen, gesteld door beide partijen betreffende de restitutie van vruchtgebruik, kleding, en levensonderhoud, nietig worden verklaard, omdat zij elkaar compenseren;
4. en dat heer Jan van Beringen, priester, die destijds een erfrente van 12 rijnsgulden heeft geërfd an zijn grootmoeder, de eerste vrouw van Gielys Mennens de Oude, deze rente zal behouden, alsook de lijfrente van 10 rijnsgulden,die hem nagelaten is bij testament van zijn oom Gielys, maar dat hij niet zal delen in de andere goederen van zijn grootouders.
964 1500 juni 12.
Schepenen van 's-Hertogenbosch oorkonden, dat Yewaen van Dommelen zich tegenover onderschout en schepenen erover beklaagd heeft, dat hij in de parochie van Orthen achter de Langdonck een veld had liggen dat voor hem sinds twee jaren onbereikbaar was, omdat hem de doorgang over het erf van Merten van Elmpt (hier ook genoemd van Helmont) werd belet;
dat Yewaen daarop volgens de procedure 7, hierna genoemde voetgangers van beide kanten van dat erf heeft opgeroepen, die over dit erf een weg zouden aanwijzen, zo kort mogelijk en op de minst bezwarende wijze, vanaf het veld bij de Langdonck naar de openbare weg, te weten: Symon van Noddevelt, Lambert Philips, Jan van Eyndoven, Jan Colen, Jan van Lyt, Ariaen Gevaert Potterszn en Cornelis Jacobszn, die daartoe beëdigd werden;
dat Yewaen voorn. tot hun informatie eerst een Bossche schepenakte heeft overgelegd de dato 6 sept. 1455, hierbij geinsereerd (reg. nr.756), waarin sprake van recht van doorgang (erfwech) over dit erf; dat hij vervolgens de hierna genoemde 10 personen heeft opgeroepen, die - ieder voor zich en onder ede - hebben getuigd, dat zij meer dan 30 jaren of omtrent met paard en kar of met hun vee vroeger deze doorgangsweg tussen een rij knotwilgen en een hoge heg hadden gebruikt om o.a. te gaan hooien en melken, met name: Peter Otten, Wouter Aelbrechtszn, Goeyart van Bladel, Peter Willemszn, Henrick Peter Willemszn, Laureyns Stevens, Gherit Everits, Thijs Jacob Ghenenzn, Dirck Goyaerts en Gherinck Colen;
dat daarna nog 5 van deze 10 personen hebben getuigd, dat de weg in kwestie altijd als gemeenschappelijke buurweg heeft gegolden, en dat hierna Yewaen zich nog heeft beroepen op het Bossche stadsrecht, met name op het charter, geheten "die Lovensche stille" (zie nota), waarin sprake van verkrijgende verjaring na een termijn van 30 jaar en 1 dag;
waarna tenslotte de onderschout Yewaen van Dommelen in het bezit en gebruik van deze vrije doorgang heeft gesteld.
Inventaris
stichting
abt Everardus I (1134-1168)
abt Hugo (1168-1176)
abt Godescalcus (1176-1184)
abt Everardus II (1184-1204)
abt Arnoldus I (1213-1224)
abt Theodericus (1223-1228)
abt Ludovicus (1228-1231)
abt Walterus I (1231-1236)
abt Henricus II (1236-1244)
abt Alardus (1244-125.)
abt Balduinus (125.-1268?)
abt Wenemarus (1270-1282)
abt Walterus II (1283-1291)
abt Nicolaus I (1291-1296)
abt Gerardus I (1296-1306)
abt Rodolphus (1307-1312)
abt Nicolaus II (1318-1323)
abt Joannes IV Pape (1329-1353)
abt Joannes V Pape (1352-1372)
abt Joannes VI Bierkens (1515)
abt Johannes Moors (1621-1641)
abt Leonardus Bosch (1641-1668)
abt Lucas Sjongers (1692-1694)
Interregnum (1707-1713)
abt Leonardus Maes (1713-1728)
abt Adrianus de Wit (1784-1793)
abt Jacobus Grevers (1794-1799)
Verzameldossiers Vilvoorde
Interregnum (1799-1805)
abt Petrus Beckers (1805-1823)
Interregnum (1823-1827)
abt Gerardus Neefs (1842-1859)
Parochie Engelen
Oude dossiers en collecties
Kenmerken
Datering:
1134-1857
Vindplaats origineel:
Depot Abdij Berne, Heeswijk-Dinther
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS