Archieven

 6002 Waterschap De Beneden Dommel, 1864 – 1976
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
1.1. Historie
6002 Waterschap De Beneden Dommel, 1864 – 1976
1. Inleiding
1.1. Historie
De tekst van deze inleiding is grotendeels overgenomen uit de inventaris van het archief van het waterschap "De Beneden Dommel", in 1965 vervaardigd door H.L.P. Eijkemans, echter opnieuw geïnventariseerd in verband met de grote hoeveelheid stukken welke aan deze inventaris moesten worden toegevoegd. Alhoewel het merendeel van de in deze inventaris beschreven waterschappen van een veel oudere origine zijn dan het waterschap "de Beneden Dommel", is een samenvatting onder laatstgenoemde benaming de enig juiste. Bij besluit van 29 juli 1958 van de Provinciale Staten van Noord-Brabant zijn immers de Oude Sint-Michiels Gestelse Polder, de Nieuwe Sint-Michiels Gestelse Polder, de Binnenpolder van Den Dungen en de Mudakker en Plijnse Polder opgeheven en per 1 juli 1959 gevoegd bij de Beneden Dommel. *  Gaarne had ik in de benaming het historisch verband van de rivier de Dommel met de vestingstad 's-Hertogenbosch tot uitdrukking zien gebracht. Alle eeuwen door heeft de rivier de Dommel veel bijgedragen tot de verdediging van de stad 's-Hertogenbosch. Herhaalde malen werd een dam in de Dieze gelegd, waardoor het Dommelwater slechts op de lage landen om die stad kon lozen. Een zo snel mogelijke innundatie van het rondomgelegen gebied was in het belang van de vestingstad. *  Dat vooral de lage gronden, gelegen in het stroomgebied van de Dommel in het Bossche buitengebied daarvan veel hinder en schade ondervonden is begrijpelijk. Een en ander blijkt uit het octrooi van de Dungense dijk van 1 oktober 1610: "hoe dat de landerijen en erfenissen onder den voors. gehuchte gelegen, zeer zijn subject van de innundatie en de verloop van de wateren", *  en uit de ordonnantie op het reglement van de dijk aan de Dungense kant van 8 december 1649: "om daarmede tegen de overloop des waters bevrijt te worden". * 
In hoofdzaak zal de rivier de Dommel gediend hebben voor de ontwatering. Onder de regering van Koning Lodewijk is een plan gemaakt voor de bevaarbaarmaking, hetwelk nooit tot uitvoering is gekomen. *  Voorzover is na te gaan is de Dommel echter nooit verder bevaarbaar geweest dan van 's-Hertogenbosch tot Boxtel, over een lengte van 21,7 km. en dan nog slechts voor schuiten met een geringe diepgang. *  De taken van het waterschap de Beneden Dommel en die van de andere waterschappen liepen enigszins uiteen. Blijkens een verzoekschrift van eigenaren van gronden, gelegen in het Boschbroek onder de gemeente 's-Hertogenbosch, Vught, Sint-Michielsgestel en Den Dungen zou het tot de taak van het op te richten waterschap de Beneden Dommel moeten behoren, het verkrijgen van een betere waterlossing door de Dommel, alsmede het voorkomen van overstromingen door zomerwater. *  Bij de andere waterschappen was het alleen de bedoeling door een bekading van de lager gelegen gronden, deze te beschermen tegen het vaak hoge zomerwater. Deze bekading was zeer onregelmatig. Slechts hier en daar, op lager gelegen gronden, werden dijken aangelegd. De hoger gelegen percelen vormden als het ware een natuurlijke bescherming. Nog heden ten dage kan men verschillende gedeelten van deze dijken in het landschap tussen Sint-Michielsgestel en Den Dungen zien.
Volgens de beschikbare gegevens zijn de Binnenpolder van Den Dungen en de Oude Sint-Michiels Gestelse Polder de twee oudste polders, die in deze inventaris beschreven zijn. Door Albert en Isabel Clara Eugenia van Spaniën werden op 1 oktober 1610 naar aanleiding van "die ootmoedige supplicatie van den deekenen, kerkmeesters, heiligen geestmeesters ende gemeijne ingeseetenen ofte nabuuren van den gehuchte van Den Dungen, ressorterende onder het vrijdom onser stadt van 's-Bosch, de voers. supplianten gepermitteerd, geconsenteerd ende geoctroyeert eenen nieuwen dijk te mogen maaken ende leggen aan die voers. Hooydonck ende Pooldonk". *  Door binnenlandse oorlogen en "troebelen" bleek de oude dijk geheel verwaarloosd te zijn, terwijl bovendien eenderde deel van Den Dungen nog onbedijkt was. Het dijkreglement voor de Heerlijkheid Sint-Michielsgestel afgegeven door Elizabeth Prinses van Sollern, vrijvrouwe van Sint-Michielsgestel op 8 december 1649, verleende aan de "samentlyke geërfde, besloten mit sekere dijk naast die van Den Dungen, aangelegen onder ons Heerlijkheid Gestel" de bevoegdheid en legde tevens de verplichting vast, om "de dijk van de Brandse Heyde suffisant en bekwaam te mogen maken en jaarlyx onderhouden tot den Dungensche dijk toe". *  De Mudakker en Plijnse polder zou reeds van zeer oude datum zijn. Uit de considerans van het besluit van 6 augustus 1844 *  tot vaststelling van een concept-reglement blijkt n.l. dat de polder reeds sedert onheuglijke tijden heeft bestaan. Op laatstgenoemde datum werd een provisioneel bestuur benoemd, wat er tevens op wijst, dat deze polder heropgericht werd. De Nieuwe Sint-Michiels Gestelse Polder is kennelijk van latere datum, alhoewel ook in het reglement van 2 juli 1819 *  de "van ouds genaamden Geuzendijk" en de eveneens reeds bestaande "zogenaamde Pettelaarse Dreef" genoemd
Uit het vorenstaande blijkt derhalve, dat er reeds bedijkte gebieden waren. Zeker is, dat de gebieden, rondom het dorp Gestel gelegen, over het algemeen bestonden uit lage moerassige heidegronden en polderland. Volgens een uitgiftebrief van 15 november 1381 *  kregen de inwoners van Thede, Herlaer en Gestel van Willem van Hoorne, heer van Herlaer, gemeenschappelijke gebruiksrechten op de Theereheide. Eén der rechten was het steken van turf. In oude kohieren komen verder de benamingen "Peter Pettelairsheide, Brandse Heyde en Palse Heyde" voor, terwijl in een provinciaal verslag van 1842 *  wordt gezegd: "De kleine rivieren de Dommel en de Aa enz. krijgen door het in cultuur brengen van woeste gronden, meerder water" enz. Ondanks alle voorzieningen, die er in de loop der jaren getroffen waren, hebben de grondeigenaren nog tot in de twintigste eeuw hinder van de wateroverlast ondervonden. Blijkens een aantekening van maart 1942 werd er toen nog niet naar gestreefd, de gronden, gelegen in het waterschap de Beneden Dommel in de winter watervrij te houden. Bij overstromingen, die in de wintermaanden meestal voorkwamen, stonden de polder plus een groot gedeelte van de achtergelegen waterschappen, in totaal ongeveer 1.000 H.A., geheel onder water. De oostelijke dommeldijk was nergens in staat de hoogste waterstanden te keren. Opmerkelijk is het, dat, alhoewel al deze waterschappen aan elkaar grensden en bijna alle hinder ondervonden van de hoge waterstand, veroorzaakt door de rivier de Dommel, in de respectievelijke archieven pas in latere jaren bescheiden gevonden zijn, die wijzen op enige samenwerking.
Eerst in 1927 gaan de besturen van de waterschappen een overeenkomst aan met waterschap de Beneden Dommel tot het oprichten en exploiteren van een electrisch pompgemaal. Omtrent het samenvoegen van de waterschappen zijn vóór 1958 geen bescheiden gevonden. Wel werd in het archief van de Nieuwe Sint-Michiels Gestelse Polder een concept van een toespraak van de voorzitter aangetroffen uit het jaar 1903 *  , houdende bezwaar tegen de opheffing van het waterschap. Vermoedelijk werd toen reeds aan een samenvoeging gedacht. Blijkbaar zijn de polderbesturen en misschien ook wel de ingelanden steeds zeer gesteld geweest op behoud van oude toestanden, zodat tot 1959 de oude waterschapsgrenzen, daterend uit de periode van het heerlijk gezag, werden aangehouden.
1.2. De ordening van het archief
Inventaris
Stukken van algemene aard
Stukken van bijzondere aard
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS