Archieven

 2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
Verantwoording van de inventarisatie
Aanwijzingen voor de gebruiker
Regesten
Records 1 t/m 100
157 1316 januari 15
Donredaegs na d'octave van Dertiendaghe.
Schepenen van Huesden oorkonden in opdracht van Jan van den Elshout, momboir in het Land van Huesdene, dat Jan Brusten en zijn vrouw VerJutte hebben geschonken aan abt en convent van het klooster Onser Vrowen van Berne: 1. een cijns van 3 pond te Vlimen op de hoeve land [sic], waar nu VerLeite, moeder van Herman Spieghel, woont; 2. - alleen aan de abt - een cijns van 3 pond te Wijc, te heffen van Jan de Meier op 18 hond op Scadewijc vanaf de Wiker-weteringhe tot de hoge weg, waar de monniken (van Middelburg of Berne? [Middelburg]) wonen; 3. een cijns van 1 pond te Vlimen op 3 morgen van Herman Spieghel, waar hij woont op de Osteren Egghe (zie de akte van 26 juni 1313, reg. nr.139); 4. een cijns van 40 schelling op de hofstede, waar Jan Bardmakers' huis op staat, plus een cijns van 2 schelling op het erf van Robke, zoon van VerBeatris, welke 42 schelling belast zijn met 2 schelling voor de Katelijnen-kerk te Huesden (zie de akte van 27 dec. 1314, reg. nr.150); 5. een cijns van 10 en een halve schelling op het erf op de dam achter Minnekens erf (zie de akte van 11 dec. 1313, reg. nr.145); 6. een cijns van 10 schelling op de hofstede van Jan van den Kerchove en op die van Jan van Zelant, man van Heske; 7. een schepenbrief van een cijns van 10 pond, die VerJutte gekocht had als prebende van een dagelijkse mis op het altaar van S. Nicolaus voor haar zoon in het klooster van Berne, ook wanneer deze zou uittreden; 8. een cijns van 26 schelling op huis en hofstede van Jan Gladings Scoesitters (Schoenmakers) en een van 10 schelling op huis en hofstede van Jan Baleps; 9. een cijns van 10 pond op hun woonhuis en erf ("gesate"); 10. 6 morgen tussen het veld van Jan Pikenvet en de Oude Mase, plus 10 hond in de Ooster in Oudehuesdene, geheten de Kesserec; dit alles om hun zoon Brusten te laten delen in de geestelijke gunsten van het klooster en de cijns van 10 pond (zie nr.9) later, na de dood van hun drieën, bestemmend als pitantie voor het klooster.
184 1329 oktober 17
Lovanii; feria tertia ante festum beati Luce ewangeliste.
Johannes (III), hertog van Brabantia, oorkondt, dat hij aan de ingezetenen van Rixtel, Aerle en Beke toestaat om voor hun gemeint een schutter ("nuntius") aan te stellen, die een geldboete van 5 schelling mag opleggen bij elk geval van schutten van vreemd vee, waarvan 2 schelling voor de heer, 2 voor de kerk ter plaatse en 12 penning voor de schutter; dat zij bovendien deze gemene gronden in cijns mogen uitgeven of verkopen tot het bedrag, dat zij als cijns moeten betalen aan hem, de hertog, en aan de abdij van Epternacum (Echternach).
2092 Norbertijnenabdij van Berne, oud archief, 1134-1857
Inleiding
Regesten
184 1329 oktober 17
Lovanii; feria tertia ante festum beati Luce ewangeliste.
Johannes (III), hertog van Brabantia, oorkondt, dat hij aan de ingezetenen van Rixtel, Aerle en Beke toestaat om voor hun gemeint een schutter ("nuntius") aan te stellen, die een geldboete van 5 schelling mag opleggen bij elk geval van schutten van vreemd vee, waarvan 2 schelling voor de heer, 2 voor de kerk ter plaatse en 12 penning voor de schutter; dat zij bovendien deze gemene gronden in cijns mogen uitgeven of verkopen tot het bedrag, dat zij als cijns moeten betalen aan hem, de hertog, en aan de abdij van Epternacum (Echternach).
NB:
a. Eenv. afschrift (Camps eerste helft 16e eeuw; o.i. eerder midden 15e eeuw), op papier, samen met andere afschriften (zie akte van 4 dec. 1300, reg. nr.109). IX s.v. Aarle-Rixtel, a, 2e tekst met opschrift: Carta secunda prefate communitatis. Confer het eenv. extract (le helft 19e eeuw), gedateerd 1329, IX s.v. Aarle-Rixtel, b.
b. Gedrukte tekst in: A.F.O. Sasse van Ysselt, Oorkonden betreffende Rixtel, ('s-Hertogenbosch 1920), blz.24-25; zonder opgave van vindplaats, maar blijkens de spelvarianten niet naar het afschrift in het abdijarchief; in een niet smetteloze transcriptie en onder de foutief opgeloste datum 15 oktober, lees 17 oktober.
Nota. Voor de herkomst van dit afschrift en extract, zie de nota bij het regest van 4 dec. 1300 (reg. nr.109).
Zie ook
194 194 1332 februari 16
In camera veteris aule castri Huesdensis in parochia de Oudehuesden, Leodiensis dyocesis, ad pedes strati testatoris et uxoris sue ante fenestram camere. Anno 1332, indictione quinta, mensis februarii sexta decima, hora vesperarum.
Notaris Robertus de Dordraco, kanunnik van Berna, priester, instrumenteert in opdracht van de Officiaal van Leodium, dat heer Willelmus de Buscho, ridder, z.v.w. Gherlacus de Buscho, zijn testament heeft gemaakt waarbij hij;

1. aan zijn vrouw Elisabeth (van Boxtel) legateert het vruchtgebruik van zijn goederen in Erpe, Vechel, Uden, Osse en Oerscot, alsook het gebruik van het brand- en timmerhout aldaar; dit echter met behoud van de eerder gevestigde cijnzen voor de kerken van Osse en Oerscot;
2. tot fundatie van een klooster van de Zusters van S. Clara zijn huis en erf in Buscoducis schenkt met 6.a. het visrecht, en als fundatiegoederen aanwijst zijn molen op het Hinthamereind en een tiental, nader genoemde goederen en inkomsten in en buiten de stad, o.a. in Hijnen (Heinis bij Rosmalen), Nuweland, Scinle en Berlechem;
3. aan het klooster van Berna schenkt zijn grote en kleine tiende in Berlechem en 25 pond uit 50 pond uit de tiende in Vlimen, dit tot fundatie van een dagelijkse mis van Requiem en anniversarium;
4. nader genoemde legaten vermaakt aan: jonkvrouw Jutta van Saffenberghe; Johannes den Jonghen van Herpt; de geestelijken van Hoesden; de heilig-geesttafel, de priesters van de St. Janskerk, de altarist heer Johannes van Tuul, de kapelaan van het Maria-Magdalena-altaar, de Minderbroeders, de Predikheren, de Wilhelmieten van Porta Celi, de priesters van de Begijnen, de Arme Begijnen in de Infirmerie, het Gasthuis, de priester van de Begharden, deze allen in Buscoducis; voorts de priesters van Oesterwijc, Haren, Ghestele en Beke; de kanunniken van Postela; en de conventen van Binderen en Hoedonc; 5. nader genoemde legaten schenkt aan zijn huispersoneel;
6. aan zijn zaakgelastigde Jacobus Coptyt vermaakt 20 pond jaarlijks; aan Johannes Pape, abt van Berna, 20 pond eens, en aan Johannes Moytken, zijn biechtvader en gardiaan van de Minderbroeders, 10 pond eens;
7. krachtens recht van adoptie tot zoon en erfgenaam benoemt Wilhelmus van Horne en Altena, ridder, hem aanstellend als gevolmachtigd procurator;
8. als 3 executeurs benoemt: de abt van Berna, voornoemde Wilhelmus en Jacobus Coptyt, en hun bepaalde goederen overdraagt; dit alles in tegenwoordigheid en als getuigen: de abt van Berne, erflater's vrouw, haar broer Heinricus van Boecstel, kanunnik van S, Gereon in Keulen en van S. Servatius in Maastricht ("Traiectum"), Theodericus Splitaff, proost van Berne, priester, meester Bruystenus, pastoor van Hoesden, Engelbertus, kapelaan van de erflater, en de Heusdense schepenen Nicholaus Thomaszn en Robertus Philippuszn.
195 1334 september 4
In campo situato inter dictas ecclesias seu parochias, quasi in divisione earum (=ongeveer op de grenslijn van Heeswijk en Schijndel).
Notaris Heinricus Gerarduszn van Neynsel [Neysel] instrumenteert, dat Johannes, abt van Berna, als patronus van de kerk van Heeswijc, en Johannes van Lumel, kanunnik en priester van Berna en pastoor en investiet van deze kerk enerzijds, en heer Gheerlacus, pastoor en investiet van de kerk van Scindel anderzijds zijn overeengekomen in het geschil aangaande het tiendrecht van een bepaald grensgebied van deze parochies, overeenkomstig de scheidsrechterlijke uitspraak van Daniel de Aggere (van Dijk) en Leonius van Keeldonc, dat namelijk de tienden uit de Langhedonc, de Aud-Liekendonc en de Nu-Liekendonc, uit de helft van de Rutgheersdonc, nl. aan de kant van de rivier de Aa, zullen behoren aan de kerk van Heeswijc; dat de tienden uit de andere helft van de Rutgheersdonc en uit de hele Malb[w]erchshove zullen behoren aan de kerk van Scinle; waarna de abt aan Godefridus Mast, kanunnik van Berna, heeft opgedragen, voor de jongens, die toevallig bij het voorlezen van deze uitspraak aanwezig waren, muntstukken in de lucht te gooien, die deze dan in een heftige vechtpartij moesten veroveren, met de bedoeling, dat zij deze gebeurtenis nooit zouden vergeten; en waarbij als getuigen aanwezig waren: Leonius, kapelaan voor dat jaar in Scindel, Andreas Vallant, Ludvigus z.v. Daniel de Aggere, Johannes de Minderbroeder, magister Arnoldus van Bernhese, Johannes Strage [Serage], Hermannus Ghibozn van Gravia, clericus, Heinricus Snoec, Heinri(c)us Spieringszn, Heinricus Rolap e.a.
Records 201 t/m 300
Records 301 t/m 400
Records 401 t/m 500
Records 501 t/m 600
Records 601 t/m 700
Records 701 t/m 800
Records 801 t/m 900
Records 901 t/m 974
Inventaris
stichting
abt Everardus I (1134-1168)
abt Hugo (1168-1176)
abt Godescalcus (1176-1184)
abt Everardus II (1184-1204)
abt Arnoldus I (1213-1224)
abt Theodericus (1223-1228)
abt Ludovicus (1228-1231)
abt Walterus I (1231-1236)
abt Henricus II (1236-1244)
abt Alardus (1244-125.)
abt Balduinus (125.-1268?)
abt Wenemarus (1270-1282)
abt Walterus II (1283-1291)
abt Nicolaus I (1291-1296)
abt Gerardus I (1296-1306)
abt Rodolphus (1307-1312)
abt Nicolaus II (1318-1323)
abt Joannes IV Pape (1329-1353)
abt Joannes V Pape (1352-1372)
abt Joannes VI Bierkens (1515)
abt Johannes Moors (1621-1641)
abt Leonardus Bosch (1641-1668)
abt Lucas Sjongers (1692-1694)
Interregnum (1707-1713)
abt Leonardus Maes (1713-1728)
abt Adrianus de Wit (1784-1793)
abt Jacobus Grevers (1794-1799)
Verzameldossiers Vilvoorde
Interregnum (1799-1805)
abt Petrus Beckers (1805-1823)
Interregnum (1823-1827)
abt Gerardus Neefs (1842-1859)
Parochie Engelen
Oude dossiers en collecties
Kenmerken
Datering:
1134-1857
Vindplaats origineel:
Depot Abdij Berne, Heeswijk-Dinther
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS