Archieven

 224 Zuidelijk Toneel in Eindhoven, 1953 - 1988
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Historisch overzicht
224 Zuidelijk Toneel in Eindhoven, 1953 - 1988
Inleiding
Historisch overzicht
Het Zuidelijk Toneel heeft in de jaren van haar bestaan een aanzienlijke rol gespeeld in het Nederlandse toneelwezen. Veel grote acteurs en actrices zijn voor korte of langere tijd aan het toneelgezelschap verbonden geweest. Het spelen van repertoiretoneel (repertoiretoneel haalt haar inspiratie uit bestaande stukken) op een landelijk niveau is steeds haar streven geweest. Hieronder wordt een historisch overzicht gegeven van Het Zuidelijk Toneel over de jaren 1953-1988.
In het Noord-Brabant van net na de Tweede Wereldoorlog bestaat een groeiende belangstelling voor allerlei zaken op cultureel gebied. Aan de muzikale behoefte wordt tegemoet gekomen door de oprichting van Het Brabants Orkest; wat het toneel betreft moet Noord-Brabant het op dat moment stellen met tal van amateurverenigingen en voorstellingen van in de Randstad gevestigde beroepstoneelgezelschappen. De wens om een in Brabant gevestigd beroepstoneelgezelschap te krijgen, leidt in oktober 1954 tot de oprichting van een Stichting Het Brabants Toneel.
Belangrijkste doel van de stichting is het stichten en in stand houden van een beroepstoneelgezelschap. Een poging om in samenwerking met het Limburgs amateurtoneel een gezelschap op te richten, met als doel een sterke positie ten opzichte van de westerse toneelgezelschappen in te kunnen nemen, komt niet van de grond. De stichting is voor het oprichten en instandhouden van een beroepstoneelgezelschap mede afhankelijk van financiële steun van de overheid. Aan het nieuw op te richten toneelgezelschap wordt rijkssubsidie toegezegd, onder voorwaarde dat het gezelschap zich aan sluit bij de Toneelcoördinatie, een samenwerkingsverband waarin de directies van verschillende toneelgezelschappen in Nederland vertegenwoordigt zijn, en dat functioneert als schakel tussen de toneelwereld en de overheid.
Ook bij de Gedeputeerde Staten van Noord-Brabant wordt een verzoek om subsidie ingediend. Gedeputeerde Staten stellen naar aanleiding van dit verzoek een studiecommissie in die de werkelijke behoefte aan een dergelijk gezelschap in het zuiden van Nederland moet gaan onderzoeken. De commissie, onder voorzitterschap van de Eindhovense wethouder Van Eupen, laat in haar onderzoeksrapport van januari 1955 weten dat er een aanvang genomen kan worden met de vorming van een zuidelijk beroepstoneelgezelschap.
De naam van de stichting wijzigt in oktober 1955 van Stichting Het Brabants Toneel in Stichting Het Zuidelijk Toneel. Aan de hand van de regels van de Toneelcoördinatie gaat het bestuur van de stichting op zoek naar spelers en een passende directie. Op 14 september 1956 is er een gezelschap gevormd onder de artistieke leiding van Louis Saalborn en Lo van Hensbergen en met Gerrit Lindenberg als zakelijk leider.
Saalborn overlijdt in 1957 en Van Hensbergen trekt zich een jaar later terug als directeur, maar blijft lid van het gezelschap. De daarop volgende twee jaren worden overbrugd door de leiding van een driemanschap, bestaande uit Rob de Vries, Anty Westerling en Marius Kip. Vanaf het seizoen 1960-1961 wordt Karl Guttmann de nieuwe artistiek leider, en gaat het toneelgezelschap verder onder de naam Ensemble. Het succes van de toneelopvoeringen dat het gezelschap in de eerste jaren van haar bestaan kende, neemt na 1960 sterk toe en het verwerft zich een plaats binnen de Nederlandse toneelwereld. Verschillende grote acteurs en actrices worden voor korte of langere tijd voor de groep geëngageerd.
Als Guttmann in 1967 een baan aangeboden krijgt als hoogleraar aan de Hochschule für Musik und darstellende Kunst in Stuttgart lijkt er een einde aan een goede periode te komen. De leden van het gezelschap achten een combinatie van deze functie met de leiding van Ensemble onaanvaardbaar. Onenigheid omtrent zijn ontslagprocedure leidt vervolgens tot een proces dat Guttmann aanspant tegen de Stichting Het Zuidelijk Toneel, en dat door de stichting verloren wordt. Guttmann vertrekt en de onduidelijkheid die ontstaat rondom zijn opvolging wordt beëindigd door het aantrekken van Ton Lutz en Frits Bloemkolk in de directie in 1968. Het gezelschap gaat vanaf dat moment verder als Zuidelijk Toneel Globe, welke naam verwijst naar het Globe Theatre van William Shakespeare.
Lutz vertrekt in 1975 naar het Publiekstheater in Amsterdam en Bloemkolk wordt algemeen directeur van Globe. De subsidievoorziening aan de stichting is tot 1978 afkomstig van het Rijk, de Provincie en de vier grote Brabantse gemeenten Eindhoven, Den Bosch, Tilburg en Breda. De Provincie en de vier gemeenten zijn samen vertegenwoordigd in een Subsidintencommisie die besluit over de subsidieverlening. Deze commissie stelt onder meer als voorwaarden voor de voortzetting van de subsidiëring van 1978 tot en met 1982 dat het gezelschap zich meer richt op de eigen zuidelijk regio, en zal verhuizen van de huidige vestigingsplaats Amsterdam naar Eindhoven. Breda haakt als subsidiënt af, ondanks het feit dat het gezelschap in 1979 naar Eindhoven verhuist en er een nieuwe artistieke leiding, bestaande uit Gerardjan Rijnders, Paul Vermeulen Windsant en Ulrich Greiff, wordt aangetrokken om in de nieuw ontstane situatie te kunnen functioneren.
Na 1982 volgden er enkele moeilijke seizoenen, waarin de bezoekcijfers dalen en ook het invullen van een nieuw artistiek leider een probleem is. De nieuwe zakelijk leider Kommer 't Mannetje stelt ten slotte in 1986 Ronald Klamer voor als artistiek leider. Het Rijk is op dat moment de enig overgebleven subsidieverlenende instantie. De Raad voor de Kunst, die het optreden van een aantal regionale repertoiregezelschappen, waaronder Globe, teleurstellend vindt, adviseert het Rijk de subsidiëring na 1988 stop te zetten.
De Raad voor de Kunst geeft de minister van Welzijn, Volksgezondheid en Cultuur het advies andere produktievormen te vinden voor de toneelvoorziening in de regio van Globe. De Raad van State verwerpt de plannen van de minister, nu de nieuwe leiding van Eric Antonis nieuwe ideeën voor de toneelvoorziening in de zuidelijke regio ten uitvoer wil brengen. Vanaf 1988 wordt de naam van de stichting omgezet in Stichting Het Zuidelijk Theater en gaat het toneelgezelschap Globe verder onder de naam Het Zuidelijk Toneel.

Theo van de Sande, 1996
Aanwijzingen voor de gebruiker
Bijlagen
Inventaris
Kenmerken
Vindplaats origineel:
Locatie Den Bosch
Openbaarheid:
Deze toegang bevat een of meer stukken die tot 1 januari 2064 niet zonder meer openbaar zijn.
Het precieze jaar van openbaarheid kun je per inventarisnummer vinden.

Bij vragen kun je contact opnemen met het BHIC.
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS