skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

Archieven

 2041 Parochie H. Lambertus te Maren-Kessel en voorgangers, 1450-2012
 
 
Zoek in deze inventaris
 
 
 
 
 
Inleiding
Inleiding parochie H. Lambertus te Maren
2041 Parochie H. Lambertus te Maren-Kessel en voorgangers, 1450-2012
Inleiding
Inleiding parochie H. Lambertus te Maren
H. Lambertus

Lambertus, geboren rond 635, is bisschop van Maastricht in een turbulente tijd met veel politieke problemen tussen adel en Kerk. Zijn voorganger, Theodardus, is in 672 in een bos op weg naar huis vermoord, waar vermoedelijk de hofmeier (hoofd van een hofhouding) Ebroïn de hand in heeft gehad. Lambertus wordt in 675 als bisschop afgezet door de adel en trekt zich gedurende zeven jaar terug in het klooster van Stavelot bij Malmédy.

Pepijn, de nieuwe hofmeier en een overtuigd christen, haalt Lambertus terug naar Maastricht. Als de bisschop bij Pepijn aan tafel wordt genodigd, komt hij naast een hem onbekende dame te zitten, Alpaïs. Pepijns vrouw is niet aanwezig. Op Lambertus’ vraag naar de reden, zegt Pepijn voorlopig de voorkeur te geven aan deze vrouw. Lambertus kapittelt Pepijn hierover; hij zou als christen het goede voorbeeld moeten geven. Pepijn belooft beterschap.

Als Lambertus weer bij Pepijn te gast is, merkt hij dat Alpaïs nog steeds de plaats inneemt van de wettige echtgenote. Lambertus ontzegt Pepijn de toegang tot de kerk zolang deze situatie voortduurt. Pepijn voelt zich te schande gezet en betert zijn leven, maar Alpaïs zint op wraak. Zij laat Lambertus doden als hij bij het graf van zijn voorganger Theodardus aan het bidden is. Een zwaard klieft zijn schedel. Begin achtste eeuw verplaatst zijn opvolger Hubertus de relieken van Lambertus naar Luik.

De eerste schriftelijke vermelding van Maren en Kessel dateert zoals gezegd van 9 april 997. De “keizer van het Heilige Roomse rijk”, Otto III, schonk op die datum Marsna en Casella aan bisschop Notker van Luik. Echte dorpen waren Maren en Kessel toen waarschijnlijk nog niet; vermoedelijk waren het niet meer dan gehuchten, een paar boerderijen bij elkaar. Deze bewoonde plekken lagen op oeverwallen, rivierduinen of terpen en waren zo enigszins beschermd tegen de Maas, die toen nog niet bedijkt was.
De oudste vorm van Maren is Marsna (in de oorkonde uit 997) en de betekenis daarvan hangt samen met “mare”, dat ‘meer’ of ‘water’ betekent. De naam Maren duidt dus op een (woon)plaats langs het water.
Maren had geen lokale heer, maar was een zogenaamd hertogsdorp: hier oefende de hertog van Brabant de heerlijkheidsrechten uit.
Maren heeft veel te lijden gehad van brandschattingen, verwoesting en waterschade door overstromingen van de Beerse overlaat. In dat opzicht bekende rampjaren zijn o.m. 1504, 1545, 1599, 1740, 1757, 1809.
Bevolking

Vóór 1800 telde Maren ruim 400 inwoners en dat aantal groeide maar heel langzaam. In 1813 waren het er 452 en pas aan het eind van de negentiende eeuw kwam dat aantal boven de 500. In 1900 woonden er 638 mensen in Maren.
De bevolking van Maren (en Kessel) heeft zijn bestaan altijd grotendeels in de agarische sector gevonden: landbouw en veeteelt.
Maren was eerst een zelfstandige gemeente, en fuseerde in 1819 met de gemeenten Alem en Kessel tot de gemeente Alem, Maren en Kessel. Deze naam werd gekozen, omdat dit van west naar oost de volgorde is van de dorpen. In 1958 is deze gemeente opgeheven, toen Alem bij de gemeente Rossum kwam en Maren en Kessel bij de gemeente Lith werden gevoegd.

De kerk

De oudste parochiekerk van Maren heeft lange tijd de stormen doorstaan. Het patronaat behoorde aan het kapittel van de kathedraal van Luik. Begin 16e eeuw zijn er drie altaren bekend: dat van Maria en Antonius, dat van Maria en die van de kapel van Gewande.
Van deze laatste kapel is niet veel bekend. Tegen het einde van de 16e eeuw schijnen plundering, verwoesting en heiligschennis te zijn gepleegd aan vele kerken in het dekenaat Oss. De kerk van Maren bleef staande maar werd samen met het kerkhof op 28 juni 1613 door bisschop Masius opnieuw ingezegend. Na 1648 werden de kerken gesloten verklaard voor katholieken die aanvankelijk hun toevlucht moesten zoeken in grenskapellen. Na verloop van tijd (na 1672) richtten de katholieken van Maren samen met die van Kessel een eigen schuurkerk die nog dienst heeft gedaan tot begin 19e eeuw. Die van Kessel kregen in 1799 hun eigen kerk terug. Maar de katholieken van Maren kregen eerst in 1821 weer de beschikking over hun kerk, die toen ook flink opgeknapt moest worden.
Kerk van Maren

De kerk uit 1905 verving een ouder kerkje uit de 16e eeuw. Ook werd in dat jaar een nieuwe pastorie gebouwd, die er thans nog staat. Adres pastorie: Oude Pastoriestraat 5 te Maren.
In die tweede kerk van Maren werden prachtige muur- en plafondschilderingen aangebracht door de Rosmalense kunstschilder Piet Engels. Deze zijn verloren gegaan in 1944. De kruisweg die hij in 1941 schilderde kon nog wel worden overgebracht naar de nieuwe kerk.
In oktober 1944 zijn de kerkjes van Maren en van Kessel onherstelbaar beschadigd door de oorlogshandelingen.
de nieuwe kerk

De St.-Lambertuskerk in Maren-Kessel wordt vanaf 1951 gebouwd door architect J.A. de Reus uit Oss ter vervanging van de parochiekerken van Maren en Kessel, die beide in de Tweede Wereldoorlog zijn beschadigd. Het is een driebeukige basiliek (bouwwijze waarbij de middenbeuk hoger is dan de zijbeuken, zodat in de zijwanden van de middenbeuk vensters kunnen worden aangebracht) met een toren boven het priesterkoor. De architectuur is gebaseerd op de principes van de Bossche School.
Het archief

Een oud gedeelte van de parochiearchieven van Maren en van Kessel is, vermoedelijk na de samenvoeging tot parochie Maren-Kessel begin jaren vijftig, terechtgekomen bij het bisdom 's-Hertogenbosch. Recent zijn deze bescheiden afgestoten door het bisdom en terechtgekomen bij het BHIC, waarna ze in onderhavige inventaris zijn beschreven.
Pastoors van Maren


1541Aegidius van Erp
1571Godefridus van Lith?
1596Rutger Eeverts voor 11-04-1596 vader van twee "natuurlijke" kinderen
bij Lijsken Cornelis Aerts

1606Joannes Gijsbers, van Maren, deken van Oss sinds 1612, deed afstand,

+1632 klooster Uilenborg Den Bosch

Nadat een eerste seminarie maar een kort leven beschoren was, werd in oktober 1612 bij de tweede Bossche diocesane synode het seminarie weer opgericht door Gijsbert Maes, beter bekend als bisschop Masius. Feitelijk bestond dit nieuwe seminarie pas weer vanaf 1615 onder bisschop Zoesius. Deze vermeldt in in zijn verslag van 20 augustus 1625 de manier waarop de studenten aan het seminarie hun opleiding volgen. Er waren op dat moment veertig studenten die aan het Jezuïetencollege hun Latijnse studie maakten. Zij stonden op het seminarie onder leiding van de "praefectus", een priester-directeur die hun de gregoriaanse zang bijbracht. Van 1616 tot 1622 was Theodorus Ludovicus Le Mueau president van het seminarie, van 1622 tot 1629 was het Jan Gijsberts van Maren die de leiding op zich nam.
bron: M.A. Nauwelaers, Latijnse school en onderwijs te 's-Hertogenbosch tot 1629, (Tilburg, 1974), blz. 278-289.
http://www.historietilburg.nl/thr/thr9.boeren.htm
1622/1624Reinerus de of van Hee, ook pastoor van Kessel
1664-1696Adam de Weerdt,van Maren, pastoor Teeffelen, bediende ook Maren
en Kessel, +15 apr 1696
Zie artikel over Adam de Weerdt in De Kerkklokken voor het dekenaat Oss, 10 feb 1940

1698Antonius van Meerwijk
1752-1763Gerardus van Hurwen, van Lith, ook pastoor van Kessel, +22 dec 1761
1763-1789Hyacinthus van de Ven, van Son, ook pastoor van Kessel, +10 mrt 1789
1789-1804Arnoldus Wouters, van Eersel, ook pastoor van Kessel, +12 dec 1804
1804-1809Joannes van den Eynde, van Gemert
1809-1831Petrus van Iperen, van Berchem. +1832
1831-1846Theodorus Schoenmakers, van Waspik
1846-1861Jacobus Aarts, van Eersel
1861-1903Joseph Martinus Sanders, van Mierlo, +26 apr 1903
1903-1915Andreas Kluitmans
1915-1937Fransiscus André van den Heuvel
1937-1968Gerardus M.J. Cox, +1978
pastoor Cox verkreeg in okt 2013 posthuum de onderscheiding Yad Vashem te Amsterdam.In de oorlog redde hij en de medebewoners van zijn pastorie joodse mensen door hen te laten onderduiken in zijn pastorie. Samen met zijn behulpzame huisgenoten Mietje Berendsen, Daatje en Grietje Croonen en Koos van Bergen bood hij ruim twee jaar lang onderdak aan het joodse meisje Jetty Mok; ook haar oma, oom en tante verbleven in Maren. geb 1893 Oss, priesterwijding 1917, daarna kapelaan te Tilburg (Hasselt)
vanaf 1952 vormen Maren-Kessel samen één parochie
1968-1987Theodorus Pirenne
1987-1990Theo Scheers diaken

1990-2002Alouis Thijssen, diaken

2002-2Luc Buyens, waarnemend pastoor
2 -Sipko van der Vinne, kapelaan


Stamboom Pirenne

Louis Joseph Hubert Pirenne, geb. Aubel (B.), zoon van Jean Baptiste Louis Joseph en Marie Josephine Schoonbroodt, gehuwd 31 mei 1915 Tilburg en 2 juni St Josephkerk aldaar, met Petronella Magdalena Menting, geb. Arnhem, d.v. Johannes Hendricus en Theodora Kleijn.
kinderen:
Christiaan
Jozef
Louis
Maurice
Theodorus
Mitsy
Thea
Inleiding van de parochie H. Antonius Abt te Kessel
Inleiding parochie Maren-Kessel
Kenmerken
Datering:
1450-2012
Vindplaats origineel:
BHIC 's-Hertogenbosch
Categorie:
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS