Gevangenisarchieven tot 1940

Van kruimeldief tot moordenaar, van wanbetaler tot vechtjas, je komt ze allemaal tegen in de gevangenisarchieven. Duik mee in de zelfkant van ons Brabant!

Inschrijvingsregister gevangenis en portretfoto's ontslagen gevangenenInschrijvingsregister gevangenis en portretfoto's ontslagen gevangenen

De inschrijvingsregisters van gevangenissen vormen de kern van de administratie van het gevangeniswezen uit de 19e en de eerste helft van de 20e eeuw. Ze geven een zakelijke opsomming van gegevens van personen die in de strafinstellingen verbleven. De registers hebben vaak een nogal forse fysieke omvang, de informatie is er volgens een bepaald model in kolommen opgenomen.

De inschrijvingsregisters van de Brabantse gevangenissen kunnen niet alleen gebruikt worden voor genealogisch onderzoek, maar bieden ook mogelijkheden voor wetenschappelijk onderzoek van sociologisch/psychologische en criminologische aard. Ze geven persoonsinformatie als de naam, geboortedatum, -plaats en het beroep van de gevangene - mannen en vrouwen - maar bevatten ook informatie over de veroordeling door een rechtbank en het begane misdrijf. Vaak geven de registers ook een signalement van de gevangene en gegevens over zijn of haar ouders, de burgerlijke staat, het genoten onderwijs en gedrag in de gevangenis. Via deze inschrijvingsregisters vind je dus niet alleen veel informatie over een persoon, maar kun je bijvoorbeeld ook het vonnis van de strafzaak gemakkelijk terugvinden.

Zoek in de gevangenisregisters

Blader door de registers

De index bevat grofweg de inschrijvingsregisters van alle Brabantse strafgevangenissen en huizen van bewaring. Als alternatief voor zoeken kun je ook bladeren door de gescande registers. Het gaat om:

Strafgevangenissen: Breda, Eindhoven en 's-Hertogenbosch

Huizen van bewaring: Boxmeer, Boxtel, Breda, Eindhoven, Grave, Heeze, Helmond, 's-Hertogenbosch, Heusden, Oirschot, Oudenbosch, Tilburg, Veghel, Waalwijk en Zevenbergen

Verder hieronder volgt een gespecificeerd overzicht van al dan niet in de database opgenomen stukken uit de gevangenisarchieven, naast de inschrijvingsregisters.

In de index zijn van alle ingeschreven personen naam, geboortedatum (of leeftijd en vermoedelijk geboortejaar) en geboorteplaats opgenomen. Uit de registers van de strafgevangenissen is daarnaast het misdrijf overgenomen, uit de registers van de kleinere huizen van bewaring zijn daarnaast ook het beroep en misdrijf overgenomen.

Goed om te weten

  • Vooral in de registers van de huizen van bewaring werden personen regelmatig ingeschreven zonder bij de naam verdere persoonsgegevens te vermelden. Denk aan recidivisten, passanten en vreemdelingen. Volstaan werd dan met het registreren van het volgnummer van een eerdere inschrijving van deze persoon waar zijn/haar persoonsgegevens wél bij vermeld zijn.
  • Tijdens het maken van de index bleek herhaaldelijk dat personen met verkeerde gegevens waren ingeschreven. Denk aan een onjuist opgegeven naam, een verkeerde geboortedatum etc. Houd hier bij het zoeken rekening mee, zoek creatief en gebruik jokertekens. Verifieer bovendien alle gevonden gegevens aan de hand van betrouwbaarder bronnen, zoals de akten van de burgerlijke stand.

Voorbeeld uit een inschrijvingsregister (klik voor vergroting)
Voorbeeld uit een inschrijvingsregister (klik voor vergroting)

Wat zit er precies in de database?

Hieronder volgt een gespecificeerd overzicht van al dan niet in de database opgenomen stukken uit de gevangenisarchieven. Doorgaans zijn daarbij de relevante toegangsgegevens vermeld, zodat de stukken in de archiefinventarissen teruggezocht kunnen worden. De in de database opgenomen stukken zijn gescand en geïndiceerd, de andere stukken zijn op de studiezaal raadpleegbaar, mits openbaar.

's-Hertogenbosch (toegangsnr. 52)

Opgenomen in de database zijn de inschrijvingsregisters van de volgende instellingen:

  • Strafgevangenis, 1834-1923 (inv.nrs. 298-358 en 365-369)
  • Cellulaire gevangenis, 1860-1862 (inv.nrs. 370-371)
  • Gevangenis voor veroordeelde vrouwen, 1877-1887 (inv.nr. 372)
  • Bijzondere strafgevangenis voor mannen, 1888-1911 (inv.nrs. 373-375)
  • Bijzondere strafgevangenis voor jongens, 1890-1904 (inv.nr. 376)
  • Huis van bewaring, 1842-1926 (inv.nrs. 377-509 en 531-562)

Niet opgenomen in de database zijn:

  • Notulen en correspondentie van colleges van regenten c.q. commissies van administratie en algemene leiding van de gevangenissen (inv.nrs. 1-255)
  • Inschrijvingsregisters tuchthuis, huis van detentie, huis van reclusie en tuchtiging, huis van arrest, huis van justitie en provoosthuis (inv.nrs. 256-297)
  • Diverse registers huis van bewaring o.a. van gegijzelden wegens schulden, opgenomen kinderen met moeders en overleden gedetineerden (inv.nrs. 569-602)
  • Niet-openbare inschrijvingsregisters strafgevangenis, 1923-1938 (inv.nrs. 359-364) en huis van bewaring, 1925-1940 (inv.nrs. 510-530 en 563-568)

Open de inventaris >>

Eindhoven (toegangsnr. 54)

Opgenomen in de database zijn de inschrijvingsregisters van de volgende instellingen:

  • Strafgevangenis, 1847-1877 (inv.nrs. 39-46)
  • Huis van bewaring, 1839-1922 (inv.nrs. 47-108)

Niet opgenomen in de database zijn:

  • Notulen, correspondentie en overige stukken van het college van regenten (inv.nrs. 1-35)
  • Inschrijvingsregisters huis van arrest (inv.nrs. 36-38)
  • Registers huis van bewaring van gegijzelden wegens schulden (inv.nrs. 109-114)

Open de inventaris >>

Breda (toegangsnr. 55)

Opgenomen in de database zijn de inschrijvingsregisters van de volgende instellingen:

  • Strafgevangenis, 1840 en 1848-1926 (inv.nrs. 369 en 101-165)
  • Tijdelijke hulpstrafgevangenis, 1919-1922 (inv.nr. 177)
  • Huis van bewaring, 1843-1926 (inv.nrs, 178-317, 339, 340 en 342-359)
  • Hulphuis van bewaring, 1892-1893 (inv.nrs. 367-368)

Niet opgenomen in de database zijn:

  • Notulen, correspondentie en overige stukken van het college van regenten en algemene leiding van de gevangenissen (inv.nrs. 1-72 en 74-77)
  • Signalementsregisters en maandstaten van diverse strafinrichtingen gezamenlijk (inv.nrs. 78-86)
  • Inschrijvingsregisters tuchthuis, huis van arrest en provoosthuis (inv.nrs.87-100)
  • Diverse registers en staten strafgevangenis o.a. inschrijvingsregister van gevangen mannen, 1843-1848, en registers van voorlopig aangehoudenen (inv.nrs. 73 en 174-176)
  • Registers huis van bewaring van opgenomen kinderen met de moeders en gegijzelden wegens schulden, 1913-1961 (inv.nrs. 364-366)
  • Niet-openbare inschrijvingsregisters strafgevangenis, 1926-1938 (inv.nrs. 166-173) en huis van bewaring, 1926-1939 (inv.nrs. 318-336, 338 en 360-363)

Open de inventaris >>

Bergen op Zoom, Boxmeer, Boxtel, Ginneken, Grave, Heeze, Helmond, Heusden, Oirschot, Oss, Oudenbosch, Rucphen, Tilburg, Veghel, Waalwijk, Woudrichem en Zevenbergen (toegangsnr. 57)

Opgenomen in de database zijn de inschrijvingsregisters van de volgende instellingen:

  • Huis van bewaring Boxmeer, 1891-1921 (inv.nr. 12)
  • Huis van bewaring Boxtel, 1850-1876 (inv.nrs. 14-16)
  • Huis van bewaring Grave, 1860-1876 (inv.nrs. 19-22)
  • Huis van bewaring Heeze, 1863-1870 (inv.nr. 27)
  • Huis van bewaring Helmond, 1882-1886 (inv.nrs. 28-29)
  • Huis van bewaring Heusden, 1855-1884 (inv.nrs. 31-38)
  • Huis van bewaring Oirschot, 1850-1884 (inv.nrs. 39-48)
  • Huis van bewaring Oudenbosch, 1864-1877 (inv.nrs. 63-64)
  • Huis van bewaring Tilburg, 1849-1886 (inv.nrs. 70-88)
  • Huis van bewaring Veghel, 1860-1884 (inv.nrs. 89-98)
  • Huis van bewaring Waalwijk, 1866-1886 (inv.nrs. 99-104)
  • Huis van bewaring Zevenbergen, 1866-1883 (inv.nrs. 108-109)

Niet opgenomen zijn:

  • Diverse stukken van de gevangenissen in Bergen op Zoom, Boxmeer, Ginneken, Grave, Heeze, Heusden, Oss, Oudenbosch, Rucphen, Woudrichem en Zevenbergen

Open de inventaris >>

De zogenoemde koepelgevangenis te Breda
De zogenoemde koepelgevangenis te Breda

Geschiedenis van het gevangeniswezen

Van een landelijk centraal georganiseerd gevangeniswezen was vóór 1811 nog geen sprake. Per provincie waren er grote verschillen in het aantal en de aard van de strafinstellingen.

Er werden vrijwel geen vrijheidsstraffen opgelegd. Men gaf de voorkeur aan lijf- en doodstraffen, onterende straffen en verbanningen. In de dorpen waren geen echte gevangenissen. Verdachten werden opgesloten in de plaatselijke raadhuizen, stadspoorten of kastelen, voordat ze op transport werden gesteld naat de tuchthuizen in de steden Alkmaar, Amsterdam, Arnhem, Breda, Brielle, Dordrecht, Gouda, Den Haag, Groningen, 's-Hertogenbosch, Leeuwarden, Rotterdam, Utrecht, Woerden of Zwolle.

In 1811 werd het Franse model voor het gevangeniswezen ingevoerd. (In Limburg gebeurde dit al in 1796.) In het Arrêté sur l'organisation des Prisons werd een onderscheid gemaakt tussen personen die nog niet waren veroordeeld of een korte straf hadden gekregen en personen die veroordeeld waren tot lange en zware straffen. De onveroordeelden of kortgestraften verbleven in politiehuizen, huizen van arrest en huizen van justitie. De langer gestraften zaten in de verbeter- en tuchthuizen. In garnizoenssteden was het gebruikelijk dat er voor militairen aparte gevangenissen werden ingericht, de zogenoemde provoosthuizen.

Deze indeling hield ook verband met het ingevoerde Franse model van de rechterlijke macht: vredegerechten, rechtbanken van eerste aanleg en Hoven van Assisen. Deze kunnen beschouwd worden als voorgangers van de kantongerechten, arrondissementsrechtbanken en de provinciale hoven/gerechtshoven.

1811-1821
Onveroordeeld of kort gestraft

Politiehuis

(Maison de Police)

  • Personen die door de vrederechter c.q. politierechter veroordeeld zijn
  • Personen tegen wie een bevel tot inhechtenisneming is uitgevaardigd
  • Passanten met een tijdelijke verblijfplaats

Huis van Arrest

(Maison d'Arrêt)

  • Personen die aangeklaagd zijn voor de rechtbank van eerste aanleg of Hof van Assisen

Huis van Justitie

(Maison de Justice)

  • Personen die aangeklaagd zijn bij een Hof van Assisen en tegen wie een 'arrest van terechtstelling' is uitgevaardigd
Langer gestraft

Verbeterhuis

(Maison de Correction)

  • Personen die door de rechtbank van eerste aanleg tot een gevangenisstraf van maximaal één jaar zijn veroordeeld
  • Personen die wegens schulden gegijzeld zijn
  • Personen die op last van de police administrative ingesloten zijn
  • Kinderen die op verzoek van familieleden gevangen zijn gezet
  • Publieke vrouwen die leden aan een venerische ziekte (geslachtsziekte)

Tuchthuis

(Maison de Détention)

  • Personen die door het Hof van Assisen of door een rechtbank van eerste aanleg zijn veroordeeld tot een straf van meer dan één jaar

 
In 1821 werd het gevangeniswezen gereorganiseerd. De voornaamste verandering bestond uit het feit dat er een striktere scheiding werd gehanteerd tussen de langer gestraften en de overige gedetineerden. De naamgeving werd ook aangepast en er kwamen meer uniforme regels voor voeding en kleding van gedetineerden. Nieuw was de bepaling dat naast burgers ook militairen in de gevangenissen konden worden ondergebracht.

De kleinere instellingen werden geleidelijk opgeheven om plaats te maken voor gestichten met een grote capaciteit zoals de tuchthuizen voor mannelijke zwaargestraften te Leeuwarden en 's-Hertogenbosch en de vrouwengevangenis te Gouda. In de gevangenissen moest nu ook worden gewerkt (uitgezonderd werden degenen die een speciaal bedrag voor hun detentie betaalden; dit werd pistole genoemd).

In 1851 vond een belangrijke wijziging in het gevangeniswezen plaats. Het stelsel van eenzame opsluiting werd ingevoerd. Gevangenissen met aparte cellen waren echter niet voorhanden. Er moesten dientengevolge veel nieuwe gevangenissen worden gebouwd en bestaande verbouwd voor cellulaire opvang. De eerste cellulaire gevangenis was die aan de Weteringschans te Amsterdam (1850), daarna volgden die te Utrecht (1856) en te Rotterdam (1872).

1821-1886
Onveroordeeld of kort gestraft
Huis van Bewaring
  • Personen veroordeeld tot een gevangenisstraf van maximaal vijf dagen
  • Personen veroordeeld wegens het plegen van een wanbedrijf tot een gevangenisstraf van maximaal één maand
  • Personen die wegens schulden gegijzeld zijn
  • Passanten met een tijdelijke verblijfplaats
  • Personen die op verzoek en op kosten van de familie wegens verkwisting of wangedrag zijn opgesloten
Huis van Arrest*
  • Personen die voor een rechtbank terecht moeten staan en voor degenen die zijn veroordeeld wegens een wanbedrijf tot een gevangenisstraf van maximaal zes maanden
Huis van Justitie*
  • Personen die veroordeeld zijn wegens het plegen van een misdrijf of wanbedrijf tot een gevangenisstraf van maximaal zes maanden
Provoosthuis*
  • Militairen die voor een krijgsraad terecht moeten staan of zijn veroordeeld wegens het plegen van een wanbedrijf of misdrijf tot een gevangenisstraf van maximaal zes maanden
*) Huizen van Arrest, van Justitie en Provoosthuizen werden soms tot een 'Burgerlijk en Militair Huis van Verzekering' samengevoegd.
Langer gestraft
Huis van correctie
  • Personen die veroordeeld zijn wegens wanbedrijven met straffen tussen de vier en zes maanden
Huis van reclusie en tuchtiging
  • Personen die veroordeeld zijn wegens misdrijven en voor militairen veroordeeld tot een straf
Huis van militaire detentie
  • Militairen die zijn veroordeeld tot straffen van meer dan vier à zes maanden

 
In het nieuwe Wetboek van Strafrecht (1886) werd het gedachtengoed inzake het cellulaire systeem vastgelegd. Er werd een onderscheid gemaakt tussen misdrijven en overtredingen.

Overtredingen moesten bestraft worden met geldboetes, hechtenis of gevangenisstraf. Veroordeelden voor het plegen van een misdrijf werden, afhankelijk van de opgelegde straf, voor de duur van minimaal één dag en maximaal twintig jaar opgesloten in een strafgevangenis.

Huizen van bewaring waren bestemd voor degenen, die wegens overtreding tot hechtenis waren veroordeeld. De straf duurde ten minste één dag en maximaal één jaar. Een deel van de straf (maximaal vijf jaar) moest in afzondering (in een cel) worden doorgebracht.

De gevangeniscapaciteit werd flink uitgebreid. In Haarlem, Arnhem, Breda, Groningen, Zutphen, Alkmaar en Den Haag werden nieuwe gevangenissen gebouwd. In Gorinchem (1887) werd een speciale vrouwengevangenis ingericht. Pas na de Tweede Wereldoorlog werd het principe dat straf cellulair moest worden ondergaan losgelaten. Naast gevangenissen kwamen er Rijkswerkinrichtingen voor bedelaars, landlopers en souteneurs in de plaatsen Hoorn, Veenhuizen en Leiden (voor vrouwen).

Vanaf 1886
Onveroordeeld en kort/lang gestraft
Huis van Bewaring
  • Personen met een hechtenisstraf (burgers en militairen)
  • Passanten
  • Personen die nog terecht moeten staan en wier vastzetting, aanhouding of gevangenneming is gelast
  • Personen die wegens schulden gegijzeld zijn
Passantenhuis
  • Gedetineerden in afwachting van hun definitieve bestemming
Strafgevangenis
  • Personen (burgers en militairen) die tot een gevangenisstraf zijn veroordeeld
Bijzondere strafgevangenis
  • Personen die jonger waren dan achttien of ouder dan zestig, alsmede zieken, die veroordeeld waren tot een gevangenisstraf maar hun detentie niet in eenzaamheid mochten ondergaan
Rijkswerkinrichtingen (RWI)
  • Bestemd voor personen die naast een hechtenisstraf tot bijkomende straf van plaatsing in een RWI zijn veroordeeld. Vaak in geval van bedelarij, landloperij, souteneurschap en openbare dronkenschap.

 
Zoeken naar gevangenen

Vaak is er een aanleiding om te zoeken in gevangenisarchieven. Er wordt bijvoorbeeld een overlijden aangegeven door een cipier van een gevangenis. Of in de familie doet het verhaal de ronde, dat een voorouder een misdaad heeft begaan. Wellicht tref je een cryptische omschrijving in het bevolkingsregister aan.

Het grootste probleem bij het zoeken in gevangenisarchieven is de vraag in welke gevangenis de gedetineerde zijn of haar tijd heeft doorgebracht. Een veroordeelde gedetineerde kan in principe in het gehele land worden geplaatst, een nog niet veroordeelde echter niet. Je vindt een verdachte nog dicht bij huis: afhankelijk van de aard van het strafbare feit in de strafinrichting bij het kantongerecht, bij de rechtbank of bij het provinciale hof/gerechtshof, waaronder zijn of haar woonplaats of de plaats waar het strafbare feit werd begaan ressorteerde. Daarom zijn de inschrijvingsregisters van de huizen van bewaring, arrest en justitie en politiehuizen zo van belang. Hierin wordt vaak aantekening gehouden van de veroordeling door een rechtbank en het eventuele transport naar de (straf)gevangenis.

Het BHIC heeft de meeste inschrijvingsregisters van strafgevangenissen en huizen van bewaring in Noord-Brabant gedigitaliseerd, geïndiceerd en daarmee online op naam doorzoekbaar gemaakt.

Zoek in de inschrijvingsregisters

Beschikbaarheid

Uit de archieven van gevangenissen is vaak veel vernietigd. Wat over is zijn naast de series inschrijvingsregisters van gedetineerden ook correspondentie en de notulen van de besturen van de strafinstellingen. Ook de series inschrijvingsregisters zijn vooral voor 1842 niet compleet bewaard gebleven. Je kunt de gevangenisarchieven van na 1811 vrijwel altijd bij een regionaal historisch centrum (voormalig rijksarchief) raadplegen en van voor 1811 vaak bij de plaatselijke gemeente- en streekarchiefdiensten.

Naast onderzoek in de inschrijvingsregisters kan met behulp van de volgende bronnen verder gezocht worden:

  • Onder meer de notulen, verslagen en correspondentie van het bestuur, de directeur etc. kunnen aanvullende gegevens leveren. De notulen zijn een belangrijke bron. Zij bevatten bijvoorbeeld de behandeling van disciplinaire kwesties van gevangenen. Deze stukken staan beschreven in de inventarissen en zijn te raadplegen op de studiezaal.
  • Strafvonnissen van vredegerechten, kantongerechten, rechtbanken van eerste aanleg, arrondissementsrechtbanken, Hoven van Assisen, provinciale hoven/gerechtshoven. Deze vonnissen berusten in de archieven van al deze rechtbanken in de regionaal historische centra (voormalige rijksarchieven) en kunnen veelal met eigentijdse toegangen, rolboeken genaamd, worden geraadpleegd. Steeds vaker zijn de archieven ook via internet te raadplegen. Het BHIC heeft veel vonnissen van rechtbanken in Noord-Brabant online op naam doorzoekbaar gemaakt.
     
    Zoek in de strafvonnissen
  • Stukken die betrekking hebben op verzoeken tot gratie of strafvermindering. Deze worden bewaard in de archieven van het Departement van Justitie (1813-1823, 1842-1917) of Binnenlandse Zaken en zijn te raadplegen bij het Nationaal Archief te Den Haag. Vooral in de tijd voor de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafrecht in 1886 vroegen veel veroordeelden of hun verwanten tijdens de gevangenschap strafvermindering aan.
     

Signalementen en foto's

In de inschrijvingsregisters tref je vaak prachtige beschrijvingen van de gevangenen aan zoals de kleur van de ogen, de haren en de vorm van de neus. Vooral voor 1886 zijn er ook aparte signalementsregisters bewaard gebleven.

Bijzonder zijn foto's van gevangenen. Voordat gevaarlijk geachte gevangenen uit de strafgevangenissen te Amsterdam, 's-Hertogenbosch, Hoorn, Leeuwarden, Leiden, Rotterdam en Utrecht werden ontslagen, stelde het ministerie van Justitie signalementen op en liet de vrij te komen gedetineerden fotograferen. Dit zogeheten Geheim register van ontslagen gevangenen begint in 1882 en loopt door tot 1897. Dit register is te raadplegen op het BHIC en het CBG|Centrum voor familiegeschiedenis te Den Haag, maar is ook online te doorzoeken via de website van het Fries Fotoarchief. Het CBG beheert ook het Algemeen Nederlandsch Politieblad 1852-1946, waarin in de rubriek 'gesignaleerde misdadigers' de aanhouding wordt gevraagd van verdachten, bij verstek veroordeelden en ontsnapte gevangenen. Het Drents Archief beheert een bijzondere collectie van zo'n 5.000 signalementskaarten van personen uit de rijkswerkinrichting te Veenhuizen 1896-1901. Het betreft zogenoemde 'verpleegden', duizenden landlopers en kleine criminelen uit het hele land. Deze signalementskaarten zijn online te doorzoeken op de website van het Drents Archief.

Bedelarij en landloperij

Van bepaalde delicten is het gemakkelijk na te gaan waar de straf is uitgezeten. Personen die veroordeeld waren wegens bedelarij en landloperij werden tot 1827 naar gevangenissen te Veere of Hoorn gestuurd en vanaf 1827 naar de bedelaarskoloniën te Ommerschans of Veenhuizen. Archieven van laatsgenoemde 'koloniën' worden bewaard bij het Drents Archief te Assen. In de inschrijvingsregisters vind je dan vaak de aantekening 'naar de Schans'. Na 1886, het jaar van de invoering van het nieuwe Wetboek van Strafrecht, werden er speciale rijkswerkinrichtingen ingericht voor dronkaards, landlopers en bedelaars. Deze inrichtingen waren gevestigd te Veenhuizen, Hoorn en Leiden (vrouwen).

Jongeren

In het begin van de 19e eeuw werd er geen onderscheid gemaakt tussen het gevangen zetten van jongeren en volwassenen. In 1833 werd er een gevangenis van jeugdige veroordeelden te Rotterdam geopend. Jeugdige mannelijke gevangenen werden uit het hele land, met uitzondering van Amsterdam, in Rotterdam gehuisvest en vanaf 1866 te Doetinchem. Daarnaast werden er voor jongeren (jongens en meisjes) speciale rijksopvoedingsgestichten, later tuchtscholen, ingesteld zoals te Alkmaar (1854), Amersfoort (1910), Ginneken (1906), Montfoort (1858) en Ommerschans (1892).

Hulp nodig?

Heb je vragen? Je kunt altijd contact met ons opnemen, telefoon 073-6818500, e-mail vragen@bhic.nl en chat. Je kunt je vragen ook stellen op ons forum voor historisch onderzoek en genealogie: www.bhic.nl/forum

Meer weten?

  • Inleiding op de inventarissen van de gevangenisarchieven Openen >>
  • W. Lindemann, 'De inschrijvingsregisters van gedetineerden/gevangenen van 1811 tot 1940', in: G.A.M. Van Synghel (ed.), Broncommentaren 7: Bronnen voor criminaliteit en strafrechtpleging vanaf 1811 tot heden (Den Haag 2009) 123-170 Downloaden >>
  • Christian van der Ven, 'Boeven en boefjes gezocht', in: Gen.magazine, tijdschrift voor familiegeschiedenis 22 (nummer 1, maart 2016) Downloaden >>

Snel zoeken

Zoeken op naam, plaats, jaar etc.

Zoek naar gevangenen

Wat zit er in?

Persoonsgegevens en soms het misdrijf van zo'n 400.000 gedetineerden in Brabantse strafgevangenissen en huizen van bewaring vanaf de 19e eeuw