skip naar content skip naar hoofdnavigatie spring naar service navigatie
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic
Menu
sluit
Hulp nodig?

Chat is online op maandag t/m vrijdag van 10.00 - 16.00 uur en van 19.00 - 22.00 uur.

Op dit moment zijn we offline. Je kunt je vraag stellen via e-mail of WhatsApp: 06-12887717 (alleen berichtjes)

Meer informatie over de chat-service? Klik hier

Online op dit moment

Stel je vraag

Marilou Nillesen
Marilou Nillesen Bhic

Archieven

 Notaris-, schepen- en andere akten
 
 
 
 
 
beacon
 
 
Schepenakte
150 Getuigenverklaring door Jenneke Dirk Corsten weduwe van Teunis van den Boogaart, Willem Teunis van den Boogaart, Mttijs Teunis van den Boogaart kinderen van genoemde weduwe, Geertruij Willem Heesackers dienstmaagd bij genoemde weduwe, Jenne van Strijp ook dienstmaagd bij deze weduwe, allen van competente ouderdom nl. dat op 10 oktober 1749 ’s avonds omtrent de klok van 7 uur in het huis van de weduwe Teunis van den Boogaart zijn aangekomen vier boosdoeners waarvan er eentje zei: “Hier is volk dat moet den wegh geweesen worden” en hij vroeg: “Wie is den hospis off den baas”, waarop de 2e deponent van tafel is opgestaan zeggende: “Dat ben ik” en hij is aanstonds door een van de gauwdieven tegen zijn hoofd geslagen met een eiken stok lang 4 voeten waarop de deponent tegen de grond is gevallen, weer op stond en wederom is geslagen en daarna is hij op de grond blijven liggen, behoorlijk gekwetst, welke stok met haar en bloed ter secretarie is berustende; de 1e deponente verklaart ‘zoo dra haaren zoon de slagen o psijn hooft als anders hadde ontfangen, door een van die boosdoenders haaare handen op den rugh en haare voeten off beenen over malkanderen gebonden te hebben en op haar aangesigt neder gelgt; de 2e 3e 4e 5e en 6e deponent verklaren ook gebonden te zijn geweest op dezelfde wijze; voorts verklaart de weduwe Teunis van den Boogaart dat de gemelde boosdoenders haar sleutels van kast en kisten te hebben moeten aanwijsen alwaar de geweldigers kisten en kasten hebben open gedaan en de goederen van linnen en wollen gout en silver gelt daaruijt gehaalt en med egenoomen, uijtgezondert eene kist staande in de kamer welke de boosdoenders niet met sleutels off gewelt konde open krijgen, soo te sien is aan den snaphaan welke daar op krom geboogen is, welke gaudieven vragende: “Is hier ymant die de kist kan open maken” waarop de 1e deponente sijde van “Jaa indien ge me wilt los maaken ik sal deselve open doen”.
Vervolg:
Een van de geweldigers haar los makende, haar naar de kamer toegeleijt hebbende seggende tegens haar: “Maakt se nu open”, twelk door haar gedaan sijnde, aanstonts wederom is gebonden geworden veel vaster als van te vooren. Voorts verklaart de 1e deponente, nadat de gaudieven omtrent twee uren in haare huijzinge waaren besigh geweest en opgepakt hetgeen haar het beste aanstont, een van die geweldigers, bij haar is gekomen seggende: “Daar moet nogh meer gelt weesen” of dergelijke woorden in substantie, waarop de deponente zei: “Ik heb geen gelt meer al soude mij doodt branden” en een van die geweldigers, in haar hant leggende een brandende lont gemakt van zalpeeter off andersints waarmeede ’t binnenste van haar hant is verbrant geworden; de 3e deponent verklaart mede dat een van die boosdoenders bij hem is gekomen, in zijn hant hebbende een tang off ander instrument, dat gloeiend heet was en daarmee op zijn linkerarm heeft geknepen zeggende onder het knijpen: “Ge m oet me meer gelt wijsen”, waarop de deponent zei: “Ik weet u geen gelt meer te wijsen al soude mij doodt branden”.; voorts verklaren de gezamenlijke deponenten dat de vier gauwdieven [goudieven] de lamp uitblazende uit het huis zijn gegaan zeggende: “Ge moet niet uijt het huijs gaan voor morgen vroegh als het ligt is want wij sullen deese nagt tot twaalff uren aant huijs blijven en den eerste die er uijt komt sullen wij voor de kop schieten en daar en boven het huijs boven u hooft affstoocken” of dergelijke woorden in substantie. Voorts verklaren zij gezamenlijk dat ze geen van de vier gauwdieven hebben gekend zijnde een van de vier een lang persoon en de drie anderen middelmatig van lengte sprekende tegen elkaar Hoogduits of onverstaanbaar en tegen de deponenten een verstaanbare Nederduitse taal en de deponenten verklaren niet te weten waar de gauwdieven vandaan kwamen of waar ze naar toe zijn gegaan.
Vervolg 2:
Deze verklaring is afgelegd ten overstaan van Isac Scriba afgevaardige van de heer officier en Jan Geerit van den Berg schepen en de deponenten blijven bij hun verklaring nadat die is voorgelezen en besluiten met de woorden “Soo waarlijk mogt haar Godt almachtigh helepen”. Van de deponenten kan alleen Matijs Antony van den Boogaart een eigen handtekening zetten en de anderen verklaren niet te kunnen schrijven waarbij aangetekend moet worden dat Wil Mteunis van den Boogaart dit aangeeft vanwege zijn verwondingen.
Persoon in schepenakte:
Willem Teunis van den Boogaart
Jan Geerit van den Berg
Matijs Antony van den Boogaart
Wil van den Boogaart
Jenneke Dirk Corsten
Geertruij Willem Heesackers
Teunis van den Boogaart
Jenne van Strijp
Isac Scriba
Datering:
15 oktober 1749
Pagina:
224v
Soort akte:
Getuigenverklaring
Plaats:
Schijndel
Toegangsnummer:
5122
Inventarisnummer:
157
Bron:
Schepenbanken
Geografische namen:

Gebruik alt + scroll om te scrollen

Ga
 
 
 
MAIS-(M)DWS is een product van DE REE archiefsystemen BV
meer informatie over MAIS-(M)DWS