i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Alphen en Riel
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Alphen en Riel

vertelde op 26 maart 2009 om 16:48 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Alphen en Riel te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Alphen en Riel

Den 24e Juli 1896 bezocht ik de gemeente Alphen en Riel. Op de grens van Baarle-Nassau en Alphen werd ik opgewacht door een eerewacht van 24 velocipedisten en 22 ruiters. Deze bracht mij naar het Raadhuis, na van te voren zich met de harmonie vereenigd te hebben. Eenige bruidjes strooiden, terwijl twee een kreupel welkomstgedicht opzegden. De ontvangst was allerhartelijkst, er was bijzonder veel groen gemaakt, eerebogen enz. enz.

De burgemeester, een gegageerd O.I. adjudant-onderofficier, dienstdoend officier, van Alphen geboortig, is een flink man en te Alphen (hij woont te Riel) uitstekend op zijn plaats. Hij is een man van stipte orde, waaraan hij zijne gemeentenaren langzamerhand gewend heeft, en waarvan wegen, waterleiding enz. den goeden invloed ondervinden. Hij kan het met zijne wethouders best vinden, en werd door de geestelijkheid - behalve pastoor en kapelaan verscheen er niemand op mijn audiëntie - zeer geprezen.

De gemeente is arm, en zucht zeer onder de kosten van aanleg van den steenweg van Alphen naar Riel, waarvan het provinciaal subsidie nog niet betaalbaar kan gesteld worden. Overigens gaat alles gelukkig goed in deze gemeente, met hare eerlijke, arbeidzame bevolking.

Te Alphen is een oude kerk met een zeer mooien toren; ik liep na de audiëntie met B. en W. de plaats eens rond, en ging toen ook de kerk zien. De zusters uit het liefdehuis vonden het nodig, met mij in de kerk te komen kennis maken; ik stond daar eenigen tijd met haar te praten. Op het gemeentehuis teruggekeerd, werd weer een stoet gevormd, waarmede mij uitgeleide gedaan werd naar Gilze-Rijen; de ruiters en velocipedisten brachten mij zelfs tot het raadhuis van Gilze, omdat Gilze geen eerewacht gezonden had om mij te escorteeren.

Ik nam op het raadhuis van Alphen een glas champagne van den burgemeester aan. De administratie van den secretaris en die van den ontvanger werd in goede orde bevonden.

Den 4den mei 1900 bracht ik weder een bezoek aan Alphen; dienzelfden dag bezocht ik ook de gemeenten Goirle en Gilze; op mijn bericht, dat ik den 4 mei omstreeks 5 uur in Alphen zou komen, kreeg ik een telegram van den burgemeester, houdende mededeeling, dat er dien dag stemming was voor de provinciale staten (vacature Van Aken), en om die reden verzoekende, dat ik een uur later zou komen. Dientengevolge kwam ik eerst om 6.15 te Alphen aan; op het Raadhuis vond ik den burgemeester Vosters en den wethouder Baelen; de wethouder Zeijbrechts was overleden; in de vacature was nog niet voorzien.

De burgemeester toonde mij de tekening van het nieuwe raadhuis; voor f 2.000 had de gemeente een mooi terrein gekocht van de kerk; daar komt het nieuwe Raadhuis, tegen 1 October moet het onder dak zijn; 1 Januari 1901 moet het worden opgeleverd. Niet zonder veel moeite had de burgemeester den bouw van het Raadhuis door den Raad doen voteeren; de wethouder Huijbrechts was er in B. en W. vóór, in den Raad tegen geweest.

Op mijne audientie verschenen slechts de pastoor en de kapelaan uit Alphen; ze hadden niets bijzonders te vertellen.

S.A. Vosters, burgemeester van Alphen en Riel 1886-1914S.A. Vosters, burgemeester van Alphen en Riel 1887-1914 (bron: Collectie Regionaal Archief Tilburg)

Om half acht reed ik terug naar Tilburg; aangezien de burgemeester te Riel woont, en ik langs Riel passeerde nam ik Vosters mede in mijn rijtuig en zette hem aan zijne woning af. Hij bewoont een zeer mooi heerenhuis (2 verdiepingen, 5 ramen breed) recht tegenover de pastorie. De vader van den burgemeester was commies dienstgeleider te Alphen; hij had in 1830 bij de citadel van Antwerpen de Willemsorde gekregen. De burgemeester schijnt in goeden doen te zijn, niettegenstaande zijn zeer talrijke kroost; aangezien zijn vrouw geen fortuin had, verdiept de nieuwsgierige Alphensche wereld zich tevergeefs in gissingen naar den oorsprong van het fortuin van den burgervader.

Tuschen Alphen en Riel toonde de burgemeester mij een door hem aangelegd dennenbosch; hij vertelde mij, dat hij daar in 1891 25-jarige dennen had staan; dat hem daarvoor in Juni f 4.500 geboden werd; dat hij ze niet wilde verkoopen; dat er in Juli een zware hagelbui kwam, die het bosch vernielde; in 1892 was hij blijde voor wat er was nog f 900 te krijgen.

Den gunstigen indruk, dien ik in 1896 van den burgemeester medenam, behield ik nu ten volle.-Ik meen, dat hij te Alphen zeer goed op zijn plaats is; dat hij aldaar het vertrouwen van de bevolking geniet en verdient; dat hij zeer veel in het belang van de gemeente tot stand brengt, zonder de gemeente diep in de schuld te werken.

Vroeger, toen er geen wegen, geen raadhuis enz was, betaalde men 1% hoofdomslag; thans 91/100%. Langs den weg Alphen-Riel plantte hij 3.500 boomen; de slechte grond werd uitgegraven, verwijderd, en door betere grond vervangen; het is een lust om te zien hoe de accasia’s en de iepenboomen groeien, en vooral, met wat een bijzondere zorg blijkbaar alles behandeld en verzorgd wordt.

De geneeskundige armenpraktijk wordt waargenomen door twee doctors uit Baerle Hertog, de Heeren Govaerts en Gommers; de heren wisselen elkaar jaarlijks af. Het gaat den boeren over het algemeen niet slecht; zij kopen veel veevoeder enz. hij; hebben meer vee dan vroeger; maken meer mest; verbeteren hun land, kregen in 1899 per spoor 285 wagons beer. De wethouder Backx is een eenvoudige boer; hij praat uitsluitend over zijne koeien; de burgemeester heeft veel steun van hem.

Kas en boekhouding van den ontvanger bleken in goede orde te zijn; tijd ontbrak om een onderzoek in te stellen naar de administratie ter secretarie.

Den 22 Juni 1904 kwam ik weer in Alphen, na tevoren Dongen en Gilze te hebben bezocht. B. en W. ontvingen mij in het nieuw gebouwde raadhuis; ik werd, alvorens in de raadszaal plaats te nemen, te voren door den burgemeester rondgeleid, die mij het raadhuis van boven tot onder liet kijken. Alles zag er zeer goed uit. Ik vond de secretariekamer wat groot! In de burgemeesterskamer hing niets dan het portret van den tegenwoordigen Paus. Toen ik aan den burgemeester daarover mijne verbazing te kennen gaf, antwoordde hij, dat hij zulks gedaan had, omdat het volk zulks zoo gaarne zag.

 Raadhuis/Gemeentehuis met lindeboom en pomp, 1910 Raadhuis met lindeboom en pomp, 1910 (bron: Collectie Regionaal Archief Tilburg)

De toestanden te Alphen zijn gelukkig zeer goed; armoede is daar niet. Te Riel is geen enkele bedeelde; in Alphen een viertal! Dronkenschap en vechten komt er haast nooit voor, de veldwachter heeft deswege in geen 27 jr een proces-verbaal opgemaakt. Gedwongen huwelijken behoeven nooit te worden gesloten; een enkele maal komt er eene onwettige geboorte voor.

Audientie verleend aan Pastoor Verschraagen, er is pas door twee Duitschers bij hem ingebroken. Ze waren dadelijk over de grenzen; men heeft ze daardoor niet kunnen pakken! Van de raadsleden waren Schellekens en Huijbrechts, benevens de burgemeester Vosters te Riel; de vier andere heeren waren in Alphen.

Riel had eertijds mooie bezittingen: ± 500 H.A.; om den keiweg naar Tilburg te kunnen betalen, werd dat bezit te gelde gemaakt.

De dominee van Chaam bedient de protestanten van Chaam, Baerle Nassau en Alphen. In Alphen zijn er slechts een 10-tal. Dr. Govaarts uit Baerle Hertog is met de geneeskundige armenverzorging belast; hij wordt betaald door het burgerlijk armbestuur. Men is over hem zeer tevreden.

Schoolverzuim heeft nu meer plaats dan voor de leerplichtwet. Herhalingsonderwijs valt blijkbaar niet erg in den smaak. Te Riel wordt het heel niet gegeven; te Alphen aan slechts een zestal kinderen.

Den 12 April 1907 kwam ik weer in Alphen; ik ging er vanuit Den Bosch heen; bezocht vervolgens Goirle en keerde via Tilburg naar Den Bosch terug. Ik verleende audientie aan pastoor Verschraage; deze kwam eenvoudig zijne opwachting maken. Hij was vol lof voor den burgemeester.

Aanvankelijk had ik op 23 Maart naar Alphen willen gaan; om de ziekte van den burgemeester veranderde ik toen mijn reisplan. Tegen mijn verwachting was op 12 April de burgemeester nòg ziek; ik had daarvan eene telegrafische mededeling gekregen, maar kon mijn reisplan moeielijk weer veranderen; ik ging dus toch naar Alphen.

Op het raadhuis vond ik den ouden wethouder Backse (80 jaar) en zijn collega Huybrechts. Backse is een flinke man, met een open oog voor de belangen der gemeente; hij geeft zich blijkbaar veel moeite. Huybrechts is de zoon van den vroegeren wethouder, even zuinig, even klein, even beroerd als wijlen zijn vader; uit zuinigheid liet hij de boomen op de weg Alphen-Riel door een niet-deskundige snoeien; hij gaf zich ook niet de moeite, eens te gaan zien wat er werd uitgevoerd; het is treurig om aan te zien hoe die welig groeiende boomen mishandeld en voor driekwart bedorven zijn!

Hoewel er op 1.800 zielen hoogstens 500 te Riel wonen, heeft Riel drie raadsleden: den burgemeester, wethouder Huybrechts en C. Schellekens. Bij raadsverkiezingen wordt er meestal gestemd; het gaat dan boeren tegen burgers; burgemeester Vosters en Schellekens vertegenwoordigen het burgerelement in den gemeenteraad.

Bezittingen heeft de gemeente zoo goed als niet meer; alles te samen geen drie hectaren.

Men juicht het toe, dat het onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente kwam.

De R.K. kerk St. Willibrordus in Alphen is gebouwd tussen 1559-1560, 1909R.K. kerk St. Willibrordus en  Heuvelstraat, 1909 (bron: Collectie Regionaal Archief Tilburg)

Het Rijk neemt tegenwoordig het aan tuberculose lijdende vee over; dit is een voordeel voor de boeren, in zooverre dat het Rijk beter betaalt dan de 4dehands slagers, die dat zieke vee anders in den handel brengen. Het is ook een voordeel voor het publiek, omdat er nu minder ziek vee in den handel komt. Voordeel voor de fokkerij zag men er niet in, omdat in den regel de landbouwers eerst dan aangifte doen, dat zij een ziek beest hebben, wanneer de ziekte reeds ver heen is.

Wethouder Huybrechts, die in het bestuur van den Boerenbond zit, beweerde, dat zijn afdeeling jaarlijks voor f. 20.000 aan meststoffen, vooral kunstmest, bestelde. Er zijn talrijke leerlooierijen in de gemeente; men meende van 24; het aantal nam nog steeds toe, niettegenstaande allen zonder onderscheid slechte zaken maakten. De linnenweverijen - handwevers - sterven langzaam uit. De jaarlijksche markten beteekenen niet veel meer; ze dienden vroeger vooral voor verkoop van wollen goederen aan Belgen; deze trokken het goed dan aan en smokkelden het op die manier over de grenzen.

Langs Riel rijdende stapte ik bij den burgemeester even af om hem te bezoeken. Ik vond hem lijdende (te bed) met een zieke knie, gevolg van het zich steeds stooten aan het portier van een spoorcoupé; alles had in een gipsverband gezeten, hetwelk daags tevoren was afgenomen; men had helaas geen beterschap kunnen constateeren. Vosters klaagde zeer over zijn wethouder Huybrechts; eenige notie, dat hij in het algemeen belang moest handelen had hij niet; hij was tegen alles, waarvan niet hij, of althans zijne allernaaste omgeving profiteerde.

Den 7 April 1911 bezocht ik Alphen, Baarle Nassau en Chaam; ik kwam per trein tot Baarle Nassau, en nam ’s avonds te Alphen weer den trein naar Den Bosch. Ik verleende audientie aan pastoor Verschraage met diens kapelaan; de heeren kwamen eenvoudig hunne opwachting maken.

B. en W. geraden eene buitengewone subsidie te vragen voor de noodzakelijke uitbreiding van de school te Riel. In geneeskundigen dienst wordt voorzien door Dr. Govaerts uit Baarle Hertog; voor vaccinatie krijgt hij f. 50,-, voor doodschouw f. 2,50 per lijk; voor behandeling van de armen zendt hij zijne rekening aan het algemeen armbestuur. Armoede wordt in gemeente niet geleden; in Riel wordt door algemeenen arme niemand bedeeld; in Alphen van tijd tot tijd één huishouden. Algemeen armbestuur liet zes krotten van huisjes afbreken en door goede woningen vervangen. Vincentius helpt in Riel 4 arme gezinnen van tijd tot tijd een beetje voort.

Gemeente heeft twee goede brandspuiten, eene in Alphen en eene in Riel; brandweer niet gesalarieerd; bij oefening en bij brand wordt een vat bier gegeven; deze regeling werkt tot nu toe best. Als eene assurantiemaatschappij ná eene brand eene gratificatie geeft, dan wordt die ook weer in bier en sigaren omgezet.  

In Alphen is een liefdehuis met bijzondere school en bewaarschool; aan wethouder Huybrechts - kerkmeester in Riel - op het hart gedrukt, dat hij toch zou ijveren, dat men ook in Riel een liefdehuis krijgt.

Het gaat den boeren bijzonder goed; in 1910 bestelde de afdeeling Alphen en Riel van den Boerenbond voor f. 23.000 kunstmest en veevoeder; meestal kunstmest. Vele boeren zijn niet bij den Boerenbond aangesloten; die bestelden dus, wat zij behoefden, op eigen gelegenheid.

In Riel zijn konijnen vrij wel opgeruimd; in Alphen doen ze nog veel schade. Aan B. en W. geraden om toch te ageeren, opdat zij den weg Alphen-Baarle Nassau-Poppel zouden krijgen; hen er tevens aan herinnerd, dat Provincie subsidieert bij het aanleggen van fietspaden. De waterleidingen zouden in uitstekenden staat verkeeren.

Derde wethouder Backx is nu 83 jr.; het is bepaald een genoegen, met dien man te praten.

Kerkstraat Riel, 1886 Kerkstraat Riel, 1886 (bron: Collectie Regionaal Archief Tilburg)

Den 3den Juni 1916 bezocht ik per auto vanuit Breda de gemeenten Chaam, Baarle Nassau en Alphen. Wethouder Backx is nu 88 jr. Hij is nog altijd een flink en kras man, met wien het aangenaam is van gedachten te wisselen. De indruk, die ik nu kreeg van den burgemeester Huybrechts, was nog al gunstig. Maar het trof mij toch, dat hij een pr. keer door den wethouder Baeten werd gecorrigeerd, als hij mijne vragen omtrent toestanden in de gemeente beantwoordde; zoo bijv. wist hij niet, dat een gedeelte van Alphen behoorde tot het waterschap van de Boven Mark!

Men verlangt sterk naar de totstandkoming van den weg Alphen-Baerle Nassau-Poppel. Ten gevolge van den oorlog zijn de keien zoo duur, dat de aannemer Van Lee 10% boven zijn aannemingssom vraagt; het is moeielijk, hem dat geld te verschaffen; Alphen, Baerle Nassau, Baerle Hertog, de Provincie en het Rijk moeten hunne bijdragen verhoogen; overeenstemming dienaangaande zal niet gemakkelijk te verkrijgen zijn.

Drie raadsleden wonen in Riel, nl. de Burgemeester en twee Heeren Schellekens. Een liefdehuis kwam in Riel nog niet tot stand.

Den 24 Augustus 1920 kwam ik weer in Alphen. Ook hier is woningnood; de gemeente deed nog niets, omdat de arbeiders zeker niet meer dan  f. 2,- willen betalen, zoodat de woningen ten slotte onverhuurbaar zouden blijken. In Riel wonen 2 raadsleden, o.a. de wethouder Schelkens; de andere leden wonen in Alphen. De secretaris-ontvanger Baeten staat alleen voor alles; hij heeft heel geen hulp op de secretarie; hij was zelfs ook belast met de distributie!

De menschen willen niet meer werken; het onderhoud van de waterleidingen was aangenomen voor f. 700; de menschen hebben eene sloot opgemaakt en zijn er toen mede uitgescheden. Het is niet waarschijnlijk, dat er anderen gevonden worden, die hunne taak willen overnemen.

Er is een electrisch provisorium; stroom wordt geleverd vanuit eene looierij; 70 lichtpunten. Het is echt behelpen.

Er wordt nog al konijnenschade geleden; in Riel is heerlijk jachtrecht; in Alphen niet. Jachtheeren zijn Van Puyenbroek en Blomjous; een boer kan het niet houden en vertrekt om die reden; een andere boer, die reeds om de wildschade gratis woonde, kan het evenmin houden en moet ook eene andere boerderij zoeken. Gemeente heeft heel geen bezittingen; geen bosschen, geen heide, niets.

 Leerlooierij Riel, gebouwd tussen 1850 en 1900, foto uit 1981  Leerlooierij Riel, gebouwd tussen 1850 en 1900, foto uit 1981 (bron: Collectie BHIC)

Het gaat den leerlooiers op het oogenblik bitter slecht; tijdens den oorlog maakten ze goede zaken. Ze hebben echter slechts kleine bedrijfjes; in die goede jaren werd per looierij en per jaar nergens meer dan f. 10.000 verdiend.

Alphen wil zelfstandig blijven bestaan, 2,5% hoofdelijke omslag. De nieuwe onderwijswet zal voor gemeente groote onkosten medebrengen: eene nieuwe school te Alphen, door pastoor thans in aanbouw, zal ± 1 ton kosten. In Riel is nog eene stoomzuivelfabriek; die werkt met goede resultaten, 300 koeien. De melk uit Alphen gaat als consumptiemelk naar Tilburg.

De kunstweg Alphen en Riel is van sterke keien gebouwd; de keien breken bijna niet en worden maar steeds herstraat. In 1920 verwerkt men er f. 1.000.- aan; men kocht wat nieuwe keien tegen f. 155,- de duizend.

Er is nog geen liefdehuis in Riel; de pastoor schijnt er wel de noodige fondsen voor te hebben; maar hij kan geen zusters krijgen.

Den 16 Augustus 1924 kwam ik weer in Alphen. Geen woningnood; ook niet geweest. Samenwoningen komen niet voort; enkele woningen staan ledig en zijn te huur. In den Raad zitten drie burgers en vier boeren. Twee raadsleden wonen in Riel, 5 in Alphen. Gemeente heeft heel geen eigendommen.

Waterstaatkundig hoort gemeente tot het gebied van de Bovenmark, van de Donge en van de Dommel; het gebied van de Donge is verreweg het grootste. Waterschade wordt er niet geleden.

Gemeentedokter is dokter Govaerts uit Baerle Hertog. Den warenkeuringsdienst acht men zeer nuttig.

Er zullen binnenkort in deze streken groote legermanoeuvres zijn; in verband daarmede wordt op het moment vanwege het legerbestuur een onderzoek ingesteld naar de deugdelijkheid van het drinkwater. Er zijn twee brandspuiten; goed in orde.

Gemeente in 1922 geëlectrificeerd. Het eerste bedrijfsjaar (1923) leverde een nadeelig saldo van f. 70,-. In Riel zijn acht motors voor kracht in gebruik; in Alphen zeven. Per aansluiting werd in Riel 46 K.W.U. verkocht, in Alphen 54. Geen groote rijkdom in gemeente, en ook geen armoede.

Werkeloosheid heeft men niet gekend; armbestuur behoefde niet gesubsidieerd. Voor de 2 kerkdorpen ééne Boerenleenbank. Door de val van de Hanzebank werd een verlies geleden van 2 à 3 ton: veel menschen willen het niet weten, en verzwijgen hun verlies.

Nog veel konijnenschade, zoowel in Alphen als in Riel. Bijenteelt is sterk verminderd; de meeste menschen hebben maar enkele korven. De eenige industrie bestaat in leerlooierij; er zijn 15 looiers; veel werk geven ze niet; er zijn niet meer dan 30 arbeiders in die bedrijfjes werkzaam. Door elkaar zullen er door die 15 looiers 1.000 huiden per jaar bereid worden. Een autobusdienst, eene Tilburgsche onderneming; rijdt een pr. keer per dag Tilburg-Baarle Nassau v.v.

Het gaat den boeren goed. Twee stoomzuivelfabrieken, eene te Alphen met 300 koeien, en eene te Riel met 500. Landbouw onderwijs wordt geregeld gegeven. Mond-en-klauwzeer doet weer erge schade. Voor een dag of veertien werden de veldvruchten onder Riel door zware hagelslag vernield. Gelukkig was het meeste tegen hagelslag verzekerd; de premie voor haver en rogge bedraagt f. 0,75 per honderd gulden; voor aardappels, mangelwortels en bieten f. 1,20.

De weg Tilburg-Tilburgsche grens was slecht; die grens Tilburg tot aansluiting aan den provincialen weg Gilze- Alphen- Baarle Nassau was redelijk.

Wethouder Schellekens was niet verschenen; met burgemeester Huybrechts was nogal goed te praten.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: