i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Etten-Leur
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Etten en Leur

vertelde op 31 maart 2009 om 12:19 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Etten en Leur te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Etten en Leur

Den 23sten. Mei 1896 bezocht ik de gemeente Etten; te omstreeks 11.15 van Hoeven vertrokken, kwam ik te ongeveer 11.40 aan het gemeentehuis te Etten. Het scheen dat ik de menschen verraste; de leden van de harmonie van Etten en van die te Leur kwamen achter mij aangeloopen; de klokken begonnen te luiden, toen ik er reeds lang was enz. Op het raadhuis (een oud, groot gebouw, van hetwelk de bovenverdieping ledig staat) vond ik het Dagelijksch Bestuur der gemeente, benevens den ontvanger. De burgemeester scheen mij verlegen, of beter gezegd niet erg op zijn gemak.

Ik doorliep met B. en W. de begrooting van 1896 benevens het verslag van den toestand der gemeente over 1895. Daarna gaf ik audientie; vooreerst aan de geestelijkheid; de pastoor van Leur vroeg eenige inlichtingen omtrent de toepassing der armenwet; het R.C. parochiaal armbestuur, het burgerlijk armbestuur, benevens Vincentius waren niet bij machte, om in alle nood en behoefte te voorzien; nu was zijn vraag, wanneer en onder welke omstandigheden de gemeente bevoegd was om te helpen.

Het lid van den Raad Borrenbergen klaagde nog over eigenmachtig optreden van den burgemeester, al moest hij ook toegeven, dat het in den laatsten tijd veel beter was geworden. Dr. Vermast klaagde over den toestand der kleiwegen; die waren in deze gemeente dikwijls onbegaan- en onberijdbaar, terwijl de klei- en zandwegen in de gemeente Hoeven steeds in uitmuntenden staat verkeerden. Dr. Hohmann uit Leur (belast met de armenpraktijk) klaagde over de geringe middelen, waarover de armbesturen konden beschikken (zelfde klacht dus als van den pastoor); eene arme vrouw o.a. had een tumor in de buik en moest dus geopereerd worden; bij haar aan huis kon die operatie natuurlijk niet geschieden, terwijl er geen fondsen waren om haar in het ziekenhuis te Etten te laten opnemen.

De notaris Van de Ven (tevens lid der Provinciale Staten) klaagde over de zaakwaarnemerij van den secretaris van Etten en van dien te Hoeven. Op dit oogenblik (23 Mei) hingen er in Etten vier publicatiën van openbare verkoopingen; geene van die vier had de Heer Van de Ven. In het afgeloopen jaar had hij slechts ééne acte in Hoeven gepasseerd, nl. toen hij door de rechtbank te Breda was aangewezen als notaris, te wiens overstaan eene gerechtelijke verkooping zou plaats hebben.

Na de audientie liep ik met den burgemeester en de wethouders een eindje rond, om de gemeente te bezichtigen; we gingen even in de kerk, om die te bewonderen (eene werkelijk mooie dorpskerk, m.i. juist geëigend voor de plaats), en werden daarin rondgeleid door den pastoor. Gezegde pastoor is in 1896 25 jaren pastoor te Etten, en krijgt dan van de gemeente een torenklok voor zijne kerk. Daarna gingen we bij den burgemeester lunchen; hij woont naast de kerk en heeft zijne woning zelf nieuw gebouwd. Door Mevrouw Van Glabbeek ontvangen, gingen we dadelijk aan tafel en kregen een veel te mooi warm ontbijt. Direct nadat de lunch was afgediend, stond ik op en vertrok naar Zevenbergen.

De burgemeester is geen Ettenaar door geboorte; hij was vroeger architect te Breda en schijnt daar wat geld gemaakt te hebben. Hij deed zijne zaken aan kant en ging eerst te Brussel, en daarna te Amsterdam wonen. Om bezigheid te hebben vroeg hij, om te Etten burgemeester te mogen worden en werd benoemd. Er bestaat steeds eene zeer groote rivaliteit tusschen de dorpen Etten en Leur, vandaar dat, toen het burgemeesterschap in 1885 vacant kwam, er naar een vreemde gezocht werd, om iemand te hebben buiten en boven de partijen. De burgemeester is een flink man; misschien te flink; de booze wereld zegt, dat Willem II zijn vader was.

De administratie ter secretarie liet nog al te wenschen over; die van den ontvanger was heel in de war; de oorzaak daarvan is de toestand der administratie, zooals die was, toen het geldelijk beheer voor twee maanden overging in de handen van den nieuwen ontvanger.

De vereeniging van Beetwortelsuikerfabrikanten in Nederland vierde op 25 Januari 1900 haar 25-jarig bestaan met een diner in het Hotel de Oude Doelen te ’s Hage; de Voorzitter van de vereeniging, de Heer Heerma van Voss te Leur, bood dat diner aan, en had ook mij genoodigd. Voor dat diner bedankte ik; den Heer Heerma van Voss droeg ik voor het Officierskruis der Oranje Nassauorde voor, en die onderscheiding werd hem verleend.

 Markt Etten, rechts het gemeentehuis, 1900 (WBA, RAW014018113)

 Markt Etten, met rechts het gemeentehuis, 1900 (bron: West-Brabants Archief)

Den 13 September 1900 kwam ik weder in de gemeente. Ik vernam van B. en W. dat er zoowel te Etten (Dr. Vermast), als te Leur (Dr. Hohman) een doctor gevestigd is. Zij hebben beiden een apotheek en zullen gemiddeld f. 7000 ’s jaars verdienen. De opvolger van de notaris Van de Ven, notaris Peters valt goed in den smaak der menschen; hij heeft reeds meer te doen dan zijn ambtsvoorganger. Van de Ven moet omtrent niets hebben nagelaten; zijne beide ongehuwde dochters wonen boven haar zwager Peters, in het ouderlijk huis; zij hebben moeite om rond te komen. De candidaat van v.d. Ven bleef tegen verminderd salaris werkzaam bij Peters; hij wordt vermoed er goed bij te zitten, omdat zijn vader, de pianofabrikant De Ruyter te Breda, een groot vermogen naliet; zijn moeder leeft nog. Hij zou in stilte geëngageerd zijn met een van de meisjes v.d. Ven.

Heerma van Voss, eigenaar van de suikerfabriek te Zwartenberg, doet het mogelijke om de moraliteit van zijn personeel te bevorderen; dat belet niet, dat onder zoogenaamde peemeiden, een zestigtal, die de peeën eerst moeten wieden, en later moeten lossen, veel gedwongen huwelijken voorkomen. Om bij het lossen minder handenarbeid te behoeven, komt in 1900 voor het eerst een elevator in werking. De peemeiden komen meestal uit St. Willebrord.

Van de leden van den raad wonen er 7 (onder wie de burgemeester en de wethouder Coopmans) in de kom van Etten; 3 (waaronder de wethouder Binck) in de kom van Leur; 1 op Attelaken; 1 op Neerstraat; en 1 op den Donck. De ontvanger van Etten is de schoonzoon van den wethouder Coopmans.

Er woonen in de gemeente ± 400 Protestanten, veelal op de Leur, meestal gepoot door de Maatschappij van Welstand onder landlieden. Er is een dominee te Leur en een te Etten. Er bestaan te Etten goede maandelijksche veemarkten; sinds lange jaren; er komt meestal van 100 tot 250 stuks vee aan de lijn. De grond is weinig geschikt voor mast, tenzij geplant op uitgerooide schaarbosschen, of op uitgerooide Moscovische mast (de grove den).

Als er bij het hakken van schaarbosschen geen zoogen. waaiers blijven staan, dan is het bosch na den 2den. hak dood. De waaiers worden na 6 jaren geblekt en gebruikt voor talhout. Op mijne audientie verscheen niemand dan het Statenlid De Weert; hij vroeg, dat wanneer G.S. eene tramconcessie mochten verleenen; zij toch zouden bedenken, dat de “Kadedijk” te smal was voor een tram. Ik raadde hem, zulks aan G.S. schriftelijk te berichten.

 Zevenbergseweg Leur. Links de molen De Lelie op de Geerkade, rechts de strohulzenfabriek, 1903 (WBA, RAW014017163)

  (bron: West-Brabants Archief)

Den 27 April 1904 kwam ik weer in Etten. Vanuit Roosendaal ging ik eerst naar Rucphen, en daarna naar Hoeven. Te Etten nam ik den trein naar Breda. Audientie verleend aan Dr. Vermast, die 100% resultaat verkreeg van koepokstof van het bureau te ’s Bosch, en dat dus zeer prees. Dr. Vermast was eerst paardenarts, te Venlo in garnizoen; daar leerde hij een Roomsch meisje kennen, werd Roomsch, trouwde, ging in Amsterdam studeeren en was na drie jaren arts.

De landbouwer Vermunt kwam klagen over den ellendigen toestand van een weg onder Haansberg; die weg is geregeld 7 maanden van het jaar niet te gebruiken, niettegenstaande er 30 boerderijen aan staan, en het de eenige toegangsweg is naar een polder van 900 H.A. Men heeft dien weg met keien willen bestraten; om de kosten, f. 14.000, is men daarvan teruggekomen.

Er gaan 100 menschen in Duitschland werken, van wie 90 uit St. Willebrord en 10 uit Leur. Bovendien gaan er 80 in Holland gras maaien. 50% gedwongen huwelijken; de percentage dienaangaande voor St. Willebrord is veel gunstiger. Veel meiden uit St. Willebrord werken aan de suikerfabriek te Zwartenberg, en huwen met fabrieksarbeiders uit Leur. Bijna geen onwettige geboorten.

Bij periodieke vacaturen geen stemming; bij echte vacaturen wel stemming, met veel herrie. B. en W. aangeraden, onderhoud der waterleidingen ten laste der gemeente te nemen. De Haven te Leur loopt ook – evenals te Oosterhout – langs een “Groenen dijk”. Schutsluis aan de Leursche haven is noodig, omdat haven anders leeg zou loopen. Dr. Hohman te Leur is gemeentedoctor; hij krijgt f. 1.000. + f. 100 voor vaccinatie; de vroedvrouw krijgt f. 300.

De suikerfabriek te Zwartenberg wordt beheerd door de firma van Breda, Dolk en van Voss te Leur. Stroohulzenfabriek te Leur geeft aan 60 jongens en 8 groote menschen werk; het heele fabrikaat gaat naar Engeland.

 Suikerfabriek, Zeedijk Leur, 1909 (WBA, 1909)

 Interieur suikerfabriek aan de Zeedijk te Leur, 1909 (bron: West-Brabants Archief)

Den 20 Mei 1908 kwam ik weer in Etten. In verband met de vraag of de oude school te Leur zal verbouwd worden met aanbouw van een nieuw lokaal, dan wel, of er een nieuwe school zal gesticht worden nam ik den burgemeester met diens twee wethouders in mijn rijtuig en reed met hen naar Leur. De oude school is eene oude braak, van welke niets goeds te maken is; komt er een nieuw lokaal bij, dan moet dat op de speelplaats komen; het neemt het licht weg van een der andere schoollokalen; de speelplaats verdwijnt dan grootendeels; het hoofd der school kan daar geen toezicht houden. Wanneer we een jr of zes verder zijn, zal er nóg een schoollokaal bij moeten komen; daarvoor ontbreekt de ruimte geheel en al.

B. en W. schenen om alle deze redenen niet ongenegen om, als het verschil in kosten niet al te groot was, eene nieuwe school te bouwen; met hen twee terreinen gaan bezichtigen, één naast het postkantoor, wat klein, - en één op het Lichttoren Hoofd, waar gemeente volop grond bezit; het ligt echter buiten de kom van Leur, hetgeen wel jammer is. Toen de Heeren Verpalen en Heerma van Voss op audientie kwamen, om steun te vragen voor den bouw van een nieuwe school, kon ik hen omtrent de gevoelens van B. en W. te dien opzichte de meest geruststellende mededeeling doen.

De Heeren Van Beekhoven en Van Iersel, die eene vrachtvaart door de Leursche haven openden met een stoombootje van Leur naar Rotterdam, beklaagden zich over den slechten toestand van die haven; naar ik van B. en W. later vernam, is de haven niet geschikt om met een bootje bevaren te worden! Aangezien dezelfde klacht door Schuttevaer bij Gedep. Stat. is ingebracht, zal uit het in te stellen onderzoek wel blijken, of hier terecht over het gemeentebestuur geklaagd wordt.

Dirven, een eeuwige reclamant tegen zijn aanslag in den hoofdelijken omslag, kwam deswege ook al bij mij klagen; ik heb hem geraden, aan Gedep. Stat. te vragen om mondeling gehoord te mogen worden. Sinds notaris Peters in Etten is, is de zaakwaarnemerij van secretaris  De Wolf kolossaal verminderd en heeft haast niets meer om het lijf; zoo vertelden B. en W.

Het onderhoud der waterleidingen door de gemeente komt zeer ten goede aan het onderhoud der zandwegen door id.; het gebeurt door dezelfde gemeente-arbeider; het is werk, dat eigenaardig bij elkaar behoort. Sinds een pr jaren is de toestand der niet verharde wegen ongelijk veel beter dan vroeger, vooral ook, doordat het water niet meer op de wegen blijft staan, omdat het kan wegvloeien. In den afgeloopen winter was er geen enkele klacht omtrent waterbezwaar tot B. en W. gekomen.

Den burgemeester hard gevallen over de wijze, waarop hij was opgetreden tegen den ongelukkigen nachtwaker Van Nijnatten, die dieven op heeter daad betrapte, hen wilde arresteeren, en door hen met een geweerschot gewond werd. Wethouder Binck viel mij bij, toen ik er de burgemeester over interpelleerde.

Halfweg tusschen Etten en Leur is eene acityleengasfabriek gebouwd, voor ± f. 20.000; zij voorziet beide gemeenten van prachtig licht, en kan zich zelve, ook wat rente en aflossing betreft, goed dekken. De aanlegkosten van eene acytileengasfabriek zijn zooveel minder dan die van eene gewone gasfabriek, omdat het licht dertienmaal sterker is dan dat van steenkolengas; de gashouders, en vooral de pijpleidingen kunnen dientengevolge veel kleiner zijn dan bij eene gewone fabriek van steenkolengas. Een bezwaar is de benoodigde grondstof, waaruit het gas gestookt wordt; die is aan groote fluctuatie in prijs onderhevig, en is niet altijd voorradig; men moet daarom steeds er voor zorgen, dat men voor een jr grondstof heeft liggen. Bovendien men weet geen weg met de overblijvende kalk; de metselaars kunnen die niet gebruiken om te metselen; de boeren willen er niet van weten om die te gebruiken in hun land; men weet er werkelijk geen raad mee; zoodat de hoop kalk maar steeds grooter wordt.

 Suikerfabriek van Heerma Van Voss, Zeedijk Leur, 1915

Suikerfabriek van Heerma Van Voss, Zeedijk Leur, 1915 (bron: West-Brabants Archief)

Den 28 Maart 1912 kwam ik weer in Etten. Vanuit het hotel De Kroon te Breda ging ik per auto eerst naar Princenhage, dan naar Rijsbergen en eindelijk naar Etten, vanwaar ik naar Breda terugkeerde. Het beunhazen van secretaris De Wolff is zoo goed als geheel gedaan. Het gaat in de gemeente over het algemeen nogal goed; het aantal menschen, dat in Duitschland moet gaan werken, wordt steeds minder en zal thans ± 30 bedragen.

Vele klachten over de moraliteit enz. van de menschen in St. Willebrord; daar zijn gezinnen, die drie koeien houden en absoluut geen land hebben, zoodat alles, wat die beesten noodig hebben, met hondenkarren elders geratst wordt; met die hondenkarren rijden de menschen uren ver. Daar komen uitsluitend gedwongen huwelijken voor; nooit onwettige geboorten. Aan duurzamen geregelden arbeid kunnen de menschen zich maar niet wennen; een pr maanden hard werken en veel geld verdienen aan eene suikerfabriek, aan een havenwerk, met gras maaien in Holland, en dan verder niets doen. Sinaasappelen venten in den vrijen tijd is een geliefkoosd bedrijf; men gaat daarmede tot Bergen op Zoom toe; alles, wat onderweg gestroopt kan worden, gaat mede. Zoo zijn de menschen in St. Willebrord!

Pastoor Bastiaansen heeft tegenwoordig politiehulp noodig, ’s Zondags in de kerk, om de grootste belhamels rustig te houden. Om het drankmisbruik met alle gevolgen van dien, wat tegen te gaan, zijn er in den laatsten tijd heel wat processen-verbaal opgemaakt, heel wat vergunningen en verloven ingetrokken.

De sluis enz. in de Leursche haven is weggenomen; om de haven bevaarbaar te houden werd die toen een halven Meter uitgediept; de waterstand verlaagde met een halven Meter; de uitwatering van de op de haven uitwaterende polders werd daardoor zeer verbeterd. Er kan thans ook met schroefbootjes in de haven gevaren worden. Voor onderhoud van de waterleidingen is op begrooting f. 1.500 uitgetrokken; voor de kunstwegen f. 1.450; voor de zandwegen f. 850; voor bruggen en vonders f. 200,- tesamen dus f. 4.000.

De acetyleengasfabriek maakt slechte zaken; de grondstof is te duur; 50% duurder, dan bij de stichting van de fabriek; burgemeester ontraadt iedereen, om ooit een acetyleengasfabriek te bouwen. Bovendien betaalt men jaarlijks nog f. 150 om de kalk weg te rijden ergens naar de heide.

 Pastoor Schets (WBA, RAW014016527)

Pastoor Schets

(bron: West-Brabants Archief)

Binnenkort zal men overgaan tot de besteding van de herstelling van den toren. Men kreeg daarvoor een legaat van f. 2.000 van Heerma van Voss, waarvoor men f. 300 successierecht moest betalen; een lelijke tegenvaller. Op stroohulzenfabriek werken 100 menschen, waarvan 80 meisjes, die f. 5 à f. 6 per week verdienen. Er heerscht woningnood in Etten; eene vereeniging voor de volkshuisvesting onder den naam “Volkshuisvesting Etten en Leur” werd door burgemeester opgericht; de statuten zijn thans ter goedkeuring in Den Haag; men heeft een stamkapitaal van f. 1.200,- en is voornemens  aanvankelijk te beginnen met den bouw van twaalf woningen.

Pastoor Schets heeft een bijzondere jongensschool gebouwd, die op 1 Mei 1912 wordt geopend; het onderwijzend personeel zijn leeken. Men denkt, dat de openbare school daardoor leeg zal loopen en gesloten zal kunnen worden. Dominee Dijkman kwam op mijne audientie daartegen protesteeren; hij had een kind van 6 jaren, dat dan naar de school te Leur zou moeten; dat was veel te ver. Volgens Dominee Dijkman zouden er aanvankelijk zeven kinderen van Protestanten en Joden openbaar onderwijs vragen; over een pr jaren, zou dat getal zeventien bedragen. De nieuwe school te Leur is gebouwd op het Lichttorenhoofd, naast het postkantoor.

Den 8sten. Augustus 1917 kwam ik weer in Etten; later ging ik nog naar Hoeven. Secretaris De Wolff heeft ontslag genomen; hij kon van zijne secretaris echter niet scheiden; dagelijks werkt hij daar nog van vroeg tot laat. Het oude Raadhuis heeft een slechte kap. Er is quaestie van geweest dat er een nieuw zou gebouwd worden. Het is echter een monumentaal gebouw uit de 2de. helft der 18de. eeuw, en zal zoo mogelijk behouden worden.

Etten heeft wel 100 H.A. gemeente-eigendommen; uit het gemeenteverslag blijkt daarvan niets. Industrie gaat goed; vooral de suikerfabrieken, de stroohulzenfabriek, de klompenfabriek. Zij maken oorlogswinst. Ook de wethouder Verpalen is een O.W.er; hij is graanhandelaar. De arbeiders hebben allen voldoende loonend werk; er heerscht echter groote woningnood; er werden door gemeente reeds 20 woningen gebouwd; het bouwen is echter zoo duur.

Er is nog gedwongen winkelnering; eerstens hebben enkele bakkers vele kleine woningen in eigendom, en dwingen de huurders, bij hen te koopen; vervolgens zijn de arbeiders van de stroohulzenfabriek en van de klompenfabriek ook niet vrij. Er wordt thans weer veel gesmokkeld; vooral chocolade en vet; de winsten zijn zoo groot. St. Willebrord gaat sterk vooruit; ook materieel; de mandenmakerij van den Pastoor helpt nog wel wat, maar is eigenlijk toch niet meer noodig.

1.500 Man inkwartiering; de burgemeester klaagt steen en been over de vele moeielijkheden. Het distributiebedrijf kost naar raming jaarlijks f. 16.000. Zoodra de tijdsomstandigheden het toelaten, hoopt men in Etten eene eigen drinkwaterleiding te bouwen. Elf Protestantsche of Joodsche kinderen bezoeken thans vanuit Etten de openbare school te Leur.

 Sint Elisabethgasthuis Oude Bredaseweg Etten, 1920 (WBA, RAW014015233)

 Sint Elisabethgasthuis Oude Bredaseweg Etten, 1920 (bron: West-Brabants Archief)

Den 12 Juli 1921 bezocht ik Etten en Hoeven. Een van de wethouders was afwezig ten gevolge van eene vergadering van het Bestuur van de Mark. Ik was dus aangewezen op den burgemeester en den anderen wethouder. Met den Burgemeester viel als steeds buitengewoon goed te praten, zoodat ik eigenlijk tijd te kort kwam, niettegenstaande de audientie maar weinig tijd in beslag nam.

Ter voorziening in den woningnood werden door eene bouwvereeniging 44 woningen gebouwd. Gemeente bouwde zelve 9 woningen. Voor 6 woningen werd eene Rijkspremie toegestaan, terwijl nog 7 aanvragen om eene Rijkspremie in den Haag in behandeling zijn. Thans is in den ergsten nood voorzien. De suikerfabriek te Leur werkt niet meer; veel volk, dat nog in Leur woont, zal op den duur naar elders moeten verhuizen om werk en brood te vinden.

De Raadsverkiezingen brachten drie nieuwe Raadsleden, waaronder 2 socialisten; te Leur, waar het tegenwoordig slecht gaat, schijnen veel socialisten te wonen. Het socialistische Statenlid Jansen (uit Eindhoven) komt ook oorspronkelijk uit Leur. Met heel veel moeite heeft de burgemeester er den Raad toe gebracht, om bij de groote waterleiding West-Brabant aan te sluiten: Hoeven en Klundert zijn thans de eenige gemeenten, die niet mede doen. Het Raadhuis werd van een nieuwe kap voorzien en verder in orde gebracht.

Krachtens de landarbeiderswet werden vijf arbeiders aan een eigen plaatsje geholpen; enkele aanvragen zijn nog in behandeling. Tijdens de oorlogsjaren had gemeente een electrisch provisorium; thans wordt Etten bediend door de PNEM. Maar voert zelf het administratief en het technisch beheer; dat heet goedkooper, dan wanneer het door de PNEM geschiedt. Met de PNEM had Beretta allerlei moeielijkheden; ik heb hem gezegd, dat ik niet kon aannemen, dat de PNEM maar steeds ongelijk had; dat hij zelf ook een lastige kraai was!

De Rijksweg van Breda naar Etten is meer dan slecht; daar, waar de weg door den Rijkswaterstaat hersteld werd door het laten vervallen van de slechte keien, is de weg veel te smal geworden, zoo dat de voertuigen niet kunnen wisselen. De gemeentepolitie is goed; uitzondering daarop maakt alleen veldwachter Mertens, die een querulant is, en bovendien weinig bekwaam voor politiedienst. Toen Mertens ter audientie kwam, en op hoogen toon over den burgemeester klaagde, heb ik hem wat neergezet. Voor de burgerwacht bestaat nogal veel animo; het schieten op de schietbaan van Heerma van Voss draagt daartoe veel bij.

De industrie heeft in Etten veel geleden: suikerfabrieken zijn er niet meer; stroohulzenfabriek werkt met 100 tot 120 meisjes; klompenfabriek ligt stil (kan door de valuta niet exporteeren); Mandenmakerij (St. Willebrord) gaat vrij goed; Twee basculefabrieken werken ieder met 12 man; Zeep- en glycerinefabriek is failliet; zal door eene andere fabriek worden voortgezet. Honderden tehuis werkende sigarenmakers, die op het moment allen werk hebben (huis industrie).

Het belastbaar inkomen der ingezetenen ging nog vooruit; heffingspercentage 2.2 tot 5.6. De burgemeester meende, dat Etten en Leur, Hoeven en Rucphen ééne gemeente moesten worden; dan waren de bezwaren voor St. Willebrord opgeheven. St. Willebrord is niet voldoende kapitaalkrachtig om eene zelfstandige gemeente te vormen; het behoort eigenlijk bij Rucphen, maar ook Rucphen kan de finantieele lasten, daaraan verbonden, niet dragen. Etten kan het wel hebben, maar de Raad van Etten zal dat niet willen. In ieder geval moet heel St. Willebrord onder ééne burgerlijke administratie komen; de tegenwoordige toestand is onhoudbaar.

 Veemarkt Etten, 1930 (WBA, RAW014015401)

 Veemarkt Etten, 1930 (bron: West-Brabants Archief)

Na tevoren in Standdaarbuiten te zijn geweest kwam ik den 16 Juni 1925 weer in Etten. Evenals steeds maakte burgemeester Beretta mij ook nu weer eenen aangenamen indruk. Er wordt tegenwoordig in Etten veel gebouwd; woningnood bestaat er thans niet meer. Etten is eene van de weinige gemeenten, waar de arbeiders volgens de landarbeiderswet aan woningen met bijbehoorenden grond worden geholpen. Reeds 21 arbeiders werden op die manier aan een keutersplaatsje geholpen; die menschen zijn doodgelukkig.

De 15 Raadsleden wonen goed over de gemeente verdeeld: 2 burgers, 6 boeren, 3 arbeiders en 2 S.D.A.P.ers. De industrie gaat slecht; de suikerfabrieken afgebroken. Daardoor veel werkeloosheid, waarmede de gemeente veel moeite heeft. Men heeft verordeningen gemaakt om de werkverschaffing te reglementeeren; het kost veel moeite om werk voor de menschen te vinden en het kost aan de gemeente veel geld. Het electriciteitsbedrijf gaat goed; 45 cnt – straks 40 cnt – voor licht; van 30 tot 10 cnt – een afdalend tarief voor kracht. In 1924 een voordeelig saldo van f. 4.000,-.

De drinkwaterleiding West-Brabant gaat ook bijzonder goed; buitengewoon veel aansluitingen sinds den 1 Januari 1925. Aan de ordening en beschrijving van het oud archief wordt veel zorg besteed. Daar werd, na de verbouwing van het Raadhuis, een uitstekend locaal voor beschikbaar gesteld, waar Ds. Dijkman zich met een en ander bezig houdt. Met B. en W. daar even gaan kijken. Er schijnt veel mooi oud archief te zijn; van belangrijke stukken dikwijls alleen copiën.

Etten heeft een uitgebreid gemeentelijk bezit, 86 H.A.; veel waarde heeft de grond niet; men laat er de werkeloozen werken om stronken te rooien of bosch aan te leggen. Gemeente is niet gerioleerd; vooral nu er eene drinkwaterleiding kwam, is rioleering noodzakelijk. Men ziet erg tegen de kosten op. De Leursche haven is slechts geschikt voor kleine schepen; hoogstens van 60 ton.

Gemeente heeft met eene verzekeringsMij. een contract gesloten; voor eene jaarpremie van f. 42 garandeert de Mij. aan de gemeente de kosten van verpleging van 100 lijders aan besmettelijke ziekten gedurende 50 dagen. Met het gasthuis te Roosendaal contracteerde Etten, dat die lijders daar zullen worden verpleegd. Het gasthuis krijgt daarvoor jaarlijks f. 200,- en natuurlijk de kosten van de verpleging ad f. 7,- daags, te betalen door de VerzekeringMij.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: