i

Dit verhaal gaat over:

Locatie: Grave
Tags:

en maakt ook deel uit van:

Atlas: Brabant door de ogen van de Commissaris van de Koningin

De Commissaris van de Koningin over Grave

vertelde op 31 maart 2009 om 16:23 uur

Tussen 1894 en 1928 was Mr. A.E.J. baron Van Voorst tot Voorst Commissaris van de Koningin in Noord-Brabant. Een van zijn taken was het regelmatig bezoeken van alle gemeenten in de provincie. Van die werkbezoeken hield hij nauwkeurig verslag bij. Dit had hij in al die jaren over Grave te melden:

Nieuwsgierig naar zijn handgeschreven tekst? Lees die dan hier.

Grave

Den 13den Augustus 1897 bezocht ik deze gemeente; ik reed van Cuijk over Beers, Gassel, Escharen en Velp naar Grave, en vandaar naar Nijmegen. Op de grens van Velp en Grave stond de burgemeester mij op te wachten; ik nam hem in mijn rijtuig. Voor het gemeentehuis vond ik de dd. Schutterij opgesteld; de trompetters bliezen eene fanfare; de schutters presenteerden het geweer, terwijl ik uit het rijtuig stapte. Op de markt, vóór het gemeentehuis, stond bovendien eene harmonie, die hare schoonste wijzen niet schoon ten beste gaf.

Harmonie van grave, ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan, op het bordes van het Raadhuis (1910)Harmonie van grave, ter gelegenheid van het 65-jarig bestaan, op het bordes van het Raadhuis (1910)

Op het Raadhuis vond ik de twee wethouders, die door den burgemeester aan mij werden voorgesteld; ik doorliep met het dagelijksch bestuur de begrooting en het verslag der gemeente. Vervolgens gaf ik audientie aan de leden van den Raad, aan de geestelijkheid, aan het college van Regenten der Armen- en Weezenfondsen, aan den commandant en de officieren der schutterij, aan het hoofd der school, Van der Geld, den schoonzoon van den wethouder Van Haren, aan diens antagonist, den onderwijzer Lovendaal, aan alle rijksambtenaren te Grave en aan eenige armen, die ondersteuning vroegen.

De vraag, hoe het Meer Uitgebreid Lager Onderwijs in te richten, houdt de gemoederen te Grave verdeeld; de onderwijzers Van der Geld en Lovendaal staan lijnrecht tegenover elkander, en hebben ieder eene partij achter zich; Wethouder Van Haren is de schoonvader van den onderwijzer Van der Geld; de school in questie kost aan de gemeente ± f. 3.000,- ’s jaars, en telt 17 leerlingen. Aan den ontvanger Walter vroeg ik, of zijne kas nu in orde was.

Na de audiëntie inspecteerde ik de eerewacht der Schutterij, bedankte ik de harmonie, en ging ik tenslotte met B. en W. de stad zien; in de eerste plaats de oude poort, welke op rijkskosten gerestaureerd wordt; van buiten is die poort klaar, van binnen nog niet. Vervolgens nam ik met hen de sluis in oogenschouw, door welke de Raam haar water in de Maas moet loozen. En ten slotte ging ik naar de vrouwenafdeeling van het blindeninstituut, dat door de provincie jaarlijks gesubsidieerd wordt. Een gedeelte der jongens met hun harmoniecorps waren tevens aanwezig onder leiding van hunne broeders.

Borstel- en mandenmakerij in vrouwenblindeninstituut Wijnberg (1909)Borstel- en mandenmakerij in vrouwenblindeninstituut Wijnberg (1909)

Een blinde jongen en een blind meisje moesten voor mij een welkomstgroet opzeggen; vervolgens zongen de meisjes, door eene blinde op de piano geaccompagneerd, mij het welkom toe. Daarna nam ik alles wat er te zien was in oogenschouw, vooreerst de wijze, waarop de blinden leeren lezen en schrijven, vervolgens het handwerk dat zij leeren (borstel maken). Ik had mijn rijtuig aan de pont laten komen, en reed daarmede naar Nijmegen.

Grave heeft door het verlies van het garnizoen, en door het verplaatsen van eene margarinefabriek veel verloren; het schijnt, dat het den moeielijksten tijd gehad heeft, en dat het nu weder langzaam begint vooruit te gaan. Het is een voordeel voor de gemeente, dat het Rijk bezig is een gesticht voor 100 rustige krankzinnigen te bouwen.

De burgemeester van Grave had mij een lunch aangeboden; ik bedankte voor die uitnoodiging. Zoowel de administratie van den ontvanger als die van den secretaris maakte den indruk van oprecht streven naar deugdelijkheid. Het bevolkingsregister was niet geheel in orde; met recht kan de tegenwoordige administratie dat aan de vroegere wijten; de inkwartieringslijsten waren nog niet herzien; er ontbrak een register van aangiften en beschikkingen volgens de hinderwet.

Den 28 April 1902 kwam ik weer in de gemeente. Op het raadhuis vond ik den burgemeester, met de wethouders Friesen en notaris Stael. De laatste is nog niet lang in functie; hij is de opvolger van wijlen den Heer Walter. Ik moest vele klachten aanhooren over den voortdurenden achteruitgang van de gemeente, vooral, doordat de gemeente geen spoor of tram heeft. Jaarlijks neemt het zielental af. In Augustus wordt een gedeelte van de fratersschool opgeheven, nl. de afdeeling voor de ziende jongens; de blinden blijven te Grave, maar met dat al gaan er weer een 80 Grave uit, en daarmede de kleine verdiensten voor schoenmaker, kleermaker enz.

Het getal gegoeden vermindert voortdurend; ze trekken weg of ze sterven; daarvoor komen ruilebuiters en dergelijk volk in de plaats, voornamelijk aangetrokken door de goedkoope woninghuur; voor acht stuiver huurt men in Grave eene woning.

De veldwachter de Gier heeft f. 365 tractement; ik bepleitte voor hem tractementsverhooging. In zake de gemeentelijke gasfabriek bepleitte ik de aanstelling van een algemeen deskundige voor alle gemeenten. De burgemeester speelt nu directeur; tot nu toe maakt de fabriek goede zaken. Men had juist aan het Rijk gevraagd om de bomvrije Kazerne te mogen slopen, om op die wijze werk te kunnen verschaffen; men had daarop nog geen antwoord ontvangen.

Ik had eene zeer drukke audientie: vooreerst de Raad der gemeente; daarna het College van regenten over de armenfondsen; het Bestuur van de Blindengestichten, hetwelk dringend tot een bezoek uitnoodigde; de gemeente-ontvanger Walter; de directeur van het postkantoor Van Munnekerede; de rijksontvanger Meyneke, die zich beklaagde, dat de vervolgingsvoorschriften voor de paardenbelasting niet streng genoeg waren; als men iemand aanschreef om binnen drie dagen te komen betalen en hij komt eerst na 9 maanden, dan kan men hem niets doen; bij het Rijk is dat anders; daar krijgt de nalatige wanbetaler kosten.

Mannen-blindeninstituut St. Henricus aan de Hoofschestraat (1914)Mannen-blindeninstituut St. Henricus aan de Hoofschestraat (1914)

Dr. Vos, de geneesheer-directeur van het Rijkskrankzinnigengesticht; Penders, de kapitein-commandant der schutterij, die eene rijwielfabriek heeft opgericht te Grave; Van der Geld, hoofd der school, directeur van de Rijksnormaalschool te Grave, alwaar ± 25 leerlingen zijn, van welke dit jaar 4 aan het onderwijzersexamen deelnemen. Lovendaal, directeur van de teekenschoolo met ± 60 leerlingen; hij zag zijne inrichting gaarne uitgebreid tot eene ambachtsschool. Walter, zoon van het vroegeren Statenlid, eigenaar van de Rijnwijnzaak. In plaats van zijn vader wordt zijn broeder (een fabrikant van geperste appelwijn te Nijmegen) rentmeester van Tongelaar onder Gassel, voor den Heer de la Boessiere de Thiennes, à Lombize (par hem, Hainaut). Van Gemert vroeg eene vergunning voor schadelijk gedierte.

Nà de audientie ging ik met B. en W. naar de jongensafdeeling van het blindeninstituut, alwaar ik eene aanspraak van een blinden jongen moest aanhooren, daarna wat muziek van het eigen fanfarecorps mooi moest vinden; om vervolgens wat rond te loopen en naar het mandenmaken en borstelmaken te kijken. Pastoor Sprangers, de vroegere kapelaan van de Kruiskerk te ’s Bosch, leidde mij mede rond; hij staat aan het hoofd van alles.

Den 17 Maart 1905 kwam ik weer in Grave; ik bezocht denzelfden dag Escharen en Gassel. Ik reed er vanuit Cuijk heen, en reed later weer naar Cuijk terug. Ik verleende audientie aan vier leden van den gemeenteraad, onder wie de concierge van het Krankzinnigengesticht, den Heer Van Zadelhof! Een zekere v.d. Elst vroeg mijne tusschenkomst, ten einde te verkrijgen, dat zijn achterlijke zoon op school zou worden geplaatst; de meester wilde dat kind niet hebben, omdat hij idioot was, iets wat v.d. Elst ontkende. Burgemeester Friezen wist er ook geen raad mede. Wethouder Stael is overleden, en nog niet vervangen.

Burgemeester Friezen was uit Den Haag overgekomen om mij te ontvangen. Hij gaf mij den volgenden staat omtrent de repartitie van de onderhoudskosten van de Raam, vastgesteld op eene op 25 Augustus 1900 te Mill gehouden vergadering:

Escharen          met      1970 H.A.        11%

Gassel                            690                  7

Beers                             590                   7

Haps                            1480                 11

Beugen                        2880                 10

Wanroy                        2700                 10

Zeeland                        3120                 15

Mill                               4000                 18

Grave                             170                   6

Oploo                           2880                   5

                                                           100%

 

Na den brand in het op het raadhuis geborgen archief heeft Mr. Bondam alles medegenomen. Men stelde f. 500 te zijner beschikking voor eventueele herstellingskosten; er is nog niets terug. Op de teekenschool, waar voor het onderwijs geen schoolgeld gevraagd wordt, gaan 38 leerlingen. Er wordt met bijzonder veel animo de 4-jarige cursus gevolgd, vooral door de leerlingen van buiten de gemeente (Beers, Gassel en Escharen).

B. en W. sterk aangeraden een uitgewerkten staat van de gemeente eigendommen aan te leggen, waarin alle zaken betrekkelijk cultuur, exploitatie enz. uitvoerig vermeld worden. Er zijn geene kerkelijke begraafplaatsen; het geheele kerkhof (op den weg naar Escharen) is van de gemeente; eene afdeeling is voor de Katholieken, eene voor de Protestanten en eene voor de Israelieten; de gemeente verdient daaraan f. 600 à f. 700 per jaar.

Dr. Hilbers is met de geneeskundige armenpraktijk belast; hij geniet daarvoor f. 800 van het gasthuis en f. 200 van de gemeente. Apotheker dr. Schoepp levert de medicijnen aan de armen, en declareert daarvoor aan het gasthuis. Juffrouw Stroothuis is vroedvrouw voor Escharen, Gassel, Velp, Reek en Grave. Zij heeft een salaris van f. 150 van het Rijk, en van f. 200 van Grave. Grave ontvangt daarvoor van de Provincie f. 75 en van Escharen f. 48.

Gasfabriek (Fotostudio Jean Smeets, Grave)Gasfabriek (Fotostudio Jean Smeets, Grave)

De gasfabriek blijft goede zaken maken, vooral door het RijksKrankzinnigen gesticht, dat jaarlijks voor f. 700 gas behoeft. De burgemeester, die nog altijd voor directeur speelt, meende, dat er gemiddeld jaarlijks f. 1.200 verdiend werd. Op de openbare school gaan slechts 18 kinderen; verder gaan alle kinderen naar de scholen van de zusters en de fraters. Zoowel het openbare als het bijzondere onderwijs schijnt opperslecht te zijn. Het schoolhoofd v.d. Geld wordt veel te duur betaald; hij is een knappe man, maar een ongeschikt onderwijzer.

Den 5 April 1909 kwam ik weer in Grave; ik was tevoren in Velp geweest; ging later naar Reek, en keerde ten slotte via Ravenstein naar Den Bosch terug. Ik verleende audientie aan tal van menschen, aan twee gemeenteraadsleden, aan den secretaris, aan den ontvanger, aan een volontair ter secretarie, aan twee leden van de gezondheidscommissie, aan den directeur der teekenschool, aan den gemeente-architect, en aan een ouden gemeentebode (89 jr.); de Heeren hadden niets bijzonders te vertellen; en aan Penders, redacteur-uitgever, oud-kapitein der dd schutterij, die gaarne een tram wil hebben, en meent dat daarvoor in België wel geld te vinden zal zijn.

B. en W. deelden mij mede, dat zij in den afgeloopen winter geen werk verschaft hadden door de bomvrije kazerne te laten afbreken, omdat ze nog veel onverkochte steen hadden staan; ze kochten van Mill een stuk heidegrond, en lieten dat bij wijze van werkverschaffing bewerken; die grond ligt op een uur afstand van Grave. De gasfabriek blijft goed gaan; onder oppertoezicht van den burgemeester is de gemeente-architect Crefecoeur de directeur; in moeilijke gevallen neemt men advies bij den directeur te Nijmegen. In 1908 maakte men een winst van f. 2.300. Ik ging met B. en W. even de heele inrichting bekijken; het is een oude installatie, waaraan nogal wat kosten zullen moeten gemaakt worden.

Op de teekenschool krijgen 37 jongens les; de helft is van buiten Grave; vooral die buitenleerlingen komen trouw. Cursus duurt vijf jaren; zes lesuren per week; om de buitenleerlingen zijn de lessen thans van 6-8 ’s avonds (vroeger van 7-9). Om te worden toegelaten leggen de kinderen een gemakkelijk examen af, om te bewijzen, dat zij de theoretische lessen zullen kunnen volgen; de oudste leerling zal ± 20 jr. oud zijn.

Het archief, dat na den brand in 1902 door Bondam mee werd genomen naar het Rijksdepôt te ’s Bosch is nog niet weer terug. Er is nog altijd geen register aangelegd omtrent de exploitatie der gemeentelijke bezittingen.

De openbare school, hoofd v.d. Geld, schoonzoon van den wethouder Van Haren, wordt thans bezocht door 5 leerlingen. De Rijksnormaallessen, hoofd v.d. Geld, leveren niet veel resultaat; als de jongens een pr. jaren de lessen gevolgd hebben, gaan ze gewoonlijk over naar eene andere kweekschool, bijv. naar de Rijkskweekschool te Nijmegen, of naar die van Mgr. Diepen te ’s Bosch.

Er is nog steeds veel wrijving in de gemeente; dat blijkt ook bij de raadsverkiezingen; hoofdoorzaak van die wrijving is het bestaan van twee harmoniën, die ieder een partij achter zich hebben.

Raadhuis op de Markt, 1915 (J.J. Kloppert)Raadhuis op de Markt, 1915 (J.J. Kloppert)

Den 10 April 1913 bezocht ik Grave en Velp. Op het Raadhuis te Grave vond ik als wethouder den Heer Mulder, een gepensioneerd luitenant-kolonel, protestant. De man werd bij candidaatstelling tot lid van den Raad gekozen, en in de eerst daaropvolgende raadsvergadering tot wethouder. Naar ik van Verdijk vernam, komt hij dagelijks op het Raadhuis; alvorens heen te gaan, gaat hij den secretaris controleren, en vraagt dezen het werk te laten zien, dat hij dien ochtend gemaakt heeft.

Er wordt in Grave nogal getrouwd, en daardoor ook nogal gebouwd; de bouwverordening wordt streng gehandhaafd namens gezondheidscommissie door Schoonderbeek, provincie-opzichter, én Van Deurzen, burgemeester van Haps. Veel partijschap; hevige strijd bij verkiezingen; herbergiers zijn daarvan dikwijls de oorzaak. Van aansluiting aan stoomtram Maas en Waal zal wel niet veel komen; G.S. Gelderland willen vooral Balgooi helpen, en stellen daarom hooge eischen aan richting tram; en aan watervrij maken trambaan, in plaats van te vergunnen langs bestaande wegen de tram te bouwen.

Vóór den aanst. winter hopen B. en W. klaar te zijn met een ziekenbarak voor lijders aan besmettelijke ziekten. Nog geen beschrijving van exploitatie der gemeentelijke bezittingen; burgemeester erkende zijn fout, en zal er nu onverwijld voor zorgen. Gemeente is niet gerioleerd; het straatvuil wordt dagelijks van gemeentewege opgehaald; het heeft heel geen waarde. Gasfabriek werkt gunstig; burgemeester speelt directeur; meent in 1912 wel f. 3.000,- zuiver verdiend te hebben; de straatverlichting zal ± f. 1.000.- kosten; 47 lantarens waarvan ± 25 den geheelen nacht doorbranden.

Onderwijs aan de openbare school is slecht; één onderwijzer (Van der Geld) voor 8 leerlingen in zes klassen; van die leerlingen zijn er nog een pr, die bij de fraters werden weggestuurd, omdat zij minder goede elementen in de klasse waren. Het teekenonderwijs blijft goed gaan; een groote 30 leerlingen; de beste leerlingen komen van buiten Grave; cursus 4 jaren; schoolgeld wordt niet geheven. Een cursus voor landbouwonderwijs is in de maak. De Franse Paters hebben eene groote drukkerij; zij bezorgen allerlei uitgaven voor de missies; in 5 talen.

De achteruitgang van Grave is thans gelukkig tot staan gekomen; het gaat thans weer vooruit. De Raam Commissie werkt duur maar goed. Het verbrand archief is nog altijd in Den Bosch. Het werk ter secretarie is niet bijzonder, de secretaris heeft geen hulp, kan het werk haast niet af. Nu er een groot Rijkskrankzinnigengesticht in Woensel komt, vreest men, dat Grave het RijksKrankzinnigengesticht zal verliezen; dat zou een ware ramp voor de gemeente zijn. De bomvrije kazerne is thans gesloopt; jammer voor de gemeente; het gaf veel werk, terwijl gemeente er veel geld aan verdiende; in sommige jaren wel f. 3.500. Op het terrein, waar kazerne stond, wil men thans woningen gaan bouwen; men heeft aan het Rijk gevraagd er de beschikking over te mogen hebben.

De veerquestie brengt de gemoederen nog erg in beweging; B. en W. klagen erg over den eigenaar van het veer, Van Haaren; deze laatste wordt door de Raadsleden Van Oppenraay (notaris) en dr. Schaepp (apotheker) zeer in bescherming genomen. Van Oppenraay en Schaepp gelden als de oppositie in den Graafschen gemeenteraad.

Den 9den Augustus 1918 bezocht ik vanuit Grave de gemeenten Grave en Escharen. Als naar gewoonte had ik weer eene ongewoon lange audientie; niet minder dan 16 menschen moest ik ontvangen! Het overgroote deel kwam met klachten, veelal tegen burgemeester en secretaris, door wie men niet geholpen werd. De menschen klaagden, dat zij niet geholpen werden, dat zij werden uitgebulderd, enz. enz. Ik ben er van overtuigd dat de grondtoon van die klachten reden van bestaan heeft.

W.J.M.C. Friezen, 1885-1918   W.J.M.C. Friezen, 1885-1918

Burgemeester Friezen is oud, en niet meer “bij”. Vriendelijk is hij niet; hij heeft veel last van armen, die met allerlei klachten komen; “sociaal” voelt hij niet; hij stuurt dan de menschen met een norsch woord weg. Op de administratie van Grave vielen sinds jaren zeer gegronde op- en aanmerkingen; of Bodenstaff het niet kent, dan wel of het hem niet kan schelen weet ik niet; maar ook hij houdt zich de menschen zoveel mogelijk van het lijf. Daar staat tegenover, dat de administratie ter secretarie nu goed in orde was, dank zij de hulp van Hendrickx, den bekwamen oud-secretaris van Besoyen. Hendrickx kocht zich en zijne vrouw eene plaats in eene van de vele Graafsche gestichten, en komt dagelijks ter secretarie werken.

Grave wordt door partijschappen verscheurd; in den Raad weet Friezen geene goede leiding te geven; hij is zelf niet voldoende op de hoogte van wat behandeld wordt; de Raadsvergaderingen zijn niet wat zij moesten zijn; de twisten tusschen de Raadsleden worden in de gemeente tusschen de ingezetenen voortgezet. Daarbij komt, dat de gemeente voortdurend achteruit blijft gaan; de kosten van de distributie der levensmiddelen (in 1917 f. 5.000) de tekorten op de exploitatie van de gasfabriek (in 1917 f. 5.000) zijn oorzaak van eene zorgwekkende ontreddering van de gemeentelijke finantiën.

De beschrijving der exploitatie van de gemeentelijke bezittingen beantwoordt niet aan het doel. Het in 1902 verbrande archief is nog niet in Grave terug; Friezen heeft maar liever dat het in Den Bosch blijft; hij heeft geen plaats om het op te stellen. Gasfabriek staat thans onder administratie van eene Raads Commissie; men heeft voortdurend te kampen met gebrek aan steenkool; de finantieele resultaten zijn treurig.

Dr. Kanters is leider van de gemeentelijke distributie; hij doet dat kosteloos, alleen om zich verdienstelijk te maken. Men zou zoo gaarne de locaalspoorwegplannen van Voorhoeven zien slagen; aan Grave werd eene bijdrage gevraagd van f. 100.000; er is geen mogelijkheid om dat geld te vinden.

Den 16 Juni 1922 bezocht ik vanuit Den Bosch de gemeenten Grave, Velp en Reek. Grave blijft wat het is; het gaat eerder achteruit dan vooruit. Er zijn tal van oude krotwoningen, die, zoodra er een ledig komt, direct weer verhuurd worden, meestal aan menschen van buiten; steeds van de allergeringste soort. Men zou die krotten zoo gaarne onbewoonbaar verklaren en opruimen; maar dan zou men moeten beginnen met behoorlijke woningen te bouwen, en daarvoor heeft men geen geld. In de laatste jaren werd er ééne nieuwe woning gebouwd met Rijkspremie; verder niets.

Bij de laatste Raadsverkiezing vielen 4 raadsleden, waaronder de beide wethouders. In den tegenwoordigen Raad merkt men niets van partijschappen; in de gemeente woeden ze niet erg. Gemeente werd geëlectrificeerd; dat kostte f. 45.000; daarnaast blijft de oude gasfabriek bestaan; ik vrees, dat beide bedrijven aan Grave geld zullen kosten. In den distributietijd kocht men, om de steenkolen na te wegen, voor f. 2.000 eene weegmachine; het ding werd nooit gebruikt; thans weer verkocht voor f. 1.275. In verband met de Maaskanalisatie komt er 800 M onder Grave een stuw in de Maas; daar komt een brug bij. Dat dreigt een ramp voor Grave te worden, want dan komen zij, die te Grave de Maas willen passeren, niet meer door de gemeente.

Administratie ter secretarie laat veel te wenschen over; de rekening 1919 is nog niet goedgekeurd; de begrooting 1922 is juist naar Den Bosch gezonden; de rekening 1920 is daar nog niet ontvangen. Ik moet het vandaag doen met het gemeenteverslag 1920. Over een en ander B. en W. ernstig onderhouden; als de secretaris het werk niet meer aan kan, dan moeten zij maatregelen nemen, om daarin verbetering te brengen; zóó kan het niet blijven door gaan. Gelukkig dat Hendriks, de oud-secretaris van Besoyen, nog op de secretarie komt helpen, anders was het nóg veel erger.

Rijkskrankzinnigengesticht (Fotostudio Jean Smeets, Grave)Rijkskrankzinnigengesticht (Fotostudio Jean Smeets, Grave)

Het Rijkskrankzinnigengesticht zit vol; bovendien worden een dertigtal rustige patienten verpleegd ten huize van particulieren, tegen f. 1,25 daags; deze patienten worden van 9-12 en van 2-5 in het gesticht bezig gehouden. Niettegenstaande de brandweer vrij goed in orde heet, brandde de heele stichting van de Damianusstichting weg; een maand vóór den brand was er juist buiten langs het gebouw een brandtrap aangebracht; daar langs redden zich 60 jongens in nachtgewaad het leven; ze zouden anders onherroepelijk verbrand zijn. De Paters trokken meer dan 2 ton uit de brandverzekering; ze gaan zich thans in St- Oedenrode vestigen; in Grave konden ze niet genoeg bouwterrein krijgen. Naar het schijnt, wilde de Pastoor gaarne een stuk van hun terrein hebben, om de inrichting van de fraters te kunnen uitbreiden. De instituten voor blinde jongens en meisjes zien er goed uit en worden goed onderhouden; het is volstrekt geen oude rommel.

Op het moment geen werkeloosheid; aan het voorbereidend werk voor den stuw in de Maas worden bij voorkeur menschen uit Grave gebruikt; voorloopig nog slechts een 25 man. De Fransche Paters verkochten hun terrein aan den Boerenbond voor pakhuis; bovendien komt daar eene groote maalderij ten dienste van de menschen van af Ravenstein tot voorbij Cuijk. De wagendienst naar station Ravenstein is opgeheven; maar er loopen thans twee concurreerende diensten naar Nijmegen! De lager onderwijswet 1920 kost jaarlijks f. 7.000; bovendien is nog een school gevraagd van f. 40.000.

Deel dit verhaal op:
  • Pinterest
  • Tumblr
  • Toevoegen als favoriet
  • Afdrukken

Reageer op dit verhaal

Heb je al een account? Log in met je gegevens.

Heb je nog geen account? Plaats zonder inloggen, of Registreer een account

Help spam voorkomen en los de volgende som op: